netto

Ondernemers kunnen binnenkort fiscaalvriendelijk dividend innen

©Photo News

Wie vijf jaar geleden een liquidatiereserve in zijn kleine onderneming begon aan te leggen, kan binnenkort oogsten. U kunt het geld niet alleen vrij van roerende voorheffing uit de vennootschap halen als ze wordt opgedoekt, maar ook als fiscaal vriendelijk dividend uitkeren.

De roerende voorheffing op de liquidatiebonus werd op 1 oktober 2014 van 10 naar 25 procent opgetrokken (intussen gaat het om 30%). De beslissing van de regering-Di Rupo was een streep door de rekening van heel wat zelfstandigen die ooit hun vennootschap wilden liquideren. De liquidatiebonus - het bedrag dat ze zichzelf kunnen uitkeren als ze hun activiteiten stopzetten en hun vennootschap vereffenen - was eigenlijk hun ‘pensioen’ en dat werd zwaar aangetast.

De bittere pil werd verzacht door een overgangsmaatregel voor vennootschappen die tussen 1 juli 2013 en 30 september 2014 werden geliquideerd. De reserves in de vennootschap konden als dividend aan de aandeelhouders worden uitgekeerd tegen een roerende voorheffing van 10 in plaats van de toenmalige 25 procent. Het ontvangen nettodividend moest wel meteen via een kapitaalverhoging weer in de vennootschap worden ingebracht. Na een wachttijd - vier jaar voor kmo’s en acht jaar voor grote vennootschappen - kon dat kapitaal dan belastingvrij worden uitgekeerd.

Voor kmo’s is de wachtperiode intussen verstreken. ‘Dat merken we duidelijk’, zegt Bart Van Opstal, de woordvoerder van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat. ‘Momenteel worden opvallend meer aktes voor kapitaalverminderingen verleden.’

Permanent systeem

©Mediafin

De regering-Michel heeft de overgangsmaatregel omgesmeed tot een permanent systeem, weliswaar alleen voor kleine ondernemingen. Sinds het aanslagjaar 2015 kan de winst van het voorafgaande boekjaar volledig of gedeeltelijk in een liquidatiereserve worden ondergebracht. Op het ingebrachte bedrag is meteen een vennootschapsbelasting van 10 procent verschuldigd. Wie na een wachttijd van vijf jaar zijn vennootschap liquideert, betaalt geen roerende voorheffing meer bij de uitkering van de liquidatiereserve.

‘De aanleg van zo’n reserve is erg populair’, zegt Saskia Lust, advocaat van het kantoor Loyens & Loeff. ‘Terecht, want het is fiscaal heel interessant, ook voor wie niet van plan is te liquideren. De aanleg gebeurt vooral omdat het ook mogelijk is na vijf jaar een dividend uit te keren tegen een veel lager tarief dan de roerende voorheffing van 30 procent.’

De aanleg van een liquidatiereserve is erg populair. Terecht, want het is fiscaal heel interessant.
Saskia Lust
Advocaat bij Loyens & Loeff

De feitelijke belasting op de inbreng in de liquidatiereserve ligt ook lager dan 10 procent. Rekenkundig komt het erop neer dat 1/11de naar de belastingen gaat en 10/11de in de reserve terechtkomt. Van een winstbedrag van 100.000 euro is 90.909 euro voor de liquidatiereserve bestemd en is 9.091 euro voor de fiscus. ‘In feite wordt dus 9,09 procent op 100.000 euro winst betaald’, preciseert Lust.

Bij de uitkering van een dividend uit de liquidatiereserve na vijf jaar blijft het tarief van de roerende voorheffing beperkt tot 5 procent, wat op 4,55 procent neerkomt. Zo komt de totale belastingdruk uit op 13,64 in plaats van op 30 procent.

Voor wie met de boekhoudkundige winst van het boekjaar 2014 in 2015 een (eerste) liquidatiereserve heeft aangelegd, is de vijfjaarstermijn in 2020 verstreken. Hij kan zich dan al fiscaal voordelig een dividend uitkeren. Een ondernemer hoeft niet per se vijf jaar te wachten voor hij zichzelf geld uit de liquidatiereserve als dividend uitkeert. In dat geval gaat in totaal 27,27 in plaats van 30 procent naar de belastingen.

Nadelen

Advocaat Mark Delboo ziet echter enkele nadelen van het regime. ‘De vennootschap is de afzonderlijke aanslag van 10 procent onmiddellijk en definitief verschuldigd in het jaar waarin de reserve wordt aangelegd. De liquiditeiten, en dus ook het eigen vermogen, van de vennootschap nemen af, wat een impact kan hebben op de notionele interestaftrek (het fiscaal voordeel voor bedrijven met veel eigen vermogen, red.). De heffing is bovendien niet-recupereerbaar. Als de liquidatiereserve nooit wordt uitgekeerd - bijvoorbeeld als er geen batig saldo is bij de vereffening van de vennootschap - is de 10 procent voor niets betaald.’

Daarnaast is de aanleg van een liquidatiereserve nadelig als de aandeelhouders van de vennootschap geen natuurlijke personen maar vennootschappen zijn. Vennootschappen kunnen de roerende voorheffing op ontvangen dividenden verrekenen, of zijn eventueel zelfs vrijgesteld van roerende voorheffing. Maar dat geldt niet voor de afzonderlijke aanslag van 10 procent. ‘Aandeelhoudersvennootschappen betalen in dat geval dus - onrechtstreeks - mee voor een voordeel waar zij zelf niets aan hebben’, zegt Delboo.

Door die nadelen kan de zogenaamde VVPR bis-regeling voor sommige vennootschappen een aantrekkelijker alternatief zijn. Die gunstregeling voorziet, onder bepaalde wettelijke voorwaarden, in een verlaagd tarief van 15 procent (of 20%) roerende voorheffing op dividenden van kleine vennootschappen.

Aarzeling

Hoewel veel kleine ondernemers voor het systeem gewonnen zijn, ziet advocaat Delboo soms aarzeling om een liquidatiereserve aan te leggen. ‘Nogal wat ondernemers vrezen een tariefverhoging van de overheid en dat ze na vijf jaar toch meer dan 5 procent roerende voorheffing moeten betalen op de uitkering van reserves. Dat lijkt me vrij onwaarschijnlijk, al is niets onmogelijk in België. Ik adviseer mijn cliënten daarom de uitkering te doen en het geld naar het privévermogen uit te keren zodra de termijn van vijf jaar verstreken is.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect