Aston Martin duikt weer in het rood

Palmer beloofde voor elk jaar een nieuw model, sneed in het personeel en bezorgde Aston Martin in 2017 iets wat het tien jaar lang niet meer gemaakt had: winst! ©Bloomberg

Als James Bond stevig heeft ingetekend op de beursgang van zijn huisautomerk Aston Martin, kon hij woensdag een extra Martini gebruiken. Aston Martin kreeg na teleurstellende halfjaarcijfers nog maar eens een flinke tik op de beurs van Londen.

Het aandeel verloor in ruim een week meer dan de helft van zijn waarde. Van de 4,3 miljard pond (4,7 miljard euro) die het bedrijf bij de ronkende beursgang vorig najaar volgens beleggers waard was, is nog amper 1 miljard pond over. Een ‘Skyfall’ in James Bond-termen.

Aston Martin-CEO Andy Palmer zal het met lede ogen aanzien: het is een smet op zijn vooralsnog blinkende blazoen. Sinds de Britse ingenieur vijf jaar geleden het Japanse Nissan inruilde voor Aston Martin trok hij het iconische merk uit het slop. Lang had hij niet nodig om de overstap van massaproductie naar nichemerk te verteren: ‘De beslissingen zijn dezelfde, alleen een paar nullen minder.’

Voor Palmer is die beursnotering veel meer een last dan een lust.

Palmer beloofde voor elk jaar een nieuw model, sneed in het personeel en bezorgde Aston Martin in 2017 iets wat het tien jaar lang niet meer gemaakt had: winst!

Het eerste nieuwe model dat Aston Martin onder zijn regime lanceerde, de DB11-sportwagen (vanaf 187.000 euro), bleef onder Palmers ijzeren regie. Van de eerste duizend exemplaren voerde hij persoonlijk de laatste, een uur durende, kwaliteitscontrole in de fabriek uit. Twaalf auto’s per dag, waaraan hij ’s avonds om 6 uur begon. Overnachten deed hij op kantoor. Als hij toch naar huis rijdt, legt hij de rit tussen het hoofdkantoor in Gaydon en zijn huis nabij het circuit van Silverstone bij voorkeur af in een oude Aston Martin V8 Vantage.

Het eerste nieuwe model dat Aston Martin onder zijn regime lanceerde, de DB11-sportwagen (vanaf 187.000 euro), bleef onder Palmers ijzeren regie. ©rv doc

Een van Palmers succesformules om het kleine Aston Martin weer rendabel te krijgen, was de ontwikkeling van hypercars: zeer exclusieve sportwagens in een beperkte oplage en tegen torenhoge prijzen, zoals de Valkyrie, waarvan er 175 gebouwd worden voor 2,8 miljoen euro elk.

Het sluitstuk van de renaissance van Aston Martin moet komen van de introductie van de DBX, de eerste SUV van het merk. Het model gaat tegen de herfst in de verkoop en moet de verkoop van Aston Martin verdubbelen van 6.500 nu naar 14.000 in 2025.

No-dealbrexit

Maar de eigenaren van het merk, de Koeweitse staatsbank Dar en het Italiaanse fonds Investindustrial, wachtten niet op het beloofde succes van de SUV om gedeeltelijk te cashen. Ze brachten Aston Martin eind vorig jaar naar de beurs.

Voor Palmer is die beursnotering veel meer een last dan een lust. Niet in de laatste plaats omdat het grootste deel van zijn beloningspakket uit aandelen bestaat. En de opbrengst van de beursgang vloeide niet terug naar het bedrijf, maar verdween naar Dar en Investindustrial. Daardoor blijft de financiële situatie van Aston Martin met een schuld van 590 miljoen pond precair.

Daar komt nog bij dat Palmer met Aston Martin niet kan terugvallen op de voordelen die andere sportwagenmerken als Porsche, Lamborghini en Bentley bij de moedergroep Volkswagen kunnen halen. Dat is cruciaal in tijden waarin zware investeringen in de ontwikkeling van elektrische aandrijving en zelfrijdende technieken nodig zijn.

Daar komt de groeiende dreiging van een no-dealbrexit onder premier Boris Johnson nog bij. Aston Martin bouwt al zijn auto’s in het Verenigd Koninkrijk, maar haalt 60 procent van de onderdelen uit de Europese Unie. Import- en exporttarieven zouden een nachtmerrie zijn. James Bond is voor minder urgente problemen opgeroepen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n