reportage

Lowie Vermeersch, ontwerper van de ultieme Italiaanse sportwagen

Als kind in het landelijke Meulebeke droomde Vermeersch er al van later auto's te tekenen. 'Dit is de droom al ver voorbij.' ©Alessandro Albert

Voor zijn tachtigste verjaardag wilde de vermaarde Italiaanse raceautobouwer Gian Paolo Dallara een wagen waarmee hij naar zee kon rijden én het ronderecord op een circuit kon breken. De West-Vlaamse designer Lowie Vermeersch gaf hem de Dallara Stradale. Een testrit in de heuvels rond Turijn.

Twee schaalmodellen van de Dallara Stradale. Een stapeltje brochures van de interieurbiënnale in Kortrijk. Een tijdschrift met het logo van Vlaanderen In Actie. Veel meer valt er in de vergaderzaal van Granstudio niet te ontdekken. Het is even na tweeën als Lowie Vermeersch (45), de baas van het designbureau, komt binnengewandeld. ‘We moeten nog lunchen. Laten we met de Dallara naar een restaurant rijden. In de media gaat het altijd over de prijs en de topsnelheid, maar je moet hem gewoon eens voelen.’

Vermeersch leidt me naar een smalle koer tussen de twee ateliers. Daar staat hij: een knalgele Dallara Stradale, de zesde die is gebouwd. ‘De eerste tien Dallara’s zijn geel, de nationale racekleur van België’, verklaart de West-Vlaming, die de auto mocht tekenen voor de tachtigste verjaardag van de Italiaanse autopaus Gian Paolo Dallara. ‘Dit is geen gewone auto. Terwijl andere auto’s een compromis tussen gebruiksgemak en prestatie zoeken, is de Dallara is een pure performance-auto. We hebben geen enkel compromis gesloten.’

De Dallara is een pure performance-auto. We hebben geen enkel compromis gesloten.

En dus heeft de Dallara geen deuren. Om in te stappen moet je de hoofdsteun vastgrijpen, je been over de carrosserie zwaaien en je voet op het vakje ‘step here’ tussen de ‘billen’ van de stoel laten landen. De boomlange ontwerper doet het voor. ‘Ik vind het een mooi ritueel’, glimlacht hij. ‘Je kan niet even snel in de auto stappen en wegrijden.’

Vermeersch stopt ons een helm toe. Hij wil meteen vertrekken. Terwijl hij de auto de straat op stuurt, valt op hoe sober het interieur is. Op het ovalen sportstuur staan tien knopjes, waarmee je onder meer de richtingaanwijzers en de koplampen bedient. Behalve een kleine digitale toerenteller, die rood oplicht als je moet schakelen, bevat de Dallara geen technologische snufjes. Zelfs geen USB-poort.

‘Dit is een analoge auto. Er zit niets op dat niet noodzakelijk is voor de rijprestaties. Het gaat om de fysieke ervaring.’ Vermeersch stuurt de Dallara traag over de Turijnse tramsporen. ‘We zitten zo ver van de grond’, zegt hij, en hij strekt zijn duim en wijsvinger. ‘Hoe lager het gewicht, des te beter de wegligging.’

Vermeersch is een grote naam in de autowereld. Hij tekende tal van Ferrari’s en Maserati’s en prijkt geregeld in de lijstjes van beste autodesigners ter wereld. In Turijn, de hoofdstad van het Fiat-imperium en de Italiaanse auto-industrie, voelt hij zich op zijn plaats.

Als een handschoen

We verlaten het centrum en rijden langs de 17de-eeuwse Villa della Regina de heuvel op. Vermeersch trekt stevig op, zodat we tegen de rugleuning worden gedrukt. Met zichtbaar plezier scheurt hij door de bochten. ‘In een andere lichte auto zou je nu van links naar rechts worden geslingerd. Maar de Dallara is erg snel én stabiel in bochtenwerk. Het interieur omsluit je als een handschoen en je benen zitten aan de zijkanten vast. Het contact tussen de auto en je lichaam moet zo groot mogelijk zijn.’

Een trage, turquoise Fiat 500 houdt ons op. Vermeersch haalt hem in en versnelt opnieuw, tot een bestelwagen met tuinmateriaal hem weer tot traagheid dwingt. Het is intussen beginnen te regenen. Het water gutst in brede stromen uit de riolen. We slippen twee keer in de bochten. ‘Deze auto is gemaakt om in de regen te rijden. Al het materiaal is waterdicht’, zegt Vermeersch geruststellend.

Aan de voorstelling van de auto kwamen tranen te pas. Bij veel mensen. Ook bij mij, ja.
Lowie Vermeersch
Designer

Voor een raceauto maakt de Dallara weinig lawaai, zeggen we. ‘De Dallara is erg humaan. Hij mag niet agressief overkomen als we een dorp binnenrijden.’ Terwijl we een snelheidsbord met ‘60’ passeren, trekt Vermeersch opnieuw op. De Dallara lijkt minstens dubbel zo hard te gaan. ‘Ik weet niet hoe snel we reden. Ik let daar niet op. Het gaat om de ervaring’, zal hij daar later over zeggen.

Aangekomen in het dorpje Pecetto rijden we door het centrum en langs de biologische appelboerderij naar de chique golfclub I Ciliegi. ‘Ik golf niet, maar ik heb hier nog gewoond en weet dat hier altijd parkeerplaats is’, zegt Vermeersch. Hij rijdt tot voor de inkom van het restaurant. Een kind dat net buitenkomt, kijkt verwonderd op. ‘Dallara!’, roept een man verrukt.

Verjaardagscadeau

We klauteren uit de zetel. Voor we binnengaan, wil Vermeersch nog zijn ontwerpkeuzes toelichten. Hij heeft het over het hoge chassis zonder deuren, dat de Dallara steviger, lichter en dus performanter maakt. Hij wijst ons op de luchtinlaat voor de koeling en de motor, die vooraan zit en zo de efficiëntie verhoogt. Hij praat over de grote bodemoppervlakte en de kaarsrechte zijvlakken, die de aerodynamica verbeteren.

‘Ik kan hier uren over praten’, zegt Vermeersch als we het restaurant binnengaan. Hoewel de receptionist ons zegt dat de keuken al gesloten is, informeert de designer aan de bar of er nog salades zijn. ‘Alleen panini’, luidt het antwoord. En dus eet Vermeersch op een bloemetjessofa in de hotellobby een broodje met mozzarella en tomaat.

We vragen hoe Dallara en hij elkaar hebben gevonden. ‘Dallara is bij het grote publiek niet bekend, maar behoort tot de absolute wereldtop in de ontwikkeling en de bouw van raceauto’s voor andere merken, onder meer in de formule 1. Gian Paolo Dallara, de eigenaar, droomde er al zijn hele leven van een eigen auto op de markt te brengen. Het management beloofde hem die wagen voor zijn tachtigste verjaardag.’

'Aan de voorstelling van de Dallara Stradale kwamen tranen te pas. Ook bij mij.' ©Alessandro Albert

Vermeersch stelde zich kandidaat om de auto te ontwerpen, Gian Paolo Dallara pikte hem eruit. ‘In 2015 briefte hij me als volgt: ‘Ik wil een auto waarmee ik met mijn kleindochter door de heuvels naar zee kan rijden. Daar eten we ’s middags een spaghetti alle vongole. Op de terugweg stop ik bij het racecircuit van Mugello om het ronderecord te breken. En dan rijden we weer naar huis.’’

Vermeersch lacht. ‘Ik moest die twee elementen verenigen. Een bloedsnelle auto, maar ook menselijk. Performance met een heel natuurlijk gevoel. En de vorm in symbiose met de functie. We hebben dus vormgegeven aan wat in essentie schoonheid is. Functie, performance en schoonheid liggen dicht bij elkaar. Dat bewijst deze Dallara.’

Was Gian Paolo Dallara tevreden met het resultaat? ‘De presentatie van de auto, die samenviel met zijn verjaardagsfeest, was het mooiste moment van mijn carrière. Toen we na de voorstelling het restaurant binnenwandelden, stond de auto in het midden van de zaal. Daarna toonden zijn kleinkinderen een diashow over hun opa. Er kwamen tranen bij hem. Bij veel mensen, eigenlijk. Ja, ook bij mij.’

Geen filters

Vermeersch krijgt telefoon. ‘Je hebt een probleem’, meldt hij droog nadat hij heeft opgelegd. ‘Je moet over twintig minuten in de studio vertrekken om de bus naar de luchthaven te halen.’ We rekenen snel af en klauteren weer in de Dallara. Vermeersch maakt vaart en racet zonder schroom twee carabinieri voorbij. ‘Ik ben op de snelweg ooit tegengehouden door de politie. Ik vreesde een snelheidsboete. Maar die agent wilde gewoon mijn auto eens bekijken’, vertelt hij.

We beginnen aan de afdaling van de heuvel richting Turijn, achter de Fiat Doblo van een ‘pittore creativo’. ‘Make art, not war’, staat op de achterruit van de schildersauto. Vermeersch steekt zijn duim op. De ontwerper komt uit een kunstenaarsnest. Zijn grootvader José was beeldhouwer, zijn vader Rik en zijn drie broers Pieter, Robin en Tinus zijn beeldend kunstenaar. ‘Ze vinden de Dallara mooi’, zegt Vermeersch.

In de Dallara zit het sublieme in de prestaties, en het aardse in de eenvoudige uitwerking.

Of hij het oordeel van zijn familie belangrijk vindt? Hij knikt. ‘Mijn familie vormt een puur referentiekader. We doen allemaal iets anders, maar er is een connectie. We verbinden het sublieme en het aardse. In de Dallara zit het sublieme in de prestaties, en het aardse in de eenvoudige uitwerking. Tussen die twee zitten geen filters. De Dallara is niet ontworpen volgens trends. Ik heb geen elementen toegevoegd om de auto agressiever of specialer te maken. Dat vind ik ook terug bij mijn broers en mijn vader.’

Vermeersch stuurt de auto over een smalle brug over de Po. Door de files komen we amper vooruit. Enkele scholieren beginnen te juichen als ze de Dallara spotten. Een man roept: ‘Bella, bella!’ Verderop laat een groep jongens van zich horen. ‘Ze zeggen dat ik gas moet geven’, vertaalt de designer. Als het licht op groen springt, trapt hij het gaspedaal in, om honderd meter verder bruusk af te remmen. ‘Ik krijg hier nooit negatieve reacties. Dat is het cultuurverschil tussen België en Italië.’

Nieuwe dromen

Als kind in het landelijke Meulebeke droomde Vermeersch er al van later auto’s te tekenen. ‘Toen ik dat op school vertelde, lachte iedereen me uit. Daarom zei ik dat ik al blij zou zijn als ik de deurklink van een auto mocht ontwerpen. Wat ik nu doe, gaat die droom dus al ver voorbij. Maar intussen krijg ik al nieuwe dromen.’

Die dromen situeren zich in de toekomst van de mobiliteit. ‘De Dallara is het ene extreem, de pure auto. Je kan er op zondag mee door het landschap rijden, maar niet mee naar het werk pendelen. Het andere uiterste is gedeelde mobiliteit: taxi’s, deelfietsen en elektrische steps, maar ook innovatieve voertuigen die we nu nog niet kennen.’

Granstudio, het designbureau dat Vermeersch acht jaar geleden in Turijn oprichtte, past in dat verhaal. ‘Voor de rest van mijn carrière alleen auto’s tekenen, voelde te eng aan. Door een studio op te richten heb ik meer vrijheid om dingen te doen die me interesseren.’

Omdat er geen tijd meer is om de studio te bezoeken, staat Vermeersch erop zijn projecten later via Skype voor te stellen. Een week na onze autorit zullen we slides te zien krijgen van de e- auto’s die zijn studio ontwerpt, maar ook van een boot, een zelfrijdende stadsshuttle die stilstaand licht geeft en een ‘railpod’ die op een in onbruik geraakt treinspoor rijdt. Voor een zelfrijdende auto ontwierp de studio een draaibaar systeem met drie functies: een dashboard, een scherm om naar te kijken of een tafel om aan te werken.

Ik heb nooit een Ferrari gekocht. Sommige sportwagens benadrukken te veel dat ze duur en blits zijn.

‘Het probleem met veel mobiliteitsscenario’s is dat ze aan RoboCop doen denken. Wij zijn geïnteresseerd in de realiteit van de toekomst, niet in de pure fantasie. Wij omarmen de technologie, maar ze mag geen doel op zich zijn.’

Hoewel hij in zijn carrière al auto’s voor prestigieuze merken zoals Ferrari tekende, blijft Vermeersch bescheiden. In het dagelijkse leven rijdt hij met een BMW, die hij binnenkort inruilt voor een Volvo. ‘Ik heb nooit een Ferrari gekocht. Sommige sportwagens benadrukken te veel dat ze duur en blits zijn. Deze Dallara kregen we als deel van het contract.’

Ondanks zijn grote naam noemde de designer zijn ontwerpbureau bewust niet Studio Vermeersch. Al is hij ook over de huidige naam niet tevreden. ‘In Turijn staat het woord gran voor iets positiefs, maar in de rest van de wereld denken de mensen aan groot. Die naam Gran Studio is het enige waarvan ik vandaag spijt heb.’

Ontwerper Lowie Vermeersch: 'In de Dallara zit het sublieme in de prestaties, en het aardse in de eenvoudige afwerking.' ©Alessandro Albert

Vervuilende Vespa

In Turijn trekt Vermeersch nog eens op. De wind fluit langs onze oren. Vermeersch knelt zijn smartphone in zijn helm om even met zijn medewerkster te bellen. Na het gesprek zegt hij: ‘Je haalt het niet. Ik breng je meteen naar het busstation.’ Hij schakelt Google Maps in en scheurt over een rotonde.

Aan het volgende rode licht staat een Vespa. Een stinkende walm waait de Dallara binnen. ‘Die vervuilt zeker tien keer meer dan deze auto’, zegt Vermeersch. Waarom rijdt de Dallara eigenlijk niet elektrisch? ‘De technologie was er nog niet klaar voor. Deze Dallara verbruikt maar 7 liter per 100 kilometer omdat hij zo licht is. Maar je zal me niet horen zeggen dat de Dallara een ecologisch project is. Dat is hij absoluut niet.’

Hoe kan iemand zo bezig zijn met duurzame mobiliteit en toch een vervuilende Dallara tekenen? ‘Het is wat schizofreen’, geeft Vermeersch toe. ‘Ik ben kritischer voor mezelf geworden. En de studio is alleen nog met elektrische voertuigen bezig. Maar mijn ecologische voetafdruk is sowieso een ramp, omdat ik de hele wereld afreis voor mijn job. Als ik categoriek nee zeg tegen alle projecten die niet honderd procent ecologisch zijn, moet ik een heleboel werknemers naar huis sturen. Het komt er dus op aan een evenwicht te zoeken.’

Ik krijg hier nooit negatieve reacties als ik met de Dallara Stradale onderweg ben. Dat is het cultuurverschil tussen België en Italië.
Lowie Vermeersch
Designer

Vermeersch zigzagt behendig tussen enkele trage auto’s. ‘Ik ben van nature erg rustig, maar vind het prettig als het er rond mij heftig aan toe gaat.’ Ontspannen doet hij in het bergdorp waar hij met zijn vrouw en zijn zoon woont. Na twintig jaar in Italië spreekt Vermeersch trouwens nog accentloos Nederlands. ‘Ik ben in België opgegroeid, heb in Nederland gestudeerd en woon nu het grootste deel van mijn leven in Italië. Het contact met België is belangrijk, maar ik zou er nog moeilijk kunnen leven. Je raakt hier snel gewend aan het klimaat.’

‘Kijk, die blauwe bus moet je halen!’ Vermeersch parkeert de Dallara op de busstrook. Het is 16.57 uur, drie minuten voor het vertrek. Een politieagent stopt naast de gele raceauto. Hij is nieuwsgierig. Als de luchthavenbus wegrijdt, staat Vermeersch nog altijd met hem te praten. Bella, bella!

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect