'Bureaucratische rompslomp is gigantisch in België'

foto AFP

Het reddingsplan voor de industrie dat De Tijd zaterdag heeft voorgesteld, weekt talloze reacties los. Van bedrijfsleiders over economieprofessoren tot werkgeversorganisaties, de tien actiepunten worden druk besproken. Volg hier het debat mee.

Marc Grynberg, CEO van Umicore: 'Ik kan me terugvinden in de meeste actiepunten van De Tijd. Als materiaaltechnologiebedrijf werken wij in sectoren waar de snelheid waarmee we nieuwe producten en technologieën op de markt brengen essentieel is. Onze klanten eisen dat we flexibel zijn en snel kunnen inspelen op hun vraag om producten te ontwikkelen of onze productiecapaciteit aan te passen. De bureaucratische rompslomp die we in België moeten doorlopen om bedrijfs- en bouwvergunningen te bekomen heeft een negatieve invloed op het investeringsklimaat.'

'We begrijpen dat België strenge regels oplegt inzake essentiële bedrijfs- en bouwvergunningen. Toch slagen andere landen met een gelijkaardige regelgeving er blijkbaar wel in om efficiënter en sneller te reageren op dit soort aanvragen. En dat geldt niet alleen voor Europese landen maar zelfs ver daarbuiten.'

'Hoewel we belangrijke geldsommen blijven investeren in België, is het zo dat we onlangs een aantal investeringen elders in de wereld hebben gedaan omdat het hier gewoon te lang zou hebben geduurd om in te spelen op de behoefte van onze klanten. België beschikt nochtans over belangrijke troeven bij de ontwikkeling en het behoud van een succesvolle industrie: we hebben getalenteerde en geschoolde werknemers, een goede reputatie inzake creativiteit en innovatie en, tot slot, een benijdenswaardige centrale ligging in het hart van Europa. We moeten die creatieve energie inzetten om de bureaucratische rompslomp te doen afnemen en zo investeringen eenvoudiger te maken dan vandaag het geval is.' 

Paul Buysse, voorzitter Bekaert: 'De tien werven die De Tijd voorstelt, zijn alle tien zeer pertinent. Als we die met de grootst mogelijke daadkracht uitvoeren, zijn we al een heel eind. Ik zou die tien actiepunten willen overgieten met een saus die de sleutel is tot succes: passie. De passie voor ondernemen, de passie om Vlaanderen opnieuw internationaal op de kaart te zetten.'

'Ik wil focussen op de derde werf, innoveren en het verschil maken. We moeten naar afzetmarkten trekken waarvan we met vrij grote zekerheid weten dat ze het komende decennium welvarend zullen zijn. Denk aan China, India, Brazilië, Peru, Chili en Equador. We moeten er marktonderzoek doen om uit te vinden wat ze nodig hebben. En in die domeinen moeten wij een expertise opbouwen.'

'Ik sluit af met de volgende aanbeveling: we moeten stoppen met onze jaloezie, met voortdurend te vergelijken wat onze buurman verdient.'

Caroline Ven, gedelegeerd bestuurder van het ondernemersplatform VKW: 'Wat er voor mij uitspringt, is dat het absoluut noodzakelijk is om stabiliteit te creëren voor ondernemers, en niet nog eens extra moeilijkheden op te werpen. Ik heb er alle begrip voor dat er in het huidige moeilijke budgettaire klimaat niet veel mogelijk is, maar een stabiel investeringsklimaat kost geen geld. De twijfel die de jongste tijd is gezaaid, doet echt geen deugd. Ik steun ook de oproep voor een algemeen beleid in plaats van per sector maatregelen door te voeren.'

'Het belang van onderwijs komt volgens mij te weinig naar voren. Het is inderdaad belangrijk om ervoor te zorgen dat er meer technisch geschoolde werknemers zijn. Maar sinds 2000 is onze beroepsbevolking sterk gestegen door de migratie. Het gaat om een jonge bevolking die we maar heel moeilijk in de arbeidsmarkt kunnen integreren omdat ze de taal niet spreken en geen diploma hebben. We scoren nog altijd goed op de PISA-test, maar de kloof tussen de beste en de zwakste is heel groot in ons land. De effecten zullen maar binnen een aantal jaar echt duidelijk worden. Maar we moeten er iets aan doen, want anders zitten we met een hele grote groep mensen die we niet of heel moeilijk zullen kunnen inzetten.'

Paul Soete, CEO Agoria: 'Jullie zijn nog een punt vergeten: exportondersteuning! De industrie is de motor van de export, het is nu eenmaal veel moeilijker diensten te exporteren. We zijn op dat vlak niet slecht, maar we zitten ook niet bij de top. We moeten zien dat we minstens zo goed zijn als de Duitsers en de Denen. Het gaat hierbij ook over de performantie van financiële exportinstrumenten zoals de Delcredere en Finexpo.'

 

Red onze Industrie . De tien werven volgens tijd . Zou een 11de toevoegen : verruim de exportondersteuning — paul soete (@PaulSoete) 27 Oct 12

 

 
'Ik kan mji vinden in de tien punten. Ik wijs voorts op het belang van flexibiliteit, met name voor arbeidstijd. In Duitsland en Nederland zijn er systemen voor ‘tijdsparen’ (nvdr. dat is een systeem waarbij men overuren, compensatiedagen, vakantiedagen, etc. gaat sparen op een soort 'spaarrekening' en waarbij men deze opgespaarde uren of dagen dan later in de loopbaan kan gaan opnemen. Een dergelijk systeem kan voor een deel de dure lonen compenseren.' 

'Nog een pijnpunt is de administratie. Ik sprak onlangs met een succesvolle West-Vlaamse ondernemer. Hij heeft een fabriek in China. Volgens die man is het aspect administratie in België nog altijd het moeilijkst. Ik bevestig ook de bevindingen van mijn broer, econoom Luc Soete, dat het Vlaamse innovatiebeleid te versnipperd is.'

Gert Peersman, professor economie aan de universiteit Gent: 'Mijn belangrijkste bezwaar tegen tien actiepunten is de eenzijdige focus op bedrijven. De actiepunten leggen de nadruk op de verlaging van de belasting, terwijl er meer nood is aan een verschuiving, vooral gezien de budgettaire situatie van België. Ik mis een actiepunt over de pensioenen. Als de pensioenleeftijd vast komt te liggen op bijvoorbeeld 67 jaar en we wijken er niet meer vanaf, dan is het voor bedrijven ook interessanter om te investeren in 55-plussers. Dan zijn ondernemers zeker dat ze nog een hele tijd op de werknemer kunnen rekenen.'

'De onzekerheid wegnemen is het belangrijkste actiepunt: niet alleen voor bedrijven, maar ook voor gezinnen. Tot slot: ik gooi geregeld een aantal lijntjes uit om de index te hervormen, en ik wil dat bij deze hier ook doen.'

Pascal Cools, algemeen directeur van Flanders DC - de Vlaamse organisatie voor ondernemerscreativiteit: 'Vereng  innovatie niet tot Onderzoek & Ontwikkeling (O&O). Ja, O&O is noodzakelijk, maar het is niet voldoende. Het innovatiemanagement gaat verder buiten het lab. Het gaat dan over het vernieuwen van de business, het zien van nieuwe markten. Er mag niet eenzijdig worden ingezet op het ontwikkelen van technologie van scratch - misschien is er al technologie beschikbaar, eventueel in het buitenland, die we tot een business kunnen maken.' 

 

milan40_be En veel meer 'stelen' uit buitenland. Waarom enkel o&o van scratch ondersteunen? Source nr nieuwe tech en maak er business van. — De Tijd (@tijd) 30 Oct 12

 

'Wat we nodig hebben is integrale innovatiezorg. We hebben instrumenten zoals de innovatiecentra - ze benijden ons daarvoor in het buitenland, maar ze zijn nog niet voldoende bekend hier in Vlaanderen. Die centra sturen mensen naar de bedrijven, quasi gratis of helemaal gratis.' 

Marc Leemans, voorzitter ACV: 'Wie over loonkosten spreekt, moet appelen met appelen vergelijken. Als het over de loonkost gaat, vergeet men de fiscale lastenverlaging aan bedrijven. Als je die in rekening neemt, dan ligt de Belgische loonhandicap lager dan 1 procent. Zolang we dat niet doen, blijven we ons land nadelig positioneren op het scorebord van buitenlandse investeerders.'

'Dat neemt niet weg dat de loonkost te hoog ligt. Ik zeg dat al maanden, ook in deze krant. Maar in plaats van te morrelen met kleine ingrepen, willen wij een structurele hervorming. We moeten ambitieuzer zijn dan we nu zijn. Ziekte en kinderbijslag worden nu alleen gefinancierd door lasten op arbeid. We moeten durven om die geheel of gedeeltelijk te financieren met een collectieve samenlevingsbijdrage en zo de loonkost structureel te verlagen. We moeten zoeken naar andere inkomens die op dit moment veel minder belast worden dan arbeid. Ik denk aan inkomsten uit onroerende goederen of inkomsten uit speculatie.'

'Investeerders zekerheid geven is goed, maar eigen aan wetgeving is dat mensen achterpoortjes zoeken. Dan moet het toch mogelijk zijn om de wet aan te passen zodat misbruiken niet meer mogelijk zijn, zoals nu bij de notionele intrestaftrek wel het geval is.'

'De industrie moet gestimuleerd worden om zich met zeer hoogwaardige producten te richten op groeimarkten. Innovatie is daarin een belangrijk aandachtspunt. Hier vind ik het belangrijk om meer in te zetten op de vorming van de werknemers. Wat dat betreft, hinkt België achterop in vergelijking met andere Europese landen. Werkgevers investeren amper 1,09 procent van de loonmassa in opleidingen, terwijl jaren geleden in een IPA afgesproken werd om  1,9 procent te investeren. Binnen Europa bengelen we achteraan in het peloton.' Tot slot, om werken in de industrie aantrekkelijker te maken, is het absoluut noodzakelijk om het statuut van arbeiders en bedienden gelijk te schakelen. Wie wil aan de slag in een tweederangsstatuut?

Stijn Decock, hoofdeconoom van VOKA, het Vlaams Netwerk van Ondernemingen: 'De 10 aanbevelingen die De Tijd maakt voor een Industriële Relance stemmen sterk overeen met de analyse en de oplossingen die ook wij maken over de Belgische industrie. De loonkost is op dit moment de grootste prioriteit. Niet zozeer het nettoloon vormt het probleem maar de totale loonkost. De hoge loonkost maakt concurreren tegenover onze directe buurlanden zeer moeilijk, laat staan tegenover Zuid- of Oosteuropa. We willen hier ook opmerken dat ook andere landen in Europa niet stilstaan en hun kostenstructuren aan het hervormen zijn. De concurrentie van bijvoorbeeld Zuideuropese landen zal nog groter worden. Het is niet voor niets dat de productie van Ford Genk naar het Spaanse Valencia verhuist. Een aantal zwakke Eurolanden zijn door al hun miserie heen hun competitiviteit in snel tempo aan het opkrikken met een uitgesproken matigingspolitiek.'

'We moeten hier dus dringend uit de vicieuze cirkel stappen dat hogere loonkosten tot minder arbeid leiden waardoor de lasten op degene die wel werken nog meer stijgt.  De lasten verlaag je op lange termijn het best door meer mensen aan het werk in de verdiensectoren in plaats van in de overheid of in een of ander uitkeringsstelsel. 
Rechtzekerheid staat terecht op de tweede plaats. Dat is niet allleen een probleem voor de onderneming, ook de ondernemer als persoon wil hier veel meer duidelijkheid. Nu ervaart hij heel wat wetgeving als te rigide (bv op aansprakelijkheid) of teveel willekeur bij de controle op de naleving van die wetgeving.  
Rechtzekerheid slaat ook op alles wat met afhandeling van administratieve procedures en het vergunningsbeleid. Ook hier zijn nog heel wat tijds- en efficiëntiewinsten te boeken, zowel bij de ondernemers als bij de overheid. '

 

België zou beter wat meer naar Holland kijken in plaats van naar Hollande #voka — Stijn Decock (@VOKA_sdecock) 30 Oct 12

 

'Om de top-3 volledig te maken is Onderzoek en Ontwikkeling zeer noodzakelijk om in een geglobaliseerde hoogtechnologische wereld stand te houden.  Naast meer investeringen in O&O moeten we er vooral voor zorgen dat goede ideeën de weg naar bedrijven en producten vinden.  Er is Vlaanderen duidelijk een creatieve boom, zowel in de kunsten als in de wetenschap. Die creativiteit moet beter een aansluiting vinden met het bedrijfsleven.'

'Als er een aspect onderbelicht blijft bij de aanbevelingen van De Tijd is het onderwijs. In België is er een grote mismatch tussen de vraag naar bepaalde arbeidsprofielen en het aanbod van profielen. Dit geld voor zowel laag- als hooggeschoolde jobs. Dit terwijl de werkloosheid in bepaalde regio’s hoog is, vooral bij jongeren. Werkplekleren veel meer aanmoedigen lijkt ons een goede maatregel om meer jongeren met een technisch profiel op te leiden. De Duitse variant van werkplekleren maakt dat de Duitse industrie relatief gemakkelijk aan goede technisch opgeleide arbeiders raakt, iets wat in België een probleem is. Bij de hogere profielen zullen we nog meer talent van buitenuit moet kunnen aantrekken, zowel als student als specialist. Zeker in een hoogtechnologische  samenleving wordt dit heel noodzakelijk. Ook hier met de gedachte dat de buurlanden hier ook niet stil zitten.'

'Tot slot, nog een punt wat onderbelicht is gebleven, is alles wat met flexibiliteit te maken heeft. Zeker wat oudere werknemers betreft, is er in België nog heel wat mogelijk. We hebben op Italië na de laagste participatiegraad van 55 plussers. Dit komt door een zeer rigide anciënniteitssysteem waardoor 55-plussers zich gewild of ongewild uit de markt prijzen. Dit moet dringend veranderen omdat naast het feit dat heel wat knowhow te vroeg voor de economie verloren gaat, dit ook financieel onhoudbaar is. Ook interne flexibiliteit inzake arbeidstijdregelingen is bijzonder essentieel om bedrijven toe te laten zich aan te passen aan de steeds sterkere conjunctuurschommelingen. Het stelsel van tijdelijke werkloosheid is daarbij een troefkaart en mag niet sneuvelen bij de vorming van het eenheidsstatuut.'

 

Robert de Mûelenaere, gedelegeerd bestuurder van Confederatie Bouw: 

'Verlaag de loonkosten. Dit moet een topprioriteit zijn van de regering. Het concurrentievermogen van onze Belgische bouwbedrijven staat hierbij op het spel. Meer dan andere sectoren ondervinden zij zware concurrentie van buitenlandse bedrijven afkomstig van landen waar de loonkosten veel lager liggen dan bij ons. Daarbij komt nog concurrentie van het informele circuit tot en met ronduit illegale arbeidsvormen. Wij denken concreet aan 3 punten: loonmatiging, een hervorming van de automatische indexering en een vermindering van de lasten. De Confederatie Bouw eist ook dringend een oplossing voor het dossier over de harmonisering van de statuten van arbeiders en bedienden. Een uitblijven van een oplossing ten gronde zou voor de bouw, een sector met meer dan 210.000 werknemers, waarvan 85% arbeiders, immers bijzonder nadelige gevolgen hebben qua concurrentievermogen.'

'Geef investeerders zekerheid. In de context van de bouw gaat het hier vooral om het creëren van een stabiel en gunstig fiscaal beleid. Plotse veranderingen in fiscaliteit, denken we maar aan het afschaffen van de fiscale aftrek voor energiebesparende maatregelen, zorgen voor grote terughoudendheid op de markt. Het is in dat verband ook van groot belang dat de woonbonus behouden blijft. En ook een btw-verhoging zou voor de bouw, en vooral voor de nieuwbouw, bijzonder nefast zijn. De overheid moet zelf ook het goede voorbeeld geven. De Confederatie Bouw is in dat verband voorstander van het versneld energiezuinig maken van de overheidsgebouwen als onderdeel van de relancestrategie.'  

'Zorg voor een goede werking van de arbeidsmarkt. De bouwsector heeft nood aan instrumenten die onze arbeidsmarkt meer dynamiek kunnen geven. Algemeen gesproken moet er een betere afstemming komen van vraag en aanbod. We denken hierbij bijvoorbeeld aan het flexibeler maken van de arbeidsduur. Ook voor een goede werking van de arbeidsmarkt is het dossier over de harmonisering van de statuten van arbeiders en bedienden belangrijk.'

'Bestrijd fraude. Het is van belang dat de strijd tegen sociale en fiscale fraude wordt voortgezet. De Confederatie Bouw is in dat verband een loyale partner van de regering en heeft actief meegewerkt aan recente initiatieven zoals de strijd tegen schijnzelfstandigen of de verschillende aansprakelijkheidsregelingen. De reden is duidelijk: bedrijven die frauderen zorgen immers voor oneerlijke concurrentie voor die bedrijven die wel de regels volgen.'    

'Ontwar de mobiliteitsknopen. Ook essentieel in de bouw. De vele uren in de file wegen immers op de productiviteit van bouwbedrijven. Daarenboven kent ons land een oplopend tekort aan investeringen in infrastructuurwerken. Ook dat heeft ook een impact op ons concurrentievermogen, zoals onlangs nog werd bevestigd door het World Economic Forum.'

 

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content