Advertentie

Ontex klaar voor plek in Bel20

©Thomas De Boever

Nog geen jaar na zijn comeback op de Brusselse beurs mag de luierfabrikant Ontex zich opmaken voor een zitje in de Bel20. De autodienstengroep D’Ieteren zou dan weer verdwijnen uit de belangrijkste Brusselse beursindex.

Dat valt af te leiden uit het reglement dat de beursuitbater Euronext Brussel hanteert om te bepalen wie er deel mag uitmaken van de graadmeter van de grootste twintig Belgische aandelen.

Euronext Brussel voert de jaarlijkse herschikking van de Bel20 pas in maart door. Maar de beursuitbater valt voor de berekeningen daarvoor wel terug op de slotkoersen van 31 januari.

Op basis van die koersen ligt de totale waarde van de aandelen Ontex die vrij verhandelbaar zijn, vandaag op 1,17 miljard euro. Dat is ruim boven de drempel die Euronext Brussel hanteert om tot de Bel20 te horen. Maar de Brusselse beursuitbater kijkt niet alleen naar de beurswaarde, hij gaat ook na of het aandeel ook voldoende vlot verhandelbaar is.

Voor mogelijke nieuwe Bel20’ers geldt de regel dat iets meer dan een derde (35 procent) van de vrij verhandelbare aandelen binnen het jaar van eigenaar is gewisseld. Op dat punt lijkt Ontex de drempel op het eerste zicht niet te halen met een score van slechts 28,6 procent. Maar daar staat tegenover dat de Oost-Vlaamse fabrikant van luiers en hygiëneproducten pas sinds eind juni op de beurs staat. Euronext Brussel extrapoleert de transactiecijfers naar heel het jaar, en dan haalt Ontex het wel. 

D’Ieteren heeft minder geluk. Sinds de laatste piek in februari vorig jaar werd bereikt, is het aandeel met meer dan 24 procent in waarde gedaald. De totale waarde van de vrij verhandelbare aandelen in de autodienstengroep bedraagt nu 712 miljoen euro. Dat is nipt boven de limiet die Euronext Brussel stelt om binnen de Bel20 te blijven. Maar de autogroep is qua marktkapitalisatie te ver weggezakt in de ranking om nog tot de club te mogen behoren. 

Nederlands koekoeksjong

Bij de herschikking van de Bel20 rijst ook de vraag wat er te gebeuren staat met Delta Lloyd. De Nederlandse financiële groep wordt eigenlijk al sinds hij in 2013 in de Bel20 werd opgenomen, omschreven als het ‘Brusselse koekoeksjong’ omdat het aandeel eigenlijk een hoofdnotering op de beurs van Amsterdam heeft. Delta Lloyd werd toch in de Bel20 opgenomen omdat vijftien procent van het personeel in België werkt. 

Maar is die situatie veranderd nadat Delta Lloyd eind vorig jaar zijn Belgische bankdochter verkocht aan de Chinese groep Anbang?  Bij de Nederlandse verzekeraar viel vrijdag te horen dat om in de Bel20 te blijven minstens tien procent van het personeel in België moest werken. Aan die voorwaarde is voldaan. 

Vincent Van Dessel, de voorzitter van Euronext Brussel, hield vrijdag evenwel de spanning er nog wat in. ‘We moeten ons daar nog over buigen’, klinkt het. ‘Elk jaar nemen we voor de buitenlandse aandelen in de Bel20 – Delta Lloyd en GDF Suez – de omzet, het personeelsbestand en de plaats waar er winst wordt gegenereerd onder de loep. Toen de eerste geruchten opdoken over de verkoop van de Belgische bankdivisie van Delta Lloyd, heb nagevraagd hoe zwaar die doorwoog op de rest van de groep. Toen bleek dat de impact eerder beperkt zou zijn.’

Fagron op komst

Als Delta Lloyd alsnog de Bel20 zou verlaten, komt er eigenlijk maar één bedrijf in aanmerking om die lege plek in te nemen: Fagron. De leverancier van materiaal aan apothekers, die tot Nieuwjaar door het leven ging als Arseus, zag na een boerenjaar zijn beurswaarde ruim stijgen naar 1,1 miljard euro – ruim boven Bel20-drempel dus. Bovendien wordt het aandeel ook voldoende vlot verhandeld. Maar zolang de Nederlandse koekoek deel uitmaakt van de Bel20, grijpt Fagron dus naast zijn ticket voor de vip-club van de beurs.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud