Van tijdelijke prijsschok naar oplopende inflatie?

©Tim Dirven

Een jaar na de eerste lockdowns wijzen de inflatiebarometers omhoog. De prijsstijgingen zijn perfect verklaarbaar en onschuldig zolang ze tijdelijk zijn, maar wat is de kans dat permanente inflatie volgt?

Niemand zal verrast zijn wanneer de cijferaars van Eurostat volgende week een forse stijging van de inflatie in de eurozone bekendmaken. Volgens de consensusvoorspelling komt de inflatie in maart uit op 1,4 procent, een verdubbeling tegenover de 0,7 procent een jaar geleden.

Is dat de voorbode van de ontsporende inflatie die sommigen voorspellen zodra economieën heropenen, consumenten hun opgepotte geld kunnen spenderen en overheden massaal stimuleren? Niet noodzakelijk. De inflatiecijfers die nu binnensijpelen, zijn slechts de eerste, voorspelbare fase. Of ze een ontwrichtend vervolg krijgen, is lang niet zeker en voer voor discussie, vooral in de VS. Daar draait de regering-Biden de stimuluskraan nog wat forser open.

De cruciale factor is in hoeverre een loon-prijsspiraal tot stand komt.
Peter Vanden Houte Hoofdeconoom ING België

De inflatieopstoot die zich de komende maanden zal manifesteren, is louter een technisch gegeven dat de impact van de pandemie weerspiegelt. De lockdowns die de economie vanaf maart vorig jaar lamlegden, drukten de prijzen. De olieprijs crashte zelfs. Intussen zijn allerhande grondstoffenprijzen hersteld in anticipatie op de heropening van de economie. Bedrijven bouwen daartoe voorraden op, wat zich vertaalt in opwaartse prijsdruk in de aanvoerketen. Die internationale ketens zijn bovendien verstoord door de lockdowns, met flessenhalzen en verdere prijsverhogingen als gevolg.

Omdat de prijzen vergeleken worden met het uitzonderlijk lage niveau van een jaar geleden oogt de stijging forser. Een technisch effect dat nog versterkt wordt door maatregelen als de tijdelijke Duitse btw-verlaging in 2020 om de economie te ondersteunen. Het terugdraaien van de btw-verlaging boost de inflatie dit jaar.

‘In 2021 komen heel wat effecten samen die leiden tot een hogere inflatie’, zegt Peter Vanden Houte, de hoofdeconoom van ING België. Hij verwijst nog naar de periodieke enquête van de Europese Commissie waaruit blijkt dat steeds meer industriële bedrijven hogere verkoopprijzen verwachten.

Voor de dienstensector, die harder getroffen werd door de pandemie, geldt dat voorlopig niet, maar Vanden Houte verwacht ook daar prijsstijgingen bij een heropening. ‘Kappersinflatie’, noemt hij het, in een verwijzing naar de gestegen kappersprijzen in ons land. ‘Kappers verwijzen naar extra kosten voor veiligheidsmaatregelen, maar ze proberen ook een stuk van het geleden verlies goed te maken. Bij restaurants krijg je mogelijk hetzelfde fenomeen.’

De grote vraag is of het bij tijdelijke prijseffecten blijft of dat ze zich vertalen in een structureler inflatiestijging. Die zou centrale banken kunnen dwingen de rente op te trekken om de economie af te koelen, met het risico op een recessie als gevolg.

‘De cruciale factor - waar ook centrale banken naar kijken - is in hoeverre een loon-prijsspiraal ontstaat. Dat is hét mechanisme om tijdelijke prijsstijgingen te bestendigen’, zegt Vanden Houte. Bij zo’n spiraal eisen werknemers hogere lonen ter compensatie van gestegen prijzen - die hun koopkracht aantasten - waarna werkgevers de extra loonkosten doorrekenen in hogere prijzen, gevolgd door nieuwe looneisen.

Centraal bankiers zien voorlopig geen gevaar. Er zijn volgens hen voldoende werklozen, met in Europa mogelijk nog een stijging als de tijdelijke werkloosheid in het spoor van de lockdowns wordt afgebouwd. Dat drukt de onderhandelingsmacht om hogere lonen te vragen.

‘De onbenutte productiecapaciteit in de economie is nog bijzonder groot, zodat een groeispurt niet tot inflatie moet leiden’, zegt Hans Dewachter, hoofdeconoom van KBC. Dat verklaart volgens hem waarom de inflatieverwachtingen van werknemers, bedrijven en de markten verankerd zullen blijven op het huidige, lage niveau. Enkel een groter dan verwachte tijdelijke inflatieopstoot kan tot nervositeit leiden en opwaartse loondruk creëren, maar Dewachter acht die kans klein.

‘Je moet kijken naar hoe de belangrijke marktspelers de inflatie beoordelen, en dan is er niet meteen reden tot bezorgdheid’, zegt Dewachter. ‘Iedereen weet dat er inflatie komt en dat die tijdelijk zal zijn. De financiële markten hebben inflatie al ingeprijsd als een tijdelijk fenomeen. Centrale banken hebben al aangegeven dat ze zich niet zullen laten opjagen door de inflatie.’ De Amerikaanse centrale bank (Fed) is daarin het meest expliciet: ze paste haar inflatiedoelstelling aan naar ‘gemiddeld’ 2 procent, zodat ze een tijdelijk hogere inflatie kan tolereren als compensatie voor de te lage inflatie van de voorbije jaren.

‘Een gamechanger’, noemt Nicolas Forest, hoofd obligatiebeheer van Candriam, het nieuwe Fed-beleid. ‘De Fed kan 3 procent inflatie tolereren zonder zijn beleid te verstrakken. Dat kan op langere termijn de inflatieverwachtingen verhogen.’ Forest houdt rekening met permanent hogere inflatie in de VS, met de forse budgettaire stimulus als extra brandstof.

Vanden Houte sluit niet uit dat een opeenvolging van eenmalige schokken een permanent hogere inflatie kan creëren. ‘Als jaar na jaar de prijzen met 2 procent stijgen door telkens een andere schok, gelooft niemand nog dat het eenmalig is.’ Aan bijkomende potentiële schokken geen gebrek. Vanden Houte wijst naar het terugdraaien van de globalisering, die dankzij de inschakeling van lageloonlanden prijsverlagend werkte, en investeringen in klimaatbeleid.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud