interview

‘Dossiers als Dexia zijn de impotentie van justitie'

België heeft nood aan een financieel federaal parket, vindt advocaat Geert Lenssens. ©Dieter Telemans

De Dexia-aandeelhouders die een strafklacht indienden tegen de financiële groep wegens marktmisleiding, gooien de handdoek in de ring. ‘Met veel frustratie. Er waren wetsinbreuken’, zegt hun advocaat Geert Lenssens.

Het failliete Optima als gewezen overbuur en BNP Paribas Fortis een verdieping hoger. De ligging van het advocatenkantoor SQ Law in Sint-Agatha-Berchem, aan het begin van de E40 naar Gent, is toeval. Maar dat neemt niet weg dat het kantoor vooral bekend is van zaken in de financiële sector, als verdediger van gedupeerde beleggers en klanten. Ageas (Fortis), Dexia, Arco, Optima, Weghsteen, Lernout & Hauspie, … . Er is haast geen dergelijk dossier of SQ Law, en dan vooral partner en medeoprichter Geert Lenssens, boog er zich over.

Zo lag hij mee aan de basis van de strafklacht die leidde tot het gerechtelijk onderzoek naar de val van Fortis. Ageas schikt die en andere rechtszaken echter met 1,3 miljard euro smartengeld. In het dossier van de val van Dexia voerde hij namens particuliere aandeelhouders aan dat de groep in de aanloop naar haar ondergang in 2011 niet correct communiceerde. Maar de lijvige strafklacht draait hoogstwaarschijnlijk op niets uit: het Brusselse gerecht ziet na zijn onderzoek geen redenen om iemand te vervolgen. De aandeelhouders konden zich verzetten, maar staken nu de strijd.    

Waarom doen ze dat?

Geert Lenssens: ‘Het parket gaat niet mee, wat toch een enorme handicap is in zo’n complexe en omvangrijke zaak. Voorts gaat die verjaren in 2021 en dat is niet meer zover weg. Het is onmogelijk om tegen dan een einduitspraak te hebben. Bovendien vormen de particuliere aandeelhouders de minderheid. Door de sterke verwatering van hun belang hebben ze bijna niets meer over. Het vraagt, ruim zeven jaar na de feiten, dan ook mentaal heel veel inspanningen van hen. Grote aandeelhouders zoals Arco en de Gemeentelijke Holding doen liever niets. Ten slotte zijn we geen ridders op een wit paard. We zijn vakmensen en moeten budgetten hebben, anders kunnen we niet werken. Ik ben niet het type dat de handdoek in de ring gooit. Maar uiteindelijk zijn het de cliënten die beslissen en zij zien het niet meer zitten.’

Dat gebeurt blijkbaar niet van harte?

Lenssens: ‘Het is met veel frustratie. Ons onderzoek leerde dat er indicaties waren dat de communicatie van Dexia naar de markt niet correct was. De aanleiding voor de klacht was zelfs een publiek gegeven: een interview met de toenmalige gouverneur van de Nationale Bank, Luc Coene, die in oktober 2011 zei dat Dexia al in mei van dat jaar in palliatieve zorgen verkeerde. Als je dat naast de officiële communicatie legt, zie je meteen dat er iets niet klopt.’

Ik heb in de coulissen gehoord dat er hele generaties gespecialiseerde onderzoekers met veel ervaring met pensioen gaan, maar dat er geen opvolging is.
Geert Lenssens
Advocaat

Toch komt er geen rechtszaak na het strafonderzoek.

Lenssens: ‘Daarover moet de raadkamer nog oordelen. Maar negen kansen op tien zal het een buitenvervolgingstelling worden. Extra pijnlijk is dat de FSMA (de beurstoezichthouder, red.) ook een onderzoek voerde, op vraag van de onderzoeksrechter, en dat leverde positieve resultaten op. Elementen die we namens onze cliënten aanbrachten in de klacht werden ten dele bevestigd door de FSMA. Er zijn wetsinbreuken gebeurd. We voelden grond aan onze voeten. Voor ons was het meer dan voldoende om door te gaan. Dat maakt het extra frustrerend voor die kleine aandeelhouders die vinden dat justitie haar werk niet doet en de grote vissen niet gepakt worden. Alle clichés komen dan naar boven. Ze kunnen niet begrijpen dat het openbaar ministerie de zaken laat voor wat ze zijn.’

Waarom leiden die bevindingen van de FSMA dan niet tot actie?

Lenssens: ‘De FSMA heeft niet het laatste woord. Bovendien is het strafonderzoek doorheen de jaren totaal verzand geraakt. Het parket heeft de klacht aanvankelijk nochtans met veel interesse ontvangen. Maar er is dan bijna een stoelendans ontstaan van magistraten, waardoor er geen continuïteit was en dat is fataal voor zo’n dossier. Dat is trouwens een van de grondproblemen van justitie. Ik heb in de coulissen gehoord dat er hele generaties gespecialiseerde onderzoekers met veel ervaring met pensioen gaan, maar dat er geen opvolging is. Daar komt bij dat Dexia een dossier is waarvan velen bij justitie denken dat er niet veel eer te rapen valt.’

Maar ook in het Fortis-dossier waren er dergelijke wissels.

Lenssens: ‘Ja. Maar dat is een uitzondering en daar zijn er wel resultaten. Het belangrijkste is de schikking. Het gerechtelijk onderzoek heeft daar mee toe bijgedragen. Dat heeft ook een belangrijk maatschappelijk effect omdat het geholpen heeft de geloofwaardigheid van justitie te herstellen. Ik sta daar dan ook volledig achter (Lenssens stapte met zijn cliënten in de regeling, red.). Maar bij Dexia is het een ander paar mouwen. Daar schoot men bijna zoals bij een hardloopwedstrijd uit de startblokken, je zag de energie en de dynamiek, maar na verloop van tijd vertraagde dat onderzoek en viel het stil. Nochtans toont justitie met Fortis dat ze grote zaken aankan. Maar het duidelijk wantrouwen van de burger blijft. Hij kan niet begrijpen dat de pakkans bij verkeersovertredingen 100 procent is en dan ziet hij een dossier zoals dat van de Bende van Nijvel. Ik stel het misschien een beetje scherp en populistisch maar dat is de perceptie bij veel Belgen. Het beeld is niet positief. Dat straalt af op de magistraten en dat is jammer want er zijn veel erg getalenteerde mensen bij die het goed menen.’

Toen de Nationale Bank zich er twee jaar later mee moeide, barstte de bom in het Optima-dossier. Toen kon het in Gent plots niet snel genoeg gaan. Mijn cliënten zijn zwaar ontgoocheld.
Geert Lenssens
Advocaat

Er is ook een contrast tussen grote en kleine dossiers, zoals Dexia en Optima, waar er een serieus strafonderzoek aan de gang lijkt.

Lenssens: ‘Maar ook niet altijd. In 2014 (twee jaar voor het faillissement van Optima Bank, red.) kreeg ik de opdracht van cliënten om de verzekeringsproducten van Optima te onderzoeken omdat er volgens hen inbreuken met strafrechtelijke implicaties waren. We doen een aantal vaststellingen en willen een strafklacht met burgerlijke partijstelling indienen bij de onderzoeksrechter in Gent. Ik maak een afspraak, maar hij geeft me het dossier terug met de melding dat hij het niet gaat doen en geeft me de raad naar een andere onderzoeksrechter te gaan. Zelfde scenario daar, met de melding dat ik in Gent niemand zou vinden die het zou doen.’

Hebben ze dan allemaal zaken gedaan met Optima?

Lenssens:(Ontwijkend) Ik was verbouwereerd. Ik ben 35 jaar aan de balie en heb altijd geloofd in justitie en het systeem verdedigd. Maar als je zoiets meemaakt, vraag je je toch af wat er aan de hand is. Ik kreeg de suggestie een link te zoeken met een ander gerechtelijk arrondissement. Die was er, in Antwerpen. Daar kon ik de klacht zonder probleem indienen, maar na een paar weken kreeg ik te horen dat Antwerpen het dossier terugstuurde naar Gent. Zonder dat ik van iets wist. En in Gent wordt er bijna niets mee gedaan. Integendeel. Optima dient een strafklacht in tegen mij wegens schending van het geheim van het onderzoek en omdat ik plaatsvervangend rechter ben (in de ondernemingsrechtbank in Gent, red.) komt die klacht bij het parket-generaal. Dat was hallucinant. Als advocaat, met een onberispelijke carrière, werd ik plots behandeld als ik weet niet wat. Complete waanzin. Dat heeft me zeer sterk ontgoocheld, al werd de zaak geklasseerd zonder gevolg. Er kon me niets verweten worden. Twee jaar later barstte de bom, toen de Nationale Bank zich ermee moeide. Toen kon het in Gent plots niet snel genoeg gaan. Mijn cliënten zijn zwaar ontgoocheld. Ze begrijpen niet dat hun dossier niet sneller tot iets leidde. Het contrast met Dexia is zeer groot: bij Optima was het kot te klein en bij Dexia verzandt het dossier totaal. Welke conclusies moet men daaruit trekken? Het minste wat je kan zeggen is dat er in Gent iets niet klopte.’

Waarom functioneert justitie in ons land niet goed?

Lenssens: ‘De magistraten kunnen er niets aan doen want het grondprobleem is het veel te lage budget. Geef minister van Justitie Koen Geens, een van de beste ministers die we al gehad hebben op dat departement, het dubbel van zijn huidige budget en hij gaat dingen realiseren. Het antwoord ligt dus bij de politici. Als mensen teleurgesteld zijn in justitie, wat je toch overal kan zien, dan is het aan de kiezer om daar in het stemhokje iets aan te doen. Zo eenvoudig is het. Eigenlijk wordt het contrast tussen justitie en de economie te groot: justitie is traag en duur en de economie vandaag wil dat alles snel en goedkoop is. Dat contrast moet worden aangepakt. Een ander grondprobleem is de obsessie voor papier. Sommige dossiers zijn niet meer te verwerken door een mens, zelfs niet door meerdere. Advocaten doen zelf ook niets liever dan schrijven. Het is een ziekte. Het is evident dat er altijd een schriftelijke fase moet zijn in de procedure. Maar in veel landen ligt de nadruk op de mondelinge verwerking ter zitting. Dat vergt een andere benadering, met langere zittingen en andere regels maar minder papier.’

Welke oplossingen ziet u?

Lenssens: ‘Om die grote financiële zaken tot een goed einde te brengen, zou men zoals in Frankrijk een federaal financieel parket moeten oprichten. Dat functioneert daar ongelooflijk goed en heeft een uitstekende reputatie. In februari was er in Parijs een correctionele uitspraak waarbij de Zwitserse bank UBS, een van de grootste ter wereld, veroordeeld werd tot een miljardenboete. Men heeft het over een mijlpaal. Dat is te danken aan dat parket. Daar zitten topspecialisten met voldoende budget en personeel die nodig zijn voor zo’n complexe dossiers. Dat geeft de burger een aangenaam gevoel van rechtszekerheid en veiligheid want men weet dat dat soort criminaliteit die zelfs een staat kan ondermijnen, wordt aangepakt.’

Stel dat de Madoff-fraude, die in 2008 ontdekt werd, in België gepleegd was. In de VS is hij al lang veroordeeld en het grootste deel van het geld is gerecupereerd en uitbetaald. Kijk naar waar we zitten met Lernout & Hauspie. We zijn 20 jaar verder en voor de beleggers: nougatbollen.
Geert Lenssens
Advocaat

Hoe komt het dat we nog geen federaal financieel parket hebben? Er is wel al een gewoon federaal parket dat goed lijkt te werken.

Lenssens: ‘Absoluut. Die mensen leveren zeer goed werk, zelfs in die mate dat je je afvraagt hoe men dat deed zonder federaal parket. Ik denk dat budgettaire redenen meespelen. Er is gewoon geen geld. Nochtans heeft elk dossier, ook de kleinere zoals Weghsteen onlangs, een impact op het spaar- en beleggingswezen en op het vertrouwen van beleggers. Zo’n parket kan zich ook bezighouden met witwasdossiers of omkopingszaken. Er zijn zaken genoeg en ik denk dat zo’n parket voor de publieke opinie echt een gamechanger zou zijn. We zitten nu op een hellend vlak. De mensen worden het moe om altijd maar te lezen over procedurefouten, verjaringen en vrijspraken. Met een goede structuur kan je dergelijke dossiers perfect voor de rechter brengen.'

'Dat weten ze in de VS ook al langer. Dat is niet het land van melk en honing, maar het zit juridisch veel beter in elkaar dan hier. Stel dat de Madoff-fraude, die in 2008 ontdekt werd, in België gepleegd was. In de VS is hij al lang veroordeeld en het grootste deel van het geld is gerecupereerd en uitbetaald. Kijk naar waar we zitten met Lernout & Hauspie. We zijn 20 jaar verder en voor de beleggers: nougatbollen. Vandaar dat ik de Ageas-schikking zo schitterend vind. Die komt tegemoet aan een maatschappelijke nood. Ze is goed voor justitie, Ageas, de duizenden beleggers en de samenleving. Maar bij Lernout & Hauspie, Dexia en Arco blijven duizenden anderen in de kou staan. Dat is de impotentie van justitie en dat leidt tot frustratie en ongenoegen, terwijl justitie een van de pijlers van onze democratie is. Al die mankementen van justitie kunnen opgelost worden met budgetten, maar ik wil het zeker niet beperken tot een geldkwestie. Het moet worden gekoppeld aan visie. Ik begrijp niet dat men daar niets aan doet.’

Ziet u nog oplossingen?

Lenssens: ‘We zitten in België met een halfbakken classactionwet (voor massaschadezaken, red.), een compromis. Ik ga niet zeggen dat die wet een doodgeboren kind is, maar de enige die nu classactions mag voeren is Test Aankoop. Dat is een vergiftigd geschenk. Je zou die regeling moeten openstellen voor andere partijen. Men denkt dat het dan een snoepwinkel wordt voor advocaten, maar dat is niet zo. Men onderschat schromelijk de investeringen die advocaten moeten doen en de navenante risico’s. Men zou dan ook het toepassingsgebied moeten verdubbelen. En er is de alternatieve geschillenbeslechting, via bemiddeling als alternatief voor het klassieke proces. Daar moet meer gebruik van worden gemaakt. Maar er is al evolutie op dat vlak: de wet is vorig jaar veranderd waardoor rechters mediatie kunnen verplichten, op alle mogelijke niveaus. Vroeger kon het enkel op basis van vrijwilligheid.’

U bent al heel wat jaren bezig met dergelijke financiële dossiers. Treedt er geen moedeloosheid op?

Lenssens: ‘Neen, integendeel. De laatste twee jaar waren er twee grote schikkingen, in de dossiers Ageas en Kempar. Dat toont aan dat het de moeite waard is en dat je geduld moet hebben. We treffen ook tamelijk veel schikkingen die niet in de krant komen. Meer dan 60 procent van de zaken die hier binnenkomen, belanden in een schikking. Ik doe mijn beroep nog altijd ontzettend graag en ik denk dat dat is omdat ik makkelijk de knop kan omdraaien en zorg voor een goed evenwicht. Natuur en kunst zijn voor mij belangrijk om te ontspannen.’

‘Veel te veel advocaten’

Een advocaat die pleit voor minder advocaten. Het is opmerkelijk en toch is het dat wat Geert Lenssens doet. ‘Er zijn te veel geroepenen en te weinig uitverkorenen: te veel advocaten en te weinig gespecialiseerde. Er is een armoedeproblematiek in de advocatuur, al is dat een groot taboe, maar men kan het niet ontkennen. Er gaan zonder twijfel faillissementen van advocatenkantoren komen. Heel het beroep staat op een scharniermoment. Er komt veel nieuwe technologie op ons af, zoals artificiële intelligentie. Je kan dat niet tegenhouden. Robots gaan een deel van het werk overnemen. Maar de advocatuur in België is daar totaal niet mee bezig en er wordt hier niet in geïnvesteerd, al zijn er uitzonderingen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect