WEEKBOEK ONDERNEMEN Het rommelt in de verte

Een torenhoge inflatie, kapitaalvlucht en een munt die pijlsnel waarde verliest deden Argentinië aankloppen bij het IMF. ©AFP

Tien jaar na de financiële crisis sluipt opnieuw onrust in de financiële markten door problemen in opkomende economieën die in de tang genomen worden door de duurdere dollar en de hogere Amerikaanse rente. Die verzwaren de lasten van hun buitenlandse schuld. De eerste slachtoffers zijn Argentinië en Turkije.

Het aantreden van de nieuwe Italiaanse regering veroorzaakt enige onrust op de financiële markten. Het regeerprogramma van de coalitie tussen de rechts-radicale Lega en de populistische Vijfsterrenbeweging bevat een aantal punten die haaks staan op de economische aanbevelingen van de Europese Unie die moeten garanderen dat de economische prestaties van de lidstaten niet te fel uit elkaar lopen.

Dat is van belang, want het zijn de pijlers waarop de Europese eenheidsmunt rust. Als die pijlers schots en scheef komen te staan, bedreigt dat de stabiliteit van het bouwwerk.

De onrust over de Italiaanse plannen leidde voorlopig enkel tot een beperkte stijging van de rente op Italiaans staatspapier - genoeg om de leiders van de nieuwe regeringspartijen te doen spreken over ‘chantage’ door de financiële markten. Het massaal opkopen van obligaties door de Europese Centrale Bank (ECB) belet dat het vuur meteen oplaait. Maar er smeult toch wat. Het is afwachten hoe hard de nieuwe Italiaanse coalitie het zal spelen, en of ze echt de spelregels van de euro wil testen.

Gevaarlijk pad

Dexia heeft een blootstelling van 23 miljard op Italië. Als het daar misloopt, wordt het bibberen voor de belastingbetalers.

Ze bewandelt in elk geval een gevaarlijk pad. Want er is niet veel nodig om het vertrouwen in de nog wankele Italiaanse banken onderuit te halen. Europa heeft de Griekse crisis, die in 2010 de eurozone zwaar onder druk zette, met veel moeite onder controle gekregen. Maar Italië is door de omvang van zijn economie van een ander kaliber. Banken en institutionele beleggers in Europa en elders zijn volop aan het rekenen hoeveel Italiaans schuldpapier ze in portefeuille hebben, om het risico dat ze lopen in kaart te brengen.

Voor de ene bank zal dat wel meevallen, voor de andere een stuk minder. Dexia bijvoorbeeld heeft een blootstelling van 23 miljard euro op Italië, verzameld via het belangrijke filiaal Crediop dat de groep in dat land bezat.

Ter herinnering: de Franse en de Belgische staat hebben zich garant gesteld voor een flink stuk van de verplichtingen van Dexia, dat zich sinds 2011 in een uitdoofscenario bevindt. De Belgische belastingbetaler kruist dus maar beter zijn vingers dat het in Italië niet uit de hand loopt.

Turkije

Is het in Europa nog stilte voor de storm, dan rommelt het wel al stevig op andere plekken. Argentinië is voor miljardensteun gaan aankloppen bij het vermaledijde IMF om zijn economie te stabiliseren, ontwricht door een torenhoge inflatie, een naar beneden tuimelende munt en kapitaalvlucht.

In de achtertuin van Europa heeft Turkije met gelijkaardige problemen af te rekenen. De lira verloor dit jaar al 20 procent van zijn waarde, de inflatie in het land bedraagt een stevige 10 procent. De economische problemen komen bijzonder ongelegen voor president Recep Tayyip Erdogan, want ze vallen midden in de campagne voor de Turkse presidents- en parlementsverkiezingen op 24 juni.

In de entourage van Erdogan wordt de koersval van de lira bestempeld als een buitenlands complot tegen de sterke man van Turkije. Ze zien spoken, maar de beschuldiging past in het kraam van Erdogan om het voor te stellen alsof Turkije door verschillende vreemde krachten wordt belaagd en dat de Turken daarom een front achter hun president moeten vormen.

Het klopt echter dat de problemen waar Turkije nu mee kampt uit het buitenland komen aanwaaien: de koersstijging van de Amerikaanse dollar en de klim van de rente in de VS. Dat verzwaart de lasten van de schulden die Turkije in het buitenland aangegaan is. De koersval van de lira maakt het niet gemakkelijker, want voor de terugbetaling van de schuld en de rentebetalingen, die in dollar moet gebeuren, moeten de Turkse overheid en de Turkse bedrijven dan meer lira’s verdienen.

Turkije heeft zich echter wel kwetsbaar gemaakt door zich zo afhankelijk te maken van buitenlandse schulden. Ongeveer 56 procent van de gezamenlijke schulden van de Turkse overheid en de Turkse bedrijven is in buitenlandse handen. Omdat de Turken zelf niet genoeg sparen, had het land buitenlands kapitaal nodig om zijn groei te financieren. En omdat de groeivooruitzichten goed waren en de Turkse economie redelijk stabiel bleek, kon Turkije vrij gemakkelijk aardig wat buitenlands kapitaal aantrekken.

Het land heeft een flink deel van zijn groei op de buitenlandse poef gekocht. Daardoor ontstond een aanzienlijk tekort op de lopende rekening van de Turkse betalingsbalans. Dat is de achilleshiel, als internationale beleggers en investeerders beginnen te twijfelen aan Turkije.

Ondermijnd

Erdogan heeft dat vertrouwen bovendien verder ondermijnd door op een bijeenkomst met financiers in Londen aan te kondigen dat hij de onafhankelijkheid van de Turkse centrale bank zou inperken en een grotere zeg eiste in het monetaire beleid. De president kantte zich tegen het optrekken van de rente om de lira te verdedigen en de inflatie te bestrijden.

‘Een lage rente leidt tot een lagere inflatie’, stelde hij, waarmee hij een algemeen aanvaarde economische wetmatigheid op haar kop zette. Wat meteen grote twijfels deed rijzen over zijn economische en monetaire stuurmanskunsten. De uitspraak van Erdogan valt wel enigszins te verklaren. Misschien inspireerde hij zich op het lagerentebeleid van de ECB dat gepaard gaat met een erg lage inflatie. Tot haar grote wanhoop overigens.

De perikelen in Turkije en Argentinië veroorzaken relatief weinig beroering op de financiële markten. Volgens de meeste analisten is de kans klein dat de crisis overslaat naar andere opkomende economieën, omdat de meeste daarvan gezonde economische fundamenten hebben. Ze houden beter toch een slag om de arm, de ervaring leert dat bewegingen op de financiële markten soms meer worden gedreven door emotie dan door ratio.

Als de schrik erin zit, kan de besmetting zich snel verspreiden. Dat bewees de crisis in Zuidoost-Azië in 1997. Die begon in Thailand, maar trof uiteindelijk de hele regio en leidde eveneens tot het spectaculaire faillissement van het New Yorkse hefboomfonds LTCM. Kordaat ingrijpen van de Amerikaanse centrale bank voorkwam toen dat een verdere nefaste kettingreactie op gang kwam. De herinnering aan die crisis is grotendeels vervaagd omdat er tien jaar later een veel grote financiële crisis was. De markt van woonkredieten in de VS lag toen aan de basis.

Beangstigend

De Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Paul Krugman is er nochtans niet helemaal gerust in. ‘Een hele tijd leek er geen vuiltje aan de lucht. Maar opeens komt er iets op ons af dat toch lichtelijk beangstigend is’, tweette hij deze week.

De Amerikaanse centrale bank, de Fed, voert haar beleid in functie van de Amerikaanse economie en bekommert zich weinig om de mogelijke gevolgen van haar beleid voor de opkomende economieën. Dat zei Fed-voorzitter Jerome Powell eerder deze maand tijdens een uiteenzetting in Zürich.

Dat is een enigszins kortzichtige visie. Want als het beleid van de Fed een onweer veroorzaakt in opkomende economieën, kan dat onweer zich ontwikkelen tot een storm die in de richting van de Verenigde Staten trekt en daar flink wat schade kan veroorzaken. Het is een risico waar de Fed beter rekening mee houdt. Als gevolg van de globalisering kan een brand op een plek in de wereld zich snel naar elders verspreiden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content