analyse

Wacht onze economie een gouden decennium?

Optimisten schuiven de roaring twenties steeds vaker naar voren als een blauwdruk van wat onze economie te wachten staat. ©Getty Images

Of onze economie postcorona een langdurige boost zoals tijdens de roaring twenties zal genieten, weten we pas binnen enkele jaren. De sleutel ligt bij technologie. ‘Doorgaans zijn we niet goed in het vertalen van een crisis in een opportuniteit, maar misschien was corona een speciale crisis.’

Zelfs een economisch genie als John Maynard Keynes liet zich meeslepen door de euforie van de jaren 20. In zijn vrije tijd was Keynes een meer dan begenadigd belegger, maar ook hij had de Wall Street-crash van 1929 niet zien aankomen. Dat pijnlijke orgelpunt van een boomend decennium kostte Keynes 80 procent van zijn vermogen, een verlies dat hij later meer dan goedmaakte door niet langer op hypes te springen.

Dat de financiële markten opnieuw in de ban lijken van hypes - denk aan cryptomunten en speculatieve ‘meme’-aandelen als de zwalpende cinemaketen AMC - is slechts één parallel met de roaring twenties. Optimisten schuiven die periode steeds vaker naar voren als een blauwdruk van wat onze economie te wachten staat, nu we het verlammende coronavirus stilaan van ons afschudden.

Een eeuw geleden luidde het bijna gelijktijdige einde van de Eerste Wereldoorlog en de Spaanse griep een tijdperk van losbandigheid en economische bloei in. Nu zullen we evengoed gouden jaren beleven, zodra we volop ons geld kunnen laten rollen - hopelijk zonder beurscrash deze keer.

Het klinkt mooi, maar helaas iets te simpel. In de eerste plaats omdat er nog zo veel onzekerheid is. Niet alleen over de wereldwijde strijd tegen het virus, maar ook over hoe onze economie op de langere termijn zal evolueren. Om van een ‘razend’ decennium te kunnen spreken is meer nodig dan een logische kortetermijnboost na de diepe terugval het afgelopen jaar. En dan is er nog de vraag hoe relevant de vergelijking met de jaren 20 is en of het toen echt wel zo’n groot feest was als de naam doet vermoeden.

Op korte termijn lijkt de sfeer verzekerd. Consumenten en ondernemers bulken van het vertrouwen, met dank aan de verhoopte ‘revenge shopping’ door al wie noodgedwongen spaargeld oppotte tijdens de lockdowns. Tel daarbij de stimulus die overheden in de VS en Europa in de steigers hebben staan, en het resultaat is een stevige heropleving van de economie dit jaar. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) raamt de economische groei op 4,4 procent voor de eurozone en zelfs 6,4 procent voor de VS in 2021.

4,4
procent
Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) raamt de economische groei op 4,4 procent voor de eurozone.

‘Amerikaanse gezinnen staan er uitstekend voor dankzij hun enorm toegenomen spaartegoeden, wat een stevig lanceerplatform biedt voor consumptiegroei. Ook Amerikaanse bedrijven staan klaar om te investeren’, zegt James Knightley, econoom bij ING. Europa zal volgens hem iets minder spectaculair uit de startblokken schieten, deels omdat werknemers gemiddeld meer inkomen inleverden door hun terugval op tijdelijke werkloosheid. In de VS regende het ontslagen, maar keerde de overheid genereuze werkloosheidsvergoedingen uit. Daardoor waren laaggeschoolden vaak beter af mét de steun.

Een kopzorg is dat de geserveerde cocktail mogelijk zo straf is dat hij de inflatie snel zou doen oplopen, zeker nu de pandemie de aanbodzijde verstoord heeft en overal flessenhalzen dreigen, van scheepscontainers tot fietsen. Centraal bankiers rekenen erop dat dit een tijdelijk fenomeen is, maar financiële markten zijn er iets minder gerust op. Als centrale banken gedwongen worden hun monetaire beleid versneld te verstrakken om de inflatieopstoot de kop in te drukken, riskeert het een kort feestje te worden.

Een vergelijking met de jaren 20 brengt geen verduidelijking. Duitsland kende weliswaar hyperinflatie, maar dat had alles te maken met de opgelegde herstelbetalingen voor de Eerste Wereldoorlog. De Duitsers lieten daartoe hun geldpersen overuren draaien.

Het illustreert dat de roaring twenties geen globaal fenomeen waren. Terwijl de VS hun reële bruto binnenlands product (bbp) per capita met een kleine 20 procent zagen toenemen en ook Nederland en Frankrijk een relatieve hausse kenden, beleefde de Italiaanse economie een moeizamer decennium. Ook was het herstel na de Tweede Wereldoorlog spectaculairder, al was er toen geen gelijktijdige pandemie zoals de Spaanse griep die de huidige vergelijking met de jaren 20 dwingender maakt.

Groeiende ongelijkheid

De vergelijking tussen beide pandemieën is niet perfect, onderstreept John Barry, die met ‘The Great Influenza’ het standaardwerk over de Spaanse griep schreef. Die pandemie was veel dodelijker en trof vooral jongere mensen. Bij de overlevers was het gevoel van opluchting daardoor veel groter. Samen met de euforie over het onverwachte einde van de Eerste Wereldoorlog leidde dat tot een uitbundig omarmen van het leven. Dat effect speelt vandaag minder.

Toch voorspelt Yale-professor Nicholas Christakis in zijn recente boek ‘Apollo’s Arrow’ vanaf 2024 een boom in sociale interacties, creativiteit en durf als reactie op de pandemie. Plus een uitgesteld consumptiefeest, leert de geschiedenis van pandemieën volgens hem.

Behalve die optimistische kijk is een pessimistischer scenario mogelijk, zoals bij heel wat zaken in het debat over de economie postcorona. Berkeley-econoom Barry Eichengreen waarschuwt dat de onverwachte schok van de coronacrisis mensen net voorzichtiger kan maken en meer spaargeld kan doen opzijzetten. Dat zou de economische groei drukken.

Andere minder rooskleurige voorspellingen komen rechtstreeks uit een vergelijking met de jaren 20. Niet iedereen deelde toen in de welvaartsgroei. Tegenover het legendarische portret van ‘The Great Gatsby’ met zijn decadente champagnefeesten stond een harde realiteit voor landbouwers en lagere inkomens. Groeiende ongelijkheid was een probleem, net zoals vandaag.

Het is geen toeval dat pandemieën in het verleden vaak gevolgd werden door sociale en politieke onrust.

Crisissen hebben de neiging zulke breuklijnen uit te vergroten. Het is geen toeval dat pandemieën in het verleden vaak gevolgd werden door sociale en politieke onrust. In de jaren 20 en de daaropvolgende Grote Depressie leidde dat tot de opmars van fascisme en communisme, vandaag zitten populisme en autoritaire regimes in de lift. Het noopt tot een denkoefening over de organisatie van onze samenleving, wat niet negatief hoeft te zijn.

Zo heeft de pandemie de appreciatie vergroot voor de essentiële maar laagbetaalde arbeid die velen verrichtten in de vuurlijn van het virus, van verzorgend personeel tot supermarktbedienden. Volgens Christakis is het goed mogelijk dat hun lonen zullen stijgen in de VS. Het zou de groeiende ongelijkheid een halt toeroepen. Dat is ook de ambitie van de Democratische regering-Biden én de Amerikaanse centrale bank, wijst Knightley op het veranderde klimaat. Daarin past ook de grotere rol die de overheid op zich nam als schokdemper voor de coronacrisis, waarbij tijdelijke maatregelen als een verhoogde kinderbijslag in de VS wel eens permanent kunnen worden.

Ideale katalysator

Maar om het visioen van een nieuw gouden decennium te laten uitkomen, is meer nodig. Het cruciale puzzelstuk is een boost van onze productiviteitsgroei dankzij technologische innovatie. Een toenemende productie per werknemer is dé motor van onze welvaart. Op dat punt is de parallel met de jaren 20 het belangrijkst, maar ook het onzekerst. De roaring twenties surften op de elektrificatie van de economie, met allerhande huishoudtoestellen die het leven makkelijker maakten. Tegelijk begonnen de radio en de auto met verbrandingsmotor aan hun veroveringstocht.

Het equivalent van die revolutie moet vandaag komen van de digitalisering, artificiële intelligentie en de elektrische wagen. De grootschalige toepassing van die technologie moet onze productiviteitsgroei na vijftien teleurstellende jaren hoger jagen.

De pandemie is een ideale katalysator, stellen de optimisten. De lockdowns dwongen bedrijven versneld te digitaliseren, met de boom in e-commerce en thuiswerk met zoomvergaderingen als voorbeeld. Een rondvraag door de consultant McKinsey leert dat bedrijven in de eerste zeven maanden van 2020 veel zaken 20 tot 25 maal sneller digitaliseerden dan ze voor mogelijk hadden gehouden. Als de pandemie aarzelende bedrijven de digitalisering deed omarmen, zou de langverwachte digitale revolutie kunnen aanbreken. Met extra besparingen voor organisaties die van thuiswerk de norm maken en het mes zetten in dure kantoorgebouwen.

Een bijkomend argument is dat pandemieën robotisering in de hand werken, leert onderzoek van het IMF. Robots zijn immuun voor virussen en kunnen een eventuele gekrompen arbeidsbevolking vervangen, luidt de cynische economische redenering. Op korte termijn kan dat maatschappelijke spanningen creëren, waarschuwt Knightley. Zeker als de vrees uitkomt dat technologische ‘supersterbedrijven’ als Amazon hun greep op de economie nog verstevigen, met nefaste gevolgen voor de concurrentie, innovatie en lonen. En de opmars van nieuwe Gatsby’s.

Economische littekens

Knightley gaat niet mee in het verhaal van een nieuw glorieus decennium. ‘Ik denk niet dat we dit decennium eenzelfde radicale verandering zullen meemaken als een eeuw geleden, toen de oorlog de innovatie stimuleerde.’ Als de impact beperkt blijft tot vragen aan de digitale assistent Alexa om koffie te zetten, is van een revolutie niet echt sprake.

Ik denk niet dat we dit decennium een even radicale verandering zullen meemaken als een eeuw geleden, toen de oorlog de innovatie stimuleerde.
James Knightley
Econoom ING

Ook Eichengreen houdt een slag om de arm. Hij wijst erop dat de vertaling van technologie in een hogere productiviteit tijd vraagt. Een eeuw geleden waren de grootste productiviteitswinsten pas zichtbaar in de jaren 30, stelt hij. Overheden kunnen volgens hem wel een handje helpen met gerichte infrastructuurinvesteringen, bijvoorbeeld in breedbandtechnologie voor een brede en snellere verspreiding van het digitale potentieel.

Het is eerder uitzonderlijk dat we van een crisis iets moois maken, vertelt Antonio Fatas, economieprofessor aan Insead. Hij boog zich over een schadelijk fenomeen van crisissen: hysterese, ofwel economische littekens die het herstel bemoeilijken. Typische voorbeelden zijn werknemers die hun baan verliezen, hun vaardigheden kwijtspelen, ontmoedigd raken en mogelijk niet meer terugkeren naar de arbeidsmarkt. Of bedrijven die tijdens de crisis een jaar of twee niet investeren, een achterstand die moeilijk in te halen is.

‘Na een crisis brengt het herstel je nooit meer naar dezelfde trend die de economie voordien volgde’, zegt Fatas. ‘Je verliest groei en momentum, en tien jaar later kan je nog littekens zien. Nu is de coronacrisis wel een opmerkelijk korte crisis. De VS kennen een uitzonderlijk snel herstel. Ook Europa herstelt snel, zeker in vergelijking met de financiële crisis. Mogelijk blijft de hysterese ditmaal dus beperkt.’

‘Maar of je daarbovenop een technologische boom krijgt via digitalisering? Het is mogelijk, maar voorlopig zie ik geen bewijs. Een eventueel effect zie je pas binnen enkele jaren. We zijn typisch niet zo goed in het vertalen van crisissen in een opportuniteit, maar misschien was de coronapandemie wel een speciale crisis’, houdt Fatas de hoop levend.

Europa versus VS

Om die vertaalslag te maken zal onze economie moeten meewerken. Daar doemt een verschil op tussen de VS en Europa, met een mogelijke handicap voor dat laatste. Europa zette zijn economie in de vriezer door bedrijven en hun werknemers te beschermen via een uitstel van kredietaflossingen, een moratorium op faillissementen en tijdelijke werkloosheid. De VS kozen voor een brutere marktaanpak, zij het met een opgedreven werkloosheidssteun.

Er is geen reden om een even erge crash als die van 1929 te verwachten.
Robert Shiller
Economie- professor Yale

De vraag is wat de Europese economie te wachten staat als ze uit het vriesvak gehaald wordt en terechtkomt in een nieuwe realiteit. Dreigt een golf van faillissementen en werkloosheid het herstel te fnuiken? En belangrijker op de langere termijn: kan een minder flexibele economie een snelle transformatie doormaken, of dreigen werknemers ingekapseld te zitten in aanmodderende bedrijven en sectoren?

Het IMF wijst naar de lagere Europese dynamiek voor het verwachte herstel in vergelijking met de VS en andere ontwikkelde economieën. Het Europese model - dat meer bescherming biedt - wacht een confrontatie met de Amerikaanse aanpak, al is de regering-Biden bezig de scherpste kantjes eraf te vijlen.

En die zeepbel die Keynes een fortuin kostte? De zeepbelprofessor Robert Shiller ziet zeker parallellen tussen vandaag en het Wall Street van de jaren 20, dat de stevigste aandelenhausse ooit neerzette (na inflatie). ‘Maar er is geen reden om een even erge crash als die van 1929 te verwachten’, sust hij. Bovendien zijn overheden en centraal bankiers vandaag veel capabeler in het afwenden van een diepe recessie zoals die na de crash van 1929, schrijft Shiller. Dat is toch een troost.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud