Mariani doet deur dicht bij Dexia

Pierre Mariani. ©antoinedoyen.net

Vier jaar na zijn aankomst in Brussel is Pierre Mariani bezig aan zijn laatste dagen bij Dexia. De ‘kleine Napoleon’ onder de bankiers beleefde met de ontmanteling van Dexia zijn eigen Waterloo. Hij vertrekt in mineur en laat in Brussel weinig vrienden achter.

Toen de jonge Pierre Mariani studeerde had hij de gewoonte Janis Joplin, Deep Purple of The Velvet Underground uit de boxen van zijn stereo-installatie te laten knallen. Zijn moeder waarschuwde hem: ‘Als je nog veel naar die muziek luistert, zal je slecht eindigen!’ ‘En zie nu...’, grapt Mariani als hij de anecdote tegenover vrienden oprakelt.

Mariani had zich het einde van zijn passage bij Dexia wellicht anders voorgesteld. Toch is de loopbaan van de 56-jarige Corsi- caanse bankier er eentje om U tegen te zeggen. De ambitieuze Fransman, geboren in Rabat (Marokko) en van bescheiden komaf - zijn moeder was onderwijzeres en zijn vader politiecommissaris - studeerde af aan de prestigieuze businessscholen HEC en de école Nationale d’Administration (ENA) en was jarenlang ‘inspecteur des finances’ in de Franse administratie. Van die ‘inspecteurs’ zijn er maar 200 actief bij onze zuiderburen, en ieder jaar worden er slechts vijf van benoemd. ‘Het is een uiterst elitair corps binnen het corps van de hoge Franse ambtenarij’, zegt een Belgische bron.

Als énarque of student aan de ENA werd Mariani klaargestoomd voor een toppositie in de politiek of het Franse bedrijfsleven. Het was dan ook geen verrassing dat hij in 1993 benoemd werd tot kabinetschef van Nicolas Sarkozy, toen minister van Budget. Sarkozy wierf hem naar verluidt aan zonder hem te ontmoeten. ‘Men zegt mij dat u de beste bent. Maar dat ik u niet moet aanwerven omdat u ambitieus bent. Ik zal u toch aanstellen’, zei hij aan de telefoon. Sinds die periode behoort de Corsicaan tot de intieme kring van ‘Sarko’. Hij noemt zichzelf ‘een historische medestander’ van de voormalige president.

BNP Paribas

In 1997 deed Mariani zijn intrede in de banksector bij Banexi, de internationale zakenbankdivisie van BNP Paribas. Hij klimt bij de Franse bankgroep op tot het directiecomité, waar hij verantwoordelijk wordt voor de internationale retailactiviteiten. Hij leert er onder meer Jean-Laurent Bonnafé kennen. De twee, die karakterieel niet al te best overeenkomen, zullen ongeveer gelijktijdig in ons land neerstrijken: Mariani als topman van Dexia, Bonnafé als directievoorzitter van BNP Paribas Fortis. Bonnafé keerde ondertussen naar Parijs terug om de teugels van BNP Paribas over te nemen van Baudouin Prot.

Begin oktober 2008 krijgt Mariani een telefoontje uit het Elysée. President Sarkozy vraagt hem directievoorzitter te worden van Dexia. Michel Pébereau, de ex-topman van BNP Paribas en éminence grise van de Franse banksector probeert tegen te pruttelen, maar tevergeefs. Door zijn relatie met Sarko begint Mariani’s missie aan de top van het financieel concern onder een slecht gesternte. ‘Een vriendje van Sarkozy aan het roer van Dexia’, schrijft Libération. Vier jaar later is de bankier er nog altijd van overtuigd dat hij bij Dexia altijd het algemeen belang heeft gediend, maar het Sarko-etiket bleef aan hem kleven. Had hij een ‘agenda caché’ of niet? Talrijke partijen die betrokken waren in het Dexia-dossier menen van wel.

Mariani en de voorzitter van de raad van bestuur, Jean-Luc Dehaene, die samen toekwamen bij de bank, hebben altijd volgehouden dat ze eind 2008 aan het roer kwamen van een hefboomfonds met een wankel businessmodel: een vehikel dat langlopende leningen combineerde met kortetermijnfinanciering. ‘Dexia was het Lehman van Europa en wij waren de brandweermannen’, lieten ze zich veelvuldig ontvallen. ‘We hadden misschien eerst ons huiswerk moeten maken om te weten dat de bank zo licht ontvlambaar was.’ Het duo Mariani & Dehaene zette zich desalniettemin aan het werk. Het lukte hen om de balans van Dexia fors af te bouwen en de nood aan kortetermijnfinanciering te verlagen. Maar tevergeefs.

Met het geweer op tafel

Veel vrienden zal Mariani aan zijn vier jaar bij de bank niet overgehouden. Vooral met de Europese Commissie waren - en zijn - de relaties gespannen. Bronnen die getuige waren van de talloze discussies met de diensten van eurocommissaris Joaquín Almunia, getuigen dat beide partijen meer dan eens met getrokken messen tegenover elkaar stonden. Mariani-getrouwe Alexandre Joly, verantwoordelijk voor de strategie bij Dexia, steekt dat trouwens niet onder stoelen of banken. ‘Met de Commissie hebben we op z’n Corsicaans onderhandeld, met het geweer op tafel.’

Dat de Europese Commissie van oordeel is dat de huidige leiding van Dexia bij de uitvoering van het herstructureringsplan van 2010 blijk heeft gegeven van onbekwaamheid (‘incapacité avérée’) gooide olie op het vuur. Die kritiek maakt Mariani ziedend. Europa is wereldvreemd en behandelt het Dexia-dossier alsof er macro-economisch geen vuiltje aan de lucht is, zo redeneert hij. Hij vindt het volgens zijn entourage nog steeds godgeklaagd dat het Dexia-dossier aan het Schumanplein wordt gevolgd door het directoraat-generaal Mededinging terwijl Dexia een probleem is dat betrekking heeft op de financiële stabiliteit. ‘Ook de regelneverij van Europa is niet van deze wereld’, liet hij vaak optekenen.

Het zit de Dexia-top ook hoog dat niemand blijkbaar nog oog heeft voor het algemeen belang. ’Tot de herfst van 2011 schaarde iedereen zich achter dezelfde strategie. Maar nu is het ieder voor zich’, zegt een hooggeplaatste bron bij bank. ‘Frankrijk en België zijn het niet eens over de manier waarop Dexia bestuurd moet worden, noch over de verdeling van de staatsgaranties voor de restbank. De twee landen hebben geen gemeenschappelijk plan. En als ze compromissen sluiten, houden die nooit lang stand omdat de voorwaarden onduidelijk zijn.’

Ook tussen Mariani en zijn voorganger Axel Miller komt het niet meer goed. Toen de advocaat-bankier begin oktober 2008 werd ontslagen, hadden Mariani en hij een gesprek van minder dan een uur op de hoogste verdieping van de Dexia-toren aan het Rogierplein in Brussel. De sfeer was koel en Mariani luisterde slechts met één oor naar de uiteenzetting van Miller over de toekomst van de groep. Hij leek vooral aandacht te hebben voor de decoratie van zijn bureau.

Dubbele persoonlijkheid

Het is iets wat meerdere waarnemers vaststellen: de trotse Corsicaan kan soms koel, keihard en revanchistisch overkomen. Al laat hij niet na om ook de ratio met de emotie te verbinden. ‘Hij is een kleine vulkaan’, zegt een Belgische bankier. ‘Een briljante redenaar, soms erg cassant en warmbloedig. Af en toe zelfs impulsief.' En iemand die het noeste werk niet schuwt. De anecdote doet de ronde dat Mariani als ambtenaar vaak rond 23 uur zijn kantoor in Parijs verliet met het grapje: ‘Ik neem de namiddag vrij.’

Er is zelfs een deel van zijn persoonlijkheid dat voor de buitenwereld verborgen blijft. ‘Hij is pudiek’, zegt een intimus. ‘Een eerder ingetogen man.’ Hij laat zelden buitenstaanders in zijn intieme kring binnen piepen. Zo blijkt de Corsicaan een fervente kunstliefhebber te zijn. De oude stad Rome kent hij als zijn broekzak - moeiteloos kan hij de namen van alle belangrijke kerken opsommen. Tijdens de crisisperiode bij Dexia vond hij elke ochtend troost in een schilderij van de Gentse neo-impressionist Théo van Rysselberghe, die de muur van zijn kantoor sierde. Het doek hangt er niet meer. Het werd door Belfius gerecupereerd.

Tijdens een persreis in het voorjaar van 2011 op de Turkse Bosporus citeerde hij moeiteloos en op ironische wijze uit de ouverture van Don Giovanni, een opera van Mozart: ‘Notte e giorno faticar/Per chi nulla sa gradir’ (wat zoveel betekent als ‘dagelijks werken en zwoegen, zonder enige erkenning’). Hij was graag een artiest of podiumkunstenaar geworden. Vandaar zijn voorliefde voor theater. En zijn zwak voor Corsicaanse zangduels met vrienden en familie. Zijn vakantie deze zomer brengt hij trouwens door in het kleine stadje Bastia, in het noorden van Corsica, waar zijn ouders wonen. In zijn vrije tijd thuis kweekt hij groenten - net zoals zijn opvolger bij Dexia, de Belg Karel De Boeck.

Tranen in de ogen

Miste Mariani de noodzakelijke emotionele intelligentie om zijn loodzware taak bij Dexia tot een goed einde te brengen? Het wordt vaak gefluisterd. Hoewel, wie hem wat beter kent, is daar niet zo zeker van. Hij had het naar verluidt erg moeilijk toen hij zich enkele jaren eerder verplicht zag om Hugo Lasat, de voormalige topman van Dexia Asset Management, buiten te gooien. Afscheid nemen van medewerkers doet hij niet graag. En op de bewogen raad van bestuur van Dexia die besliste over de ontmanteling van de groep - die memorabele maandag 10 oktober 2011 - had hij tranen in de ogen.

Afgelopen woensdag sprak hij samen met De Boeck, de nieuwe CEO van de restbank Dexia, het personeel toe. Het was een kleinschalige bijeenkomst. Dat staat in schril contrast met het afscheid van zijn voorganger Axel Miller. Een afscheid met luid applaus en tranen bij het personeel, terwijl Miller later toch verweten werd het financiële debacle bij Dexia mee veroorzaakt te hebben.

Mariani maakte van de gelegenheid gebruik om ‘adieu’ te zeggen. Hij bracht enkele moeilijke momenten in herinnering, roemde zijn kompaan Dehaene om zijn ‘dappere bijdrage’ en ‘scherp doorzicht in de Belgische politiek’. Er volgde een beleefd applaus. ‘Hij is kalmer geworden’, zegt een bron. ‘Hij voelt zich nu beter in zijn vel.’

Diezelfde dag ging hij ook nog langs bij Luc Coene, de gouverneur van de Nationale Bank, en Jean-Paul Servais, voorzitter van de beurswaakhond FSMA, waar hij vriendelijk werd uitgewuifd. Een kleine troost voor de ‘kleine Napoleon’ onder de bankiers. Vier jaar geleden kwam hij door de grote poort binnen, donderdag gaat hij langs de achterdeur buiten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud