Limburgse familie zet lakspecialist Alro te koop

Alro lakt onder meer onderdelen van de elektrische Audi e-tron die in Vorst wordt geproduceerd. ©EPA

De familie Thijs kijkt uit naar een koper voor Alro, de specialist in het lakken van onderdelen voor de auto- en vrachtwagenindustrie.

De zoektocht naar een nieuwe partner zit nog in een pril stadium. Het is de bedoeling dat de familie Thijs zich ineens of in enkele stappen terugtrekt uit het kapitaal. Ze wordt daarin bijgestaan door de fusie- en overnameadviseur Kumulus. In de zoektocht staat de onafhankelijkheid van het bedrijf centraal, wat erop wijst dat vooral wordt uitgekeken naar een financiële partner.

KERNCIJFERS

Omzet (2017): 106 miljoen euro.

Brutobedrijfswinst (ebitda): +/- 10 miljoen euro.

Nettowinst: 4,4 miljoen euro.

Aantal werknemers: +/- 1.000.

Aandeelhouders: familie Thijs (90%), management (10%).

De oefening past in de successieplanning van de familie Thijs. Oprichter en eigenaar Luc Thijs heeft twee kinderen, maar die werken allebei buiten het bedrijf. Zoon Tom is actief in boomwerken via Curabo, dochter Elke zit in de theaterwereld. Ze zetelen wel allebei in de raad van bestuur. De familie Thijs bezit 90 procent van de Alro-aandelen, het management heeft de resterende 10 procent in handen.

Luc Thijs richtte Alro op in de jaren 70. Het is gespecialiseerd in lakken (coaten) en ontlakken van kleine en grote metalen en kunststoffen onderdelen. Alro is marktleider in zijn niche, zowel in West- als in Oost-Europa. De groep heeft vestigingen in België (Genk, Dilsen-Stokkem), Nederland (Heerlen) en Slovakije (Trnava).

In de autobranche is Alro actief in het hogere segment. Daar blijven de volumes hoog.
Een betrokkene

De klanten van Alro zijn vrachtwagen- en autoconstructeurs, de kunststof- en de metaalindustrie. Bijna alle grote autoconstructeurs (onder meer BMW, Audi, Citroën, Fiat, Opel, Mercedes, Volvo, Volkswagen) zijn klant. Bij de vrachtwagenbouwers nemen onder meer DAF, Volvo, Van Hool, Scania en Renault Trucks producten van Alro af.

Alro werkt ook mee aan de elektrische Audi e-tron die in Vorst wordt geproduceerd. Het lakt de onderdelen die de batterijen bevatten, maar ook delen van de voor- en de achterbumper.

Is de groep niet kwetsbaar door haar blootstelling aan de cyclische autosector, die het hard te verduren heeft? ‘Nee’, zegt een betrokkene. ‘In de autobranche is Alro actief in het hogere segment. Daar blijven de volumes hoog. En de vrachtwagenbranche is niet in crisis.’

Twee Bewogen decennia

1998: Het investeringsfonds Barclays Private Equity koopt 48 procent van Alro. NIB Capital krijgt 15 procent in handen, de Belgische durfkapitalist Lessius 6 procent. Luc Thijs behoudt de rest.

2000: de samenwerking tussen Barclays en Thijs loopt spaak en mondt uit in een exit van de Britten. Thijs wordt weer hoofdaandeelhouder (86%). NIB Capital (10%) en Lessius (4%) blijven aan boord. Ivo Marechal (later CEO bij H.Essers) neemt een jaar de operationele teugels in handen.

2005: Thijs koopt NIB Capital en Lessius uit en krijgt zijn bedrijf weer volledig in handen.

2009: De crisis in de autosector slaat toe. Ongeveer de helft van de 1.500 Alro-werknemers moet afvloeien. De Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM) krijgt 20 procent van Alro in handen en redt het bedrijf.

2012: Alro is aan de beterhand. Thijs en het management kopen LRM uit.

2018: De familie begint de zoektocht naar een overnemer.

Het is niet de eerste keer dat er wijzigingen zijn in het aandeelhouderschap van Alro. De jongste twintig jaar kwamen meerdere financiële investeerders aan boord (zie inzet), ook na de financiële crisis. Net als andere Limburgse toeleveranciers aan de autosector, zoals Punch Powertrain en VCST, stond Alro in 2009 aan de rand van de afgrond. Het kreeg toen een levenslijn van de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM).

‘In 2009 hing de toekomst van Alro aan een zijden draadje. Het was alsof de wereld instortte’, zei Thijs ooit in een interview. ‘Van de ene dag op de andere verloren we 70 procent van ons orderboekje. De omzet daalde in een jaar van 150 naar 50 miljoen euro. Het was alsof ik door een spookfabriek liep.’ De LRM bleef drie jaar aan boord. In 2012 werd ze uitgekocht door Thijs en het Alro-management .

De omzet klom sindsdien weer naar 106 miljoen euro (2017). Dat jaar was Alro ook goed voor een brutobedrijfswinst (ebitda) van ongeveer 10 miljoen. Netto bleef er een winst van 4,4 miljoen over. Zowel qua omzet als qua rendabiliteit zou het bedrijf er in 2018 nog op vooruitgegaan zijn.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content