Unilin wint fiscaal gevecht van half miljard euro van BBI

Bernard Thiers, ceo van Unilin. 'De BBI bleef hardnekkig doorgaan, maar volgens het hof is er geen sprake van een onrechtmatige fiscale constructie.' ©Dieter Telemans

Het Gentse hof van beroep geeft de Bijzondere Belastinginspectie ongelijk in een geschil met het West-Vlaamse vloerbedekkingsbedrijf rond 547 miljoen euro aan belastingen en boetes.  

De Bijzondere Belastinginspectie (BBI) claimde ruim 547 miljoen euro aan belastingen en boetes van Unilin. De zaak tegen het West-Vlaamse vloerbedekkingsbedrijf, bekend van zijn Quick-Step-vloeren, draaide rond een constructie via Ierland en Luxemburg waarmee de royalty’s worden geïnd op het revolutionaire Uniclic-systeem, dat laminaatvloeren kan plaatsen zonder lijm.

De ontwikkeling gebeurde in het West-Vlaamse Wielsbeke, maar de patentaanvraag op het kliksysteem werd in 1996 ingediend door een Nederlandse vennootschap van de Unilin-groep. In de daaropvolgende jaren bleek dat bijna alle concurrerende laminaatproducenten een licentie op dat patent wilden.

Vanaf 1999 begon Unilin vanuit Wielsbeke te onderhandelen met andere bedrijven die een licentie wilden om het Uniclic-systeem te gebruiken. De inkomsten uit die royalty’s zouden niet meer vertrekken naar Nederland, maar naar Ierland. Daar werd in december 1999 een vennootschap opgericht. Er werd een akkoord gesloten met de Nederlandse fiscus om de octrooien te mogen overdragen.

De BBI bleef hard nekkig doorgaan, maar volgens het hof van beroep is geen sprake van een onrechtmatige fiscale constructie.
Bernard Thiers
CEO Unilin

Volgens de BBI is er al jaren sprake van een schijnconstructie om Belgische belastingen te mijden en de Uniclic-winsten door te schuiven naar Ierland en Luxemburg, waar ze amper belast werden.

Nadat de Amerikaanse vloerenfabrikant Mohawk Unilin in 2005 had overgenomen, werd de constructie nog complexer. In oktober 2007 werd het management van de Ierse vennootschap verhuisd naar een kantoorgebouw in Luxemburg.

De BBI opperde dat alle uitvindingen in België zijn gebeurd en bekostigd en er dus hier belastingen op betaald moeten worden. Unilin counterde dat het patent nooit tot een Belgische vennootschap behoorde.

Het Gentse hof van beroep oordeelde nu dat de inkomsten toebehoren aan de eigenaar van het patent en niet aan de oorspronkelijke uitvinder of de vennootschap waarin de uitvinding gedaan werd. 'De BBI bleef hardnekkig doorgaan, maar volgens het hof is er geen sprake van een onrechtmatige fiscale constructie', reageert Unilin-CEO Bernard Thiers. 'De uitspraak bevestigt twee eerdere vonnissen van de rechtbank van eerste aanleg in Brugge'.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect