Advertentie

Grootste aandeelhouder, maar onwetend en zonder stem

Minister Koen Geens ©BELGA

De miljardenboete die BNP Paribas kreeg wegens het verlenen van financiële hand- en spandiensten aan Sudan veroorzaakt steeds meer politieke deining in ons land. Maar hoe ver reikt onze invloed in de Franse bank? Wat wisten de Belgen of hadden ze kunnen weten? Een reconstructie.

Minister van Financiën Koen Geens (CD&V) wordt donderdag in de Kamercommissie Financiën ondervraagd over het dossier BNP Paribas. Zelf hij heeft topman Jean-Laurent Bonnafé van BNP Paribas op het matje geroepen. Heel wat politici in ons land tillen zwaar aan de misstappen van de Franse bank en haar samenwerking met het regime van Omar al-Bashir in Sudan dat verantwoordelijk is voor honderdduizenden doden in Darfur. Ophef is er ook omdat nu plots blijkt dat de Belgische regering als grootste aandeelhouder van BNP Paribas en ondanks haar twee vertegenwoordigers in de raad van bestuur, niet op de hoogte was van wat er zich in de bank afspeelde. ‘Wij rapporteren niet aan de minister van Financiën of aan eender wie’, verklaarde Emiel Van Broekhoven, een van die twee bestuurders, dinsdag in De Tijd.

Maar wat wisten de Belgen in de bank en de Wetstraat eigenlijk van de activiteiten van BNP Paribas in Sudan, of hadden ze ervan kunnen weten?

 

En stoemelings

September/oktober 2008.

Een wereldwijde bankencrisis barst los. Fortis Bank, de grootste bank van het land, staat op omvallen. De regering-Leterme I schrikt ervoor terug om zelf de bank onder haar hoede te nemen wegens de zware financiële consequenties die dat meebrengt. Er wordt gezocht naar een buitenlandse groep die zich over de Belgische probleembank wil ontfermen. Alleen BNP Paribas dient zich aan. Na een weekend onderhandelen komt een oplossing uit de bus: de Belgische staat neemt Fortis Bank helemaal over, maar schuift driekwart van de aandelen meteen door naar BNP Paribas. De Franse bank betaalt daarvoor in eigen aandelen. België verwerft zo een belang van 10,3 procent in BNP Paribas. Die investering wordt niet voorafgegaan door een grondig boekenonderzoek. De regering vertrouwt op de reputatie van BNP Paribas en is niet in de positie om veel eisen te stellen. ‘Wij zijn en stoemelings de grootste aandeelhouder van BNP Paribas geworden’, zegt iemand die nauw bij de gesprekken betrokken was.

Oktober 2008-april 2009.

De aandeelhouders van Fortis voelen zich onrechtvaardig behandeld en vechten de deal met BNP Paribas aan voor de rechtbank. De regering heeft twee grote bezorgdheden: Fortis Bank veiligstellen, en een uitweg zoeken voor de obstakels die de aandeelhouders hebben opgeworpen. Ze vraagt aan BNP Paribas om de onderhandelingen te heropenen. Maar opnieuw pakt de regering het met fluwelen handschoenen aan: ze is er als de dood voor dat BNP Paribas van de onderhandelingstafel zou weglopen. ‘Over de activiteiten van de Franse bank in Sudan en mogelijke problemen met het gerecht in de VS is nooit gesproken’, zegt een insider. ‘Dat was toen voor de Belgen helemaal niet aan de orde.’

28/29 april 2009.

Op een woelige algemene vergadering keurt een meerderheid van de Fortis-aandeelhouders de licht aangepaste overeenkomst met BNP Paribas goed. De Franse bank krijgt 75 procent van Fortis Bank België in handen, in ruil verwerft de Belgische staat 10,3 procent in BNP Paribas. Die participatie wordt ondergebracht bij de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM). De overeenkomst bepaalt dat de Belgische staat twee bestuurders mag aanduiden bij BNP Paribas. Beter gezegd: mag ‘voordragen’. De door de Belgische regering voorgestelde bestuurders moeten worden aanvaard door de raad van bestuur van BNP Paribas en het is uiteindelijk de aandeelhoudersvergadering die hen benoemt.

November 2009.

De aanduiding van de twee Belgische bestuurders heeft heel wat voeten in de aarde. De twee mandaten worden mee in de korf van benoemingen van overheidsbestuurders bij Fortis Bank en KBC gestoken. Uiteindelijk raakt de regering het eens om Michel Tilmant (ex-ING) voor te dragen en de Antwerpse professor Emiel Van Broekhoven. Ze treden op 4 november 2009 als waarnemers toe tot de raad van bestuur van BNP Paribas en worden pas volwaardig bestuurder op 11 mei 2010, nadat de aandeelhoudersvergadering hun benoeming heeft goedgekeurd.

In de raad van BNP Paribas krijgen Van Broekhoven en Tilmant het etiket van ‘onafhankelijke’ opgeplakt. Ze worden niet geacht de belangen van de Belgische staat te verdedigen, maar die van alle aandeelhouders.

 

Knipperlichtje

December 2009-maart 2010.

De openbaar aanklager in New York verwittigt BNP Paribas in december 2009 dat hij een onderzoek heeft geopend naar de schending door de bank van het Amerikaanse financieel embargo tegen een aantal schurkenstaten. Begin 2010 stemt BNP Paribas ermee in een intern onderzoek te voeren naar mogelijke onwettelijke dollartransacties in de periode 2002- 2009. (BNP Paribas heeft vanaf juni 2007 alle dollarverrichtingen voor rekening van Sudan stopgezet). In het jaarverslag (Document de Référence) 2009, dat in maart 2010 verschijnt, verwijst BNP Paribas in bedekte termen naar de actie van het Amerikaanse gerecht: ‘De Bank voert gesprekken met de Amerikaanse autoriteiten over de mogelijkheid om een interne audit te realiseren over bepaalde dollartransacties’.

April 2010-december 2011.

 In april 2010 valt de regering, op 13 juni 2010 volgen er verkiezingen. Maar het duurt tot 6 december 2011 voor de ploeg Di Rupo I aantreedt.

Het jaarverslag van BNP Paribas over 2010, dat begin 2011 verschijnt, maakt opnieuw in bedekte termen melding van het onderzoek in de VS. Maar in de raad van bestuur van BNP Paribas is het geen issue.

Ergens gaat toch een knipperlichtje branden. Via de Banque de France verneemt de Nationale Bank, die in april 2011 verantwoordelijk is geworden voor het bankentoezicht, dat er in de VS een onderzoek loopt tegen BNP Paribas voor mogelijke schending van het financieel embargo. Maar de informatie is weinig gedetailleerd. Er wordt niet gezegd over welke landen het gaat en wat de omvang is van de betwiste transacties. De Banque de France zelf lijkt er zich geen al te grote zorgen over te maken. De informatie sijpelt niet door naar de Belgische regering. Die heeft andere bankproblemen aan haar hoofd: in oktober 2011 valt Dexia om.

December 2012 eind 2013.

De Britse bank HSBC krijgt in de VS in december 2012 een boete opgelegd van 1,92 miljard dollar voor de schending van het verbod transacties te doen met landen die door de VS op een zwarte lijst zijn gezet. De hoge boete doet de financiële wereld schrikken. In het jaarverslag van 2012, dat in het voorjaar van 2013 verschijnt, is BNP Paribas al een tikje explicieter over het onderzoek in de VS. ‘BNP Paribas voert een interne audit naar dollartransacties die mogelijk niet stroken met Amerikaanse wetten. De bank kan de omvang of het bedrag van een eventuele boete niet inschatten.’

De kwestie komt ter sprake op de raad van bestuur van BNP Paribas, als een van de talrijke agendapunten. Maar de Belgische bestuurders zien geen reden om Brussel te alarmeren. ‘Wij zijn in die periode op geen enkele manier geïnformeerd door de Belgische bestuurders in BNP Paribas’, zegt een voormalige hoge kabinetsmedewerker van Financiën. ‘Niet via een persoonlijk contact, niet via een telefoontje en niet via een schriftelijke nota.’

Steven Vanackere (CD&V) neemt op 5 maart 2013 ontslag als minister van Financiën, na insinuaties dat hij een beslissing van de raad van bestuur van de overheidsbank Belfius over financiële afspraken met het ACW zou hebben proberen te beïnvloeden. Hij wordt opgevolgd door Koen Geens.

In het najaar van 2013 komen de perikelen in de VS nadrukkelijker aan bod in de raad van bestuur van BNP Paribas. Maar de Belgische regering blijft onwetend over de problemen. ‘Als bestuurders zijn we gehouden tot vertrouwelijkheid’, zegt Emiel Van Broekhoven. ‘We mogen geen informatie uit de raad van bestuur aan anderen doorspelen.’ Er was wel een informele gewoonte gegroeid dat de BNP Paribas-toplui Baudouin Prot en Jean-Laurent Bonnafé Brussel inlichten over voor ons land gevoelige kwesties.

 

Opwaarts potentieel

13 november 2013.

De Belgische regering verkoopt haar belang van 25 procent in BNP Paribas Fortis aan de Franse moederbank. De opbrengst van de verkoop moet dienen om de schuldgraad onder 100 procent van het bbp te houden. De andere optie, het belang van 10,3 procent in BNP Paribas zelf verminderen of verkopen, werd niet gekozen. ‘Omdat daar nog geen meerwaarde op geboekt kan worden en omdat het aandeel BNP Paribas nog een opwaarts potentieel heeft’, rechtvaardigt de regering haar keuze.

13 februari 2014.

BNP Paribas maakt bij de publicatie van de jaarresultaten 2013 bekend dat het een provisie heeft aangelegd van 1,1 miljard dollar (789 miljoen euro) voor een mogelijke boete in de VS. De provisie, die een flinke hap uit de winst neemt, komt als een verrassing. Ook voor de Belgen. Lars Machénil - een Belg, de financieel directeur van BNP Paribas, heeft wel enkele uren voor het uitsturen van het persbericht de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) al telefonisch op de hoogte gebracht.

In een voetnoot bij de resultaten waarschuwt BNP dat de boete mogelijk hoger kan uitvallen. ‘Er bestaat een aanzienlijke onzekerheid over de omvang en de timing van de boete. Het uiteindelijke bedrag kan dus verschillen, waarschijnlijk erg verschillen, van het bedrag van de provisie.’

30 april - 1 juli 2014.

Bij de publicatie op 30 april van de resultaten over het eerste kwartaal van 2014 waarschuwt BNP Paribas opnieuw dat de boete in de VS fors hoger kan uitvallen dan verwacht. In de Amerikaanse media is sprake van een boete van 2 miljard dollar. Eind mei circuleert al een bedrag van 5 miljard, later van 10 miljard. Een bron gewaagt zelfs van 16 miljard dollar. De top van BNP Paribas onderhandelt met het Amerikaanse gerecht om het boetebedrag omlaag te krijgen.

De Nationale Bank van België wordt nu wel door de Banque de France voortdurend en gedetailleerd op de hoogte gehouden. De problemen van BNP Paribas kunnen immers ook een impact hebben op zijn Belgische filiaal BNP Paribas Fortis.

Parijs oefent politieke druk uit op Washington om de schade voor BNP Paribas te beperken en probeert in de marge van de G7-top in Brussel begin juni de steun te krijgen van de andere grote Europese landen. Die houden die boot echter af. Premier Elio Di Rupo laat uitschijnen dat hij wel mee wil lobbyen bij de Amerikaanse president Obama, maar zit met zijn hoofd elders: hoe kan hij N-VA-voorzitter Bart De Wever stokken in de wielen steken die als informateur probeert een PS-loze regering op de been te brengen.

Op 30 juni valt het verdict: BNP Paribas bekent schuld in de VS en stemt in met een boete van 8,9 miljard dollar. Uit de documenten die het Amerikaanse gerecht over de schikking publiceert, blijkt dat BNP Paribas jarenlang bewust constructies heeft opgezet om het embargo van de VS op dollartransacties met Sudan te omzeilen.

 

Dividend

1 juli- 5 juli 2014.

Minister van Financiën Koen Geens spreekt in een eerste reactie op 1 juli sussende woorden: ‘Over 2014 zal de Belgische staat een gelijkaardig bedrag ontvangen uit zijn participatie in BNP Paribas, want de bank maakte dinsdagmorgen bekend dat het dividend dit jaar alvast hetzelfde zal zijn als vorig jaar. Dat bewijst dat de boete de winstgevendheid van de bank niet aantast. Het belang in BNP Paribas blijft een duurzame, gezonde participatie voor de Belgische staat.’

Maar niet alle politici in ons land zijn het daarmee eens. John Crombez (sp.a), staatssecretaris voor Fraudebestrijding, vindt die reactie wat minnetjes en gooit op zaterdag 5 juli de knuppel in het hoenderhok: ‘De Belgische staat moet hardere eisen stellen als aandeelhouder, ofwel zijn participatie verkopen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud