Vijfde minder winst voor kleine banken

AXA Bank Belgium zag de winst halveren vorig jaar. ©Lieven Van Assche

De flauwe jaarcijfers van de kleinere Belgische banken benadrukken voor welke enorme uitdagingen de branche staat. ‘Wie vandaag niets verandert aan zijn verdienmodel, is straks zijn plek kwijt in het bankenlandschap.’

Hoewel de Belgische economie vorig jaar op volle toeren draaide en de financiële markten behoorlijk presteerden, valt daar weinig van terug te vinden in de jaarresultaten van de kleinere Belgische banken. De zeven kleine tot middelgrote spelers die tot dusver hun jaarcijfers vrijgaven, zagen hun nettowinst in 2017 gemiddeld met 21,2 procent slinken.

Achter dat gemiddelde gaan wel grote verschillen schuil. Door de lage rente en de golf van herfinancieringen halveerde de nettowinst van AXA Bank België. Deutsche Bank België zag zijn winst helemaal tot nul herleid, naar eigen zeggen omdat er zwaar werd geïnvesteerd in IT.

Maar terwijl de nettowinst van klassieke spaarbanken als Argenta en Crelan respectievelijk met 21,5 en 9,5 procent daalde, slaagde het Gentse VDK Bank er vorig jaar in de winst met bijna een tiende op te krikken. Bij nichespelers zoals Bank J. Van Breda en de vermogensbeheerder Bank Delen gingen de winsten met 4 procent en ruim 20 procent hoger.

Verdienmodel overhoop

een kantoor van Crelan. De bank zag de winst vorig jaar met 9,5 procent terugvallen. ©Siska Vandecasteele

Hoewel het scorebord niet onverdeeld negatief is, lopen duidelijke rode lijnen door de jaarrapporten: de lage rente gooit het verdienmodel overhoop, de bankentaksen en de steeds langer wordende waslijst aan regels nemen een flinke hap uit de inkomsten, en het veranderende klantengedrag vereist enorme investeringen in digitale diensten en IT-infrastructuur.

Dat zijn stuk voor stuk problemen waar ook de grootbanken mee kampen - de eerstekwartaalcijfers die BNP Paribas Fortis gisteren publiceerde, maken dat nog eens duidelijk. Maar in tegenstelling tot de rest van de branche beschikken de grote jongens over veel bredere schouders om die lasten te dragen. Dat zie je ook in het rendement op het eigen vermogen van die banken. Die ‘return on equity’ geeft aan hoeveel winst een bedrijf boekt op het geld dat aandeelhouders erin hebben geïnvesteerd en kan helpen na te gaan of een bank wel efficiënt genoeg werkt of de juiste strategie volgt.

Volgens economen van het IMF moeten banken een ‘return on equity’ van 8 procent nastreven om gezond en duurzaam te kunnen groeien. Onder de Belgische grootbanken zitten ING België en BNP Paribas Fortis boven die drempel, KBC geeft geen individuele cijfers voor België. Belfius haalt net 7 procent en doet het iets minder dan de ‘grootste kleine bank’ Argenta. Crelan en AXA Bank staan onderaan in de ranglijst, met respectievelijk 4,3 en 3,2 procent.

©Mediafin

Net om de winstgevendheid op te krikken gooide AXA Bank zijn strategie om. Het wil zich via minder, maar grotere agentschappen toeleggen op advies en begeleiding in kredieten en beleggingen. Crelan kondigde vorige week aan dat het zijn kantoornetwerk dit jaar verder inkrimpt.

Maar zelfs al wordt niet met de botte bijl gesnoeid, de zelfstandige kantoorhouders maken zich zorgen. ‘Het wordt moeilijker’, zucht een Crelan-agent die anoniem wil blijven. ‘We waren een tijd erg actief op de markt voor woonkredieten, maar nu kunnen we minder concurreren met de grootbanken. Crelan moet de marges op peil houden, terwijl grotere spelers soms tarieven aanbieden die 30 tot 40 basispunten lager liggen. Dat kunnen ze compenseren door andere diensten die wij niet in ons gamma hebben. Ons verdienmodel staat onder druk. Bovendien moet onze IT nog mee. De directie is volop bezig met een upgrade van onze infrastructuur, maar het is een werk van lange adem.’

Frustratie

Bij kantoorhouders van andere banken hoor je dezelfde frustratie. ‘Ik merk dat we op sommige vlakken niet concurrentieel genoeg zijn in vergelijking met de grootbanken’, zegt een zelfstandig agent van Argenta. ‘Klanten blijven het wel appreciëren dat ze ons in crisistijden veel sneller kunnen benaderen dan grootbanken en dat ze persoonlijk advies krijgen. Ik geloof dan ook dat de schade door onze IT-panne beperkt zal blijven.’

Hoewel de regelgeving bedoeld was om de markt open te breken, zag je in de praktijk een concentratie van een beperkt aantal spelers.
kasper peters
vennoot Deloitte

De zware taksen en strengere regelgeving hebben er alleen maar toe geleid dat de grote jongens sterker staan dan ooit, concluderen sommige medewerkers. Maar klopt dat? Als je puur kijkt naar de balansen, is dat niet het geval. Sinds de crisis hebben de vier grootbanken - BNP Paribas Fortis, KBC, Belfius en ING - hun activiteiten afgebouwd. Vandaag vertegenwoordigen ze 83 procent van alle activa die de Belgische banken op hun balans hebben staan, terwijl dat tien jaar geleden 94 procent was.

‘De echte evolutie is niet helemaal zichtbaar in de cijfers’, zegt Kasper Peters, specialist in financiële diensten en vennoot bij de consultant Deloitte. ‘Sinds een vijftal jaren proberen banken ook te groeien door de verkoop van beleggingsproducten zoals fondsen. En die staan niet op de balans.’ Dat is net de paradox, vervolgt Peters. ‘Alle nieuwe regels waren bedoeld om meer concurrentie in het bankenlandschap te brengen. Maar in de praktijk zie je een nieuwe concentratie ontstaan van een beperkte groep grote spelers.’

David en Goliath?

‘Toch is het geen verhaal van David tegen Goliath’, meent Leen Van den Neste, de topvrouw van VDK Bank, die in de bankenkoepel Febelfin mee de middelgrote en kleine Belgische banken vertegenwoordigt. ‘De impact van de taksen en de regelgeving blijft een aandachtspunt. We willen een regelgeving op maat, in plaats van op maat van de grote spelers. Maar je kan er niet over blijven zeuren. Op een bepaald punt moet je voortdoen. Naar kleine spelers die zich op een bepaalde niche richten, zal ook nog altijd vraag blijven.’

Maar de kleinere spelers mogen niet alles bij het oude laten, zegt Kasper Peters. ‘De vaste kosten zullen de komende jaren een enorme uitdaging blijven. Kleinere banken zullen fundamentele keuzes moeten maken om die op te vangen. Voor wie bij zijn oude verdienmodel blijft zweren, is er binnenkort geen plek meer.’

De tijd dat iedereen een universele bank kan zijn en tegelijk een eigen IT- en complianceafdeling (die de naleving van de regels controleert) heeft, is volgens hem voorbij. ‘Wellicht zullen veel kleinere huizen dergelijke diensten uitbesteden, of gaan ze op gedeelde platformen werken. Waarom zouden ze voor bepaalde diensten niet samenwerken op IT-gebied, bijvoorbeeld voor het beheer van hun geldautomaten? Of zelfs een deel van hun IT koppelen aan de platformen van hun grootbanken? Dat zijn natuurlijk grote stappen, waar de klant misschien niet zo veel van merkt in eerste instantie. Maar het stelt banken wel in staat hun eigen niches aan te boren en bijvoorbeeld makkelijker op lokaal advies in te spelen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud