interview

Rudi De Kerpel ‘Ik wil me nu vooral amuseren'

Ontbijt met ... ondernemer, Rudi De Kerpel. ©SISKA VANDECASTEELE

Na 23 jaar voor zijn bedrijf te hebben geleefd, wil hij geen stress meer. De man die Eurotuin groot maakte, herbegint met een wit blad. Ontbijt met De Tijd.

Hij heeft zich uitgesloofd. Op de terrastafel staat een riant ontbijt klaar. Croissants en boterkoeken, pistolets met zoet en hartig beleg, biologische yoghurt, een schaal vol rood fruit. ‘Wil je nog een eitje erbij?’

Rudi De Kerpel neemt er zijn tijd voor ’s ochtends. De motor van de avondmens die hij is, komt maar langzaam op gang, wat niet altijd handig is als er een man in zijn leven is met een wat ander bioritme. ’Mijn ex-partner was ’s morgens altijd superenthousiast. Die ging zijn leven vertellen, terwijl ik dan gewoon mijn koffie wil drinken en de krant wil lezen. Daar is het niet op stukgelopen, gelukkig. Maar ik stap niet snel meer in een relatie als zulke dingen me storen. Toen ik jong was, dacht ik dat ik mensen kon veranderen, dat ik zoiets er wel uit zou krijgen. Die illusie heb ik opgegeven. Zo gaat dat met ouder worden: je kan jezelf nog maar moeilijk iets wijsmaken. Ik weet nu beter wat ik wil en wat ik niet meer wil.’

Het tweede weekend dat ik niet meer aan de leiding van Eurotuin stond, kreeg ik wel even een paniekaanval.

Op zijn 55ste staat De Kerpel aan het begin van een nieuw leven. Een maand geleden verkocht hij zijn bedrijf en levenswerk Eurotuin aan de tuincentrumketen Aveve. De Kerpel richtte Eurotuin op in 1995. Het bedrijf haalde over 10 miljoen euro omzet en was lang een trendsetter in de wereld van de tuincentra, maar zag zich uiteindelijk voorbijgestreefd door grotere spelers. ‘Ik heb geen opvolgers en had serieus moeten investeren om Eurotuin draaiende te houden. Ik had vier kandidaat-overnemers en vroeg me af of ik dit nog tien jaar wilde doen. Het leek me beter te verkopen, voor het bedrijf en voor mezelf. Ik wilde niet gefrustreerd raken maar in volle glorie vertrekken.’

Tot september rondt hij nog wat zaken af maar daarna is het afgelopen. Dat het helemaal anders zal zijn, voelt hij nu al. ‘Ik krijg bijvoorbeeld geen mails meer sinds ik heb gecommuniceerd dat ik ermee ophoud. Dat is afkicken, ja. Het is als stoppen met roken: de eerste vijf dagen voel je een enorm gemis en vraag je je af waarom je dit doet, maar je zet door omdat je een hoger doel voor ogen hebt, je gezondheid. Ik moet afkicken van de aandacht die ik als ondernemer voortdurend kreeg, van leveranciers, klanten, werknemers. Maar ik heb een hoger doel en dat is absolute vrijheid. Ik wil eens opnieuw met een wit blad kunnen beginnen.’

Ontbijt met De Tijd

Lochristi, 9 uur,  aan de terras tafel.

Met Rudi De Kerpel praten we over loslaten, afkicken van de aandacht en Bobby Ewing.

 

Het zou veel mensen angst inboezemen, maar De Kerpel niet. ‘Het tweede weekend dat ik niet meer aan de leiding stond, kreeg ik wel een paniekaanval. Wat zou ik die dag doen? Ik ben 23 jaar altijd bezig geweest. Zeker tijdens het hoogseizoen ging ik op zaterdag en zondag helpen in de winkel. Mijn vrienden wisten dat ze dan niet op me moesten rekenen. En dan lag plots een leeg weekend voor me uitgestrekt... Nu, langer dan tien minuten heeft dat niet geduurd. Ik heb eens diep ademgehaald, ben met mijn hond gaan wandelen. Ik kreeg ook al snel telefoon van vrienden die me uitnodigden voor een brunch. Toen wist ik: ‘Dit is oké.’’

‘Nog een koffietje?’ De Kerpel loopt de mooi gerestaureerde hoeve in Lochristi in waar hij sinds tien jaar woont. Bij het huis horen 2 hectare grond en een boomgaard. Verderop strekken velden zich weids uit. Er grazen koeien en in de verte zoomt een idyllische bomenrij de horizon af. De Kerpels hond Olie, een golden retriever, dartelt rond en knauwt wat aan een boomstronk.

Niet ver hier vandaan, in de deelgemeente Zaffelare, groeide De Kerpel op als tweede zoon in een boerenfamilie. Zijn ouders hielden koeien en bewerkten het land, maar besloten in de jaren zeventig te diversifiëren en zoals zoveel landbouwers in de buurt in te zetten op het kweken van begonia’s en later azalea’s. ‘Ik heb altijd moeten wieden en met mijn handen in de grond gezeten. Ik deed dat echt niet graag. Ik nam me voor nooit in het groen te gaan werken en begon aan grafische studies. Dat leek me een veilige keuze. Hooguit zou ik nog eens een boek met bloemen moeten drukken, maar dichter zou het tuinbedrijf niet meer komen.’

‘Wat u zoekt, zoekt u.’

Het liep anders. Bloemen werden de rode draad in De Kerpels leven. Na zijn studies sprong hij bij in het azaleabedrijf van zijn broer. ‘Het was crisis en hij kreeg zijn bloemen niet verkocht. We besloten te exporteren naar Hongkong, azalea’s voor het Chinees Nieuwjaar. We waren de eersten in België die dat deden. Een wereld ging open. Ik was nooit verder geweest dan de Grotten van Han, op schoolreis, of naar Nieuwpoort met de boerinnenbond. En opeens stond ik in Peking handel te drijven.’

‘Ik was een zakenman, zowaar. Net als Bobby Ewing uit ‘Dallas’, de knappere broer van JR die ik altijd had willen zijn. Ik had toen een tolk, een professor filosofie die wat bijkluste. Toen ik hem vertelde dat ik verbaasd was over hoe mijn leven liep, zei hij: ‘Wat u zoekt, zoekt u.’ Met andere woorden: als je iets graag wil, dan krijg je dat. Daar geloof ik in. Ik laat nu alles los en zie wel wat op mijn pad komt. Wat bij mij hoort, zal bij mij komen.’

De Kerpel geeft graag boeken cadeau en dan schrijft hij die wijze woorden van de Chinese filosoof er vaak in, zeker als de bestemmeling een jonge ondernemer is. ‘Mijn absolute lievelingsroman is ‘The Fountainhead’ van Ayn Rand. Mocht het hoofdpersonage uit dat boek bestaan, de ambitieuze architect Howard Roark, dan zou ik hem dolgraag ontmoeten. Hij heeft een radicale kijk op architectuur en drijft die genadeloos door. Ik heb dat boek al zo’n vijftig keer cadeau gedaan. De boodschap is: als je een doel hebt, moet je er keihard voor willen gaan. Ik geloof heel erg dat een consequent doorgedreven houding altijd tot resultaat leidt.’

De Kerpel heeft geen tijd meer om dingen tegen zijn zin te doen.

Zelf heeft De Kerpel ook wel weer een project waar hij voluit voor gaat. Hij wil er nog niets over loslaten. ‘Het heeft iets met duurzaamheid en met het verbinden van mensen te maken’, zegt hij alleen. En ja, zijn vrienden verklaren hem voor gek als hij erover vertelt. ‘Maar ik wil me niet op mijn sterfbed slecht voelen omdat ik het niet tenminste heb geprobeerd.’

Er staan ook wat kleinere initiatieven in de steigers. De Kerpel wil ‘iets doen’ met de Nederlander Boyan Slat, die een stofzuiger heeft gemaakt om de plastic soep uit de oceanen te zuigen. En hij wil de Japanse bloemschikker Azuma Makoto, bekend van zijn medewerking aan de modeshow van Dries Van Noten, naar België halen. ‘Dat is eerder bezigheidstherapie. Bovenal wil ik me nu amuseren. Ik wil geen stress meer. Ik wil ook eens echt dit huis gaan bewonen. Tot nu toe heb ik er alleen gelogeerd. Het is het eerste jaar dat mijn terras vol bloemen staat. Dat zegt veel.’

De Kerpel heeft geen tijd meer om dingen tegen zijn zin te doen. ‘Roland Duchâtelet heeft eens gezegd dat hij nog duizend weken had en dat hij die dus maar beter goed kon gebruiken. Niet dat de gedachte me verlamt, maar ik heb de tijd tegen. Ik heb al vrienden jonger dan mezelf begraven. Het leven is eindig, daar ben ik realistisch in. Op je twintigste heb je je leven voor je en kan je duizend dromen dromen. Ik moet geen dingen meer uitstellen.’

En dus was hij vorig weekend - lekker leeftijdsonaangepast misschien - op het dancefestival Tomorrowland. ‘Daar zei ik tegen vrienden: ‘Ik voel me 35 met twintig jaar ervaring.’ Dat meen ik echt. De maandag erop voelde ik me wel 65. Maar ik zag dat al die jonge springpaarden hetzelfde hadden.’

Ik wil ook eens echt dit huis gaan bewonen. Tot nu toe heb ik er alleen gelogeerd.

Hij is wat milder geworden met de jaren, denkt hij. Maar eigenwijs en rebels blijft hij. ‘Dat heb ik van mijn moeder, een vrijgevochten en liberale vrouw.’ Van haar heeft hij ook zijn impulsiviteit en zijn directheid. ‘Face reality. Dat is mijn motto. Ik ben uitgesproken in mijn communicatie, iets wat sommigen me kwalijk nemen. Ik zie het als mijn charme, maar you love it or you hate it. Als dat laatste gebeurt, vind ik dat spijtig. Maar onbescheiden denk ik dan: ‘Die mensen weten niet wat ze missen.’’

Over zijn homoseksualiteit is De Kerpel ook altijd open geweest. Op zijn 21ste outte hij zich. Zijn ouders reageerden zoals dat paste bij de tijd, met een mengeling van onbeholpenheid en schaamte. Wat gaan de mensen denken? ‘Ik bracht mijn moeder snel aan haar verstand dat daar inderdaad een week of twee over zou worden gepraat, maar dat het daarna weer zou gaan over wie gestorven is en wie het met wie aanhoudt. Ze wist ook dat ik haar karakter had en dat het dus geen zin had te proberen om me op andere gedachten te brengen. Mijn eerste vriend heeft ze nooit geaccepteerd. Dat vond ik jammer, maar er moest wat tijd overgaan. De tweede man heeft ze meteen in haar hart gesloten. Met hem dronk ze vanaf dag één een druppel.’

Het hele gesprek lang is het eten onaangeroerd gebleven. ‘We moeten maar eens toetasten’, zegt De Kerpel en hij smeert een mespunt confituur op een croissant. De helft verdwijnt in de muil van zijn hond, die zijn kop net niet op tafel heeft gelegd. ‘Ik heb een au pair voor Olie. Die zorgt voor hem als ik weg ben. Het is een student die hierboven woont. Van hem mag hij niet van tafel mee-eten, van mij wel. Het is compensatiegedrag, ik weet het. Ik moet tegenover Olie goedmaken dat ik zo vaak afwezig ben geweest.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content