Een op tien werknemers ‘overbodig'

Werknemers die hun eigen vaardigheden, kennis en ervaring niet meer relevant vinden, zijn oververtegenwoordigd in de handel, het transport en de logistiek. ©© Dominic Verhulst

Een op de tien werknemers is niet meer mee met wat hij in zijn job moet kennen en kunnen en voelt zich overbodig. Het gaat veelal om mensen die lang dezelfde job doen.

Dat blijkt uit een grootschalige bevraging van De Tijd in samenwerking met de Antwerp Management School en de hr-dienstverlener SD Worx bij 2.265 werknemers en 1.504 leidinggevenden uit alle beroepssectoren over de impact van digitalisering en automatisering op het werk.

Technologische innovatie maakt hun professionele kwaliteiten overbodig, stelt een op de tien van de werknemers. Ze hebben moeite om ontwikkelingen in hun vakgebied te volgen en stellen dat hun functie bij een mogelijke reorganisatie in het gedrang komt.
Leidinggevenden zien het nog somberder in: een op de drie zegt dat de kwaliteiten van heel wat teamleden overbodig worden door technologie. Liefst 43 procent heeft medewerkers die niet meer kunnen volgen.
Het gaat vaak om werknemers die al lang bij dezelfde organisatie werken, met veel routinetaken. Ze hebben veel kennis die noodzakelijk is om één specifieke job te doen, maar weinig algemene vaardigheden. Ze schatten daarom hun kansen op een andere functie, binnen of buiten hun organisatie, laag in.

Winkelbediende

Hoe toekomst­bestendig is uw job?

De coronacrisis werkt als een katalysator en houdt bedrijven een spiegel voor: welke werknemers zijn flexibel, stressbestendig en kunnen met verandering om? Wie is er niet meer mee? En wat betekent dat voor de job van de toekomst? De Tijd zocht het uit.

‘Belangrijker dan leeftijd is hoelang mensen dezelfde job blijven doen’, zegt Ans De Vos, professor van de Antwerp Management School en auteur van de studie. ‘Een veertiger die twintig jaar lang hetzelfde doet, heeft een even hoog risico om minder inzetbaar te worden als een zestiger.’ Medewerkers die aangeven voor hun professionele toekomst te vrezen, werken ook vaker in organisaties waar weinig aandacht is voor ontplooiing en ontwikkeling.

Werknemers die hun eigen vaardigheden, kennis en ervaring niet meer relevant vinden, zijn oververtegenwoordigd in de handel, het transport en de logistiek. Dat zijn niet toevallig sectoren met veel routinejobs, zoals winkelbediende, administratief medewerker, pakjesbezorger of orderpicker. Onder ICT’ers is de bezorgdheid om niet meer mee te kunnen juist heel laag. De sector van banken en verzekeringen toont gemengde resultaten, afhankelijk van de beroepscategorie.

De belangrijkste bevindingen van het onderzoek

  • In een op de drie organisaties heeft technologische innovatie de voorbije drie jaar tot meer jobs geleid.
  • Een kwart van de respondenten zegt dat zijn takenpakket de afgelopen drie jaar zeer sterk tot bijna compleet veranderd is. 
  • De financiële sector, ICT en openbare diensten hebben de grootste veranderingen ervaren, en verwachten ook de grootste impact in de toekomst.
  • De meeste werknemers vinden dat technologie hen helpt op het werk: ze kunnen meer leren, krijgen meer uitdaging en vrijheid. Maar het is ook een bron van stress en vermindert de verbondenheid tussen collega’s.
  • Oudere en meer ervaren werknemers hebben een negatiever beeld van de impact van technologie, vooral op het vlak van stress.
  • Zowel leidinggevenden als werknemers noemen ‘kunnen omgaan met verandering’ de belangrijkste vaardigheid voor de toekomst, naast flexibiliteit, het kunnen oplossen van complexe problemen, digitale vaardigheden, en klantgerichtheid.

Behalve de 10 procent die al afhaakt, is er een veel grotere groep die twijfelt over het eigen kennen en kunnen, en die riskeert in de gevarenzone te belanden. Een op de vijf is niet zeker of zijn competenties nog op prijs worden gesteld. Een even grote groep twijfelt of hij een reorganisatie zou overleven.

Verontrustend

Verontrustend is daarom onze hardnekkig lage jobmobiliteit. Wie van functie of organisatie verandert, leert nieuwe dingen en verhoogt zijn toekomstige kansen op de arbeidsmarkt. Maar amper 5,1 procent van de Vlaamse professionals veranderde in 2017 van organisatie, blijkt uit statistieken van Steunpunt Werk. ‘Bovendien is er in het algemeen heel weinig dynamiek in bedrijven’, zegt De Vos. ‘Mensen nestelen zich in hun functie en in hun team. Leidinggevenden vinden het dan weer prettig dat het team niet verandert en houden vaak niet van interne sollicitaties. Zo versterken zij elkaar.’

De enquête is afgenomen in februari, voor de coronacrisis. Die zet de bevindingen op scherp, zegt De Vos. Wie door de crisis zijn werk verliest, wordt op de arbeidsmarkt geconfronteerd met de waarde van zijn vaardigheden. Ook tijdelijk thuiszitten door technische werkloosheid tast die waarde aan als die periode niet wordt aangegrepen om up-to-date te blijven of zich bij te scholen.

Anderen doen noodgedwongen andere taken en hebben geleerd om met nieuwe technologieën van thuis uit te werken. Zij verhogen net hun inzetbaarheid. ‘Veel bedrijven stellen al jaren dat technologische innovatie jobs enorm zal veranderen, maar tegelijk zetten weinig organisaties in op het stimuleren van verandering en flexibiliteit. Deze crisis is hét moment om daar echt op in te zetten. Anders dreigen we een grote groep te verliezen.’

Webinar: hoe inzetten op toekomstbestendige medewerkers?

Eind februari 2020 organiseerden Antwerp Management School, De Tijd/L’Echo, SD Worx en BPact/Indiville een grootschalige bevraging rond de toekomst van werk.

In een gratis webinar op dinsdag 16 juni om 10.30u lichten professor Ans De Vos (Antwerp Management School), Sarah Desmet (Antwerp Management School) en Jan Laurijssen (SD Worx) de resultaten en implicaties voor leidinggevenden en HR-verantwoordelijken toe. Deelname is gratis voor de lezers van De Tijd. Schrijf u hier in.

Lees verder

Advertentie
Advertentie