Advertentie

Avantium schiet hoger na deals met LVMH en Braziliaanse dochter van ABInBev

Avantium-CEO Tom van Aken. ©Siska Vandecasteele

Verkoopovereenkomsten met enkele wereldwijde merken duwen het aandeel van Avantium 14 procent hoger. Door fors hogere kosten voor de bouw van de eerste fabriek in Nederland blijft de bioplasticmaker voorlopig wel verlieslatend.

Bij de presentatie van de halfjaarcijfers kon Avantium maandag een voorwaardelijke afnameovereenkomst met het luxeconcern LVMH bekendmaken. Het Nederlandse bioplasticbedrijf sloot al soortgelijke deals af met tien klanten, waaronder enkele die wereldwijd actief zijn. Onder meer AmBev, de Braziliaanse dochter van AB InBev, en het Deense biermerk gaan het plantaardige plastic van Avantium afnemen.

24,4 miljoen
kosten
Avantium verbrandde in de eerste jaarhelft 24,4 miljoen euro cash, tegenover 9,6 miljoen euro in dezelfde periode vorig jaar.

Beleggers belonen die toekomstige opbrengsten en sturen het aandeel woensdag net geen 14 procent hoger. Opvallend, want het halfjaarrapport leert dat Avantium nog altijd stevig verlieslatend is. De omzet steeg jaar op jaar met 5 procent naar 5 miljoen euro, maar onder de streep liep het nettoverlies op tot 17,3 miljoen euro. Dat is vooral het gevolg van een kostenexplosie. Avantium verbrandde in de eerste jaarhelft 24,4 miljoen euro cash, tegenover 9,6 miljoen euro in dezelfde periode vorig jaar.

Het bedrijf schrijft die hogere kosten toe aan de bouw van zijn eerste productievestiging in Groningen, die door de inflatie en de explosie van de grondstoffenprijzen 'significant duurder' wordt. Avantium, dat in Brussel en Amsterdam noteert, houdt rekening met een toename van de bouwkosten met 5 tot 20 procent. Het beurshuis Degroof Petercam betreurt dat Avantium dat cijfer niet concreet maakt en plaatst het koersdoel van 6 euro voor het aandeel, dat nu op 3,89 euro noteert, 'under review'.

Licenties

De fabriek in het Groningse Delfszijl, waarvan de eerste steen dit jaar is gelegd, moet voor Avantium de lang aangekondigde kip met de gouden eieren worden. In de vestiging zal de productie gebeuren van FDCA, de belangrijkste bouwstof van het plantaardige en recycleerbare plastic (pef). Daarmee wil Avantium onder meer de concurrentie aangaan met pet in de productie van plastic verpakkingen of flessen.

De bouw van de vlaggenschipfabriek in Groningen is cruciaal voor Avantium, dat toekomstige klanten moet overtuigen van zijn technologie. De bedoeling is in eerste instantie de jaarlijkse productie van 5 kiloton FDCA te gebruiken voor de productie en vermarkting van pef, maar de potentiële winstgevendheid van Avantium zit vooral in de verkoop van licenties op zijn technologie.

Volgens het beurshuis Berenberg kan Avantium met de verkoop van licenties tegen 2030 200 miljoen euro omzet genereren met een winstmarge van 30 procent. 'Als je bij ons een licentie koopt, bepalen we precies hoe de fabriek eruitziet en krijg je instructies over hoe je moet produceren', omschreef Avantium-CEO Tom van Aken het eerder dit jaar in De Tijd. 'In ruil daarvoor krijgen wij een percentage van de winst.'

De bouw van de Groningse fabriek is de hoofdvoorwaarde om dat machientje aan het draaien te krijgen, wat de reserves van Degroof Petercam verklaart. Tegen 2024 zou de fabriek operationeel moeten zijn. 'Van de 72 miljoen cash die Avantium nog heeft, is 20 miljoen gereserveerd voor de nieuwe productiesite', stipt ING-analist Reginald Watson aan. 'Wat overblijft, is voldoende om de overige activiteiten te bekostigen tot 2024, wanneer licentieovereenkomsten voor de productie van FDCA geld in het laatje zullen brengen.' 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud