reportage

‘Zonder Roemenen valt de Roeselaarse economie stil'

In de technische scholen van Izegem, Torhout en Kortrijk studeren dit jaar zes à zeven buislassers af. Roemeense lassers vullen het tekort aan. ©Siska Vandecasteele

Ze zijn met ruim 1.900 en onmisbaar in de agrobusiness, de bouw of de metaalconstructie. De erg krappe Roeselaarse arbeidsmarkt kan niet meer zonder Roemenen. ‘Ik droom van de bergen van Transsylvanië, maar hier verdien ik drie keer zoveel.’

FC Transilvania, genoemd naar de thuishaven van Dracula in Noord-West-Roemenië, is zonder twijfel de meest exotische ploeg in het Vlaamse liefhebbersvoetbal. Het team speelt elke zondagochtend aan het Kerelsplein in het Roeselaars Liefhebbersverbond, met enkel Roemeense spelers. Zij werken er, net als honderden landgenoten, bij lokale bedrijven en werden veelal in eigen land gerekruteerd door Vlaamse uitzendkantoren.

Het illustreert hoe het West-Vlaamse Roeselare de voorbije jaren een beetje Roemeens kleurde. Terwijl er in 2008 nog maar 48 Roemenen waren, werden er op 1 januari van dit jaar 1.911 geteld. Van de 62.787 inwoners zijn de Roemenen verreweg de grootste buitenlandse bevolkingsgroep, ruim voor de Polen (591) en de Nederlanders (194).

Legendarische krapte 

Die aangroei heeft alles te maken met de legendarische krapte op de arbeidsmarkt in Midden-West-Vlaanderen, die steeds nijpender wordt. Terwijl het West-Vlaamse gemiddelde op 1,7 werkloze per vacature zit, is er in Roeselare een verhouding van 1 op 1. Voor sommige beroepen ligt dat cijfer zelfs nog lager. Ter vergelijking: in 2008 had je in Roeselare nog 2,4 werklozen per vacature.

1
werkloze
Terwijl het West-Vlaamse gemiddelde op 1,7 werkloze per vacature zit, is er in Roeselare een verhouding van 1 op 1. Voor sommige beroepen ligt dat cijfer zelfs nog lager.

‘De krapte laat zich overal voelen’, zegt Thomas Wauters, directeur internationale rekrutering van de uitzendgroep Accent, die haar hoofdzetel heeft in Roeselare en een onderdeel is van House of HR. Wauters boorde negen jaar geleden als eerste in de regio de Roemeense markt aan, om de nood aan technische profielen te lenigen.

Wauters stond in 2010 mee aan de wieg van het Roemeense Accent-filiaal in de buurt van Cluj-Napoca, de tweede grootste Roemeense stad, in de regio Transsylvanië. De keuze is niet toevallig, want Cluj telt een rist gereputeerde universiteiten en een reservoir aan goedgeschoold technisch personeel. ‘In het begin reageerden veel bedrijven nog afwijzend als je een Roemeen voorstelde’, herinnert hij zich. ‘De bal ging pas gaandeweg aan het rollen nadat enkelen het hadden aangedurfd Roemenen tewerk te stellen.’

Mondreclame onder Roeselaarse werkgevers deed de rest. Bovendien viel ook de rompslomp van een arbeidskaart weg sinds ook voor Roemenen in de EU het vrij verkeer van personen geldt.

Het Roemeense pionierswerk van Accent creëerde een sneeuwbaleffect omdat ook andere Vlaamse uitzendkantoren op de kar sprongen. Zo brengen ook Let’s Work - een shirtsponsor van FC Transilvania - Axintor en Absolute Roemenen naar Roeselare. Absolute houdt in Cluj-Napoca kantoor in dezelfde straat als Accent.

Diepvriesgroenten

Spelers van FC Transilvania, dat in het Roeselaars Liefhebbersverbond speelt met enkel Roemeense spelers. ©Siska Vandecasteele

‘Roemenen komen graag naar Roeselare omdat ze hier twee à drie keer meer kunnen verdienen en omdat er hier veel industriejobs zijn’, zegt Thomas Wauters van Accent. ‘Aanvankelijk vulden ze vooral knelpuntvacatures in de groentesector, met name bandwerk bij producenten van diepvriesgroenten. Maar ondertussen halen we al lang allerlei profielen, van elektriciens over loodgieters tot lassers.’

Onlangs nog benadrukte Michel Soubry, de CEO van de gelijknamige pastaproducent in de haven van Roeselare, dat zijn bedrijf niet genoeg personeel vindt in eigen land of in het aangrenzende Noord-Frankrijk en daarom ook in Roemenië moet rekruteren.

Soubry is niet de enige in de regio die al Roemenen tewerkstelt. VDL Bus Roeselare, dat elektrische bussen maakt, rekruteerde vorig jaar zeven Roemeense elektriciens. Bij Goddeeris, dat buizen installeert bij onder meer de frietreus Clarebout en Coca-Cola en 18 nationaliteiten telt, zijn 20 van de 120 werknemers Roemeen.

‘Ze werken als buislasser of pijpfitter; profielen die we lokaal amper vinden’, zegt CEO Jan Goddeeris. ‘In de technische scholen van Izegem, Torhout en Kortrijk samen studeren dit jaar zes à zeven buislassers af. Dat is peanuts, hè.’ Een waslijst aan bedrijven in en rond Roeselare - van de bouw over de agrobusiness tot de metaalconstructie - stellen al een of meerdere Roemenen tewerk.

Cursus tellen

Zelfs de Roeselaarse boer kan niet meer werken zonder zijn Roemeense seizoensarbeider. Het West-Vlaamse bestuur van de Boerenbond organiseerde er onlangs een vijfdelige basiscursus ‘Roemeens voor op het veld’, zodat de boer zijn Roemenen ‘deftig kan uitleggen hoe ze moeten oogsten’, maar bijvoorbeeld ook ‘leert tellen in het Roemeens’.

‘Zonder de Roemeense en andere Oost-Europese werkkrachten zou de economie in Roeselare en omgeving niet kunnen groeien’, oordeelt Kris Deforche, de financieel manager van Constructie Bruynooghe, een producent van inoxmachines voor bedrijven in de voedingsindustrie zoals Ardo, D’Arta en Bonduelle.

Mijn schoonmoeder heeft een lapje grond in Roemenië, boven op een berg. Je hebt daar nog wilde beren, wolven en adders. Ooit wil ik daar in alle rust gaan wonen.
Florin Pop (40)
Roemeense lasser in Roeselare

Bij de kmo in Staden, vlak bij Roeselare, komen 13 van de 40 arbeiders uit Oost-Europa: zeven uit Roemenië en zes uit Polen. ‘We kunnen niet anders’, zegt Deforche in het atelier, laverend tussen rekken die tot de nok gevuld met zijn met motoren en machineonderdelen.

Ondanks de moeizame zoektocht naar technisch personeel gaat het Constructie Bruynooghe voor de wind. In januari haalde de kmo al zo’n 40 procent van de jaaromzet aan orders binnen. ‘Dat is ongezien,’ lacht Deforche, ‘maar het stelt ons paradoxaal genoeg ook voor een grote uitdaging. Omdat er ruim tien vacatures openstaan, onder meer voor lassers-constructeurs en monteurs gespecialiseerd in inox. Het lijdt geen twijfel dat we ook nu weer naar het buitenland zullen kijken.’

Niet dat Deforche dat erg vindt. ‘De Roemenen en de andere buitenlanders die wij rekruteren, werken hard. Voor de veiligheid en de goede werking in het atelier is het wel een absolute voorwaarde dat ze een minimum aan Engels spreken. We willen ook dat ze bereid zijn zich hier te vestigen op lange termijn. Na de interim-periode krijgen ze een vast contract aangeboden. Sommigen kochten al een huis en wonen in Roeselare en omgeving met hun gezin.’

Meer verdienen

Een van hen is de 40-jarige lasser-constructeur Florin Pop. De geblokte Roemeen, afkomstig uit de buurt van Cluj-Napoca, staat aan een van de werktafels gebogen over een machineonderdeel. ‘Ik verdien hier drie keer zoveel als in Roemenië’, zegt hij, terwijl hij zijn gitzwarte lashelm afzet.

Pop, al sinds 2011 in Roeselare en al drie jaar bij Constructie Bruynooghe, houdt wel van de Roeselaarse no-nonsensementaliteit. ‘In Transsylvanië staan we er ook om bekend dat we niet veel praten. We zijn harde werkers. Alle rollen zijn hier ook netjes afgelijnd op de werkvloer, terwijl in Roemenië iedereen zich moeit met je werk. Hier word ik op tijd betaald en krijg ik elke maand hetzelfde salaris, in Roemenië is dat lang niet altijd het geval. Bovendien zijn de Belgische sociale zekerheid en de medische zorg veel beter. In Roemenië hebben we na 1989 geen enkel ziekenhuis meer gebouwd, maar hebben we wel veel kerken. Er is heel veel corruptie en de wegen zijn ronduit dramatisch.' 

©Siska Vandecasteele

Roemenen zoals Florin Pop, met al ettelijke jaren werkervaring in en rond Roeselare, liggen erg goed in de markt. ‘Ik heb de jobs voor het uitkiezen’, grijnst de 32-jarige Ciprian Colonescu, een van de spelers van FC Transilvania, die al een paar jaar werkt voor een Roeselaarse kmo die onder andere onderdelen levert aan de graafmachinebouwer Caterpillar. ‘Ik heb eind vorig jaar mijn curriculum vitae ververst. Binnen de week kreeg ik tien telefoontjes van geïnteresseerde grote bedrijven, zoals de aircofabrikant Daikin en de weefgetouwenmaker Picanol.’

Colonescu, afkomstig uit de grensregio met Moldavië, zwerft al sinds zijn achttiende door Europa. ‘Zoals zovele Roemenen, wij zijn heel flexibel’, grijnst hij. Hij werkte in Zwitserland en Italië en kwam in 2014 naar Roeselare, op aanraden van vrienden die er al aan de slag waren. ‘In het begin vond ik het erg moeilijk’, erkent Colonescu, terwijl hij in zijn knusse rijwoning in de Olmenstraat, vlak bij het terrein van FC Transilvania, de tafel volstouwt met koffie, frisdrank en gebakjes.

‘Als je hier aankomt, start je van nul. Maar als je je openstelt op de werkvloer verloopt de integratie vlot’, zegt hij in behoorlijk Engels. ‘We spreken Frans en Engels met elkaar op het werk. (toont trots een groepsfoto op zijn smartphone) We vormen een hechte familie, terwijl je in een groot bedrijf maar een nummer zou zijn. Vorig jaar, toen mijn vader in coma lag, heeft mijn werkgever zich heel genereus en flexibel opgesteld.’

Nog elke maand ziet Colonescu naar eigen zeggen nieuwe Roemenen aanspoelen in Roeselare. ‘De keerzijde van de medaille is dat de beste werkkrachten uit ons land vertrekken. In de bouw in Roemenië moeten ze mensen uit Thailand en de Filipijnen laten aanrukken.’

Braindrain

Ook Thomas Wauters van Accent is zich bewust van de ethische discussie over de braindrain uit Roemenië. ‘In een jaar halen wij zo’n 150 à 200 Roemenen naar Vlaanderen. Maar langs de andere kant sturen zij ook geld naar huis en investeren ze bijvoorbeeld in hun thuisland, zoals in vastgoed.’

Bij Accent krijgen ze ondertussen ook vragen van West-Vlaamse kmo’s naar hoogopgeleide Roemenen. ‘We bereiden ons voor op de krapte in bediendeprofielen en zijn er IT’ers en ingenieurs aan het selecteren. Het gaat lang niet meer alleen om arbeiders.’ Accent gaat geregeld de boer op in Roemenië. ‘We maken er radioreclame, doen er roadtrips en houden presentaties in hotels, zoals in de hoofdstad Boekarest.’

We zijn in Roemenië ook al IT’ers en ingenieurs aan het selecteren. Het gaat lang niet meer alleen om arbeiders.
Thomas Wauters
uitzendbureau Accent

Tegelijkertijd richt het ook zijn pijlen op andere markten. ‘Onlangs ben ik met een paar medewerkers naar Moldavië geweest, een buurland van Roemenië, om te zien of we ook van daaruit arbeidskrachten kunnen rekruteren’, zegt Wauters. ‘We moeten wel. Alleen met Roemenen kunnen we niet voldoen aan de vraag van Vlaamse werkgevers. Landen als Duitsland en Zweden, die net als wij met de vergrijzing en een krappe arbeidsmarkt worstelen, azen ook op Roemeense werkkrachten, die daar dikwijls ook nog eens meer kunnen verdienen.’

Blijft de vraag hoe ze in Roeselare kijken naar de Roemeense instroom in hun stad. ‘Je hebt geen problemen met mensen die naar hier komen om te werken, hè’, lacht Jan Goddeeris, geboren en getogen Roeselarenaar. ‘’s Avonds zijn ze moe, en in het weekend rusten ze uit. Roemenen werken hard en spreken doorgaans goed Engels of Frans. (lacht) Ze begrijpen ook West-Vlaamse woorden, zoals tournavis. Waarschijnlijk omdat Roemeens een Romaanse taal is.’

‘In de Colruyt hoor ik veel Roemeens en andere talen, terwijl dat tien jaar geleden bijna nooit het geval was’, vertelt Kris Deforche van Constructie Bruynooghe, die eveneens al heel zijn leven in Roeselare woont. ‘Nee, serieus: klachten van inwoners heb ik nog nooit gehoord.’

Sociale controle

‘Er is sowieso veel sociale controle onder de Roemenen’, zegt lasser-constructeur Florin Pop, die ook medebezieler is van de pas opgerichte vzw Roemenen uit Roeselare. Trots speelt hij een filmpje af op zijn smartphone. We zien dansende kinderen op de Roeselaarse kerstmarkt, uitgedost in kleurrijke, traditionele kledij uit alle windstreken van Roemenië. Tegen de witte wand van de partytent hangt een reclamedoek van zijn werkgever/sponsor, Constructie Bruynooghe.

‘We willen de mensen van Roeselare vertrouwd maken met onze gebruiken’, zegt Pop. ‘Want onbekend is onbemind. Dat lukt aardig, we zien veel interesse. Binnenkort spelen we bijvoorbeeld Roemeense filmklassiekers in het lokale cultuurcentrum De Spil.’

Ook Florin Pop kocht een tijd geleden al een huis in Roeselare, waar hij woont met zijn vrouw Corina, die bij een lokale producent van autoglas werkt, en hun zonen Eduard (11) en Adrian (4). Toch klopt zijn hart nog altijd in Transsylvanië.

‘Mijn schoonmoeder heeft er een lapje grond, boven op een berg’, zegt hij, hoorbaar met een krop in de keel. ‘Je hebt daar nog wilde beren, wolven en adders. Ooit wil ik daar in alle rust gaan wonen. Al zegt mijn verstand me dat ik wellicht nog lang in Roeselare zal blijven, zeker zodra ook onze jongste zoon schoolplichtig is.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect