Verjaring dreigt voor grote Fortis-strafzaak

Het oude Fortis-logo in Rotterdam. ©ANP XTRA

Het doel om voor 2019 de zaak-Fortis berecht te krijgen, is steeds minder haalbaar. De verjaring dreigt.

In december 2013 schreeuwden de advocaten van de gedupeerder Fortis-beleggers moord en brand. Omdat Olivier Coene, de openbaar aanklager die toen het Fortis-onderzoek onder zijn hoede had, het had aangedurfd een brief te richten aan hun cliënten, de beleggers. Daarin waarschuwde Coene dat het nog moeilijk zou worden om de Fortis-zaak binnen de verjaringstermijn van tien jaar af te ronden. Hij somde in de brief zeven procedurele tussenstappen op voor het tot een definitieve uitspraak kan komen voor het Hof van Cassatie. Zo moet de raadkamer de zaak doorverwijzen naar de rechter ten gronde. Om verjaring vanaf (eind) 2018 te vermijden, moest een ritme van ‘ongeveer twee Fortis-processen per jaar’ worden gehaald.

Maar 2,5 jaar later ligt het dossier nog altijd bij de onderzoeksrechter, die op vraag van de partijen bijkomende onderzoeksdaden moest stellen. En de timing van twee procedureslagen per jaar is nog krapper geworden om de deadline van 2019 nog te halen. De volgende grote stap is dat de twee openbaar aanklagers die de zaak behandelen, eindelijk naar de raadkamer kunnen trekken met het dossier. Maar dan is de weg naar het proces ten gronde nog lang. Want na een uitspraak van de Brusselse raadkamer over wie al dan niet op de beklaagdenbank moet zitten, lonken nog meer procedures voor de kamer van inbeschuldigingstelling en het Hof van Cassatie voordat het echte proces voor de correctionele rechtbank van start kan gaan.

Een van de advocaten van de beklaagden in de Fortis-strafzaak bevestigt dat ‘er voor het ogenblik geen beweging’ zit in het dossier. Volgens hem is iedereen verwonderd over de trage gang van zaken. ‘Ik hoor telkens prognoses over de timing, maar de inschattingen moeten voortdurend worden bijgesteld. De verjaring komt langzaam dichterbij. Er is nog zo’n twee jaar om het hele traject af te werken. Het parket kan ook beslissen om niet langer te vervolgen, maar dat zie ik niet gebeuren. Dat zou psychologisch moeilijk zijn tegenover de bevolking. Tenzij men wacht op de afhandeling van de schikking in Nederland, omdat er dan toch een vergoeding is.’

Ageas

De mogelijkheid bestaat zelfs dat eerst nog meer bijkomende onderzoeksdaden moeten volgen. Zo wordt Ageas (ex-Fortis) niet mee vervolgd door de openbaar aanklager. Maar als de raadkamer daar anders over beslist en Ageas toch doorverwijst naar de beklaagdenbank, zal Ageas nog extra onderzoek vragen. Dat suggereert Filip Coremans, de risicodirecteur van Ageas.

‘Er is nog geen nieuw dossier overhandigd aan het parket, het ligt nog bij de onderzoeksrechter’, stelt Coremans vast. ‘Het is nog altijd mogelijk dat het in het derde kwartaal, in september bijvoorbeeld, opnieuw wordt gestuurd naar de procureur. Of die dan onmiddellijk overgaat tot een verruiming van de doorverwijzing of niet, weten we niet. Als we worden doorverwezen of andere partijen die tot nu niet waren doorverwezen, kunnen we opnieuw bijkomende onderzoeksdaden vragen. Nieuwe partijen kunnen dan nieuwe onderzoeksdaden vragen.’

Communicatie

Het grote Fortis-strafdossier gaat over de mogelijk misleidende communicatie tegenover de Fortis-aandeelhouders en werd al gauw na de val van Fortis in oktober 2008 geopend. Maar de eindvordering van het parket, om zeven toplui te vervolgen, volgde pas in februari 2013. Ruim drie jaar later heeft de Brusselse raadkamer die vordering dus nog niet kunnen behandelen.

De procureur des Konings van Brussel, Jean-Marc Meilleur, sprak begin juli nog over de trage gang van zaken in de Fortis-zaak in een interview met De Tijd. ‘Ik wil niet over dat concrete dossier spreken, maar we zijn niet goed uitgerust voor zo’n grote zaak. Een affaire als Fortis belandt bij een onderzoeksrechter, die er alleen voor staat en die nog meer grote dossiers moet afwerken, zoals de treinramp in Buizingen. Misschien zou het beter zijn mochten sommige onderzoeksrechters in Brussel zich alleen met financiële dossiers bezighouden. Maar dat moet de rechtbank beslissen.’

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) benadrukt dat hij al veel initiatieven heeft genomen om de rechtsgang te versnellen. Maar hij is er zich van bewust dat financiële dossiers zeer complex kunnen zijn omdat complexe onderzoeksdaden moeten worden uitgevoerd die technische expertise vereisen. Daarom worden binnenkort dubbel zoveel substituten ingezet die met financiële zaken belast zijn, luidt het.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud