weekboek

Rode loper voor China wordt weer opgerold

Senior writer

China ondervindt steeds meer weerstand als het bedrijven in Europa en de VS wil overnemen. Het besef is gegroeid dat men niet de rode loper moet uitrollen voor een land dat zijn economische tentakels uitspreidt met de bedoeling zo een politieke wereldmacht te worden.

Op een mesthoop is geen plaats voor twee hanen. Het is dus begrijpelijk dat het hoogspanningsbedrijf Elia  het Chinese State Grid niet graag zag binnenmarcheren als medeaandeelhouder van zijn Duitse dochterbedrijf 50Hertz. En dus oefent Elia zijn voorkooprecht uit op het belang van 20 procent in 50Hertz dat het Australische investeringsfonds IFM in de etalage had gezet en waarop de Chinezen hadden geboden. Om State Grid buiten te houden moet Elia wel een bijzonder fikse som betalen.

Het krijgt daarvoor een schouderklopje van de Duitse overheid - en misschien wat meer? Berlijn was niet enthousiast over de mogelijke intrede van een Chinees overheidsbedrijf in 50Hertz, dat het hoogspanningsnet in het voormalige Oost-Duitsland beheert. De Duitse overheid had echter geen wettelijk instrument om de deal te blokkeren.

De overnames van Europese bedrijven door Chinese groepen passen in een plan dat in Peking is uitgetekend.

Chinese groepen shoppen graag in Duitsland. Het conglomeraat HNA bouwde een belang van 10 procent op in Deutsche Bank , de autogroep Geely - al eigenaar van Volvo - verraste onlangs door de grootste aandeelhouder te worden van Daimler , de groep boven Mercedes-Benz. De Duitse overheid had lang geen kwaad oog in de Chinese participaties in Duitse bedrijven. Dat veranderde in 2016, toen de fabrikant van industriële robots Kuka zich liet overnemen door een Chinees bedrijf.

Op dat moment begon men zich in Duitsland af te vragen of het wel slim was hoogtechnologische bedrijven of strategisch belangrijke ondernemingen zonder slag of stoot aan de Chinezen te verkopen. De Duitse economie is sterk uitvoergericht, het land kan het zich daarom niet veroorloven de protectionistische trompet te steken. Maar er zijn grenzen.

Toen het Chinese Geely in 2010 de Zweedse autobouwer Volvo kocht van het Amerikaanse Ford , werd dat op applaus onthaald. Het voortbestaan van het merk werd veiliggesteld, de Volvo-fabrieken in Göteborg en Gent konden openblijven, duizenden jobs werden gered. De Nederlandse regering was ook blij dat het Chinese Anbang zich aanbod toen ze in 2015 een koper zocht voor de verzekeraar Vivat, die in slechte papieren zat.

Net zoals een jaar eerder de Franse regering van president François Hollande bijzonder gelukkig was met de reddingsboei die de Chinese autogroep Dongfeng gooide naar de Franse autobouwer Peugeot-Citroën . Overal werd de rode loper uitgerold voor de Chinese groepen die, de zakken gevuld met hopen euro’s of dollars, op zoek waren naar investeringsopportuniteiten buiten China.

Tegenhouden

Maar de stemming is gekeerd. Nadat de robotmaker Kuka in Chinese handen was gevallen, keurde het Duitse parlement vorig jaar een wet goed die de mogelijkheden voor Berlijn verruimt om de intrede van niet-Europese groepen in Duitse bedrijven tegen te houden zodra een belang van 25 procent in het geding is. Een belangenvereniging van Europese bedrijven die in China actief zijn, luidde vorig jaar de alarmbel over het opkopen van Europese technologiebedrijven door Chinese (staats)bedrijven.

En Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, kondigde in zijn jongste State of the Union in september een initiatief aan om te beletten dat ‘gevoelige’ Europese bedrijven of ‘cruciale’ infrastructuur zomaar in handen van buitenlandse groepen zouden komen. Hij maakte er geen geheim van vooral de Chinezen te viseren. Het is dus duidelijk: de rode loper wordt weer opgerold.

Vanwaar die ommekeer? Een Chinese overname hier en daar is geen probleem. Maar als het een vloedgolf wordt, is het wat anders. In 2016 waren er 622 buitenlandse overnames door Chinese bedrijven voor een totaalbedrag van 222 miljard dollar. 42 procent daarvan gebeurde in Europa. Voor het eerst ook overtroffen de Chinese investeringen in het buitenland de buitenlandse investeringen in China.

Ten tweede werd duidelijk dat achter de Chinese bedrijven op het overnamepad in Europa heel vaak de Chinese overheid schuilgaat. De overnames zijn voor een stuk de uitvoering van een strategie die door Peking is uitgetekend. Ze passen in een plan. China maakt gebruik van de openheid die de westerse vrijemarkteconomieën bieden. Maar zelf biedt het die openheid veel minder. Het speelveld is niet gelijk. Het land speelt het spel in het Westen mee, maar hanteert zelf andere regels. De westerse landen zijn dus naïef om China in hun spel van overnames toe te laten.

Grootmacht

Ten derde is China niet meer het land in ontwikkeling dat het pakweg drie decennia geleden was. Het heeft een ongelooflijke sprong voorwaarts gemaakt. De Chinese leiders sinds Deng Xiaoping hebben begrepen dat om van China opnieuw een grootmacht te maken, ze op stevige economische fundamenten moeten bouwen. Het land kan maar een hoofdrol opeisen op het politieke wereldtoneel als het ook economisch een wereldmacht is en het zijn economische tentakels ver heeft uitgespreid.

Daar heeft China de voorbije jaren werk van gemaakt, en bijna niemand legde het land daarbij iets in de weg. Nu pas beginnen de VS en Europa de geopolitieke implicaties te zien van de economische opmars van China. Die vergemakkelijken is de machtspositie van China helpen versterken.

De Amerikaanse president Donald Trump heeft daar alvast geen zin in. Tegen die achtergrond kan zijn beslissing worden gezien om zware invoerrechten te heffen op 1.300 Chinese producten. De VS zijn bijzonder beducht voor de nieuwe grootmacht die China aan het worden is. Het Aziatische land bedreigt de positie van de VS als dominante wereldmacht. Een militaire confrontatie durft Trump niet aan. Maar een handelsoorlog denkt hij wel te kunnen winnen.

Als van het andere maar niet het ene komt.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud