analyse

Uitstel of afstel voor beursgang Belfius geen drama, wel gemiste kans

©Photo News

Als het door politiek gekibbel niet lukt de staatsbank Belfius voor de zomer naar de beurs te brengen, zal dat een gemiste kans zijn. Maar dramatische gevolgen heeft het niet.

Als op korte termijn geen sluitende oplossing wordt gevonden voor de Arco-coöperanten, is de kans bijzonder klein dat Belfius nog voor de zomer naar de beurs kan trekken. Vicepremier Kris Peeters (CD&V) houdt mordicus vast aan de koppeling van de twee dossiers. ‘Dat er een oplossing voor de Arco-coöperanten moet komen, staat in het regeerakkoord’, zei hij zondag in het tv-programma ‘De zevende dag’. ‘De beursgang van Belfius niet.’

Op die beursgang wordt hard aangestuurd door het management van de bank. Die ziet er een middel in om zich aan de greep van de politiek te ontworstelen. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) is er ook voorstander van.

Er zijn veel goede redenen om Belfius deels te privatiseren. En het momentum is er nu.

Belfius, de vroegere Dexia Bank België, kwam in het najaar van 2011 voor 4 miljard euro in handen van de overheid toen de Dexia-groep kapseisde. Het was een noodgreep. Nooit is het de bedoeling om van Belfius blijvend een staatsbank te maken. Het is geen kerntaak van de overheid om aandeelhouder te zijn van een commerciële bank. Of het nuttig is dat de overheid een bank bezit, is voor een stuk een ideologische discussie.

In België heeft de overheid een pover trackrecord als aandeelhouder van financiële overheidsinstellingen als destijds de ASLK, Krediet aan de Nijverheid, het Nationaal Instituut voor Landbouwkrediet en het Centraal Bureau voor Hypothecair Krediet (CBHK).

Politici kunnen moeilijk aan de verleiding weerstaan zich met de gang van zaken bij een bank in overheidshanden te bemoeien. Met de benoemingen aan de top en in de raad van bestuur, bijvoorbeeld. Maar ook met operationele kwesties. Kris Peeters maande Belfius onlangs aan een investeringsfonds op te zetten om infrastructuur te kopen van steden en gemeenten.

En hoe zou de overheidsaandeelhouder reageren als Belfius tot het besluit zou komen dat het een derde van zijn personeel dient te schrappen om zijn toekomst veilig te stellen in de digitale bankwereld, zoals ING België deed?

Bovendien is er het gevaar van concurrentieverstoring. En het risico dat het dividendbeleid niet wordt afgestemd op het belang van de bank maar op de budgettaire noden van de regering. Een bank hoort geen speeltje te zijn in handen van de overheid.

Er zijn dus veel goede redenen om Belfius deels te privatiseren. En het momentum is er nu. Het beursklimaat is de jongste weken wel wat wisselvalliger geworden, maar het is nog behoorlijk goed. En de bank presenteerde onlangs uitstekende resulaten over het voorbije boekjaar.

Een deel van haar belang in Belfius op de beurs verkopen is voor de regering een manier om de factuur van de bankenreddingen te milderen. En om de staatsschuld te verlagen, waartoe België door Europa wordt aangemaand. Belfius zou momenteel 7 tot 9 miljard euro waard zijn, een pakket van 25 tot 33 procent verkopen op de beurs zou 1,75 miljard tot 3 miljard opleveren.

Als de regering voor het einde van deze maand geen groen licht geeft, wordt het lastig om Belfius nog voor de zomer naar de beurs te brengen. De operatie kan worden uitgesteld. Maar hoe zal het beursklimaat in het najaar zijn? De politici, ook de nationale, zullen dan volop bezig zijn met de gemeenteraadsverkiezingen. Uitstel kan dan makkelijk afstel worden. En zal een volgende regering vasthouden aan het plan om Belfius naar de beurs te brengen? ‘Als het nu niet lukt, is de kans wellicht voor een paar jaar verkeken’, klinkt het in financiële kringen.

De kosten die de regering en Belfius al hebben gemaakt voor de voorbereiding van de beursgang voor financieel en juridisch advies, zijn dan voor niets geweest.

Dat de beursgang niet doorgaat, is voor Belfius op middellange termijn geen ramp, op voorwaarde dat de overheid aan de verleiding blijft weerstaan om zich in het beleid van de bank te mengen. Als Belfius helemaal in overheidshanden blijft, is dat lastig voor de andere banken die moeten concurreren met een staatsbedrijf. Het is ook lastig voor het management van Belfius, dat enerzijds een commerciële logica moet volgen maar anderzijds ook oog moet hebben voor de politieke logica.

En het kan dat de ontwikkeling van de bank op langere termijn hypothekeren. Maar op middellange termijn is het geen onoverkomelijk probleem: Belfius kan blijven voortwerken zoals het de voorbije tijd heeft gedaan.

De overheid kan dan wel niet rekenen op de opbrengsten om de staatsschuld af te bouwen - wat aangewezen is, want de rente begint weer te stijgen. Maar, zoals Kris Peeters suggereerde, er zijn nog andere overheidsparticipaties die kunnen worden verkocht: het belang in de Franse bank BNP Paribas, een deel van het belang in Bpost, of Proximus. Al zal dat ook politieke discussie uitlokken.

Als de beursgang van Belfius niet doorgaat, is dat een gemiste kans. Voor Belfius, voor de overheidsfinanciën en voor de Brusselse beurs die wel wat vers bloed kan gebruiken. Maar een drama is het niet.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content