‘Antwerpen scoort het slechtst'

Als BASF, ’s werelds grootste chemieconcern, zegt dat het voortaan zijn groei in China zoekt, dreigen er dan donkere wolken boven Antwerpen, na het Amerikaanse Houston de tweede belangrijkste chemiecluster ter wereld? Is Antwerpen afgeschreven, nu vooral Azië chemiebedrijven aantrekt?

‘Ik begrijp de heisa over China niet’, stelt Jacques Delmoitiez onomwonden. De Belg staat sinds ruim een jaar aan het hoofd van de regio Europa voor BASF. Behalve West- en Oost-Europa heeft hij ook het Midden-Oosten en Afrika onder zijn hoede. Een zeer ruim Europa dus. Wanneer hij het over de eurozone heeft, zegt hij dan ook ‘het Europese Europa’, kwestie van duidelijk te zijn. Volgens de BASF-topman is niet alleen China belangrijk voor de toekomstige groei, maar zijn alle opkomende landen dat. En ook ‘het Europese Europa’ heeft nog een rol te spelen, want ook hier zal de vraag naar chemische producten blijven bestaan. Al moeten die dan wel groen en innoverend zijn.

U loopt niet hoog op met de plannen van BASF om de groei in Azië te gaan zoeken?

Jacques Delmoitiez: ‘Ik vind dat Centraal- en Oost-Europa niet mogen worden onderschat. Ook dat zijn opkomende landen, waar nog veel te ontwikkelen valt. Net zoals Afrika. BASF moet vooral produceren daar waar er een vraag is naar chemische producten. En dat is niet alleen in China. BASF heeft aangekondigd dat 60 procent van de groei uit de ‘emerging markets’ zal komen tegen 2020. Maar als je de cijfers goed leest, zijn de plannen buiten Azië minstens even ambitieus. Azië was vorig jaar goed voor een omzet van 13 miljard euro. Dat moet 29 miljard euro worden. In het Europese Europa kwam de omzet op 33 miljard euro en dat moet 53 miljard euro worden. Dus? Dan ligt de grootste uitdaging toch in Europa? Ik ben vooral daarvan onder de indruk.’

Lijkt dat realistisch?

Delmoitiez: ‘Toch wel, want er is nog altijd een grote vraag naar chemische producten in Europa. Weliswaar een nieuwe vraag, naar lichtere en groenere wagens bijvoorbeeld, of naar een betere isolatie van woningen en meer efficiënte geneesmiddelen. Maar je kunt er niet omheen dat er heel wat nieuwe domeinen zijn waar chemie een oplossing kan bieden.’

Kan Antwerpen daarin een rol spelen?

Delmoitiez: ‘ Antwerpen is de tweede grootste chemiecluster in de wereld en is dus onvermijdelijk voor de industrie. Daar wordt veel te weinig mee uitgepakt. Ik werd woest op de wereldtentoonstelling in Sjanghai toen ik zag dat België weer werd voorgesteld met friet, chocolade en diamant. Dat is wel belangrijk, maar er is toch meer dan dat? Er is hier een ongelooflijke expertise aanwezig en de logistieke ligging is perfect. BASF Antwerpen is onder andere top op het gebied van ‘super absorbers’, die worden gebruikt in luiers. En in Zwijnaarde wordt uitmuntend onderzoek gedaan naar ggo’s (genetisch gemanipuleerd organisme, red.). Het zijn daar geen cowboys hoor, wat ze daar doen, is erg belangrijk als antwoord op het voedseltekort in de wereld.’

Maar verliest België niet wat van zijn pluimen tegenover de opkomende landen, zoals China of ook Oost-Europa?

Delmoitiez: ‘Het fundamentele probleem in België zijn de loonkosten. Die wegen steeds meer. We hebben onlangs een benchmarkonderzoek gedaan van alle BASF-sites, zoals we regelmatig doen, en België prijkt daar jammer genoeg op de eerste plaats voor loonkosten. Ik kan wel blijven hameren op het feit dat we hier uitstekende experts hebben, maar die hebben ze ook in andere landen. Roemenië bijvoorbeeld heeft een hoog opleidingsniveau en de ingenieurs zijn er excellent. Ik heb er de Dacia-fabriek van Renault bezocht. Ultra-modern. Een band van 30 km lang. Prachtig! Ik was vorige week ook op een van onze vestigingen in Frankrijk en ook daar stond ik verbluft. Ik wil maar zeggen: we moeten echt niet ver weg kijken. De concurrentie is vlakbij.’

Doet u daarmee een politieke oproep?

Delmoitiez: ‘Ja, want de politieke instabiliteit in België doet ons geen goed. Ik was erbij toen voormalig premier Guy Verhofstadt de notionele intrestaftrek kwam uitleggen aan onze CEO van destijds, Jürgen Hambrecht. Wat blijft daar nog van over? En PS-minister Paul Magnette die de eurocommissaris Olli Rehn op de korrel neemt… Zo’n toestanden doen ons veel kwaad.’

Komen mogelijk investeringen in België in het gedrang?

Delmoitiez: ‘Het speelt mee, ja. Het kan de weegschaal doen kantelen naar de andere kant. We hebben geluk dat Antwerpen samen met de hoofdzetel in Ludwigshafen zeer belangrijk is voor BASF. Er wordt dus nog altijd geïnvesteerd. Maar kleinere investeringen, tja, die gaan eerder naar kleinere productiesites wereldwijd.’

Naar Oost-Europa?

Delmoitiez: ‘Onder meer. Ik heb het voorbije jaar heel veel van mijn tijd in Afrika gestoken. BASF was daar vroeger aanwezig, maar heeft zich acht jaar geleden terug getrokken. Het ging allemaal niet snel genoeg. Maar we hadden daar moeten blijven. Afrika staat voor een gigantische groei. Daarom keren we nu terug. In december heb ik een ‘hub’ geopend in Nairobi, Kenia. Later volgt ook Lagos in Nigeria. We gaan ook een nieuwe fabriek in Zuid-Afrika openen. We zijn daar nu al met 1.400 werknemers.’

‘In Afrika, en zeker in Midden- en Oost-Afrika, kan je niet in een-twee-drie een fabriek opstarten. Of toch geen grote. Dat vergt 20 jaar tijd. We moeten er de mensen opleiden en ook politiek moeten we sterk hameren op deugdelijk bestuur. Maar gezien BASF marktleider is, kunnen we onze eigen wetten stellen, wat een meevaller is. Ook logistiek is het een kluwen. De bevoorrading van elektriciteit onder meer. Doorgaans heeft een Afrikaan in de sub-Sahararegio drie uur elektriciteit per dag voor een lamp van 100 watt. Dat is niets. Dus moeten we daar in onze eigen energie voorzien, wat geen eenvoudige klus is als je een petrochemische productie-installatie wil bouwen. Een ‘hub’ bereidt dat alles voor.’

Wat is er zoal nodig aan chemische producten in Afrika?

Delmoitiez: ‘Producten om de oogsten te verbeteren, vitaminen om de voeding op te waarderen, matrassen, goedkope isolatie. We hebben bijvoorbeeld een combinatie opgezet van isolatie en beton waardoor huisjes kunnen worden gebouwd voor 3.000 à 7.000 dollar. Dat zijn niet meteen gigantische markten, maar vele kleintjes maken een grote, niet?’

En wat zijn de noden in Centraal- en Oost-Europa?

Delmoitiez: ‘De behoeften zijn daar van een iets hoger niveau, al moet er ook daar nog veel gebeuren. Auto’s, meubelen, landbouwproducten, technologie, enzovoort. Ik zie dat het daar allemaal iets vlotter verloopt. Polen, bijvoorbeeld, heeft een ongelooflijk gevoel voor business.’

BASF heeft geen producten rechtstreeks voor de consument. Mist u geen uithangbord wanneer u de wereld rondtrekt om BASF te promoten?

Delmoitiez: ‘BASF had jarenlang de cassette. Gegevens op een streepje tape, dat hadden wij uitgevonden. Onlangs nog sprak iemand mij aan toen ik aan het tanken was, omdat hij BASF op mijn wagen had zien staan. ‘Of ik nog cassettes liggen had?’ Ik heb de brave man uitgelegd dat we veel meer zijn dan dat. Maar ik vind niet dat we met een imagoprobleem zitten In Kroatië is sinds kort een tandpasta te koop waarop ‘BASF inside’ staat, omdat we verschillende ingrediënten van de tandpasta leveren. Maar ik denk niet dat dat alsnog een trend wordt.’

Lijdt BASF onder de crisis?

Delmoitiez: ‘Er is geen reden tot paniek. We merken wel dat veel van onze klanten wachten met bestellen. Het vertrouwen is wat zoek, maar er is weinig nodig om opnieuw enthousiasme te creëren.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud