Netwerken op een bergpas

©Fredrik Herregods

Fietsen is golfen aan het verdringen als de favoriete netwerksport van ondernemers. De Tijd reed samen met 20 Vlaamse ondernemers de Stelvio op, een van Europa’s hoogste bergpassen.

Zoals een Ferrari de ultieme Italiaanse sportwagen is en een Bianchi de ultieme koersfiets, zo is de Stelvio de ultieme Italiaanse col. Met zijn 2.575 meter is de bergpas op de grens tussen Italië en Zwitserland een van de hoogste geasfalteerde wegen van Europa. Iets meer dan 24 kilometer, meer dan 1.800 hoogtemeters en 48 haarspeldbochten scheiden het dorpje Prato allo Stelvio in het dal van de top. De weg loopt gemiddeld 7,4 procent omhoog.

Als ultieme fietservaring beklommen 20 Vlaamse ondernemers vorige zaterdag de Stelvio. Hun doel was de Alpenreus in één dag vanuit twee richtingen op te rijden, met de beklimming vanuit Prato als finale beproeving. Met het evenement brengt de werkgeversorganisatie Voka Vlaamse bedrijfsleiders samen én zamelt ze geld in voor Ondernemers voor Ondernemers, een vzw die inzet op duurzame economische groei in ontwikkelingslanden.

Voor de 20 deelnemers, van kleine zelfstandigen over CEO’s van uit de kluiten gewassen kmo’s tot directeurs van grote ondernemingen, is fietsen een passie. Dure fietsen, geschoren benen en het vroege slaapuur op de avond voor de beklimming verraden dat de meesten bloedserieus zijn. Het evenement gaat evenwel over meer dan fietsen. ‘Via dit soort evenementen willen we dat ondernemers elkaar beter leren kennen en van elkaar leren’, zegt Voka-voorzitter Paul Kumpen, de man achter het Limburgse bouwbedrijf Kumpen dat onlangs werd overgenomen door Willemen Groep.

In de eerste 2 kilometer voorbij Prato loopt de Strade Statale 38 - SS38 op de wegwijzers, putten in het asfalt - zachtjes naar boven. De voet van de Stelvio ligt in Südtirol, waar Duits gesproken wordt. De weg kronkelt samen met de rivier voorbij enkele bergdorpen met namen als Ponte di Stelvio en Gomagoi. Na 8 kilometer doemt een bord op met het cijfer 48 op. Nog 48 haarspeldbochten tot de top.

Hipsters

De combinatie van netwerken en fietsen is nieuw in Vlaanderen, waar de koers lang enkel een sport voor het volk was. Dat is anders in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, waar fietsen iets is voor de beter gegoeden en hipsters. Maar ook in ons land beweegt iets, meent Benjamin Jacobs, de topman van Sentia België. Zijn bedrijf biedt diensten aan voor bedrijfstoepassingen op het internet. ‘Vroeger gingen bedrijfsleiders golfen. Vandaag zie je ze meer en meer fietsen.’

Sinds enkele jaren zet Voka in op fietsevenementen. ‘Samen fietsen schept een band’, zegt Jacobs. ‘Ik ben niet de meest sociale en op een receptie heb ik moeite om een gesprek binnen te vallen. Maar tijdens het fietsen komen gesprekken spontaan op gang. De relaties die zo ontstaan, komen mijn bedrijf ten goede. Je komt mensen tegen die jouw klanten kunnen worden.’

De bordjes van de haarspeldbochten passeren langzaam. Elke fietser kiest voor zijn eigen tempo, elke pedaalslag is een gevecht met de zwaartekracht. Doorheen de bomen is af en toe het dal te zien, dat al honderden meters lager ligt. Tientallen motoren zoeven voorbij, een groep Porsches met Tsjechische nummerplaat geeft extra gas bij het passeren. Door het Britse autoprogramma ‘Top Gear’, dat de bergpas uitriep tot de mooiste route van Europa, dreigt de Stelvio ook een racecircuit te worden.

Rond de fietsevenementen is een hele business ontstaan. De Stelvio-rit van Voka wordt georganiseerd door Kortweg, een bedrijf uit Deinze. Het brengt de fietsen ter plekke, boekt het hotel en zorgt dat renners zich op de berg kunnen bevoorraden. Zijn mecaniciens depanneren wie pech heeft en er is zelfs een masseur mee voor wiens benen door de inspanningen verzuurd zijn.

Marc Coucke

‘Een tiental jaar geleden klaagde Marc Coucke (toen met Omega Pharma een grote wielersponsor, red.) over de kwaliteit van de hotels waarin profrenners moesten slapen. Ik ben toen begonnen met hotels te regelen voor profclubs en daaruit is mijn bedrijf gegroeid’, zegt topman Jan Almeye. ‘We begeleiden mensen die willen fietsen en intussen zijn dat almaar vaker bedrijven.’

Na 18 kilometer klimmen kronkelt de weg zich voorbij de boomgrens. De lucht wordt kouder en ijler, in de verte is een gletsjer te zien. Het geeft moed, want op de meeste Alpenreuzen betekent de boomgrens dat de top van de col niet meer veraf is. Maar de Stelvio is geen gewone col, en bijna 800 meter hoger dan de meeste andere bekende bergen. Dat nog 22 bochten volgen, is een deprimerende gedachte.

Fietsen is voor bedrijven niet enkel interessant als netwerkactiviteit. Het maakt ook binnen de bedrijfsmuren heel wat los, ook bij het productiehuis De Mensen, dat onder meer ‘Blokken’ maakt. ‘Werknemers die naar het werk fietsen, verzamelen punten via het programma Bike to Work, waarmee ze kortingen bij culturele instellingen of fietsaccessoires kunnen krijgen’, zegt Maurits Lemmens, de man achter het bedrijf. ‘Het is erg succesvol: werknemers stappen bijvoorbeeld uit de trein in Mechelen om het laatste stuk naar Zaventem te fietsen.’

Via gezamenlijke fietstochten willen we dat ondernemers elkaar beter leren kennen en van elkaar leren.
Paul Kumpen
Voka-voorzitter

Een groot cijfer 5 staat op de weg. Nog 5 kilometer, de top lonkt. Het uitzicht is fantastisch, maar daar heeft de vermoeide fietser nauwelijks nog een boodschap aan. We proberen een inschatting van de resterende klimtijd te maken, maar tijd en ruimte zijn abstract geworden. Het enige doel is de volgende bocht. Intussen loopt de weg alleen maar steiler bergop - tot 11 procent in de laatste kilometer.

Een berg liegt nooit: wie niet getraind is, gaat ten onder. Fietsen is tijdsintensief. Wie een uur gaat lopen heeft veel gedaan, een uurtje fietsen is niets. Hoe dat te combineren valt met het runnen van een bedrijf? Alle ondernemers geven hetzelfde antwoord: planning. ‘Zaterdagnamiddag en zondagvoormiddag zijn de meeste bedrijfsleiders niet met het bedrijf bezig. Dan kan je fietsen. En ik probeer het ook een keer in de week te doen’, zegt Kumpen. Al heeft dat soms een kostprijs. ‘Mijn kinderen vragen soms waarom ik weer niet thuis ben en dat doet pijn’, geeft Jacobs toe.

Laatste kilometer. Op een bord neemt Südtirol met Auf Wiedersehen afscheid en rijden we Lombardije binnen. Tot de laatste meter blijft het steil bergop fietsen. Het lijkt een processie van stervende zwanen, moegestreden mensen zwalpen over de weg. Na een laatste flauwe kromming ligt hij plots voor onze neus. De top. Een fietser steekt de handen in de lucht, een andere valt van vermoeidheid bijna van zijn fiets en een derde begint te huilen.

De verwachte hemel blijkt evenwel een kermis. Souvenirshops verkopen veel te dure Stelvio-memorabilia. Duitse motorrijders werken snel een hamburger naar binnen. En de kou, het is nauwelijks enkele graden boven nul, blijkt al gauw ondraaglijk. Maar de herinnering is er een voor een heel mensenleven. ‘Hier blijf je fit door. En uiteindelijk is dat het allerbelangrijkste. Enkel wie fit is, kan zijn bedrijf goed runnen’, besluit Kumpen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect