Advertentie
analyse

Hoe de familie stapsgewijs uit Deceuninck verdween

Een familiefoto van de Deceunincks, met stamvader Benari Deceuninck (rechts). ©rv

Na de uitstap van twee historische eigenaars uit het kapitaal van Deceuninck lijkt de beursgenoteerde kunststofgroep definitief zijn familiale ziel kwijt. Al blijft één telg koppig zijn zitje in de raad van bestuur opeisen. ‘Ik ben de loyaalste eigenaar van dit bedrijf.’

Het is zover. De West-Vlaamse onderneming Deceuninck is geen familiebedrijf meer. Evelyn Deceuninck (42) nam deze week ontslag uit de raad van bestuur als laatste telg van een geslacht dat in amper drie generaties uitgroeide van een lokaal busbedrijf tot een wereldspeler in kunststof. Door die stap, die in alle stilte gebeurde, wordt in de familiekronieken definitief een bladzijde omgedraaid. Na ruim driekwart eeuw aandeelhouderschap zijn de historische eigenaars hun laatste greep op het bedrijf kwijt.

De familiale invloed in het beursgenoteerde Deceuninck was de voorbije jaren al stelselmatig afgebrokkeld, zowel operationeel als financieel. Eerst via de beursgang van het bedrijf in 1985, elf jaar later door de instap van de Waalse holding Sofina en in 2014 toen de West-Vlaamse investeerder Francis Van Eeckhout - samen met diens vrouw Brigitte Boone van de eigenaarsfamilie achter de Lotus-koekjes - zo’n 23 procent aankocht en zo grootaandeelhouder werd.

De instap van die laatste leidde ertoe dat de familiale exit werd versneld. De twee telgen Willy en Arnold, kleinzonen van stichter en stamvader Benari, ontbonden een jaar later het familiale vehikel dat 14 procent van de beursgenoteerde producent van pvc-ramen controleerde en gingen elk hun eigen weg. Ze verdwenen uit de raad van bestuur en hielden elk zo’n 3 procent van de aandelen in handen. Maar vorige week werden die belangen aan professionele partijen verkocht, een operatie die zo’n 41,2 miljoen euro opbracht.

‘Het lag in de logische lijn der dingen dat dit zou gebeuren’, zegt Arnold Deceuninck (71) aan de telefoon. ‘Via mijn dochter Evelyn hebben we als familie nog geprobeerd zo lang mogelijk actief te blijven in de raad van bestuur, maar Francis Van Eeckhout is de grootste aandeelhouder en hij bepaalt hoe het bedrijf evolueert. Onze familie breidt ook steeds verder uit. Er zijn nu veel meer kozen en nichtjes. De volgende generaties zijn niet meer betrokken bij het beleid. De verkoop van ons belang was dan ook niet meer dan een normale evolutie.’

Zijn neef Willy (76) kan dat alleen maar bevestigen, al is de uitstap volgens hem niet zonder enige emotie verlopen. ‘Natuurlijk doet je dat iets’, zegt hij vanuit La Manga, een landstrook aan de zuidoostkust van Spanje waar hij jarenlang voor Deceuninck actief was en in de loop van de jaren 80 als private investering een 220-tal appartementen heeft neergezet. ‘Ik word volgende week 77. Ik heb drie kinderen, die elk met hun eigen bedrijven actief zijn. Ze vonden dat dit het geschikte moment was om te verkopen. Al blijf ik wel enkele aandelen in portefeuille houden om te beleggen, want het blijft een heel mooi bedrijf.’

Positie als familiale aandeelhouder

Dat uitgerekend Arnold en Willy hun belang verkochten, respectievelijk de oudste zonen van de ‘peetvaders’ Roger en Michel die het bedrijf uitbouwden tot een van de grootste spelers in pvc-bouwmaterialen, valt bij Frank Deceuninck (69), broer van Arnold, minder in de smaak. ‘Ik ben erg verrast en ook wat teleurgesteld dat mijn oudste broer en daarna zijn opvolger Evelyn hebben beslist hun verantwoordelijkheid niet langer op te nemen’, reageert hij. ‘Ik vind het spijtig dat niemand van de familie ons nog informeert vanuit de raad van bestuur.’

Frank is nooit operationeel actief geweest in het bedrijf. Hij zette met de bedrijven Elektra en Wever & Ducré zijn eigen stappen als ondernemer in de elektriciteits- en verlichtingsbranche, en maakte furore in de cultuurbranche als bewonderaar en verzamelaar van het oeuvre van James Ensor. Een zitje in de raad van bestuur van Deceuninck kreeg hij naar eigen zeggen nooit aangeboden, maar met zijn investeringsvehikel Fidec controleert hij wel 5,2 procent van de aandelen.

‘Ik ben de loyaalste aandeelhouder van dit bedrijf’, zegt hij. ‘En het is allerminst mijn bedoeling mijn belang te verkopen. Mijn broer en mijn neef werden destijds door hun vaders aangesteld om een functie in het bedrijf op te nemen. Ik heb dat altijd aanvaard, maar vanop de kade heb ik het reilen en zeilen zo goed mogelijk proberen te volgen. Ik vind het een gebrek dat er nu geen familielid meer in het bestuur zetelt.’

In november wordt Ghislaine Van Middelem 100 jaar, de weduwe van Roger Deceuninck, de man die het bedrijf groot maakte. ‘We zullen dan met de hele familie samenkomen bij moederke in Beveren. Je ziet, die band met de familie is voor mij heel belangrijk.’

Met Van Eeckhout, die onlangs de CEO-stok doorgaf aan Bekaert-veteraan Bruno Humblet en uitvoerend voorzitter werd, wil Frank eerstdaags samenzitten om zijn ‘positie als familiale aandeelhouder’ te bespreken. ‘Ik heb met Francis een afspraak halverwege oktober. We zullen dan horen hoe hij de situatie beoordeelt. Hij zet als grootaandeelhouder de bakens uit en beslist wie als familiale vertegenwoordiger in het bedrijf kan zetelen. Ik heb drie dochters. De oudste is 41. Zij heeft voldoende kennis van de beurs en de economische wereld. Ze volgt met mij mee de activiteiten van Deceuninck op.’

Toen Arnold en Willy hem ervan op de hoogte brachten dat ze hun belang van de hand zouden doen, nam hij naar eigen zeggen prompt contact op met zijn andere broer, Philip, die zich met zijn bureau Turbozen Architecten toelegt op het ontwerp van residentiële woningen, kantoren en hotels. ‘Ook Philip bezit aandelen van Deceuninck en is niet van plan die te verkopen. Hij is ervan overtuigd dat het bedrijf nog heel wat in zijn mars heeft.’

Mijn kinderen vonden dit het geschikte moment om te verkopen. Al houd ik enkele aandelen in portefeuille om te beleggen, want het blijft een heel mooi bedrijf.
Willy Deceuninck
Kleinzoon van stichter Benari Deceuninck, die vorige week zijn belang in het bedrijf verkocht, net als zijn neef Arnold

De reden waarom Frank Deceuninck de familiale band met het bedrijf niet kwijt wil, is volgens hem niet zakelijk of financieel, hoewel de koers van het aandeel dankzij sterke resultaten in een jaar verdubbelde tot 3,7 euro. ‘Het is vooral emotioneel’, zegt hij. ‘Mijn vader Roger heeft de basis gelegd en dit bedrijf laten uitgroeien tot een mondiale reus. Uit eerbied voor hem wil ik de aandelen houden. Ik hoop dat de volgende generaties die traditie voortzetten.’

Psychologische drempels

Hij was nog een peuter toen zijn vader eind jaren 50 in het kleine familiebedrijf stapte en samen met diens broer Michel investeerde in een eerste extrusiemachine voor pvc. Daaruit ontstond de kernactiviteit die Deceuninck geen windeieren zou leggen: de productie en verkoop van raamprofielen en afdekplaten. ‘De sterke familiebanden tussen de eerste, tweede en derde generatie deden het bedrijf fors groeien’, zegt Frank.

Lang bleef de familie niet op dezelfde golflengte zitten. De eerste barst in het front kwam in 1972, toen grootvader Benari overleed en twee van zijn zonen, Daniël en André, hun belang wilden verkopen. Na bemiddeling van Bank Degroof toonde het Amerikaanse City Investments interesse om die aandelen over te nemen. Dat investeringsfonds was zelfs bereid tot een volledige acquisitie van de West-Vlaamse groep. Zoon Roger kon dat verhinderen. Finaal verwierf City slechts 70 procent en behield de familie de rest.

Maar een psychologische drempel was overschreden, want de familie was de facto minderheidsaandeelhouder geworden. Dat werd halverwege jaren 80 rechtgezet door de introductie van Deceuninck op de beurs. City verkocht zijn belang en een familiale verankeringsholding Desco verwierf 51 procent van de aandelen.

Vier jaar later nam de familie een volgende psychologische horde: Roger trok zich terug uit de operationele leiding. Voor het eerst kwam een externe CEO aan het hoofd van het bedrijf. Dat leidde tot een spectaculaire groei: in vijf jaar groeide de omzet met de helft tot 120 miljoen euro en verdubbelde het aantal werknemers tot 670.

Ook in 1994, toen Clement De Meersman als tweede externe CEO overnam, stokte het groeitempo niet. In 2003 klokte de omzet, na de overname van het Duitse Thyssen Polymer, af op 471 miljoen euro en stonden 2.738 personeelsleden op de loonlijst. Intussen was Michel, de oudste zoon van Benari, in 1998 overleden en zes jaar later verloor het bedrijf ook die andere industriële pionier, Roger.

In 2004 sleepte Deceuninck nog de trofee voor Onderneming van het Jaar in de wacht voor zijn indrukwekkende expansie. Maar enkele jaren later kwam het keerpunt. De acquisitie van Thyssen Polymer, waarmee het bedrijf uit Hooglede-Gits op slag wereldmarktleider in pvc-bouwprofielen werd, bleek een brug te ver. Ze trok de rendabiliteit van de hele groep omlaag en zadelde Deceuninck op met een enorme schuldenberg.

Ik vind het een gebrek dat er nu geen familielid meer in het bestuur zetelt.
Frank Deceuninck
Kleinzoon van stichter Benari Deceuninck, die zich 'de loyaalste' aandeelhouder noemt

De Waalse holding Sofina trad op als reddende engel en nam in 2006 een participatie van 17,5 procent tegen 23 euro per aandeel. De familie Deceuninck cashte bij die verkoop 87 miljoen euro en behield 23,5 procent. Maar daarna zakte de beurskoers volledig in elkaar. Dat leidde tot het ontslag van De Meersman en een tweede breuk in het familiale front.

Frank Deceuninck weigerde toen een deel van zijn participatie te verkopen aan Sofina. Zijn twee broers, zijn neef en zijn nicht deden dat wel. Hij besloot daarop niet langer deel uit te maken van de gezamenlijke stichting die zijn vader Roger en zijn oom Michel hadden opgezet om het familiebedrijf te verankeren. ‘Ik had liever dat de familie haar aandelen behield dan die naar een andere partij te laten gaan.’

Willy en Arnold bleven over als enige telgen in de raad van bestuur. Ze hadden ook een tiental jaar eerder hun oom Lionel uitgekocht, omdat die er de voorkeur aan gaf om met zijn zoon Peter in Abriso actief te zijn, een West-Vlaamse producent van isolatiematerialen en verpakking. Ook zijn dochter Sofie, die een tijdlang actief was op de personeelsafdeling van Deceuninck, verliet daarop het bedrijf.

Toen kwam in 2009 de nasleep van de kredietcrisis. Deceuninck raakte in financiële ademnood en had nood aan 85 miljoen euro extra kapitaal, maar de familiale telgen zaten niet meer op dezelfde golflengte. Tekenend was dat Frank pas op het laatste moment besliste mee te doen. ‘Ik betreurde dat de lijn bij het bedrijf steeds meer werd uitgezet door de holding Sofina en steeds minder door de familie’, zegt hij.

In 2014 zag hij dan weer noodgedwongen zijn belang verwateren, omdat het West-Vlaamse bedrijf de Turkse pvc-specialist Pimas Plastik overnam. Om die overname te financieren werd voor 50 miljoen euro aan vers kapitaal opgehaald, waarbij de huidige sterke man Van Eeckhout het gros voor zijn rekening nam en de belangrijkste aandeelhouder werd. Die operatie zette kwaad bloed bij Frank, die naar eigen zeggen niet de kans kreeg te participeren.

‘Waw, great!’, riep de klant omdat in de VS een telg van de oprichtersfamilie zoveel meer uitstraling en impact heeft. Hier in België hebben we die aandeelhouderstraditie niet. Daardoor zijn er hier ook zo weinig multinationals van wereldformaat.
Francis Van Eeckhout
Voorzitter Deceuninck

Aandeelhouderstraditie

‘Ik heb dat nooit begrepen en aanvaard’, zegt hij nu. ‘Maar ik heb me daarbij neergelegd. We stellen vertrouwen in de huidige meerderheidseigenaar. We willen dat het bedrijf verder wordt uitgebouwd, en ik hoop dat iemand van mijn gezin of het gezin van mijn broer de mogelijkheid krijgt om zijn of haar rol in de raad van bestuur op te nemen.’

Of het zover komt, is onduidelijk. Van Eeckhout drong er naar eigen zeggen op aan dat de familie Deceuninck in de raad van bestuur zou blijven. ‘Het was niet mijn beslissing dat Arnold en Willy zouden uitstappen’, zegt hij aan de telefoon. ‘Ik vermoed dat de klim van de beurskoers hun beslissing heeft getriggerd. Ik durf die uitstap zelfs te betreuren, omdat het altijd plezant is dat iemand van de familie aanwezig blijft in het bedrijf.’

Over de toekomstige rol van de familietelgen Frank en Philip wil hij zich niet uitspreken. Maar, voegt hij eraan toe: ‘Onlangs was ik in de VS voor een belangrijke klant, en Evelyn Deceuninck vergezelde me. Ik moest me voorstellen en zei dat ik aan het roer sta van het bedrijf en 30 procent van de aandelen bezit. Er werd beleefd geknikt. Toen kwam Evelyn aan de beurt. ‘Waw, great!’, riep de klant omdat een telg van de oprichtersfamilie er zoveel meer uitstraling en impact heeft. Hier in België hebben we die aandeelhouderstraditie niet en ik vind dat spijtig. Daardoor zijn er hier ook zo weinig multinationals van wereldformaat. Ik kies wel voor die continuïteit. ’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud