VS weren palmolie van grote Sipef-concurrent

Volgens Amerikaanse onderzoeken is er sprake van dwangarbeid en seksueel geweld op de plantages van het Maleisische Sime Darby. ©REUTERS

Sime Darby, de Maleisische marktleider in de sector, mag geen palmolie meer uitvoeren naar de Verenigde Staten. Volgens Washington produceert Sime Darby zijn palmolie met dwangarbeid.

Het invoerverbod komt er nadat de Amerikaanse douane aanwijzingen heeft gevonden van uitbuiting en mishandeling van werknemers op de plantages van Sime Darby en dochterbedrijven in Maleisië.

De aantijgingen zijn niet min. Een van de toplui van de Amerikaanse douane zei donderdag aan The Washington Post dat er sprake was van fysiek en seksueel geweld op de plantages van Sime Darby. Het bedrijf, of de zusterondernemingen, zou arbeiders ook systematisch ellenlange werkdagen hebben laten draaien, hun lonen hebben ingehouden en hun bewegingsvrijheid hebben beperkt.

Sime Darby zou arbeiders systematisch ellenlange werkdagen hebben laten draaien, hun lonen hebben ingehouden en hun bewegingsvrijheid hebben beperkt.

Als gevolg van de beslissing wordt de palmolie van Sime Darby die de Verenigde Staten binnenkomt, in beslag genomen door de overheid. Die beslissing kan verstrekkende gevolgen hebben. Sime Darby geldt als een van 's werelds grootste palmolieproducenten.

Onmisbaar product

Palmolie is de voorbije jaren uitgegroeid tot een onmisbaar basismiddel in tal van producten. Het is terug te vinden in bakolie en verzorgingsproducten, maar evengoed in koekjes en ijs, en het wordt zelfs gebruikt om biobrandstoffen te maken. De vraag naar palmolie is zo groot dat de wereldwijde productie tussen 1995 en 2015 was verviervoudigd. De verwachting is dat die productie nog eens maal vier gaat tegen 2050.

Maar de medaille heeft een keerzijde. Ongeveer 85 procent van alle palmolie in de wereld komt uit Maleisië en Indonesië, en de stijgende vraag heeft daar tot massale ontbossing geleid. Na jarenlang onderzoek kwam ook aan het licht dat arbeiders van sommige plantagegroepen in Maleisië en Indonesië worden uitgebuit. Om die reden besloten de Verenigde Staten begin oktober al de import van palmolie van het Maleisische FGV Holding te verbieden.

Concurrenten van Sipef

Zowel Sime Darby als FGV Holding zijn belangrijke concurrenten van Sipef , de Belgische beursgenoteerde plantageholding met driekwart van zijn palmolieactiviteiten in Indonesië. De precieze impact van de Amerikaanse sancties tegen Sime Darby en FGV voor Sipef is moeilijk in te schatten.

Sipef, een dochter van de investeringsmaatschappij Ackermans & Van Haaren , benadrukt steevast dat het in tegenstelling tot veel Aziatische concurrenten al duurzaam werkt. Alle plantages hebben een certificaat van de RSPO, de Roundtable on Sustainable Palm Oil. 'Er wordt streng op toegezien dat we niet aan ontbossing doen, geen turfgrond gebruiken waardoor het klimaat zou opwarmen, en goede sociale voorwaarden voor ons personeel handhaven', zei Sipef-CEO François Van Hoydonk onlangs in een interview met De Tijd. 'Helaas draagt maar een vijfde van de palmolie die wereldwijd geproduceerd wordt dat duurzaamheidslabel.'

Maar dat kan blijkbaar niet iedereen overtuigen. Begin 2019 keerde het Noorse staatsfonds Norges Bank Investment Management Sipef de rug toe omdat het niet langer in palmolie wilde investeren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud