interview

‘Nee, we worden géén bouwfirma'

©Jonas Lampens

'De wereld heeft nood aan disruptie in de bouw.' Met digitaal ontworpen modulaire woningen wil Etex, de Belgische familiale reus voor bouwmaterialen, een nieuwe goudader aanboren. ‘Binnen vijf jaar zitten we in tien landen’, zegt Etex-CEO Paul Van Oyen.

Halfweg ons gesprek toont Etex-CEO Paul Van Oyen ons een smartphonefoto, van een Braziliaanse bouwsite. We zien twee appartementsblokken, één kraan en geen afval. ‘Die kraan bouwt vijf flats per dag’, vertelt de topman van de internationale bouwmaterialenreus, in een vergaderzaal op de hoofdzetel, bij de luchthaven van Zaventem.

BIO Paul Van Oyen
  • Al 29 jaar bij Etex
  • CEO sinds 1 januari 2015.

‘Vrachtwagens droppen er geprefabriceerde modules, die wij samen met partners digitaal ontworpen hebben. Zie je die rode laserlijnen op de grond? De kraan scant QR-codes en weet waar ze de module moet zetten. Op de werf zelf wordt niets meer gemeten en is geen afval meer.’

In één beeld toont Van Oyen ons ‘Etex 2.0’. Niet langer enkel een fabrikant van bouwplaten, dakleien en brandbeveiliging voor de wereldwijde bouwmarkten, maar ook een speler die via een digitaal platform en cocreatie modulaire woningen neerpoot.

Een Chileens huizenproject met bosbouwer Arauco

‘Neen, we worden géén bouwfirma’, zegt Van Oyen resoluut. ‘We ontwerpen ze met architecten, bouwheren en specialisten in dragende structuren, zoals hout. Wij voorzien de bouwpanelen en de systemen om de modules vast te maken.’

Binnen vijf jaar wil Etex in tien landen modulaire woningen neerzetten. ‘We willen opschuiven in de waardeketen. Klassiek bedroeg ons aandeel in een prefab-woning nog geen 10 procent. In de modulaire waardeketen is dat 60 à 70 procent, afhankelijk van het land en de afwerkingsgraad.’

Met permissie, maar modulaire bouw bestaat toch al lang?

Paul Van Oyen: ‘Uiteraard, maar u denkt aan de klassieke aanpak van de traditionele bouwfirma’s. Wij kunnen met ons digitaal platform een unieke positie verwerven. Ik geef een voorbeeld. In Chili sloten we een joint venture, E2E, met de Chileense internationale houtspecialist Arauco. Die bezit miljoenen hectaren ecologische bosbouw en maakt pulp, papier, MDFplaten en andere technische houtproducten.'

In Brazilië is snelheid zeer belangrijk, omdat ze er meer dan 7 miljoen woningen tekort hebben.

'Allesbehalve een klassieke bouwspeler. Onze en hun experts werkten met een Chileense toparchitect aan een concept voor middenklassewoningen, dat een prijs won en op de BBC werd getoond. Arauco levert het houten geraamte, wij de vullende materialen. In een jaar bouwden we er al honderden, van 30 à 50.000 euro per stuk. Ze zijn 100 procent recycleerbaar.’

Bouwt u elders nog zulke woningen?

Van Oyen: ‘We experimenteren in verschillende landen. In Brazilië is snelheid zeer belangrijk, omdat ze er meer dan 7 miljoen woningen tekort hebben. Wij zijn de enigen die er vier verdiepingen hoog modulair mogen bouwen, in hout. We leveren die woningen af met een hogere kwaliteit dan de traditionele bouwfirma’s, in een tiende van de tijd en tegen een prijs die niet hoger uitvalt. De lokale investeerder verdient veel sneller zijn geld terug. Kun je je inbeelden wat in Brazilië, een land met 25 procent inflatie, het verschil is tussen bouwen in één maand of in 16 maanden?’

Wat is er mis met de klassieke bouwindustrie?

Van Oyen: ‘De waardeketen is te complex, te zwaar en te traag en produceert te veel afval. De productiviteit is de voorbije 40 jaar niet verbeterd. De wereld heeft nood aan een industrialisering van de bouw, aan disruptie en digitalisering. Wij willen daar een graantje van meepikken.’

Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Van Oyen: ‘Onlangs mochten wij meedoen met de bouw van een ziekenhuis in Ajaccio, het eerste grote digitale bouwproject in Frankrijk. Dat was op voorhand volledig geoptimaliseerd. Je kon er virtueel in wandelen voor de eerstesteenlegging. Ik kan u in dit gebouw perfect de bouwfouten tonen. Er staat hier zelfs ergens een poutrel pal voor een venster. Als je 100 procent digitaal werkt, bouw je sneller en maak je minder fouten. Omdat alle bouwdata - zoals de gewenste akoestiek van de muren of de graad van brandbeveiliging van de plafonds - in een digitale bibliotheek zitten.’

Hoe snel wil Etex groeien in modulaire woningbouw, een markt met heel wat concurrenten in de toekomst?

Van Oyen: ‘Wij verwachten de komende vijf jaar een paar honderd miljoen euro omzet. Reken gemiddeld op 40.000 euro per woning. Er is ruimte voor iedereen. Het verschil met Wienerberger bijvoorbeeld is dat zij zich specialiseren in zware bouw, beton en bakstenen, terwijl wij ons focussen op lichtgewicht constructies.’

In welke landen ziet u het meeste potentieel?

Van Oyen: ‘We zullen geen markten betreden die we niet kennen, terwijl de nood aan woningen in Afrika en Azië gigantisch is. De vraag naar woningen in Europa wordt onderschat.’

In welke Europese landen wil Etex de eerste modulaire woningen zetten?

Van Oyen: ‘Er liggen projecten op tafel in Polen en we denken aan België en Engeland. Binnen vijf jaar zitten we in tien landen. Wereldwijd is de vraag naar dat soort woningen bijna onuitputtelijk.’

Toen we u vier jaar geleden spraken, kort na uw aantreden, had Etex na de overname van een dochter van uw Franse sectorgenoot Lafarge de sprong gemaakt van 2 naar 3 miljard euro omzet. Vier jaar later is die nog altijd 3 miljard.

Van Oyen: ‘Als je na zo’n overname plots met 50 procent groeit, is het logisch dat je een aantal jaar nodig hebt om dat te verteren. Die overname was erg richtinggevend, omdat we na een strategische oefening hebben beslist in te zetten op lichte bouw en meer focus.'

De voorbije jaren hebben we ook activiteiten afgebouwd. De kosten van de complexiteit waren te groot.

'Daarom bouwden we de voorbije jaren ook activiteiten af, wat zeker zo belangrijk is geweest. Etex is een groep met meer dan 120 fabrieken. De kosten van de complexiteit waren te groot.’

Leed Etex aan het General Electricsyndroom? Een lappendeken van bedrijven en activiteiten?

Van Oyen: ‘Absoluut. We moesten al die zeer kapitaalintensieve business ook blijven voeden. Gelukkig hebben wij een familiale langetermijnaandeelhouder die ons de kans heeft gegeven rustig af te bouwen (de telgen van de stichtende familie Emsens, red.). U hebt gezien dat ons zakencijfer niet gedaald is. Dat betekent dat onze organische groei beter is dan de markt. Maar, nog veel belangrijker, ook de recurrente bedrijfskasstroom is blijven groeien.’

Etex zit in 46 landen. Wat zijn de grootste groeiers?

Van Oyen: ‘In Europa noteren we nog altijd een organische groei van 4 procent, hoger dan het gemiddelde in de bouw. Zuid-Amerika groeit met 6 à 7 procent. Daar zullen we ons leiderschap verdedigen. In Azië, waar we als een van de eerste firma’s aanwezig waren, zijn we niet sneller gegroeid. Intern maken we nu de oefening waarom dat niet lukte. In Afrika bleken onze uitvalsbasissen Nigeria en Zuid-Afrika niet de economische powerhouses die iedereen er in zag. We overwegen of we niet meer ambitie moeten tonen aan de Afrikaanse Oost- en Westkust, die Nigeria en Zuid-Afrika inhaalden.’

De voorbije jaren investeerde Etex 150 à 180 miljoen euro per jaar. Blijft u bij dat tempo?

Van Oyen: ‘Wij zullen dat budget een paar jaar optrekken tot 200 miljoen euro. U hebt gezien hoe laag onze schuldgraad is.’

Als u in tien landen modulair wil bouwen, zult u in elk van die landen moeten investeren.

Van Oyen: ‘Dat is juist. Maar als je spreekt over tien keer 10 miljoen en als je telkens een partner van 50 procent hebt, dan spreek je over 50 miljoen euro in totaal. Dat is een derde van de kost om één nieuwe gipskartonfabriek te bouwen. Zie je de veranderde verhoudingen?’

U kijkt graag naar de toekomst, maar het asbestverleden van uw dochterbedrijf Eternit blijft Etex achtervolgen. In maart was er even commotie nadat bij een onderzoek met kleefstalen asbestvezels waren aangetroffen in de fabriek in Kapelle-op-den-Bos.

Van Oyen: ‘Een CEO van Etex moet het verleden met zich mee dragen. Wij doen dat al jaren via een zeer strikte politiek. Ten eerste hebben we aandacht voor de erkenning en vergoeding van slachtoffers. Ten tweede nemen we de nodige maatregelen om te vermijden dat medewerkers en andere personen worden blootgesteld aan asbestvezels. Ten derde werken we sinds jaren met de Belgische Stichting Tegen Kanker, die onderzoek doet naar asbest-gerelateerde ziektes. We hebben die samenwerking onlangs verlengd en de bedragen verhoogd. De volgende vier jaar ondersteunen we de stichting met 4 miljoen euro.’

De volgende vier jaar ondersteunen we de Belgische Stichting Tegen Kanker met 4 miljoen euro.

‘U verwijst naar een bezorgdheid die ontstond bij medewerkers naar aanleiding van het nemen van kleefstalen. De resultaten van luchtmetingen waren volledig conform de wettelijke normen en onze aanpak werd ook door de bevoegde instanties positief onthaald.’

‘We meten ook al jaren in onze fabrieken de blootstelling aan asbestvezels, met een detectielimiet die tien maal strikter is dan wat de wet voorschrijft. In vele van onze fabrieken zitten in de daken en de façade nog asbestcementproducten, die misschien ook in uw huis of kantoor zitten. We hebben al jaren een programma om die te verwijderen.’

Abeva, de Vereniging van Asbestslachtoffers in België, eist al lang een hervorming van het Asbestfonds. Ze vindt het een schande dat wie een schadevergoeding wil, moet afzien van gerechtelijke stappen.

Van Oyen: ‘Telkens als het woord asbest valt, zal ik diepe spijt betuigen. Ook wij betreuren zoals vele andere industrieën, slachtoffers. Wij proberen de communicatie met Abeva te intensifiëren. Gezien de vele betrokken industrieën werd het Asbestfonds destijds gezamenlijk opgericht door de overheid, de werknemers- en de werkgeversvertegenwoordigers. Onlangs werd door de overheid nog een verbetering aan die vergoedingsregeling voor de slachtoffers aangebracht.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect