analyse

Investeringsfondsen staan met een zak vol euro’s aan voordeur bedrijven

©Filip Ysenbaert

Investeringsfondsen voeren een stevige strijd om bedrijven over te nemen. ‘De markt verkeert in een irrationele exuberantie en je voelt dat de tactieken agressiever worden.’ Wie een bedrijf wil verkopen, zit in een zetel.

Stel: je droomhuis staat te koop. Je weet dat je diep in de buidel zal moeten tasten, want er zijn veel geïnteresseerden. De bieddatum komt in zicht. De financiering? Die komt in orde, dat heb je gecheckt bij je bank. Maar wat blijkt? Nog voor je een bod kan uitbrengen, is het huis al met een stevige winst verkocht. De verkoper heeft bovendien een optie om opnieuw mede-eigenaar te worden.

Wat is er aan de hand op de overnamemarkt? Rijke families, vermogensbeheerders, pensioenfondsen en verzekeraars op zoek naar rendement komen steeds meer terecht bij private equity, beleggingen in niet-beursgenoteerde bedrijven. De investeringsfondsen zitten daardoor op een berg cash, die ze zo snel mogelijk aan het werk willen zetten door bedrijven over te nemen. Ze schrikken daarbij niet terug voor soms slinkse tactieken.

Wat betekent dat voor wie een bedrijf wil verkopen? Omdat er meer vraag dan aanbod is, gaan de prijzen voor overnames stevig de hoogte in. Vooral bedrijven die de coronacrisis goed doorstaan, die online actief zijn of die digitaliseren, zijn gegeerd.

Zijn er ook risico’s? Waarnemers vrezen dat stilaan een bubbel ontstaat. De hoge prijzen kunnen zich wreken als de betrokken bedrijven na de overname minder goed presteren en problemen krijgen om hun schulden terug te betalen. Daarom houden sommige investeringsfondsen zich liever buiten de oververhitte markt.

Een fictief voorbeeld? Niet echt. Het is wat meerdere geïnteresseerden onlangs overkwam bij de Belgische producent van aluminiumprofielen Corialis, het voormalige Aliplast. Terwijl ze zich warmliepen, beklonk het Franse investeringsfonds Astorg in alle stilte een overname.

Het dossier kwam niet uit de lucht vallen bij Astorg, dat in 2016 al de duimen moest leggen voor de Britse investeringsmaatschappij CVC. Het Franse fonds bleef ondanks een wissel aan de top contact houden met Corialis-CEO Johan Verstrepen. ‘Toen het moment van de verkoop aanbrak, had Astorg zijn huiswerk al lang gemaakt’, zegt een betrokkene.

Logisch dus dat Astorg het haalde. Of toch niet. Want zo’n agressieve en slinkse biedtactiek is uitzonderlijk in België. Astorg waardeerde Corialis op een stevige 1,6 miljard euro of ongeveer 11 keer de brutobedrijfswinst (ebitda), 600 miljoen meer dan wat CVC vijf jaar geleden op tafel legde. CVC heeft bovendien een optie om opnieuw aan boord te stappen naast Astorg en het management.

Dealmakers keken met grote ogen naar de verkoop van Corialis. Nog voor van een biedstrijd sprake was, was er al een deal.

De dealmakers van de Lage Landen keken er met grote ogen naar. Niet alleen omdat de prijs pittig was. Maar vooral omdat al sprake was van een deal voor van een biedstrijd sprake was.

Slinkse tactieken

Om aantrekkelijke doelwitten binnen te halen worden stevige prijzen geboden en slinkse tactieken gebruikt. Meerdere elementen werken dat in de hand. Vooreerst speelt de lage rente. Die maakt het al jaren heel goedkoop voor overnemers - niet alleen investeringsfondsen - om op overnamepad te gaan.

Wie niet bij de banken wil aankloppen, kiest voor minder traditionele financieringsvormen. Veel investeringsgroepen hebben de voorbije jaren eigen schuldfondsen opgericht. Het doel? Leningen verschaffen om overnames te financieren. ‘Die schuldfondsen rekenen een steviger rente aan dan traditionele banken, maar de financiële verplichtingen voor de overgenomen bedrijven - covenanten in het jargon - zijn minder streng’, zegt een bron.

De druk om te investeren is groot. Spaarboekjes en obligaties brengen niets of niet veel op. En aandelen zijn risicovoller - voor verzekeraars zelfs te risicovol. Daarom stroomt een Everest aan geld van rijke families, vermogensbeheerders, pensioenfondsen en verzekeraars op zoek naar rendement naar vastgoed, infrastructuur en vooral private equity, beleggingen in niet-beursgenoteerde bedrijven.

De voorbije jaren zijn duizenden miljarden naar private-equityfondsen gevloeid. Nog ruim 1.600 miljard euro daarvan is ongebruikt (zie illustratie). Dat is een record. Corona heeft daar niets aan veranderd. Vorig jaar haalden sommige fondsen met sprekend gemak geld op.

Het Antwerpse CIM Capital haalde eind vorig jaar - onder anderen bij Marc Coucke en tv-persoonlijkheid Tom Waes - 50 miljoen op om bedrijven aan een turnaround te helpen. In november zamelde het Nederlands-Belgische Bencis voor zijn vijfde fonds 575 miljoen in. Een maand later volgde Waterland met fonds nummer acht. Het haalde in drie maanden 2,5 miljard euro op. Begin dit jaar spijsde Vectis zijn vierde kmo-fonds met 80 miljoen. ‘Het neemt bijna meer tijd in beslag om de documentatie voor de kapitaalronde op te maken dan om het geld op te halen’, zegt een private-equityprofessional. De voorwaarde is wel dat je de investeerders met een gedegen trackrecord overtuigt.

Tijdsdruk

Het opgehaalde geld moet aan het werk gezet worden. Dat moet binnen een bepaalde termijn gebeuren, wat de druk verhoogt om deals te sluiten. En het aantal interessante overnamedossiers is beperkt. ‘Er is met andere woorden veel meer vraag dan aanbod en dus stijgen de prijzen, zeker voor de kwaliteitsvolle dossiers’, zegt een bron. ‘Bedrijven die de coronacrisis zonder al te veel kleerscheuren doorkwamen, online actief zijn of digitaliseren, zijn gegeerd wild.’

De overname van Corialis is maar een voorbeeld van de verhitting van de overnamemarkt in ons land. De coronacrisis woog vorig jaar op het overnamevolume. Maar het gaat eerder om een tijdelijke dip dan om een crisis. In mei-juni trok de trein zich weer op gang met deals rond het onlineplatform Vision Healthcare en de Limburgse specialist in afstandsonderwijs SiPM. Voor beide tastten de investeerders diep in de buidel. In het najaar volgden onder meer de verkoop van de IT-groep ESAS en de palettenspecialist Contraload - allebei werden ze voor een kwart miljard van de hand gedaan.

Agressiever

‘Vroeger waren de verkoopprocessen gestructureerd en namen ze enkele weken of maanden in beslag. Dat type deal is niet volledig verdwenen. Maar je voelt dat de tactieken agressiever worden. Sommige partijen aarzelen niet om tussen de biedrondes door hoger in te zetten of een niet te weigeren bod op tafel te leggen’, zegt een Belgische zakenbankier.

De overname van Corialis volgde daags op de al even opmerkelijke overname van het West-Vlaamse milieutechnologiebedrijf Desotec door Blackstone, ’s werelds grootste private-equityspeler. Die kleefde een prijs van 800 miljoen euro of 20 keer de ebitda op Desotec. Met dat bedrag werd de rode loper uitgerold voor de New Yorkse investeringsreus. ‘Dat illustreert de irrationele exuberantie waarin de markt verkeert’, zegt een waarnemer.

Maar Desotec is een snelgroeiend bedrijf en is bovendien actief in een sector - ESG, beleggingen die draaien rond duurzaamheid, sociale impact en goed bestuur - die de wind in de zeilen heeft. Dat rechtvaardigt een financiële inspanning, vindt Blackstone.

Dikke cheque

‘Ik dacht dat Covid-19 de zaken zou kalmeren. Maar er zijn pakken geld aan de zijlijn en mensen gaan gekke dingen doen’, zegt een ervaren Belgische dealmaker. ‘Partijen als Blackstone en Astorg omzeilen iedereen met een dikke cheque op tafel. Ze gaan meer af op vertrouwen. Alsof je een huis koopt. Een vrij duur huis, uitsluitend op basis van de foto’s online.’

Hij is niet de enige die vindt dat gestaag een bubbel ontstaat en dat de hoge prijzen zich zullen wreken als de betrokken bedrijven na de overname minder goed presteren en problemen krijgen om hun schulden terug te betalen (zie inzet).

Niet iedereen gaat akkoord met die interpretatie van de Corialis-deal. ‘Het huis stond de voorbije jaren al enkele keren te koop. Elke eigenaar heeft werken uitgevoerd om het nog mooier te maken’, zegt een bron. ‘Astorg nam een risico, maar geen blind risico. Het had het huis al voordien bezocht.’

Een zakenbankier ziet dat fondsen bij overnames veel meer proberen concurrenten de loef af te steken (‘pre-empten’ in het vakjargon). Het voordeel: je haalt het gewenste doelwit binnen. Het nadeel is dat je allicht meer betaalt. Een alternatief is zelf te zoeken naar doelwitten en rechtstreeks met de betrokken ondernemers te onderhandelen. Sommige fondsen nemen zelden of nooit deel aan veilingprocedures. Zo ontwijken ze de hoge verkoopprijzen. Maar het is maar de vraag of een verkoper aanvaardt dat hij enkele (tientallen) miljoenen minder binnenhaalt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud