‘New York heeft Times Square, wij hebben StarSquare'

Antwerpen De Boerentoren, waar De Tijd begon. ©Rik Van Puymbroeck

De veranderende wereld passeert elke dag in de krant. Maar deze zomer reed De Tijd door Vlaanderen, kijkend naar wat de tijd deed met dit land. Luisterend naar hoe dat voor de mensen was. Soms bleek God belangrijker dan geld.

Als uit een botsing van ideeën een krant ontstaat, dan is het begin van dit verhaal geen toeval. Een moment afgeleid door het gebouw waar begin januari 1968 de eerste redactie van De Financieel Economische Tijd zat, zien we de van rechts komende auto niet. Even later vullen we de papieren in. Plaats van aanrijding: Schoenmarkt, Antwerpen. Het is het eerste adres van deze krant.

43 kilometer verderop worden deze regels weken later geschreven in het gebouw van Tour & Taxis, na een omweg van 1.031 kilometer. Exact de afstand van thuis naar onze favoriete boom in de Provence. Viel het woord toeval? Of is het symboliek? De krant werd toch ons leven en dan denken we aan wat de journalist Johan Anthierens op 1 december 1982 in De Zwijger schreef: ‘De timmerman, de smid en ik zitten nooit stil, werken is zalig en opdracht of niet, wij steken de handen uit de mouwen, al was het maar om ons op het kippenvel te concentreren.’

Total en Exxon heten de huizen van Oosterweel nu, en de haven maakt grote indruk op de toevallige passant.

Aan die lange zin schuddend vallen er veel Vlaamse ingrediënten uit. Niet stilzitten. Werken. Handen uit de mouwen. Maar dus ook: kippenvel. De schrijver is dood, maar zijn woorden zijn voor altijd.

Een incisie van 1.031 kilometer dus, startend aan de Schoenmarkt 39, waar De Tijd begon. Niets in deze Boerentoren herinnert nog aan die dagen. Je kan hooguit een brugje naar deze zakenkrant slaan: acteur Damiaan De Schrijver haalt op deze plek geld uit de muur. Dan vertrekt hij weer met de fiets. ‘Ik ben van Sint-Niklaas’, zei hij nog. ‘Hoelang ik ook al in Antwerpen woon en nog zal wonen, een sinjoor kan ik nooit worden. Dan moet je intra muros geboren zijn.’

Laat ons dus maar wegrijden, richting haven, om dan via de E17 naar west te rijden. De kaart boven al deze woorden als leidraad en met iconen als tussenstop. Na het westen zal het oosten komen. Over al die verkeersassen die zowel verdelen als verbinden. Langs huizen die bleven. Langs plekken waar ze verdwenen. Langs bedrijven die kwamen en industrieën die verdwenen. Een rit langs 50 jaar geschiedenis van de Vlaamse economie.

Scan deze kaart via de app van De Tijd

Scan de kaart en reis mee door ondernemend Vlaanderen van 1968 tot nu ©Mediafin

De Melkweg

De haven is pure poëzie, toch in al die namen op de kaart en in wat je ziet: Siberiadok, Boerinnenstraat, Loods Panama en Loods Suez, een binnenschip dat Welland heet en de Commandant Fourcault. Maar wat zou het heerlijk zijn hier vijftig jaar terug in de tijd te kunnen flitsen. Naar toen Wilmarsdonk nog bestond en niet, zoals nu, alleen de kerktoren, omgeven door containers. Naar toen Oosterweel al lang een verbinding was: die van een dorp, van cafés en straten en mensen, van een pastoor, een schooltje, de kermis op straten van kasseien.

Op rechte wegen raap je geen verhaal. Dus moeten we afwijken, de snelweg af.

Wij wisten het niet, maar Wikipedia zegt het: ‘Oosterweel is een verdwenen Belgisch polderdorp ten noorden van Antwerpen.’ Het kaartje van de Waze-app toont zelfs waar het laatste overblijfsel van dat dorp is. Sint-Jan-de-Doper heette het kerkje en dat doet het, 10 meter onder de weg die op opgespoten grond werd aangelegd, nog. Je ziet het amper. Er staan bomen rond. Zelfs de zondagfietser die het pad langs de Petroleumdokken volgt, rijdt er zomaar voorbij.

Total en Exxon heten de huizen van Oosterweel nu, en de haven maakt grote indruk op de toevallige passant. Iemand zegt dat hier 60.000 mensen werken. Als de haven een stad was, stond ze in de top 20 van grootste Belgische steden. Of wie er werkt en vlakbij woont het net zo poëtisch vindt, is de vraag.

Gent Volvo kwam, maar André Goossens vertrok niet. ©Rik Van Puymbroeck

‘We woonden in Berendrecht’, zegt Frans Adriaensens. ‘Tot in 1964. Toen werden we onteigend. Mijn ouders verhuisden naar de boerderij die ze kochten in Doel. Daar leerde ik mijn vrouw Christiane kennen. Dat was het geluk. Maar in Doel werden mijn ouders opnieuw onteigend. Doel ging dood. Wij bouwden hier in Kallo. Dat was in ’71.’

Hun huis is het laatste in een doodlopende straat. ‘In ’73 begonnen er werken. Naast ons werd een dijk aangelegd en de weg werd helemaal afgesloten. Ons huis was het allerlaatste dat mocht blijven staan.’ Rechtover stond De Melkweg, ‘een klein bedrijfje’, later werd dat Inco, dan - en nu - Milcobel. ‘Soms was dat vervelend. Bij de productie van melkpoeder werd vochtige lucht naar buiten gestoten. Ooit lag in mei de hele straat wit. Alsof het gesneeuwd had.’

Ze knikken. ‘Ja, de haven heeft ons leven bepaald. Doel werd een ruïne, wat jammer is. De boerderij moest worden afgebroken, maar tot vandaag is met die grond niets gebeurd. Mijn ouders hadden er tot hun dood kunnen blijven. Veel mensen moesten boeten voor de uitbreiding van de haven. Was het dat waard? Soms lees je van wel. En ik moet eerlijk zijn: ik werkte eerst in de melkerij en later bij Bayer. Het is de bluts en de buil. Dankzij de haven had ik altijd werk. Maar minister Weyts, die nu zegt dat Doel misschien toch kan blijven, geloven we niet. Voor elke verkiezing horen we dat. Na 14 oktober is dat vergeten.’

Nog altijd maar in de Antwerpse haven gaan de uren voorbij. Trefwoorden in het notitieboekje: Zaha Hadid, stadsdroogdokken, Evergreen, Gaarkeuken 110, Marines Sports Fields, camions van Lukritrans (een van de zaakvoerders heet Luk, de andere Kris) en Bistratrans (slogan: ‘Als het écht snel moet gaan’), een oud RTT-gebouw. Je ziet dat Vlaanderen veranderd moet zijn.

Je ziet het nog beter op de E17, richting Gent. In drie minuten rijden auto’s met nummerplaten uit Nederland, Polen, Finland, Litouwen, Macedonië, België natuurlijk ook en Frankrijk om ons heen. In het tankstation in Kruibeke kan je koffie drinken bij Starbucks en een hamburger eten bij Burger King. Iemand loopt rond met een T-shirt van Sabena Aerospace. Tussen camions op de parking staat een bus van reizen Escapade. En een busje van ZABO, dat voor ‘Zagen en Boren’ staat en zo rekruteert: ‘Gezaag thuis moe? Kom werken bij ons.’

696 kilometer verderop zal deze Europese weg met nummer 17 eindigen in het Franse Beaune, dat is een weetje. Dit is dus een reisweg. Maar je zou het ook ontwikkelingsgebied kunnen noemen, als het woord niet anders beladen was. Voorbij de nieuwe gevangenis van Beveren kom je langs Niko en verder ligt de drukkerij van De Persgroep, waar vandaag De Tijd van de pers rolt.

Waregem Welkom in het ‘Texas van Vlaanderen’. ©Rik Van Puymbroeck

Vlakbij werkten, vijftig jaar geleden, een paar duizend mensen op de Boelwerf in Temse. Maar de verleden tijd zegt alles. In 1992, na de afwerking van de Prins Filip, ging de scheepswerf failliet. Daar is niets meer van te zien. De geschiedenis zit in namen. In vastgoedontwikkeling De Zaat (de lokale benaming van een scheepswerf), in het Frans Boelplein (naar de oprichter) en het Georges Van Dammeplein (de schoonzoon van Boel), in de Philippe Saveryslaan, Schoenen Torfs zit vlakbij. Aan de Afschrijverslaan. Je kan er niet zomaar bij, tenzij wandelend of fietsend. Wel zie je grote kranen en nieuwe gebouwen. Waarin gewoond en gewerkt wordt. De Prins Filip kreeg vijf jaar geleden een nieuwe naam. Dat viel mooi samen met de troonsbestijging, maar had er niets mee te maken: hij heet nu de Calais Seaways. Die koning vaart naar Dover.

Last man standing

Op rechte wegen raap je geen verhaal en dus moeten we afwijken, de snelweg af, om voorbij het UZ in Gent, naar de haven te rijden. Alsof André Goossens riep.

Zijn adres is Langerbruggestraat 69 en de foto die we maken, is de foto die je wel eens ziet als een oud Chinees kereltje als last man standing niet wil wijken voor alweer een nieuw project van president Xi Jinping. André week niet voor Volvo, intussen overigens ook in Chinese handen. Het huis ernaast staat lang leeg en heeft maar één functie: het huis van André onderstutten. Op de blanke gevel een enorm spandoek met daarop de Volvo XC40. De slogan? ‘Kom veilig thuis.’

We rijden naar Turnhout en belanden rond Cartamundi in een verkaveling met de Azenstraat, de Jokerstraat, Harten, Ruiten, Schoppen en Klaveren.

‘Ooit stonden hier 45 huizen’, zegt André, die 84 is en omringd wordt door de verbindingsweg met de haven en de parking van de autobouwer. ‘We moesten niet allemaal weg. 18 huizen konden blijven staan. Maar één voor één vertrok iedereen. Ik zag geen reden om weg te gaan. In dit huis woon ik sinds 1960 en in deze wijk al van toen ik vier was.’ Er was een winkeltje. Graffiti sieren zijn betonnen afsluitplaten en zijn tuintje kijkt uit op Volvo. Je denkt aan die slogan: ‘Kom veilig thuis.’ Dat was André hier altijd. Daar had hij zijn buren niet voor nodig. ‘Ik heb zes auto’s gehad. Maar nooit een Volvo.’

1911, Cyriel Buysse: ‘Een goede, mooie weg is als een vaste, trouwe vriend, die de chauffeur overal begeleidt.’ Buysse is op weg naar Frankrijk en zal die goede weg al snel kwijtraken. Maar Buysse reist in een andere tijd. Het oude Vlaanderen is niet weg, nog niet helemaal toch, langs de snelweg zie je oude hoevetjes en nog oudere bomen. Maar ze werden zeldzaam. Zeker na ’68. In Nazareth kwam zelfs een glazen piramide te staan. Ooit gebouwd door de broers Bernard en Benoît Devos, het duo achter Sofinal-Cotesa. Een gigant in de lokale textielindustrie. Tot de broers elkaar niet meer zo graag zagen en de familieruzie allitereerde met faillissement. De piramide werd verkocht voor een appel en een ei. Koper? Marc Coucke. Toch ook een beetje farao bij Omega Pharma dan.

Zaventem Vliegtuigen spotten bij het asielcentrum. ©Rik Van Puymbroeck

Zo zijn we het Texas van Vlaanderen binnengereden en zo de wielerwereld: Omega Pharma, Quick-Step, Latexco, Renson, Thermote & Vanhalst, allemaal staan ze op wielertruitjes en ze liggen hier allemaal. Maar aan de afrit van Waregem valt toch eerst een grote zwarte Mercedes-garage op en ernaast de nog grotere zwarte watertoren. Op een lichtkrant rolt ‘Welkom in Waregem’ voorbij. Op een videoscherm reclame voor Renson, Colora, Barco en Mercedes en voor de Kasteelconcerten in Waregem.

‘Ooit was die toren van de Nationale Maatschappij der Waterleidingen’, zegt Vincent Yserbyt, CEO van Ghistelinck Group, Mercedes-dealer, goed voor zeven vestigingen in België en twee in Frankrijk. ‘Hij was gebouwd in 1958, nog voor de E17 er lag. In ’91 kochten wij hem, hij stond al jaren droog.’ Er was een eerste idee; waarom geen moving restaurant, zoals in Kuala Lumpur? Maar dat liet de brandweer niet toe. Uiteindelijk nam de architect de toren mee in een vernieuwing van de garage. Bij Boss Paints werd kleuradvies ingewonnen: zwart was ideaal.

De plek heeft een naam: StarSquare. Yserbyt glimlacht. ‘New York heeft zijn Times Square, Waregem heeft zijn StarSquare.’ Maar waarom ontwikkelde het ‘Texas van Vlaanderen’ zich juist hier? ‘Dat is toeval. Toen in het jonge België van 1830 plannen werden gemaakt voor een treinspoor van Kortrijk naar Gent, zou dat de oude Romeinse weg volgen. Die liep via Wakken. Maar de bourgeoisie van Wakken zag die vuile treinrook niet zitten en zei: ‘Laat die trein maar langs de boerkes van Waregem rijden.’

Je zou terug kunnen rijden naar de E17, maar we kiezen een straatje dat er net naast loopt. In de eerste bocht van die Blauwpoortstraat kan je bij een gladde steen met daarop ‘Rots van vertrouwen’ tot Maria bidden. Een bocht verder staat ‘No more industries’ op een elektriciteitskast, maar dat zal vergeefs zijn: straks worden ook deze boerengronden industriegebied.

Aan de overkant van de E17 glimt Renson in de zon. Ernaast verleidt Thermote & Vanhalst nieuw werkvolk met een schaars geklede dame op een truckcabine. We rijden flink door. Langs Renson, Ragolle en Cras tot in de tuin bij Winoc Vanthuyne en zijn vrouw. Ze hebben boontjes uit de moestuin gehaald. ‘We doppen onze boontjes zelf’, glimlacht Winoc.

En ze hebben een wonderbaarlijk verhaal. Dat gaat zo. Ze woonden hier al toen eind jaren zestig de snelweg werd aangelegd en voor er plannen waren voor een industriegebied. ‘Een stuk van de wijk moest weg’, zegt Winoc. ‘Het stuk waar wij wonen, mocht blijven. Maar er waren ook twee Mariakapelletjes. Eén staat er nog, het andere stond op het stuk waarop Bekaert zijn bedrijf zou bouwen.’

Turnhout ‘Harten’, een van de straten rond Cartamundi. ©Rik Van Puymbroeck

Mevrouw Vanthuyne, lid van de Kerkfabriek toen, was erbij toen de pastoor van de parochie Biest bij Eugène Bekaert ging vragen of ze het kapelletje mochten ontmantelen en elders weer opbouwen. ‘Maar Eugène Bekaert was een zeer katholiek man. Hij wilde het niet afbreken. Uit schrik. Brak hij het af, dan werd hem dat misschien aangerekend na zijn dood, op weg naar de hemel.’

Eerst God, dan het geld. Ging het in die jaren zo in West-Vlaanderen? En staat dat kapelletje er nog? Eugène Bekaert overleed in 2015. Een mail en vier telefoons naar Bekaert Building Company blijven onbeantwoord. Google Street View zoomt enkel op de openbare weg in en niet op bedrijfsterreinen. Het mysterie blijft. En dat is dan misschien wel eigen aan die God.

We rijden dieper, naar Ieper. Afrit Ieper-Noord lezen we bijna als Ieper-Moord, maar dat komt door die oorlog. Misschien denken we er ook even aan door wat zich eind jaren negentig bij Lernout en Hauspie (L&H) afspeelde. Ik denk aan die Limburgse man die op aanraden van zijn bank al zijn spaargeld en dat van zijn vrouw investeerde. Dat wist zij niet en in de krant getuigde Frank - een pseudoniem - anoniem. Een halfjaar later lazen we zijn overlijdensbericht. Frank had het niet gehaald. Toen hij niet meer uit L&H kon stappen, stapte Frank uit het leven.

Er gebeurden nog drama’s. In het vroegere hoofdgebouw van Flanders Language Valley vertellen Catherine Lamaire en Katelijne Vanbeselaere van de dienst communicatie van Ieper over wat dat met de stad deed. Dit is overigens hun werkplek. Toen het gebouw enkele jaren leegstond, besliste de stad er haar administratieve diensten in onder te brengen. Errond, op dit terrein dat Ter Waarde heet, zitten diensten als het Wit-Gele Kruis, Familiehulp, een advocatenkantoor, een bedrijf als Transics.

‘Vanuit de bevolking was er geen weerstand tegen het plan om de stadsdiensten hier onder te brengen’, zegt Vanbeselaere. ‘Er is toch nog altijd een beetje een calimerogevoel. ‘De Amerikanen hebben het kapotgemaakt.’ Steeds minder voel je een trauma. Hoewel veel mensen, idealistisch, geïnvesteerd hadden.’

Ondanks Siri in onze smartphone bleef van L&H niets over. Alleen restaurant Dots-Bizz was er al, maar verder werd binnen alles gestript. Op het auditorium na. Lamaire loopt voor naar de zaal vol gele zetels. Op een bureau staat een computer waarmee de lichten worden bediend. ‘Dat is nog origineel’, zegt ze en ze toont hoe het werkt. Lichten aan. Lichten uit. Met een touchscreen. ‘Niet met spraakbediening.’

De streek herstelde, daar is Ieper goed in. De Grote Oorlog, natuurlijk, honderd jaar geleden en niet vergeten. Deze zomer kwam er nog een museum bij: het Yper Museum over de geschiedenis van de stad. Dat is zoveel meer dan oorlogen.

Zoals West-Vlaanderen veel meer is dan de mislukking van Lernout & Hauspie. Natuurlijk bestaan Frituur De Westhoek, café In de Leeuw van Vlaanderen en ’t Zondagswinkeltje in Oostvleteren - slogan op de gevel: ‘Wij doen het de zondag’ - nog. Maar in Adinkerke zwieren kinderen in de attracties van Plopsaland. Vanuit Hooglede voert Deceuninck ramen uit naar Turkije en in Ardooie wacht de 24-jarige Roemeense truckchauffeur Tanasoiu Laurentiu deze avond als eerste om zijn vracht morgenvroeg bij Sioen te mogen afleveren. Europa werd kleiner. In 1968 lag Roemenië nog achter het IJzeren gordijn.

Tanasoiu Laurentiu doet dit nog maar drie maanden. Zijn job als kok liet hij staan omdat hij er te weinig mee verdiende. Als trucker verdient hij 1.500 euro per maand. ‘Ik was net te laat hier vanavond. Na 17 uur kan je niet meer lossen. Maar morgenvroeg ben ik wel de eerste en dan rijd ik naar Duitsland. Wanneer ik weer naar huis kan, is nog niet zeker. Misschien pas volgende maand.’

Sint-Katelijne Waver Vanuit Rick’s Place heb je een prachtig uitzicht op Greenyard. ©Rik Van Puymbroeck

We zeggen maar stilletjes goedenavond. Bună seara, is dat in het Roemeens.

De nacht passeert. We ruilen de E17 voor de E40 en zoeven zo naar Zwijnaarde, waar in het Technologiepark bij Ablynx een kuisman - met tattoos en oorringen - op een hippe fiets aankomt en we op de parking naar vier naast elkaar geparkeerde auto’s kijken. Een Ford met Franse nummerplaat, een BMW met Nederlandse, een Audi met een Duitse en een Porsche met een Belgische. Gepersonaliseerd.

In die auto’s zit de verandering. In 2001 begon Ablynx door serendipiteit: er was geen mensenbloed meer, maar wel nog kamelenbloed. Deze week gaf Europa groen licht voor het geneesmiddel Cablivi. Begin dit jaar werd Ablynx voor 4 miljard euro van Sanofi. ‘En dat zorgt voor een dualiteit in het bedrijf’, zegt een werkneemster, anoniem. ‘Het Technologiepark was een geschenk voor iedereen die hier werkt. Je moet niet in de file naar Brussel of Antwerpen, je zit dicht bij huis: super. Maar het is ook een gouden kooi, en voor de werkgever een gouden zaak. Ze moeten minder loon bieden, we blijven toch. Voor dezelfde job in Brussel krijg je 500 euro meer.’

Maar nu staan dus die andere auto’s er en nu spreekt zij van dualiteit. ‘Wij hebben de expertise, maar plots komen hier mensen met allerlei marketingverhalen en veel blabla, die wel dubbel zoveel verdienen. Vooral de wetenschappers zijn daardoor gefrustreerd. De sfeer is veranderd.’

Als er al grenzen zijn aan groei, dan zijn het dus menselijke. Want ook langs deze weg zie je wat je ziet. Als kind in de jaren zeventig was dit de saaie weg van Gent naar Brussel, vandaag is dit de fileweg naar de hoofdstad. In Erembodegem, geklemd tussen de E40 en het glazen gebouw waar Ontex zit, hoorde Godelieve Van den Haute de auto’s komen. ‘In ’71 was er nooit file. Nu staan ze hier 51 weken lang stil. Alleen in het bouwverlof kan het al eens een week gebeuren dat het vlot.’

Dat glazen gebouw naast haar heet niet toevallig SkylinE40. Daarnaast is Jan De Nul net begonnen met de werken voor een tweede, gelijkaardig gebouw. Over twee jaar zal het er staan en de werfleider zal dan honderden mensen aan het werk hebben gezet. Hij trekt zijn schuif open en toont een pak met kaartjes waarop checkin@work staat. ‘Twintig jaar geleden bestond dat niet. Nu moet iedereen via zo’n badge worden geregistreerd voor de inspectie van de Sociale Zekerheid. Dat is goed, maar het is gedoe. Bij onderaannemers werken veel mensen van vreemde origine. Vaak kennen die niet eens de naam van hun werkgever.’

Al die busjes met werkmannen rijden we voorbij. Op de ring van Brussel. Langs Zaventem, waar de luchthavenpolitie maar net op tijd vier loslopende schapen aan het Machelse Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten-kerkje - een landmark vanop de ring - kan verhinderen op de randweg rond de luchthaven te lopen.

Met een doorsteek staan we dan in Steenokkerzeel op een nieuw platform voor vliegtuigspotters. De auto lieten we achter op de parking van een met hekken omringd gebouw. Vanuit hun kamers kunnen opgesloten asielzoekers al die vliegtuigen zien landen. ‘Dat is wat wrang’, vindt een Nederlands koppel dat sinds 2007 van vliegtuigspotten een hobby maakt. ‘Maar de plek is wel goed en dat heb je in Schiphol niet. Zonet reed de ijscocar hier weg. Economisch pikken meer mensen een graantje mee.’

Wat je in Schiphol ook minder ziet, zijn beschilderde vliegtuigen, zoals dat van Tomorrowland. Fotografeerden ze allebei, elk met een eigen camera. ‘Ik spaar EasyJet’, zegt mevrouw. ‘Dat is nu boeiend. Door de brexit vestigde EasyJet zich in Oostenrijk. Die hebben allemaal nieuwe registratienummers. Die moet ik hebben.’

De vluchten zijn te volgen via een app, dat was in 1968 ondenkbaar. Al vertelt Pierre Verbaeten, professor emeritus aan de KU Leuven, dat zijn universiteit in 1971 wel als eerste in België een opleiding computerwetenschappen installeerde. Eind jaren zeventig werden de eerste computers er, intern, met elkaar verbonden. In 1987 werden de eerste netwerken Earn/ Bitnet en Eunet aan elkaar gekoppeld, een jaar later beheerde hij de extensie .be.

‘De overheid en de Belgische telecomoperator moesten akkoord gaan’, herinnert Verbaeten zich. ‘Wetenschapsbeleid gaf zijn fiat, de R.T.T. (de toenmalige Regie voor Telegrafie en Telefonie, de voorloper van Belgacom, red.) had geen interesse, maar had ook geen bezwaar.’

Leuven is vooral de universiteit en Gasthuisberg. Zoals Tienen de suiker: van ver zie je hoe de klontjesfabriek de stad vormde. Dat café De Industrie, de dichtste buur van de Tiense Suikerraffinaderij, suiker van Pelican Rouge bij de koffie geeft, is grappig. Dat de families Ullens en Wittouck hun suikeraandelen ooit verkochten aan het Duitse Südzucker en hun geld onderbrachten in de investeringsvennootschap Artal is dat ook. Artal werd rijk door Weight Watchers. En Ullens en Wittouck dus eerst met en later zonder suiker.

Maar wat is Limburg? In 1968 nog mijngebied en Ford Genk, veel fruit, de Philips-site in Hasselt. Philips en Ford verdwenen, in 1992 werd in Heusden-Zolder het laatste brokje steenkool bovengehaald, veel boeken gingen toe. In 2012, bij de aankondiging van de sluiting van Ford, schreef auteur Stefan Brijs dat van zich af in een gedicht dat ‘Wij waren Ford’ heette. Een stukje: ‘In het huis van mijn vader staat een klok. Vijfentwintig jaar trouwe dienst aan de Ford. Een horloge of een klok. Daar mocht hij uit kiezen. (…) Wij reden Ford, wij ademden Ford.’ Tien jaar later volgde de eerste ontslaggolf. Vader Brijs was 54 en moest met brugpensioen. ‘En mijn vader: die kocht weer een Ford. Want Ford was ook mijn oom. Mijn neef. Mijn buurman. Wij leefden Ford. Wij waren Ford.’

Ford-korting

Alles is nu weg. Het grote bord met de fiere letters in het logo. Gras neemt de lege parking over. En toch. Essers bouwt op het terrein en belooft er 420 jobs en aan de andere kant van de Henry Fordlaan is er wel nog een dealer. Ford is niet helemaal weg uit Genk.

‘Het verschil is dat de Mondeo’s nu niet van de overkant komen, maar uit Valencia’, glimlacht zaakvoerder Frank Driesen. ‘Alle vijftig werknemers die ik had toen de fabriek sloot, heb ik kunnen houden. Het eerste jaar na de sluiting verkochten we 35 procent minder auto’s. Maar we herpakten ons. Nationaal heeft Ford 5 à 6 procent van de markt. Wij zitten in Limburg aan 20 tot 25 procent. De ex-werknemers hebben nog altijd Ford-korting.’

Ze ‘zijn’ nog altijd Ford. Philips niet meer, op die site groeide - en groeit - de Corda Campus, waar nu al tachtig jonge bedrijven actief zijn. Ze ‘zijn’ ook nog altijd een beetje Tessenderlo Chemie, al zag vakbondsafgevaardigde Vick Geuens (in zijn woning onder de rook van de fabriek) het personeelsbestand tussen 1975 en zijn pensioen in 2014 dalen van 1.208 arbeiders naar 265. ‘Mijn loon steeg in die bijna 40 jaar van 84,4 frank per uur naar 26 euro per uur.’

Ze ‘zijn’ ook nog altijd een beetje de mijnen. Fier vertelt Frans Novak - ‘Een naam die je van in de Oeral tot in Bulgarije vindt en die eigenlijk gewoon ‘de nieuwe’ betekent’ - in De Luchtfabriek over dat verleden. Die Luchtfabriek opende in 2015 en is een expositieruimte in de oude mijngebouwen van Heusden-Zolder. ‘Alleen door dit te restaureren kon een nieuwbouw ernaast worden opgetrokken’, zegt Frans, vrijwillige medewerker. Scrollend door een Excel-bestand toont hij dat op 4 mei de koning op bezoek was. Vandaag, om kwart voor 2, staat nog niemand op de lijst van bezoekers. ‘Je bent de eerste.’

Soms moet je jezelf heruitvinden. Wat schreef Anthierens? Niet stilzitten, werken, handen uit de mouwen en kippenvel. We rijden uit Limburg naar Turnhout, belanden rond Cartamundi in een verkaveling met de Azenstraat, de Jokerstraat, Harten, Ruiten, Schoppen en Klaveren en horen dat er een nieuw stukje rond het speelkaartenbedrijf zal worden verkaveld. ‘Tja, De Boer zeker?’, denkt Jos, die er dertig jaar woont. In Vlaamse straatnamen zit een boek. Achter Janssen Pharmaceutica in Beerse lopen straten die Avondrood en Taxandrialaan heten. Er is ook een Toekomststraat. Het is eenrichtingsverkeer, en dat is dan weer logisch.

In Tour & Taxis roept de baas, maar tussen Antwerpen en Brussel willen we nog een koffie drinken in Rick’s Place, een truckerscafé in Sint-Katelijne-Waver. Op Truckfly, een app voor camionchauffeurs, geeft Remorik D. de zaak één sterretje: ‘Ik vond het eten op zich wel goed, alleen jammer dat ze geen groenten hebben.’

Door het raam zie je de buren van Greenyard liggen. Vlakbij staat in Mechelen de toren van de MC-SQUARE die je vanop de snelweg zo goed ziet staan en één druk op de liftknop brengt je naar de 14de verdieping. Daar vergadert onder meer advocatenkantoor Adhemar Advocaten. Vennoot Joris De Pauw zegt: ‘Tien jaar werkte ik in een kantoor in Brussel, maar van hier sta ik in zeven minuten thuis. We hebben ook een kantoor op de Corda Campus in Hasselt. We zijn lang niet de enigen die Antwerpen of Brussel achter zich lieten. Dit is de toekomst.’

Aan het Warandepark in Brussel hangt een bordje. Daarop staat: ‘Brussel is de thuis van de EU, de NAVO en meer dan 5.000 diplomaten. En een kleine 1,2 miljoen andere sympathieke inwoners.’ Die zullen niet zo snel allemaal naar Mechelen, Hasselt of Zwijnaarde uitwijken, en dat is maar goed ook. Zelfs AB InBev heeft zijn officiële maatschappelijke zetel nog altijd op de Grote Markt nummer 1 in Brussel. Wie weet dat? Café Le Roy d’Espagne huist er. De buren in de Boterstraat verkopen chocolade aan Japanse toeristen.

Antwerpen-Brussel: dat is amper 43 kilometer. Maar het kan ook met een tocht van 1.031 kilometer. Daar heb je dan wel ‘50 jaar De Tijd’ voor nodig.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content