analyse

Wie moeten we redden?

In de wereld van de horeca denkt een op de vier over de kop te gaan, leren werkgeversenquêtes. ©AFP

Zelfs met de miljarden aan overheidssteun zijn een kwart miljoen jobs in gevaar. Wie moet door de overheid gered worden, en wie niet?

De dijkbreuk is gestopt, maar we moeten nog altijd het water wegpompen, de schade herstellen en het leven hervatten in een nieuwe wereld. In die oefening lopen we niet voor op de rest van Europa. Zo schat de werkgeversorganisatie Voka de situatie in. Hoofdeconoom Bart Van Craeynest onderzocht hoe veerkrachtig landen zijn. Hij keek naar het belang van horeca en toerisme in het bruto binnenlands product (bbp), het gewicht van de - stilgevallen - export, de capaciteit voor telewerk, digitalisering en de remmende factor van de staatsschuld op overheidssteun. 

De conclusie is dat België, zoals vaak, een land in het midden van Europa is. We doen het beter dan Zuid-Europa. En in onze dromen zijn we Noord-Europa, maar we zijn het niet. Bovendien compenseren we niet met extra overheidssteun. In procent van het bbp doen Nederland, Frankrijk, Duitsland en het VK meer.

Dat toont hoe meer nodig is, ook na het arsenaal aan uitgestelde belastingen, bankgaranties, hinderpremies, achtergestelde leningen, fiscale vrijstellingen en misschien zelfs 290 miljoen euro voor Brussels Airlines. Dat de schok niet verwerkt is, bleek deze week: Belgische bedrijven vrezen dat dit jaar een kwart miljoen Belgen hun job verliezen.

Domino-steen

‘We hebben al een marathon gelopen, maar sommigen zullen een dubbele marathon moeten lopen’, zei federaal vicepremier Alexander De Croo (Open VLD) in ‘Terzake’. En hij vervolgde dat vooral moet worden vermeden dat de ene domino-steen de andere doet vallen.

Hoe moet die volgende steunfase eruitzien? Volgens Hans Maertens, de gedelegeerd bestuurder van Voka, is het te vroeg om te kijken of er steun naar bepaalde sectoren moet gaan. Er moeten eerst nog algemene maatregelen komen. Hij denkt aan fiscale stimulansen voor bedrijfsinvesteringen en aan alles wat de export kan aanzwengelen.

©Mediafin

Toch dreigt na verloop van tijd de ongemakkelijke vraag te rijzen of de overheid bepaalde sectoren moet redden en andere niet. De coronaschok treft bedrijven met ongelijke kracht. In de wereld van cultuur, recreatie en evenementen denkt een op de vier over de kop te gaan, leren werkgeversenquêtes. In de wereld van het wegtransport en de horeca een op de vijf, in de luchtvaart en de modesector een op de zes.

Moeten en kunnen we die redden? De vraag is niet alleen hoe belangrijk die sectoren op zich zijn, maar in welke mate ze de dominostenen doen vallen. Als een café stilligt, heeft ook de brouwer geen werk. En uiteindelijk ook de graanteler en de boekhouder. Volgens data van het Federaal Planbureau creëren 100 jobs in België gemiddeld 50 jobs ergens anders.

Hoe groot die dominosteen is, hangt af van de sector. Van de door corona zwaar getroffen sectoren zijn de luchtvaart en de bouw de belangrijkste. Per 100 luchtvaart- of bouwjobs zijn er elders 135 jobs. Ook de reisbureaus zijn in dat opzicht belangrijk, met 92 extra banen. De cultuursector zit op het Belgisch gemiddelde. De cafés en restaurants zitten er net onder. Puur afgaand op de jobstatistieken zou je die dus niet meteen moeten redden, tenzij je de hele economie nationaliseert.

Stedelijke economie

Toch is het niet zo simpel. Herman Daems, de voorzitter van de KU Leuven en van BNP Paribas Fortis, vreest een immense schok in de lokale economie. In de stadskernen is al die horeca gevestigd, vinden al die cultuuractiviteiten en veel evenementen plaats, komen de toeristen en vinden de modebedrijven hun klanten. ‘Ik zie daar een drama op ons afkomen’, zegt Daems. ‘The Economist omschreef de wereld na corona enkele weken geleden als de 90 procenteconomie. Ik vrees dat het in de steden de 75 procenteconomie wordt. Je zal die een nieuw leven moeten geven.’

Volgens Daems moet de overheid in vier domeinen investeren om de schokken te dempen en klaar te zijn voor de toekomst. Naast de lokale economie denkt hij aan gezondheid, klimaat en export. Dat laatste heeft opnieuw te maken met economische veerkracht. ‘Ik heb heel hard gepiekerd over de vraag: waar zal het inkomen van België vandaan komen? Ik denk dat we moeten investeren in alles wat te maken heeft met havens en luchthavens. We doen daar soms te geringschattend over.’

Doodsbang

Tegelijk zegt Daems dat de vraag waar de overheid in moet investeren hem ‘doodsbang’ maakt. ‘Ik zou me heel ongelukkig voelen als dit het begin is van een planeconomie, waarbij de overheid onze toekomst uittekent. Het is belangrijk dat de overheid de lijnen uitzet, maar de privéwereld vraagt mee te investeren. Aan de reacties van investeerders kan je meteen voelen of een project steek houdt.’

Ook voormalig minister van Financiën en Europees Parlementslid Johan Van Overtveldt (N-VA) staat ‘zeer huiverachtig’ tegenover het pleidooi dat de overheid ‘strategische sectoren’ zou redden. ‘Wat is dat? Wat vandaag strategisch is, is het morgen misschien niet meer en overmorgen weer wel. Je kan toch moeilijk met overheidsgeld de hele horeca rechthouden?’

Dit is niet het moment om aandacht te hebben voor stervende zwanen.
Johan Van Overtveldt (N-VA)
Ex-minister van Begroting

Toch vindt Van Overtveldt niet dat de overheid aan de zijlijn moet staan. Ze móét bedrijven redden. Maar voor hem geldt maar één criterium: zouden die bedrijven zonder deze crisis gezond zijn? ‘Dit is niet het moment om aandacht te hebben voor stervende zwanen.’

Daarnaast moet de overheid volgens Van Overtveldt twee dingen doen die geen geld kosten, maar die cruciaal zijn om gezonde ondernemingen te laten overleven. Het eerste is toelaten dat bedrijven zichzelf redden. ‘Herstart de horeca, met alle regels voor sociale afstand. Ik weet dat sommigen dat vloeken in de kerk vinden, maar kijk hoe Zweden dat doet.’

Zijn tweede voorstel is vermijden dat de verkeerde mensen Belgische bedrijven redden. ‘Verbied voor een half jaar overnames.’ Van Overtveldt maakt zich zorgen over de 1.000 miljard dollar cash die de voorbije maanden door grote - vaak Amerikaanse en Chinese - bedrijven op de kapitaalmarkten is opgehaald. ‘Deels doen ze dat omdat ze cash nodig hebben, maar ze leggen ook een oorlogskas aan.’

Het toont hoe niet alleen de overheid moet nadenken over wie ze redt en waarin ze investeert, maar ook de bedrijfswereld zelf. Hoe moeilijk zulke beslissingen zijn, bewees deze week een uitvoerig rapport van Deutsche Bank. Leiden de miljardenuitgaven van de overheid onvermijdelijk tot inflatie? Of is de klap de komende jaren zo hard dat activiteit en prijzen eerst enkele jaren zullen zakken? Is het gedaan met ‘just in time’ leveren aan assemblagelijnen? Of zullen er snel start-ups opstaan die het toch doen omdat het goedkoper is? Heeft corona de online verkoop van fruit en groenen doen ontluiken, of blijft dat het terrein van de supermarkten? Zullen kantoren kleiner worden omdat meer mensen thuis werken, of net groter omdat we meer afstand willen inbouwen? Zullen werkgevers die voor kleinere kantoren kiezen een vergoeding voor thuiswerk betalen? En hoe zal dat de vastgoedmarkt doen schuiven?

Voor wie nu beslissingen neemt over investeringen in de wereld na corona zijn dat belangrijke vragen. Maar zowel de privé-investeerders als de overheid moeten vandaag beginnen na te denken over wie reddingsgeld verdient en wie niet.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud