nieuwsanalyse

Wat betekent het uitstel van de beursgang van Belfius?

Belfius Brussel. ©IMAGEDESK

'De tijd is nog niet rijp', zo maakte premier Charles Michel maandag duidelijk dat de geplande beursgang van Belfius niet doorgaat. Wat betekent het concreet?

1. Voor Belfius

 Het uitstel van de beursgang heeft niet meteen heel concrete gevolgen voor de resultaten van de bank en verzekeraar.  De halfjaarcijfers leren dat Belfius op operationeel vlak vrij goed draaide in moeilijke marktomstandigheden.

Over de eerste zes maanden ging de winst voor belastingen met ruim 6 procent de hoogte in, terwijl de groep ook over voldoende sterke kapitaalbuffers beschikt om mogelijke nieuwe financiële schokken op te vangen. Belfius heeft er alle vertrouwen in dat de bank in november zal slagen voor de stresstest die de Europese banken jaarlijks ondergaan.

De beursplannen kwamen er dus niet omdat de bank nood zou hebben aan extra kapitaal. De top van Belfius wilde vooral af van het etiket van staatsbank. ‘Het is niet gezond dat de aandeelhouder die je voor de volle 100 procent bezit, ook wetgever en toezichthouder is,’ zei Belfius-CEO Marc Raisière daar vorige maand over.

Gezond of niet, het is een realiteit waarmee Raisière nog een poos moet leven. Dat houdt risico’s in. Steeds meer financiële instellingen jagen schaalgrootte na om de lage rente en de investeringen in verdere digitalisering te dragen. Een beursnotering maakt het voor Belfius makkelijker om daar kapitaal voor op te halen.

Bovendien is het risico op politieke  inmenging minder klein als de bank niet voor 100 procent in staatshanden blijft. Belfius zegt vandaag geen reden te zien om van strategie te veranderen. Maar het valt niet uit te sluiten dat na de federale verkiezingen van 2019 een andere regering ontstaat die mee de strategie van de bank wil uitstippelen. 

 2. Voor de Arco-coöperant

Het is al tien jaar geleden dat de toenmalige regering-Leterme een waarborgregeling had geopperd voor de beleggers in Arco, het financiële vehikel van de christelijke arbeidersbeweging ACW boven de financiële groep Dexia. Maar sinds gisteren zullen de coöperanten nog veel langer op hun geld moeten wachten. En dat is dan in het meest optimistische scenario.

In juli bereikte de federale regering een akkoord waarbij een deel van de opbrengst van de beursgang van Belfius zou worden aangewend om de Arco-gedupeerden te vergoeden. Maar die regeling werd niet formeel getoetst bij de Europese Commissie. Vorige week maakte de raad van bestuur van Belfius al duidelijk dat hij het bedrijf pas naar de beurs wilde brengen als er een Europees fiat was voor de regeling.

‘De beleggers mogen nu wel alle hoop laten varen dat er nog voor de parlementsverkiezingen in 2019 een minnelijke schikking komt’, zegt advocaat Geert Lenssens van de actiegroepen Geld Terug van Arco en de Arcoparia’s. ‘Als Belfius zelf een initiatief had genomen was er bijvoorbeeld nooit discussie geweest over eventuele staatssteun.’

Erik Bomans van het advieskantoor Deminor, dat namens 2.000 coöperanten procedeert tegen Arco en Belfius, zit op dezelfde lijn. ‘Belfius zal dit zelf moeten oplossen en een schadevergoeding voorstellen aan de getroffen coöperanten. Niet alleen het ACW en de overheid dragen hun verantwoordelijkheid in dit dossier. Belfius had wellicht al voor de lente naar de beurs kunnen gaan als het een initiatief had genomen. Dat Belfius nu niet naar de beurs kan, hebben de toplui van de bank dus aan zichzelf te wijten. Ze zullen daar nu als grote jongens maar de gevolgen van moeten dragen.’ 

3. Voor de belastingbetaler

Dankzij Belfius kan de overheid elk jaar een deel van haar uitgaven financieren. Want de staatsbank keert elk jaar riante dividenden uit. In totaal betaalde ze al 753 miljoen euro uit. Door het uitstel van de beursgang kan de regering blijven rekenen op die dividenden. Ze mist wel een superdividend van 400 miljoen euro dat voor de beursgang uitgekeerd zou worden aan de staat, geld dat bestemd was voor de Arco-coöperanten.

Bovendien kan de regering de opbrengst van de verkoop niet gebruiken om de overheidsschuld af te bouwen. De bedoeling was 30 procent van Belfius naar de beurs te brengen. Dat zou 1,5 tot 2,1 miljard euro kunnen opbrengen.

Maar nu de beursgang niet doorgaat, kan de staatsschuld niet worden afgebouwd, waardoor de rentelasten ook niet kunnen dalen. Het ziet ernaar uit dat de schuldgraad in deze regeerperiode boven 100 procent van het bruto binnenlands product blijft. Dat is een streep door de rekening van minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA), die dat als doelstelling naar voren had geschoven.

Even leek het te zullen lukken. Maar de regering miste de kans om een extra pakket aandelen van BNP Paribas te verkopen, omdat de koers net niet op 68 euro - de prijs waartegen afgesproken was om te verkopen - stond. Intussen staat BNP Paribas veel lager en is de kans klein dat het nog lukt om in de huidige regeerperiode een deel te verkopen.

Hetzelfde geldt voor Belfius. De kans dat de staatsbank in de huidige regeerperiode nog geprivatiseerd wordt is klein, nu de regering heeft gekozen voor uitstel. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content