'Je ziet de productie van China verschuiven naar andere Aziatische landen'

Thomas Baert, de eigenaar van de Chinese vloerbekledingsproducent CFL. ©CFL

Thomas Baert, de eigenaar van de Chinese vloerbekledingsproducent CFL, verhuisde de voorbije maanden drie Chinese fabrieken naar elders in Azië. Dat heeft alles te maken met het handelsconflict tussen China en de VS.

Dat het Chinees-Amerikaanse handelsconflict een grote impact kan hebben op Vlaamse ondernemers met een stevige voetafdruk in China, bewijst Thomas Baert. De eigenaar van de Chinese vloerbekledingsproducent CFL, goed voor zo'n 3.000 werknemers in China en een jaaromzet van 390 miljoen dollar in 2018, verkaste de voorbije maanden drie Chinese fabrieken naar het buitenland.

'Twee daarvan zijn sinds kort al operationeel in Vietnam, de derde in Taiwan', zegt de West-Vlaming, die sinds 1996 in China woont en er CFL in 2004 oprichtte. Zijn bedrijf produceert laminaat en vinylvloerbekleding en voert een groot deel uit naar de Verenigde Staten en Europa.

Baert had één grote drijfveer om drie fabrieken weg te trekken uit China: de escalerende handelsoorlog en het omzeilen van de Amerikaanse invoerheffingen van 25 procent op zijn Chinese producten, die de prijzen de hoogte zouden injagen.

'Trump wou met zijn agressieve handelsbeleid productie terughalen naar de VS. Maar daar slaagt hij duidelijk niet in. Je ziet gewoon de productie verschuiven vanuit China naar andere Aziatische landen. Dat kan redelijk makkelijk in minder kapitaalintensieve sectoren met kleine machines, zoals de textielsector.'

'Chinese afhankelijkheid afbouwen'

Door de verhuis van drie fabrieken sneuvelen zo'n 500 banen in China bij CFL. 'Toch blijf ik China op het vlak van productie en productinnovatie een paradijs vinden', beklemtoont Baert. 'We hebben bijvoorbeeld enkel productie uit China verhuisd die al zeer efficiënt gebeurt. Vaak vind je in andere Aziatische landen nog niet de machines en onderdelen die je in China wél hebt.'

'Het beeld van Chinese bedrijven als economische copycats in het Westen is ook al lang achterhaald. Het idee dat het nu gedaan is met de Chinese economie wegens de huidige groeivertraging, is totaal misplaatst. Chinese bedrijven zijn zeer flexibel en bijzonder innovatief.'

Baert oordeelt wel dat Chinese bedrijven qua export te afhankelijk zijn van de Verenigde Staten. 'Ze zullen door de hoge Amerikaanse invoertarieven ongetwijfeld hun producten nog goedkoper willen slijten op andere markten. Ze moeten wel. Want we merken dat grote Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven, ook onze klanten, onder druk van hun beurskoers en van analisten en investeerders hun afhankelijkheid van Chinese producten gevoelig willen afbouwen.'

'Prijsconcurrentie zal feller woeden'

Ook Dirk Coorevits, de CEO van de Kempische siliconen- en lijmenproducent Soudal, oordeelt dat Chinese bedrijven door het oplopende handelsconflict in andere exportmarkten dan de Amerikaanse nóg agressievere prijzen zullen hanteren. 'We hadden daar sowieso al langer mee te maken, maar die Chinese prijsdruk zal in regio's als Europa, Afrika, Zuid-Amerika en het Midden-Oosten nog feller woeden. Door de zwakkere Chinese munt worden hun exportproducten concurrentiëler. In die zin zullen Belgische exportbedrijven in al die markten, net als Soudal, de gevolgen van de Chinees-Amerikaanse handelsoorlog voelen.'

'Gelukkig stelt China voor Soudal weliswaar maar een klein percentage van onze wereldwijde omzet voor', aldus nog Coorevits. 'Wat we in China produceren, voeren we ook niet uit naar de VS. En vice versa.'

'Nooit zoveel ingevoerd staal'

Een zwakkere Chinese munt en dus mogelijk nóg goedkoper Chinees staal is allesbehalve goed nieuws voor de Europese staalindustrie, die al een tijd kreunt onder de import van goedkoop buitenlands staal. Bij de Belgische tak van de internationale staalreus ArcelorMittal verwijzen ze voor een reactie door naar het Staalindustrie Verbond, de overkoepelende federatie in ons land. 'Nooit werd er meer staal ingevoerd in Europa', schetst directeur-generaal Philippe Coigné. 'Onder meer uit China, sinds de VS in juni vorig jaar heffingen van 25 procent invoerden op geïmporteerd staal. Maar evenzeer uit Turkije, dat kampt met een slabakkende binnenlandse economie en vandaag zelfs het meeste staal invoert in Europa.'

'Al dat ingevoerd staal zet druk op de prijzen', aldus Coigné. 'De Europese Commissie voerde weliswaar een beveiligingsmechanisme in, om per ton ingevoerd staal ook een heffing van 25 procent op te leggen zodra het gemiddelde van de voorbije jaren wordt overschreden, maar dat werkt niet omdat het slecht is uitgewerkt.' 

Bovendien is er minder vraag naar staal. 'Staal is illustratief voor de gezondheid van de economie omdat het overal in zit, zoals in auto's, huizen of machines. Maar we zien in de meeste sectoren een terugvallende vraag. Voor het eerst in acht jaar stijgt de vraag naar staal niet in Europa. Om het aanbod beter op de vraag af te stemmen, besliste ArcelorMittal eerder al om in sommige landen de productie te verminderen. Maar wij vrezen nu dat het escalerende Chinees-Amerikaanse handelsconflict de internationale economie nog meer zal doen afkoelen.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect