'Vlottende windparken worden big business'

Een vlottend windpark is met kabels op de zeebodem verankerd. De 'gewone' offshoreparken rusten op betonnen of stalen palen die, vaak op zandbanken, in de zeebodem worden geheid.

De olie- en gasmajors zijn volop bezig met de ontwikkeling van vlottende windparken op zee. De Belgische baggeraar DEME is klaar om op de kar te springen. 'Op termijn halen de vlottende installaties de vaste in', klinkt het.

De Belgische baggeraar en offshorewindparkenbouwer DEME gaat in Frankrijk meebouwen aan wat een van de eerste commerciële drijvende windmolenparken ter wereld moet worden. Bij vlottende windparken wordt de windmolen op een dobberende (betonnen of stalen) structuur geplaatst die met kabels op de zeebodem wordt verankerd. De offshorewindparken die tot nu worden gebouwd - zoals die voor de Belgische kust - rusten op betonnen of stalen palen die, vaak op zandbanken, in de zeebodem worden geheid.

'Vlottende windparken worden big business', zegt Luc Vandenbulcke, de topman van DEME, stellig. 'Het grote voordeel is dat je ze kunt bouwen op plekken in diepe wateren die nu door de diepte niet bereikbaar zijn: voor de kust van Noorwegen, de oostkust van Japan, de Middellandse Zee en de westkust van de VS. Daar is de windopbrengst gigantisch.'

Een ander voordeel is dat op die markt, naarmate ze zich ontwikkelt, ruimte is voor standaardisatie, zegt Vandenbulcke. 'Bij de vaste windparken op zee ben je voor de installatie afhankelijk van de ondergrond en moet je telkens anders te werk gaan. Vlotters voor drijvende parken, al dan niet met windmolen, kan je in principe standaard op grote schaal bouwen en wereldwijd verschepen.'

'Een dobber kan ook makkelijker grotere turbines aan', zegt Bart De Poorter, verantwoordelijke offshore bij DEME. 'Nu installeren we op vaste offshoreparken windmolens van 10 en straks 14 megawatt. Als we naar nog grotere gaan, moeten we veel grotere funderingen hebben. Drijvende dobbers hoeven niet noodzakelijk veel groter worden gemaakt, omdat ze al ontworpen zijn om te functioneren bij golven tot 20 meter.'

Voorlopig nog veel duurder

Momenteel lopen testen met vlottende windmolens in Schotland en Bretagne. 'Om te meten en te weten', zegt De Poorter. Het Leucate-park van 30 MW waar DEME aan meewerkt, komt op 16 km voor de zuidoostkust van Frankrijk in de Middellandse Zee. Samen met het Hywind Tampen-project van Equinor voor de Noorse kust wordt het een van de eerste die echt elektriciteit gaat leveren. De bouw begint in 2022. Een jaar later moet het klaar zijn.

DEME ontwikkelt en installeert de onderzeese exportkabel die het drijvende Leucate-park met het elektriciteitsnet op het vasteland verbindt. 'Het is geen gigantisch contract', zegt Vandenbulcke. 'Maar het is wel een belangrijke stap in een heel beloftevolle markt. In Frankrijk en Noorwegen staan een paar projecten op stapel. We zien aankondigingen voor parken van 250 MW en meer.'

Vanaf 2025 zien we de markt van de vlottende windparken echt groeien.
Luc Vandenbulcke
CEO DEME

De Poorter: 'In Bretagne vindt volgend jaar een veiling plaats voor een park van 500 megawatt. In Noorwegen zagen we projecten van 900 megawatt tot 1 gigawatt passeren. Voor de Belgische kust zijn er geen plannen. Daar is te weinig plaats.'

'Voorlopig zijn de kosten van een vlottende windmolen per megawattuur nog twee keer hoger dan die van een vaste offshorewindmolen', zegt Vandenbulcke. 'Maar naarmate die markt zich ontwikkelt, zullen die dalen.'

De DEME-topman schat dat 12 à 20 gigawatt offshorewindcapaciteit op jaarbasis wordt geïnstalleerd tegen 2030. '10 procent zal van vlottende installaties komen en vanaf dan zal die markt geleidelijk groeien naar 5 à 10 gigawatt per jaar.' Vandenbulcke is ervan overtuigd dat de vlottende installaties op termijn de vaste inhalen. 'Ook omdat voor veel kusten geen beschikbare ruimte overblijft.'

Oliereuzen

De trekkers van de vlottende windparkenmarkt zijn de grote olie- en gasmajors, de BP's, Chevrons en Equinors (ex-Statoil) van deze wereld. Met hun olie- en gasplatforms zijn ze gewoon om in grote waterdieptes te werken. Nu ze verplicht worden om te 'vergroenen', springen ze op de kar van de vlottende parken. De Poorter: 'Ze hebben de eerste windparkengolf in lage waterdieptes gemist. Deze keer willen ze mee zijn. Een aantal van de dobber- en verankeringsconcepten komt trouwens rechtstreeks uit de sector. In plaats van een gas- of olieplatform komt er nu een windmolen op.'

Vandenbulcke: 'De markt is zich volop aan het warmlopen. Vanaf 2025 zien we die echt groeien. Wij zijn er klaar voor. We hebben schepen om kabels te leggen en turbines te plaatsen. Ook kunnen we, net als bij de vaste parken, betonnen funderingen plaatsen. Voor Equinor maakten we een studie om betonnen vlotters te maken. We hebben de kennis in huis. We namen recent ook het Nederlandse SPT over, een specialist in verankeringen in diepe wateren.'

Offshore genereert net als de baggeractiviteiten 45 procent van de inkomsten van DEME. De baggeraar wordt gecontroleerd door de Antwerpse holding Ackermans & van Haaren en heeft een orderboek van 4,5 miljard euro.

De essentie

  • De Belgische baggeraar DEME heeft zijn eerste contract binnen op de nieuwe markt van de drijvende windmolenparken op zee.
  • Het gaat de exportkabel installeren voor het Franse Leucate-park in de Middellandse Zee, een project van Les Eoliennes Flottantes du Golfe du Lion.
  • Leucate wordt een van de eerste commerciële vlottende windparken ter wereld.
  • DEME-CEO Luc Vandenbulcke is ervan overtuigd dat de vlottende installaties op termijn de vaste inhalen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud