Vlaanderen pakt valse oldtimers aan

Oldtimers zijn populairder dan ooit. ©EPA

Het tot tien keer voordeliger fiscaal regime voor auto’s die 25 jaar oud zijn, doet het aantal oldtimers exploderen op onze wegen.

Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) werkt aan nieuwe regels voor ‘oldtimers’, voertuigen die minstens 25 jaar oud zijn. Wagens zouden pas vanaf 30 jaar het statuut van oldtimer kunnen krijgen en frequenter gekeurd moeten worden. Die hervorming moet het fiscale misbruik in de categorie tussen 25 en 30 jaar aanpakken.

De sector geeft toe dat er met die leeftijdscategorie een probleem is. Minstens 6.000 Porsches, Mercedessen, BMW’s en andere wagens in uitstekende staat bollen rond voor dagelijks gebruik.

Dag en nacht

Het misbruik wordt in de hand gewerkt door een liberalisering in 2013. Voordien mochten voertuigen met een O-plaat zich alleen tussen zonsopgang en -ondergang maximaal 25 kilometer verplaatsen binnen het kader van een toegelaten manifestatie.

6.000
De belangenclub van oldtimereigenaars schat dat ongeveer 5 procent van de 120.000 oldtimerbezitters, een totaal van 6.000 wagens, misbruik maakt van het gunstige fiscale regime.

Sinds juli 2013 mogen oldtimers dag en nacht rijden. Gebruik voor woon-werkverkeer en in een professionele context is wel verboden. Toch gebeurt dat massaal. De reden: een wagen met de status van oldtimer is vaak tot tien keer fiscaal voordeliger dan een normale wagen, ook al verschillen ze amper in leeftijd.

Door een achterpoortje liggen zowel de eenmalige inschrijvingsbelasting als de jaarlijkse verkeerstaks en de kostprijs van de verzekering - die vertrekt van de idee dat een oldtimer amper op de weg komt - veel lager.

Volgens berekeningen van de Vlaamse Belastingdienst betaalt een eigenaar voor een wagen met het bouwjaar 1993, afhankelijk van de verzekering, tussen 1.335 en 2.235 euro aan taksen en verzekering. Een auto van één jaar ouder - die als oldtimer kan worden ingeschreven - kost fiscaal 110 tot 380 euro.

Inschrijvingen verdubbeld

Dat misbruik vertaalt zich in de cijfers.

Het totale aantal oldtimers is gestegen van 190.620 in 2012 naar 259.531 vorig jaar, een toename met bijna 40 procent. De echte explosie zit in de modellen tussen 25 en 30 jaar, met een groei van 38.693 in 2012 tot 66.205 vorig jaar. Dat is net geen verdubbeling.

Misbruik

Soepeler in Brussel

Vanaf januari 2018 mogen oude, vervuilende wagens met een hoge uitstoot het Brussels Gewest niet meer in. Opmerkelijk is een volledige vrijstelling voor alle oldtimers ouder dan 25 jaar.

Antwerpen, dat zes maanden geleden begon met een ban op vuile wagens in de binnenstad, is strenger. Voor oldtimers met een leeftijd tussen 25 en 40 jaar is de zone binnen de kleine ring volledig off limits. Daar wordt maximaal acht keer per jaar een uitzondering op gemaakt, aan een dagtarief van 35 euro.
Een eerste overtreding levert een boete van 125 euro op, bij recidive wordt dat 350 euro. Wie met een model ouder dan 40 jaar rondtuft, kan voor 180 euro per jaar vrij in de lage emissiezone rijden. De reden is de cultuurhistorische meerwaarde van de oudste categorie wagens. Meerdere oldtimereigenaars zijn intussen naar de rechter gestapt omdat ze in Antwerpen een volledige vrijstelling willen.

De vraag is of de Brusselse aanpak van oldtimers de lage-emissiezone niet gedeeltelijk ondergraaft.

De sector steekt niet weg dat het begrip oldtimer behoorlijk breed opgerekt wordt en dat er misbruik is. ‘De cijfers verdienen wat nuance’, zegt Peeter Henning van de belangenclub van oldtimereigenaars BFOV. ‘De overheidsdienst mobiliteit neemt elk voertuig ouder dan 25 jaar op in de statistieken, maar dat zijn lang niet allemaal oldtimers. Er zitten heel wat oude opleggers en tractoren bij die nog dagelijks gebruikt worden. Het aantal echte oldtimers met een O-plaat is beperkt tot dik 120.0000.’

Volgens Henning zijn er een aantal verklaringen voor de forse groei van vooral de jongste categorie oldtimers. ‘Sinds een paar jaar worden motor- en bromfietsen meegeteld, wat een deel van de sprong verklaart’, luidt het.

Daarnaast zijn het ook niet allemaal nieuwe inschrijvingen. Wallonië heeft in 2016 de jaarlijkse verkeersbelasting voor auto’s tussen 25 en 30 jaar opgetrokken van 36 euro naar het bedrag voor een gewone personenwagen. Het gevolg is dat veel Walen hun oldtimer hebben uitgeschreven en opnieuw hebben geregistreerd onder de naam van Vlaamse vrienden of familie.

Toch is een groot deel van de piek te verklaren door misbruik, geeft de BFOV toe. 'Volgens ons maakt ongeveer 5 procent van de 120.000 oldtimerbezitters, een totaal van 6.000 wagens, misbruik van het gunstige fiscale regime’, zegt Henning.

Nieuwe regels

De drie gewesten werken daarom parallel aan strengere regels. Er is al beslist de leeftijd waarop een wagen als oldtimer kan worden ingeschreven en recht krijgt op de fiscale korting geleidelijk op te trekken.

Tegen 2022 moet een auto 30 jaar zijn om van een oldtimer te kunnen spreken. Daarnaast zullen wagens van 30 jaar en ouder zich periodiek - er is sprake van elke vijf jaar - moeten melden bij de autokeuring. Bij wagens onder 30 jaar wordt de controle jaarlijks verplicht.

Nu is de keuring alleen bij de inschrijving verplicht en daarna nooit meer. Dat moet het kostenvoordeel van een oldtimer verlagen, zodat de mensen sneller een recentere wagen kopen.

Er is haast gemoeid bij de nieuwe regeling. Die had van Europa eigenlijk al in mei dit jaar van kracht moeten worden, maar de regio’s hebben uiterlijk tot mei 2018 om dit te regelen. 

Gesponsorde inhoud

Partner content