reportage

‘Het werk is de ideale plaats waar je rust kan vinden'

Twee werknemers spelen biljart in de ontspanningsruimte, naast de stijlvol ingerichte eetzaal. ©Emy Elleboog

Kan een werknemer zijn geluk op de werkplaats vinden? Pieterjan Desmet, de CEO van het West-Vlaamse Decospan, is daar rotsvast van overtuigd. Dus stak hij bijna 10 procent van zijn winst in welzijn op het bedrijf. Inclusief een fitnesszaal met coach.

In de grote fitnessruimte staan een tiental splinternieuwe toestellen op een rij te blinken. Aan de andere kant liggen gewichten te wachten op krachtpatsers. Achteraan de ruimte hangt een muurvullende spiegel. Hier kunnen de werknemers van de West-Vlaamse fineerplatenproducent Decospan ook terecht voor danslessen en yoga.‘Vier keer per week is hier ook een coach aanwezig’, vertelt Pieterjan Desmet, de CEO van Decospan fier. ‘Het heeft geen zin zwaar te investeren in zoiets zonder daar ook begeleiding bij aan te bieden.’

Een zware investering is het wel. Het West-Vlaamse familiebedrijf heeft er 350.000 euro in gestoken. Het is een deel van een breder project om de 200 medewerkers - de helft in de productie, de helft op kantoor - beter te omringen, zowel geestelijk als fysiek. Met dat plan, dat in totaal 1,4 miljoen euro kost, investeert het bedrijf onder meer in sportactiviteiten, teambuilding, mental coaching, de opleiding van vertrouwenspersonen en ergonomische aanpassingen aan machines.

Desmet neemt ons mee doorheen de fabriek, van het magazijn met voor 20 miljoen euro aan houtfineer over de verlijming en persing van het fineer op spaanplaten tot het volautomatische magazijn en de verpakking. Elke machine of werkpost is volledig ingericht volgens de nieuwste ergonomische normen. ‘Mensen hoeven hier niet meer te bukken of te reiken. In het heel het bedrijf staat geen enkel vast bureau meer. Zelfs een machineoperator die maar af en toe op een computerscherm moet kijken, kan zijn werkblad op hoogte instellen.’

Druk van het bedrijf

Waarom spendeert een middelgroot bedrijf met een omzet van 120 miljoen euro bijna 10 procent van de brutobedrijfswinst aan welzijn op het werk? De oorsprong ligt bij de 36-jarige CEO zelf. ‘Ik nam op relatief jonge leeftijd de leiding van het bedrijf over van mijn vader’, vertelt hij. ‘Dat is me in het begin heel zwaar gevallen, zowel mentaal als lichamelijk. Ik was sneller moe, sliep slecht, bewoog niet meer en at slecht. De druk van het bedrijf woog op me. Dus ging op zoek naar een mental coach, ben ik beginnen te sporten en ging ik op dieet. Dat hielp enorm.’

Alleen, zo redeneerde Desmet, waarom zou hij zijn medewerkers ontzeggen waar hij zelf zo bij gebaat was? ‘Niet iedereen heeft het geld om zich een mental coach of een persoonlijke trainer te veroorloven. Maar er moest toch iets mogelijk zijn? Ik ben ervan overtuigd dat de werkomgeving tegenwoordig voor veel mensen de laatste plek is die nog stabiliteit bidt, in tijden van echtscheidingen, sociale media en uiterlijk vertoon. Het werk is misschien de ideale plaats waar je die rust kan vinden: een gezonde geest, een klankbord voor bepaalde beslommeringen, een fit lichaam. ’

Afspraak met de mentor

Nog elke maand heeft Pieter-Jan Desmet een afspraak met zijn persoonlijke mentor, een gebruik waar hij op zijn 26ste mee begon. ‘Mijn huidige mentor is de 60-jarige CEO van een groter bedrijf. Hij biedt me perspectief en relativering. Dat was iets waar ik als jonge ondernemer veel behoefte aan had. Als CEO sta je uiteindelijk helemaal alleen. Elke vijf jaar wordt dat iemand anders, nu zit ik aan mijn derde. Aangezien die persoon elke keer moet meegroeien, ben ik binnen enkele jaren aan een goeroe toe.’ (lacht)

‘Het voordeel is dat die mentor me niet delibereert zoals een raad van bestuur dat doet. Hij heeft verder ook geen band met mij, zodat hij ook niets te winnen of te verliezen heeft bij zijn advies. Ik heb wel nog altijd contact met al wie ooit mijn mentor was.’

War for talent als drijfveer

Bedrijven investeren steeds meer in welzijn op het werk. Exacte cijfers bestaan daar niet over, maar bij Mensura, een organisatie die bedrijven begeleidt bij hun preventie- en beschermingsbeleid, herkennen ze de trend. Die gaat van sportprogramma’s over de inschakeling van fitness coaches en diëtisten tot de ergonomische inrichting van werkplekken.

‘De war for talent is een duidelijke drijfveer’, zegt Gerrit Pollentier, ergonoom bij Mensura. ‘Vooral jongeren vinden het evident dat er bij hun jobkeuze aandacht is voor gezondheid, welzijn en veiligheid. De bedrijven moeten volgen.’

‘Op onze afdeling ergonomie zien we dat onze klanten bij de inrichting van nieuwe werkplekken steeds ergonomischer denken en expertise inwinnen. Dat merken we ook bij de nieuwe distributiecentra van Carglass en Nike.’

Ook op de medische dienst stelt Roland Vandermeulen, nationaal gezondheidsmanager bij Mensura, vast dat steeds meer bedrijven investeren in de gezondheid van hun medewerkers. ‘Vooral bij grote multinationals, zoals McKinsey, TNT, Oracle en Toyota merken we dat. We zien ook een verschuiving van de traditionele medische bezoeken bij ziekte naar preventief medisch onderzoek. Onze vitality scan, een basisinstrument om de gezondheid van werknemers te testen, wordt steeds populairder. Grote klanten zijn Katoen Natie en Aswebo.’


 

Uitstraling

Dit is een ambitieus bedrijf. Maar om mensen hard te laten lopen, moet je ze goed omringen.
Pieterjan Desmet
CEO Decospan

Natuurlijk speelt de schaarste op de arbeidsmarkt ook een rol. Desmet steekt dat niet weg. ‘Ons hr-beleid onderscheidt ons van andere werkgevers. Het geeft een bepaalde uitstraling aan het bedrijf, die sollicitanten niet meteen verwachten. Bedrijven beseffen soms nog te weinig dat we geen ‘werkgever’ meer zijn, maar ‘werknemervrager’. Dus moet je nieuwe medewerkers verleiden en je personeel verzorgen.’

‘Ik had meer loon kunnen geven. Maar dat voelen mensen al snel niet meer. Bovendien is het zwaar belast. Dan sla ik liever een stap over en geef hen op het werk een aantal voordelen in natura.’

Desmet hoedt zich ook voor te wollige uitspraken. ‘Dit is een ambitieus bedrijf met een competitieve cultuur, waar iedereen verwacht wordt ‘hard te lopen’. ‘Wandelen’ is er niet bij. Maar om mensen voortdurend te laten lopen, moet je ze goed omringen. Mensen die zich goed in hun vel voelen, presteren beter.’

‘Bovendien is fineer een heel technisch product. Het duurt even voor je dat in de vingers hebt. Dan kunnen we maar beter bereiken dat onze opleidingen lang hun waarde behouden. Vroeger hadden we ook nogal wat afwezigheden door rugklachten. Dat is bijna verdwenen. We weten dat iedereen tot 67 jaar aan de slag moet blijven. Dus willen we erover waken dat onze mensen geen zwaar beroep hebben.’ (lacht)

De fitnessruimte waar ook yoga- en danslessen worden gegeven. ©Emy Elleboog

Daarvoor is meer nodig dan wat fitnesstraining. Desmet trok de filosofie door in heel het bedrijf: wandel-, loop- en fietsgroepen ’s middag en ’s avonds, workshops om gezond te leren koken, gratis fruit, teambuildingactiviteiten die de werknemers zelf organiseren. ‘Een grote uitdaging is de kantoor- en productiewerkers met elkaar in contact te brengen. Sportactiviteiten zijn daar ideaal voor.’ Maar ook een ruime, stijlvolle eetruimte annex keuken en ontspanningsruimte. ‘Dit is geen kantine meer, hè?’, vraagt Desmet. Voor het aanrecht van acht meter, met een volledig uitgeruste keuken, staan enkele lange tafels. Daarnaast een biljarttafel, aan de andere kant een ruim salon.’

200.000 euro heeft de ruimte gekost. En nog was het niet genoeg. De arbeiders kwamen niet omdat ze vijf tot tien minuten moesten stappen van hun werkpost. Dus investeerde Decospan in een vijftal break-outruimtes pal in de productiehallen, zodat de arbeiders volop van hun pauze kunnen genieten.

Door 1,4 miljoen euro in welzijn te investeren zullen we er binnen tien jaar nog staan.
Pieterjan Desmet
CEO Decospan

‘Ik heb het geluk een familiebedrijf te hebben en geen private-equitybedrijf. Ik moet niet per se mijn ebitda oppompen om het bedrijf binnen vijf jaar te verkopen. Een investering van 1,4 miljoen is in mijn ogen niet veel. Ze zal de reden zijn waarom we er binnen tien jaar nog staan.’

Ook op mentaal en sociaal vlak wil Decospan zijn werknemers bijstaan. ‘Veel medewerkers willen altijd hogerop. Maar je moet opletten dat je ze niet verbrandt. We hebben hier een paar heel goede young potentials, die we een stap hogerop laten klimmen. Maar van bij het begin geven we aan dat ze altijd een stap terug kunnen zetten. Terugkeren is niet falen.’

Vertrouwenspersonen

‘We willen die mental coaching nog verder ontwikkelen, maar nu al heeft iedereen in het bedrijf een peter en een meter bij wie je je hart kan luchten. Mijn tante en mijn zus zijn de vertrouwenspersonen, elk voor hun generatie. Daar kunnen ze bij terecht voor meer persoonlijke en familiale aangelegenheden. Het is met de jaren gegroeid dat dat iemand van de familie is. Achteraf gezien ben ik daar blij om. Als er hulp moet komen van de familie, zoals tijdelijke huisvesting of relatiebemiddeling, dan weten we dat ook.’

Of hij niet vreest weggezet te worden als een negentiende-eeuwse paternalist? ‘Een beetje ben je dat wel. (lacht) Ik vind dat de politiek niet alles voor ons moet regelen. Laat de bedrijven ook maar investeren in de maatschappij. Tegelijk neemt de overheid haar rol niet op. Hoe kan het dat zo veel mensen onder de armoedegrens leven, terwijl de economie volop draait? Ik vrees dat de volgende rol voor ons bedrijf onderwijs wordt. Het niveau van sollicitanten is vaak triest. We zullen zelf meer opleiding moeten geven. Op de schoolbanken krijgen ze niet voldoende meer.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect