Als de Spaanse kas leeg is, is er altijd een Mexicaanse goudmijn

'Banamex belde uw correspondent de voorbije twee jaar elke dag, het belcentrum blijkt niet in staat foute telefoonnummers te corrigeren’. Het Britse weekblad The Economist vat in zijn jongste editie in typische stijl de Mexicaanse banksector in één zin samen.

Het zinnetje illustreert hoezeer de Mexicaanse banksector een comfortabel oligopolie van vier grootbanken is: het nummer drie Banorte is de enige lokale speler, de rest is in buitenlandse handen.

Marktleider Banamex is de parel aan de kroon van de kwakkelende Amerikaanse gigant Citi en de nummers twee en vier, BBVA Bancomer en Santander Mexico, zijn steunpilaren van hun moedermaatschappij uit Spanje, het land van de permarecessie. Een kwartet dat niet echt op het scherpst van de snee concurreert voor de gunst van de Mexicaanse klant.

De schaarse Mexicaanse gezinnen en ondernemingen die toegang hebben tot bankdiensten, betalen ruim voor dat ‘privilege’: terwijl de vergoeding op spaardeposito’s ruim onder de inflatie ligt, bedraagt het prijskaartje voor consumptie- of investeringskrediet vaak een veelvoud van de levensduurte.

Het halfjaarverslag van Banco Santander spreekt boekdelen: Mexico is met een rendement op eigen vermogen van 25,7 procent veruit de rendabelste tak van de Spaanse gigant. Met 12 procent van de ingezette activa tekent Mexico voor 26 procent van de winst. Elke verdiende euro kost Santander in Mexico slechts 37,5 cent, tegenover 51,2 cent in het VK.

Santander brengt vandaag maximaal 1,69 miljard aandelen of 24,9 procent van zijn Mexicaanse filiaal naar de beurs: een vijfde op de beurs van Mexico, de rest op Wall Street. De intekenprijs prikten de 19 (!) begeleidende banken vast op 31,25 peso of 12,18 dollar per Amerikaans certificaat, dat vijf onderliggende 'Mexicaanse' aandelen vertegenwoordigt.

Santander haalt met de grootste Mexicaanse beursintroductie ooit 4,1 miljard dollar op. Beleggers waarderen zo Santander Mexico op 16,6 miljard dollar, twee keer de boekwaarde, terwijl Santander zelf tegen 0,8 keer de boekwaarde in de euroramsjbakken ligt.

De beursgang bewijst het genie van CEO Emilio Botín-Sanz de Sautuola García de los Ríos, Emilio Botín voor de vrienden. Dé overlever van de Europese bankencrisis, die maandag 78 wordt, slaat met de noteringen van minderheidsbelangen van de beloftevolle filialen in Chili, Brazilië en nu Mexico twee vliegen in één klap.

Hij haalt vlot geld op, inspelend op het beleggersenthousiasme voor Latijns-Amerika in het algemeen en Mexico in het bijzonder. En zo dicht hij zonder kapitaalverhoging en zonder controle af te staan de zware averij die de Spaanse vastgoedcrisis in de kapitaalbuffers van de groep slaat.

En vooral: met de extra notering in Mexico onderstreept Botín dat Santander meer is dan Spanje op een ogenblik dat beleggers ‘zijn’ bank bij elke opstoot van de Spaanse griep dumpen en analisten de Spaanse retailtak een nulwaardering opplakken. Mexicaanse goudmijnen die armlastige Madrileense kassen spekken, het is een lang verhaal.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud