'Antwerpen is wereldwijd voorbeeld in energietransitie'

Annick De Ridder en Jacques Vandermeiren: 'De fusie tussen Antwerpen en Zeebrugge zal een belangrijk troef zijn in onze energietransitie' ©SISKA VANDECASTEELE

De havens van Antwerpen en Zeebrugge fuseren. De fusie moet een turbo steken onder de klimaatdoelstellingen van de Belgische industrie. ‘We zijn met veel bezig. Spijtig genoeg kunnen we nog niet veel tonen.’

Met de nodige superlatieven is twee weken geleden de fusie aangekondigd van de havens van Antwerpen en Zeebrugge. Aan de fusie is twee jaar gewerkt. Over een jaar moeten de twee havens operationeel ‘één’ zijn.

Het samengaan maakt van Port of Antwerp-Bruges een van de grootste container-, roro-, auto- en energiehavens van Europa. Rederijen, bedrijfsleiders, havenklanten en politici prijzen het samengaan als een fantastisch project. De Antwerpse schepen voor de Haven, Annick De Ridder (N-VA), en de Brugse burgemeester Dirk De fauw (CD&V) kondigden de fusiehaven aan als de nieuwe ‘energiepoort van Europa’. ‘Vooral in energietransitie kunnen we heel veel doen’, luidde de boodschap.

Maar wat betekent dat? We spraken in het Antwerpse Havenhuis - de toekomstige hoofdzetel - met de CEO van de Antwerpse (en de nieuwe) haven, Jacques Vandermeiren, en (toekomstig) voorzitter van de raad van bestuur Annick De Ridder.

Gelukkig hebben we wereldspelers als DEME, Elia, Exmar, Euronav en Fluxys om ons te helpen in onze energietransitie.
Jacques Vandermeiren
CEO Port of Antwerp-Bruges

‘De meerwaarden van de fusie zijn makkelijk uit te leggen’, zegt Vandermeiren. ‘Je kan klanten meer investeringsruimte aanbieden - Antwerpen zit bijna vol, Zeebrugge niet - je krijgt twee platformen - een aan zee en een in het hinterland - en je kan de vergroening van je havens veel efficiënter aanpakken.’

De green deal van Europa - de CO₂-uitstoot tegen 2030 met 55 procent doen dalen, klimaatneutraal in 2050 - heeft gigantische gevolgen voor de Europese industrie en voor de Antwerpse haven, het tweede chemische complex van de wereld na Houston, met jaarlijks 19 miljoen van de 120 miljoen ton CO₂-uitstoot van ons land.

‘Er zijn twee manieren om de doelen te halen’, zegt De Ridder. ‘De bedrijven sluiten - gaan we niet doen - of voor onze grondstoffen - vooral ruwe aardolie en aardgas - overschakelen naar hernieuwbare energie: wind en zon.’

Vandermeiren: ‘De hoeveelheden die we nodig hebben om die ‘feedstock’, de basisgrondstoffen voor bedrijven te vergroenen, zijn echter zo gigantisch, dat we ze nooit lokaal kunnen produceren. Het wordt al moeilijk genoeg om de gewone elektriciteitsbehoeftes te halen via hernieuwbare energie. In een eerste fase moeten we dus CO₂ afvangen. In een tweede fase, na 2030, moeten we massaal groene energie - waterstof onder de vorm van ammoniak, methanol of synthetisch metaal - invoeren. Vanuit landen waar veel ruimte is om zonne- en windparken te plaatsen. Denk aan Marokko, Chili, Australië, Egypte, Oman.’

De fusie is in die energietransitie een belangrijke troef, zeggen De Ridder en Vandemeiren. ‘Aan de kust ligt Zeebrugge met zijn lng-haven. Amper 90 km verder ligt Antwerpen met zijn petrochemisch complex. Als we die twee verbinden via pijplijnen voor het transport van CO₂ in één richting en groene waterstof in de andere, heb je een zinvol verhaal voor het duurzame behoud van je industrie voor de komende decennia.’

Fluxys, DEME Exmar

Daarvoor zijn forse investeringen nodig in pijpleidingen, terminals en kaaimuren. Vandermeiren: ‘Gelukkig hebben we goede contacten met wereldspelers als DEME, Elia, Exmar, Euronav en Fluxys om ons te helpen. We zullen nieuwe buitenlandse havens, een nieuwe soort schepen, extra terminals en meer pijpleidingen nodig hebben.’

Port of Antwerp-Bruges zal een terminal nodig hebben om waterstof aan land te krijgen. Vandermeiren: ‘Drie jaar geleden kochten we Pipelink. Dat pijpleidingenbedrijf baat een 750 km lang net uit, waarvan 250 km in de Antwerpse haven. We hebben de expertise. Met de gasnetbeheerder Fluxys staan samenwerkingsovereenkomsten op de agenda om de pijplijninfrastructuur verder uit te bouwen’.

In het buitenland nam het Antwerpse Havenbedrijf jaren geleden al ‘energie-
initatieven’. Met de baggeraar DEME heeft het 50 procent in de (reusachtige) haven van Duqm in Oman (andere helft is van de Omaanse overheid) om midden in de woestijn een installatie te bouwen voor de aanmaak van groene waterstof. Vandermeiren: ‘De basisinfrastructuur is er. De bedoeling is om van daaruit over tien jaar, mogelijk al over vijf jaar, groene energie naar Antwerpen te exporteren.’

Volgens Vandermeiren, vroeger CEO van de netbeheerder Elia, zal de ‘energietransitie’ zich hoofdzakelijk ‘onder onze voeten’ voordoen. ‘Dat is wellicht een goede zaak. Moleculen hebben het voordeel dat ze gestockeerd kunnen worden in tanks en ondergronds via pijpleidingen kunnen worden vervoerd. Wat men maatschappelijk niet ziet, hindert minder dan wat men wel ziet. Hoogspanningslijnen zijn veel moeilijker te installeren. We zijn constant in gesprek met bedrijven en overheden om onze energietransitie te realiseren.’

De Ridder: ‘Voor onze investeringen rekenen we op Europese subsidies. We hebben meerdere dossiers ingediend. Een van de grote uitdagingen is bedrijven te overtuigen om over vijf, zes jaar al de overstap te maken naar hernieuwbare energie. Zolang fossiele brandstoffen goedkoper zijn, blijft dat moeilijk.’

Rotterdam

Antwerpen overlegt al jaren met de haven van Rotterdam - die ook een grote petrochemiecluster heeft - om via hun onderlinge pijpleidingennetwerk samen te werken voor de opvang, de export en de opslag van CO₂. ‘Antwerpen en Rotterdam lopen wereldwijd voorop in die energietransitie, voor Le Havre, Montreal, Marseille, New Jersey of Houston’, zegt Vandermeiren. ‘Onze kleine landen, met hun grote havens en hun gigantische industriële complexen, voelen de impact van die energieswitch enorm en proberen samen te werken.’

Dat Antwerpen een frontrunner is in de energietransitie wordt volgens Vandermeiren opgepikt door wereldspelers als Total, Exxon of Air Liquide. ‘Hun hoofdkwartieren, die de fusie trouwens massaal toejuichen, zien wat hier gebeurt. Daarom beslissen ze hun modernste hernieuwbare projecten, zoals het aanmaken van groene methanol, hier in Antwerpen uit te voeren’.

Het Antwerpse Havenbedrijf zit met BASF, Ineos, Air Liquide, Borealis, ExxonMobil, Fluxys en Total in het consortium Antwerp@C. Dat gaat berekenen wat de kosten zijn om CO₂ op te vangen, op te slaan en mogelijk te hergebruiken. Ook de bouw van een terminal om CO₂ vloeibaar te maken en te verschepen naar lege olie- of gasvelden komt daar aan bod. ‘Daarvoor is ruimte’, zegt Vandermeiren. ‘3 hectare is voldoende. We voelen enorme steun vanuit de bedrijfswereld.’

Een e-auto aansluiten op laadpaal is makkelijk, een zeeschip niet

‘Een ander belangrijk onderdeel van de energietransitie is walstroom’, zegt Annick De Ridder. ‘Grote containerschepen laten hun generatoren tijdens het laden en lossen op diesel draaien. Dat geeft jaarlijks een uitstoot van fijn stof en stikstof die vergelijkbaar is met die van een middelgrote Belgische stad. In onze uitbreidingsplannen van de Antwerpse containerterminals bekijken we hoe we kunnen investeren in walstroominstallaties, waarbij schepen kunnen aankoppelen aan het elektriciteitsnet. We willen daar een voortrekkersrol in spelen.’

Maar ook daar zijn nog veel horden te nemen. Een e-auto aansluiten op een laadpaal is een fluitje van een cent. Een zeeschip aansluiten op walstroom is dat absoluut niet, voor binnenschepen is het makkelijker. Een walstroominstallatie is gigantisch groot en moet tijdens het laden en lossen kunnen bewegen op de kaai naast reuzenschepen. Voor de aankoppeling moet rekening worden gehouden met getijden, met los- en laadoperaties, met zware kabels en met de techniciteit van hoogspanning. Daarvoor zijn speciaal
opgeleide mensen nodig. Terminaluitbaters moeten investeren in installaties, reders moeten hun schepen aanpassen en je hebt ook bedrijven nodig die de energie aanleveren en verkopen. Voor de reders is het een kip-en-eiverhaal. Het wordt pas interessant als meerdere havens walstroom aanbieden.

De Ridder: ‘We hebben in het kader van het Belgische deel in het Europese herstelplan 50 miljoen euro subsidie aangevraagd. Om u een idee te geven: de stad en de deelstaat Hamburg maakten 200 miljoen vrij.’

Vandermeiren: ‘Het is een huzarenstukje. Maar de return is gigantisch, zeker als je de energie van de windmolens in de haven in het net injecteert en direct in walstroom omzet.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud