Een bijzonder geslaagde bankoverval

Tijden veranderen. Sinds de financiële crisis is het nationaliseren van banken weer in de mode. Nog geen twintig jaar geleden was er een grote privatiseringsgolf. De enige constante in het hele verhaal is een gebrek aan visie en beleid. De privatisering van de ASLK zette de toon.

Het boek ‘Van ASLK tot Fortis, afscheid van een openbare instelling’ wordt morgen voorgesteld. Een laat afscheid van wat ooit de grootste spaarbank van Europa was. ‘De Kas’ ging ten onder aan politiek gekibbel, interne ruzies en de Maastrichtnorm.

Toen de sociale liberaal Walthère Frère-Orban de Algemene Spaar- en Lijfrente Kas (ASLK) in 1865 oprichtte, had hij drie doelen voor ogen. ‘De Kas’ moest de arbeiders aanzetten tot sparen, tot het vormen van een pensioen (lijfrente) en later ook nog eens tot het aangaan van een woonkrediet. Dat moest niet alleen de scherpe kantjes van het 19de-eeuwse kapitalisme afvijlen, maar ook sociale rust brengen.

De ASLK slaagde bijzonder goed in die missie en tot 1955 had ze een quasi-monopolie op de spaarboekjes. Vanaf de jaren zestig zouden branchevervaging en despecialisatie de concurrentiële druk doen toenemen. En de overheid zelf wist niet zo goed wat ze met de instelling moest aanvangen.

Openbare bank

Na veel politiek gepalaver werd de ASLK in 1980 een openbare bank. De instelling beleefde een cultuurschok. De ASLK verloor haar privileges uit het verleden en mocht ineens ook alle functies uitoefenen die andere kredietinstellingen uitoefenden.

Het nieuwe statuut was een politiek compromis tussen de socialisten en de christendemocraten. De socialisten wilden hun invloed in de ASLK verhogen, terwijl de christendemocraten er vooral op aandrongen dat de spaarbanken uit hun zuil - BAC verbonden met het ACV en CERA verbonden met de Boerenbond - betere concurrentievoorwaaden zouden krijgen.

Intern was de schok ook groot. De ASLK was tot dan een instelling met een strakke hiërarchie. De directeur-generaal was oppermachtig en overzag alle operaties. Luc Aerts, de toenmalige directeur- generaal, had een CVP-signatuur. Hij zag de opsplitsing van zijn instelling in een bank en een verzekeringsmaatschappij niet zitten. Aerts werd directievoorzitter van de ASLK Bank.

Bovendien werd het directie- comité van de ASLK de landingszone voor ‘cabinetards’ die hun diensten aan hun ministers (en partij) beloond zagen door een mooie functie in de overheidsbank.

‘Aerts was tegen zijn zin voorzitter van het directiecomité. In een directiecomité neem je normaal collegiaal beslissingen. Dat was moeilijk voor een man die jarenlang directeur-generaal was geweest en dus alleen verantwoordelijk voor de gang van zaken bij de hele ASLK. Aerts vond dat na de opsplitsing in twee delen iedereen verantwoordelijk was voor zijn eigen divisie. Dat was een gevaarlijke evolutie’, zegt Gilbert Van Laethem, toenmalig adviseur van Luc Aerts.

Het ging dan ook goed fout. Vooral bij de buitenlandse vestigingen, die onder de verantwoordelijkheid vielen van Paul Hen- rion, wiens voornaamste verdienste was dat hij de zoon was van de liberale minister Robert Henrion.

Onder Henrion ging de ASLK tal van buitenlandse avonturen aan. CGER France was de Franse bankdochter die zich voor miljarden franken verslikte in de Franse vastgoedmarkt. Ook kwamen er bijkantoren in Londen en New York, zonder duidelijke missie, maar met een hoge kostprijs.

De ondoordachte buitenlandse expansie was maar een symptoom van de algemene malaise. De ASLK raakte in de jaren tachtig serieus op drift.

Privatisering deel 1

De vernieuwde ASLK was amper twee jaar oud toen het eerste schot voor de boeg werd gelost. De toenmalige liberale minister van Begroting, Guy Verhofstadt, koesterde het plan om de ASLK te privatiseren. Verhofstadt was toen nog vol van de ideeën van Magaret Thatcher en Ronald Reagan. De privatisering was een ideologische kwestie.

Het verzet werd onmiddellijk georganiseerd. Gilbert Van Laethem werd gesommeerd bij Fons Verplaetse, toen nog kabinetschef van premier Wilfried Martens, en bij Jean-Luc Dehaene, toen minister van Sociale Zaken. Ze argumenteerden sterk tegen de mogelijke privatisering en eisten dat de ASLK een waslijst van bezwaren zou opstellen. Voor de ACV-vleugel in de CVP was de ASLK een te belangrijk instrument om uit handen te geven.

Nochtans stelde Verhofstadt geen ‘harde’ privatisering voor. Hij wilde de bank eerder ‘teruggeven’ aan de spaarders. De ASLK was immers een instelling die was uitgegroeid zonder kapitaalinbreng van de overheid. Maar met de nieuwe kapitaalratio’s voor de banken was het duidelijk dat de ASLK vers kapitaal kon gebruiken.

Verhofstadt stelde voor het kapitaal van de ASLK te verhogen door aandelen uit te geven waarop de spaarders bij de ASLK met voorrang mochten intekenen. Het mocht niet zijn. Toch zou de liberale partij vanaf dan blijven leuren met het privatiseringsdossier. Het was Luc Coene, destijds kabinetschef van Verhofstadt en nu gouverneur van de Nationale Bank, die de plannen uittekende.

Tussenspel

Fons Verplaetse zou eind jaren tachtig een grootscheeps plan uitwerken om de openbare kredietsector te verkavelen en de zes openbare instellingen te verdelen in twee groepen: een pool geleid door de ASLK, de andere door het Gemeentekrediet. Verplaetse wilde de versnipperde kredietsector sterk en voldoende groot maken voor de eengemaakte markt die er in 1992 aankwam. Het plan wekte de nodige commotie en overal groeide verzet.

Bij de ASLK zelf kwam er een grote herstructurering en ging men terug naar de kernactiviteiten. Bij het sociaal plan leverde het personeel serieus in. De ASLK werd weer op de rails gezet na de ontsporingen van de jaren tachtig.

Eindspel

Hoewel in 1991 de wet op de herstructurering van de openbare kredietsector werd goedgekeurd, bleef de wet dode letter. Na het Verdrag van Maastricht van 1992 had de Belgische regering immers nog één hoofddoel: koste wat het kost in de euro geraken en dus voldoen aan de Maastrichtnorm. De politieke taboes vielen. Bij zijn aantreden als premier in 1993 maakte Jean-Luc Dehaene duidelijk dat de staat niet noodzakelijk 50 procent in overheidsondernemingen moest aanhouden.

De ASLK had wel al de structuur aangenomen waarin voorzien was bij de herstructurering van de openbare sector. De ASLK Holding stond destijds onder leiding van Herman Verwilst, de gewezen kabinetschef van de socialistische minister Willy Claes en tot dan een prominent tegenstander van de privatisering.

Wat er destijds politiek juist afgesproken was, blijft onduidelijk. Maar het verzet tegen de privatisering was vanaf het begin gebroken. De ACV-vleugel werd aan de leiband gehouden door Dehaene en Verwilst gold als een soort garantie voor de socialisten. Hoewel er in België een privatiseringscommissie bestond, werd die omzeild en zette de holding de eigen privatisering op poten.

Het beurshuis Petercam organiseerde een soort besloten bieding tussen de kandidaten. Bij de aankondiging werd gemeld dat wie interesse had in een ‘significante’ participatie in de ASLK, zich kon aanmelden. Er verschenen vijf kandidaten op het appel, maar uiteindelijk bleken er maar twee biedingen te zijn. De eerste kandidaat, de Generale Bank, wilde een deel van de bank gewoon naar de beurs brengen. De andere gegadigde, de verzekeraar Fortis AG en nog zonder belangrijke bankdeelneming in België, bleef zo als enige kandidaat over.

Tijdens de zomer van 1993 werd in alle stilte onderhandeld over de voorwaarden. In september was het akkoord rond. Fortis verwierf, via een reeks ingewikkelde tussenstappen, de meerderheid van de ASLK en kon zijn belang nog opdrijven.

Opvallend aan de hele procedure is dat er geen enkel parlementair debat is gevoerd over de operatie, hoewel de ASLK toch een bekende naam was in België en vrijwel iedere Belg in die periode met de bank in aanraking was gekomen, al was het maar via het schoolsparen. Voor 35 miljard frank, 10 miljard meer dan gehoopt, ging de instelling naar Fortis. Dat concern verwierf uiteindelijk het laatste kwart in 1998 toen de financiële groep ook de Generale Bank binnenhaalde. Bij de verkoop in 1993 was er nooit een roep naar een parlementaire commissie om na te gaan of de verkoop wel ordentelijk verlopen was. Voor Fortis was de ASLK de gedroomde toegang tot de verzadigde Belgische bankenmarkt.

Lessen

De privatisering van de ASLK was een gemiste kans omdat België geen enkele procedure klaar had om op een transparante manier de openbare instellingen te verkopen. Dat maakte ook dat het aantal geïnteresseerden erg beperkt was. En dat iemand als Maurice Lippens, toen de topman van Fortis, die als geen ander ‘het Belgisch moeras’ kende, er zijn voordeel mee kon doen.

Politiek is het beleid steeds ad hoc gebleven. Dehaene en Ver- plaetse, de verdedigers van de openbare functie in de jaren tachtig, werden de uitverkopers in de jaren negentig. De stellingen waren meer ingegeven door omstandigheden dan door overtuiging of inzichten.

Het gebrek aan politieke visie over de organisatie van de finan- ciële wereld kwam als een boemerang terug bij de financiële crisis die ontstond na de ondergang van Lehman Brothers in 2008.

Met Dexia Bank heeft de Belgische overheid vandaag opnieuw een openbare bank in portefeuille. Wat de overheid met die bank precies gaat doen, is onduidelijk. Op basis van de geschiedenis zou dat wel eens zo kunnen blijven tot de bank weer onderhands wordt verkocht.

> Erik Buyst, Kristof Lowyck, Piet Van Bellingen - Van ASLK tot Fortis 1935-1998. Afscheid van een openbare instelling - Roularta Books.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud