interview

Jean-Pierre Clamadieu, de CEO die stationschef wilde worden

©Tim Dirven

Ontbijt met De Tijd. De topman van Solvay heeft deze week aangekondigd dat hij een ‘point final’ zet. Er is genoeg gereorganiseerd bij de chemiegroep. Pauze nu.

Jean-Pierre Clamadieu (59) - in pak, maar zonder das en met het bovenste knoopje van zijn hemd open - is opgetogen als hij de kaart van Chyl bestudeert, een hippe bioeettent in zijn buurt. ‘Aha. Ze hebben açaï op de kaart. Schitterend!’ Hij kent de donkerpaarse vruchten nog van toen hij in Brazilië woonde, een land waar hij zijn hart aan verloor. Brazilianen eten vooral de pulp. Omdat de açaï-bes hoge concentraties antioxidanten bevat, is ze wereldwijd aan een opmars bezig. Tot in Brussel dus.

Clamadieu kan wel wat ontgifting gebruiken. Hij heeft afmattende weken achter de rug. Of beter: jaren. In 2012 kwam de Fransman aan het hoofd van Solvay, een Belgisch kroonjuweel met 154 jaar geschiedenis. De chemiegroep had net Rhodia opgeslokt, het bedrijf dat hem naar Brazilië stuurde en waarvan hij later CEO werd. ‘Die overname was nodig. Vanaf dat moment was Solvay groot genoeg om op de fusie-en overnamemarkt met pionnen te schuiven’.

Veertig deals later komt Clamadieu boven een kom biologische bessenyoghurt op adem. Deze week kondigde Solvay aan dat het zijn polyamidendivisie aan BASF verkoopt voor 1,6 miljard euro. Het sluitstuk van de transformatie. ‘We hebben ont-zet-tend hard gewerkt.’

Clamadieu smolt het traditionele chemiebedrijf om tot een specialist in hoogtechnologische kunststoffen. Wie wil begrijpen hoe ingrijpend de omwenteling is, moet het klantenbestand van Solvay naast dat van vijf jaar geleden leggen. ‘Toen waren glasproducent Saint-Gobain en Perrier nog onze belangrijkste klanten. Vandaag zijn dat Boeiing, Apple en Unilever.’

©Tim Dirven

Op de tafel ligt een Apple-telefoon, die dienst doet als recorder. ‘Ja hoor, ook in jouw telefoon zit materiaal van ons. Net als in de nieuwste iPhone. Maar ik mag niet zeggen welke onderdelen precies. Veertien Solvay-fabrieken leveren intussen aan Apple. Niet uitsluitend natuurlijk, we werken ook voor andere smartphone –en tabletproducenten.’

Hij verandert snel van onderwerp. Apple houdt er iet van dat leveranciers uit de biecht klappen. Maar het is lastig erover te zwijgen, want de invloed van Apple op Solvay is groot. Solvay heeft intussen vier mensen permanent in Cupertino zitten. ‘Als Apple iets vraagt, moet het snel gaan. Wij krijgen maar enkele weken om te ontwikkelen wat ze vragen.’ Solvay heeft onlangs zelfs een zonneboerderij in South Carolina gekocht, om de fabrieken waar Apple-producten worden gemaakt, te laten draaien op hernieuwbare energie. Want klant is koning. Apples wil is wet.

Vitaminebom

Clamadieu bestelt een sapje van rode biet, appel, wortel en nog wat. Een vitaminebom. We vragen hem waar hij al die tijd zijn energie vandaan haalde. ‘Ik heb die veertig deals niet allemaal zelf onderhandeld. Alleen de belangrijkste vijf of zes.’

‘Weet je wat wellicht mijn grootste talent is? Ik bepaal een lijn en ga dan recht op mijn doel af. Dat klinkt simpel, maar dat is het niet. De meesten laten zich constant afleiden door de stortvloed aan informatie. Ik blijf open voor nieuwe input, maar laat me niet van links naar rechts slingeren. Ik trek uit de brei enkele draden die van belang zijn. Als er honderd parameters zijn, ben ik goed in het spotten van de drie die er echt toe doen.’

©Tim Dirven

Of hij zich niet stierlijk gaat vervelen, na zijn ‘point final’? We zien niet echt een ‘monsieur pause’ in hem, bekennen we. ‘Het geeft voldoening te merken dat het mogelijk is zo’n groot bedrijf in korte tijd veel duurzamer te maken. Wat in de politiek allang niet meer mogelijk is, kan hier wel nog. Vergis u niet, ik heb nog veel werk bij Solvay. Het spectaculaire deel van de transitie is achter de rug, dat is waar. Nu begint het werk in de diepte. Hoe kunnen we wat we doen nog beter doen? Onze bedrijfsorganisatie is niet langer aangepast aan de nieuwe structuur.’

Solvay trekt onder leiding van Clamadieu voluit de kaart van maatschappelijk verantwoord ondernemen. We vragen de topman of hij die lijn altijd consequent kan aanhouden. Solvay is een belangrijke toeleverancier van de fel bekritiseerde Amerikaanse schalieolie-industrie en levert onderdelen voor Amerikaanse gevechtsvliegtuigen. In elke F-35 zit voor meer dan 1 miljoen dollar Solvay-producten. Waar trekt hij de grens?

Clamadieu heeft geen enkele moeite de met de vraag. ‘Tot voor kort produceerden wij sigarettenfilters, maar daar zijn we uitgestapt. Ik ben bestuurder bij AXA. Toen die verzekeraar besloot uit alle tabaksgerelateerde bedrijven te stappen, dacht ik: het is het moment om ermee te kappen. Met gevechtsvliegtuigen heb ik geen problemen. Elke natie heeft het recht zich te verdedigen. Onze producten zitten trouwens ook in passagiersvliegtuigen. We leveren carbonvezel voor onder meer de vleugels en de staart. Ook in elektrische auto zitten onze producten. Dankzij onze kunstoffen is het mogelijk lichtere auto’s en vliegtuigen te bouwen, waardoor ze minder brandstof verbruiken en waardoor de CO2-uitstoot afneemt.’

De zon trekt vriendelijke strepen op de witgekalkte muren van Chyl. ‘Met schaliegas hebben we wel een imagoprobleem’, geeft Clamadieu toe. ‘Maar de wereld heeft vandaag nog altijd fossiele brandstoffen nodig. Die industrie heeft een slechte naam, maar als je het ‘fracken’ juist aanpakt, is er geen schade voor het milieu. Wij leveren net de chemicaliën die ervoor zorgen dat het boren en oppompen in de beste omstandigheden gebeuren.’

©Tim Dirven

Hij zuigt met een ijzeren rietje zijn glas tot op de bodem leeg. ‘Meer vragen heb ik bij een ander product dat we produceren: waterstofperoxide. In de industrie wordt het gebruikt in toepassingen waar niets op aan te merken valt. Maar als het in verkeerde handen valt, kan het dienen als grondstof voor explosieven. We onderzoeken samen met het Chinese Alibaba hoe we online kunnen traceren bij wie ons product terechtkomt.’

‘Ik ben veel meer bezig met geopolitiek dan tien jaar geleden. Het is een deel van de kerntaak van een CEO geworden. Tien jaar geleden kon je er als topman van een multinational rustig van uitgaan dat de geopolitieke krijtlijnen dezelfde zouden blijven. Vandaag staat alles ter discussie, zelf de vrijhandel. Toch gaat het behoorlijk goed met de wereldeconomie. Ik verbaas me daar soms over. De Amerikaanse president Donald Trump vergroot de onzekerheid wel met zijn uitspraken. Als ik hoor hoe fel hij van leer trekt tegen Iran, hou ik mijn hart vast. Iran is een van de grootste klanten van Boeing.’

Ernest en co

Vanavond heeft Clamadieu een afspraak met de nakomelingen van stichter Ernest Solvay, ergens in een familiehuis op een geheime plaats in Brussel. De familie bezit vandaag nog altijd tijd ruim 30 procent van de aandelen.

‘Twee keer per jaar komen we samen om te praten over de koers van het bedrijf. Ik doe dat liever dan die roadshows, waar investeerders die nog geen 1 percent van de aandelen hebben op onvriendelijke toon vragen stellen. ‘Zorg dat Solvay een naam blijft waar we trots op zijn’, was het eerste wat de familie me vroeg toen ik CEO werd. Nochtans heten de meeste van die mensen al lang geen Solvay meer. Het tweede dat ze me vroegen was elk jaar voor een mooi dividend te zorgen.’ (glimlacht)

‘Toen we twee jaar geleden het Amerikaanse Cytec wilden overnemen, ben ik bij de familiale aandeelhouders geld gaan vragen. Een belangrijk test, toch wel. Maar ze hebben allemaal ingetekend.’

Een 'cheminot'

Ik ben veel meer bezig met geopolitiek dan tien jaar geleden.

Vanavond staat er minder op het spel. De sfeer zal er gemoedelijk aan toe gaan in de salons van het familiehuis van de Solvays. Toch zal er altijd een verschil zijn tussen hem en de familieleden. Clamadieu mag dan intussen een van de best betaalde ceo’s in de Bel 20 zijn en ruim 3 miljoen euro per jaar verdienen, hij is allesbehalve rijk geboren. ‘Toen ik klein was, droomde ik ervan stationschef worden. Mijn vader is op zijn 16de beginnen te werken bij de Franse spoorwegmaatschappij SNCF. Wij woonden in een cité van spoorarbeiders, ik ging elke zomer op kolonie met kinderen van ‘cheminots’. Het was mijn vaders grote droom dat ik ingenieur zou worden bij de spoorwegen.’

Op zijn 18de schreef Clamadieu zich in aan de Ecole Nationale Supérieure des mines de Paris. Na zijn afstuderen slaagde hij voor een examen dat hem toegang gaf tot een korps van topambtenaren. Hij ging werken als technisch adviseur voor de minister van Werk. ‘Ik volg de Franse politiek nog altijd op de voet. Meer dan ooit zelfs. Omdat het interessant is wat er gebeurt. Ik ben een fervent supporter van president Emmanuel Macron. Je mag nooit zeggen dat het de laatste kans is voor een land, maar toch. Frankrijk heeft al veel kansen gemist. Het is erop of eronder.’

‘Ben ik een patriot? Euh. Ik hou niet van dat woord, omdat het te vaak synoniem is voor nationalist. Maar natuurlijk hou ik van Frankrijk. Fransen houden niet van veranderingen. Maar vandaag vindt zelfs mijn moeder van 85 dat het tijd is om de dingen aan te pakken.’

Opera 

Ik bepaal een lijn en ga dan recht op mijn doel af. Dat klinkt simpel maar is het niet.

Sinds hij voor Solvay werkt, woont Clamadieu in Brussel, niet zo ver van Ter Kamerenbos. ‘Brussel heeft charme, maar het mobiliteitsprobleem is allesbehalve charmant. Voor de hoofdstad van Europa kan dat toch niet’, zegt hij. De Munt vindt hij fantastisch. ‘Ik sponsor het operahuis met mijn privégeld. Ik hou enorm van operan vooral van Mozart. De laatste keer dat ik naar de keel werd gegrepen, was bij ‘Orfeo en Euridice’. De Italiaanse regisseur Romeo Castellucci had op het podium een live videostreaming opgezet naar het ziekenhuisbed van een vrouw met locked-insyndroom, die met een koptelefoon meeluisterde. Heel intens.’

‘Opera, met al zijn drama en romantiek, creëert de mogelijkheid om te ontsnappen. Ik heb een ongelooflijk leven als CEO, maar ik zoek bewust naar tegengewicht. Je zal me sneller een roman zien lezen dan een businessboek. Als ik in het buitenland twee uur vrij heb, trek ik de stad in. Luchthaven, vliegtuig, taxi, hotel, vergaderzaal, dat wordt deprimerend op de duur.’

De pot açaï is leeggelepeld, vanuit zijn binnenzak klinkt een belletje. Hij moet weg. Hij bestelt nog snel een espresso en vraagt de rekening. Tuut. ‘Verdorie, verkeerde code.’ Tuut. ‘Zut, nog eens.’ Hij verontschuldigt zich bij de dienster. ‘Ik heb echt te veel kredietkaarten in mijn portefeuille’. De derde keer lukt het wel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n