Advertentie
Advertentie
interview

Antwerps Qpinch haalt 6 miljoen euro op om conservatieve chemiesector te overtuigen

Christian Heeren en Valerie Dejaeghere, de medeoprichter en de CEO van de energiestart-up Qpinch. ©Debby Termonia

De Antwerpse energiestart-up Qpinch haalt 6 miljoen euro vers kapitaal op bij zijn bestaande aandeelhouders. Dat geld moet de laatste rechte lijn naar de commercialisering van zijn technologie financieren. Qpinch wil daarmee de restwarmte van grote industriële en (petro)chemische installaties omzetten in CO2-vrije stoom.

‘Heat waste is energy waiting to be harvested’ staat in grote letters op een bord tegen een oude expeditieloods in het hart van de haven van Antwerpen. Hier is het hoofdkwartier van de energiestart-up Qpinch gevestigd. Om te weten waar die ‘afvalwarmte’ zit, hoef je maar om je heen te kijken, naar de koeltorens en de schoorstenen van de grote chemische sites en de raffinaderijen in de omgeving. Continu blazen ze massa’s waterdamp de lucht in. Voor ze dat doen, moeten ze die eerst afkoelen - een enorme verspilling van energie.

Die bedenking bracht de jeugdvrienden Christian Heeren, een jurist die bij de voedingsgigant Cargill businessdeveloper was, en Wouter Ducheyne, een burgerlijk ingenieur chemie die al 17 jaar voor BASF werkte, tijdens een fietstocht in Frankrijk op het idee voor een bedrijf. ‘Wat als we die restwarmte van grote installaties konden recupereren om energie te besparen en de CO2-uitstoot te verminderen?’ In samenwerking met Chris Stevens, professor groene chemie aan de UGent, ontwikkelde Ducheyne een chemisch procedé met fosforzuur om restwarmte om te zetten in stoom, heet genoeg om te gebruiken in de productie.

Advertentie
Valerie Dejaeghere en Christian Heeren, respectievelijk de CEO en de medeoprichter van Qpinch. ©Debby Termonia

‘Je kan het vergelijken met een klassieke warmtepomp’, zegt Heeren als hij ons de 16 meter hoge toren vol buizen, kleppen, pompen en tanks toont. ‘Alleen is bij onze installatie de traditionele compressietechniek vervangen door een chemisch proces, zodat alleen nog een verwaarloosbare hoeveelheid elektriciteit nodig is om de gassen en vloeistoffen rond te pompen.’ De installatie van 2 megawatt heeft al 17.000 uur - twee jaar non-stop - gedraaid.

Willen we de grote industriële en chemiespelers overtuigen, dan moeten we onze installaties kunnen opschalen van 2 naar 5 tot 10 megawatt.

Valerie Dejaeghere
CEO Qpinch

Ook draaien al twee installaties op industriële sites: een bij het Oostenrijkse Borealis en een bij het Japanse Eval Kuraray. De twee bedrijven hebben allebei een uit de kluiten gewassen site in de Antwerpse chemiehub. ‘Het blijven nog altijd demonstratieprojecten’, zegt Valerie Dejaeghere. De economiste, met 22 jaar ervaring bij de Amerikaanse oliereus ExxonMobil, is sinds twee jaar de CEO van de start-up. ‘Alleen de engineeringdiensten factureren we, wat voorlopig resulteert in een beperkte omzet.’

Trouwe investeerders

Nochtans heeft Qpinch met de installatie bewezen dat zijn technologie werkt - Borealis noemde ze revolutionair. Volgens Qpinch kunnen chemiebedrijven er tot 10 procent energie mee besparen, en de lagere CO2-uitstoot bereiken waartoe Europese regelgeving hen verplicht. Qpinch berekende dat de Antwerpse chemiehub met zijn technologie jaarlijks ongeveer 500 megawattuur aan energie zou kunnen besparen, meer dan de kleinste kernreactor van Doel produceert. ‘Dat komt overeen met 1 miljoen ton minder CO2-uitstoot’, zegt Heeren. ‘Een petrochemisch bedrijf bespaart met onze technologie twee keer: op zijn gasfactuur en op zijn CO2-factuur.’ Een installatie, die ettelijke miljoenen kost, zou zichzelf in vier jaar terugbetalen.

Hoe werkt de technologie van Qpinch?

De meeste chemische installaties van grote petrochemische spelers gebruiken stoom van 150 tot 250 graden Celsius. Na het productieproces blijft een restwarmte over van 150 graden of minder. De technologie van Qpinch kan die temperatuur via een chemisch proces op basis van fosforzuur opwaarderen. Dat leidt tot temperatuursprongen met een verwaarloosbaar verbruik van elektriciteit. Daardoor is de hoeveelheid energie die uit de installatie komt 32 keer groter dan de elektrische energie die erin gaat. Dat is ongeveer tien keer zoveel als bij een klassieke warmtepomp.

Toch vallen de (petro)chemiebedrijven nog niet voor de Qpinch-technologie. ‘Willen we de grote industriële en chemiespelers overtuigen, dan moeten we onze installaties kunnen opschalen van 2 naar 5 tot 10 megawatt’, zegt Dejaeghere. ‘Terwijl ze 100 procent betrouwbaar, veilig en robuust moeten blijven. De chemie en de olie- en gassector zijn nu eenmaal conservatieve, risicoaverse werelden.'

Om die laatste fase van opschaling te overbruggen, haalde Qpinch 6 miljoen euro vers kapitaal op. Dat komt van dezelfde trouwe schare investeerders op wie de start-up al van bij het begin in 2016 kan rekenen: Chris Lebeer (ex-CEO Banksys), Jürgen Ingels (fintechpionier en Smartfin-oprichter) en Achiel Ossaer (ex-topman Johnson&Johnson). De ronde, die ruim overingetekend werd, werd geleid door de SFPIM, het investeringsfonds van de federale overheid, het Leuvense fonds Capricorn, Oak3Capital en Port of Antwerp-Bruges. Het risicokapitaalfonds van het petrochemiebedrijf Sabic (van de Saoedische olie- en gasreus Aramco) is de enige niet-Belgische aandeelhouder. Met deze laatste kapitaalverhoging erbij haalde Qpinch al meer dan een kleine 25 miljoen euro op.

Je kan onze technologie vergelijken met een klassieke warmtepomp. Alleen is bij onze installatie de traditionele compressietechniek vervangen door het chemische proces, zodat alleen nog een verwaarloosbare hoeveelheid elektriciteit nodig is.

Christian Heeren
Medeoprichter Qpinch

Wat potentiële klanten ook afschrikt, zijn de gedaalde prijs van CO2-uitstootrechten - van 100 euro per ton begin 2023 naar 70 euro vandaag - en het duurdere investeringskapitaal door de gestegen rente. ‘Als start-up zijn we genoodzaakt ons businessmodel zo te maken dat we klanten ontzorgen. Daarom willen we stoom als een service aanbieden’, zegt Dejaeghere. ‘De klant betaalt per ton CO2-neutrale stoom, zonder enig risico te dragen van de investering in de installatie. Die willen we door een derde partij, zoals een bank, laten financieren.’

Wereldwijde partners

Qpinch werkt ook volop aan overeenkomsten met de weinige grote spelers die wereldwijd chemische installaties bouwen. Het heeft al langer een partnerschap met het Japanse Chiyoda, een dochter van het Mitsubishi-concern en de toegangspoort naar de Aziatische markt. 'Hetzelfde willen we nu doen met grote technologie-aanbieders en installatiebouwers op de Europese en de Noord-Amerikaanse markt. Zij werken aan installaties waarmee industriële en chemiebedrijven hun CO2 willen afvangen om die op te slaan (CCS). Voor de afvang van CO2 heb je ook stoom nodig. Die moet bizar genoeg eerst worden opgewekt met gas. Onze installatie kan die stoom rechtstreeks leveren.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.