De Balans | Piet Stockmans

©BELGA

Piet Stockmans wordt maandag 80. Zijn porseleinen serviezen komen in de beste restaurants ter wereld terecht. Zijn werk staat in musea als het Metropolitan in New York. En hij ontwerpt zijn eigen doodskist. Hier maakt hij zijn persoonlijke balans op.

Wat zijn uw belangrijkste activa?

‘Materieel is dat de Studio Pieter Stockmans, de porseleinmanufactuur die ik oprichtte in 1987, toen we in Europa ons eigen nest bevuilden met goedkoop spul uit het Verre Oosten. Voorts mijn vrouw en kinderen. En mijn opleiding en gezondheid. Dat laatste is geen verdienste, al heb ik altijd fatsoenlijk geleefd. Met mijn werklust en gedrevenheid heb ik alles gehaald uit wat ik meekreeg. Maar ik heb nooit verlangd naar talenten die ik niet heb.’

Wie heeft in u geïnvesteerd?

‘Mijn vrouw is heel haar leven een kritische toeschouwer geweest bij alles wat ik maakte. De jury, noem ik haar. Met mijn vrij werk heb ik misschien wel 1.000 tentoonstellingen gedaan. Mijn toegepast werk was er, maar ik had niet de tijd er verder iets mee te doen: ik gaf voltijds les en werkte 26 jaar lang in de porseleinfabriek Mosa Maastricht. Het was mijn dochter die het begin jaren 90 in de markt zette.’

‘Mijn vader was onderwijzer, speelde viool, schilderde en was bij de toneelvereniging. Mijn moeder was Nederlandse en kwam uit een gezin van handelaren. Die twee heb ik in elkaar geschoven: vrij uitzonderlijk in de cultuurscene. De Nederlandse kunstpaus Benno Premsela was mijn mentor. Hij steunde me bij galerijhouders. Daardoor kon ik in talloze academies gastcolleges geven.’

Hebt u in anderen geïnvesteerd?

‘Ja. Aan de hogeschool in Genk zette ik in 1969 de afdeling industriële vormgeving op - nu productdesign in de LUCA School of Arts. Ik gaf er 29 jaar les en zette de school op de kaart. Daar krijg ik veel van terug. Ik zag zo’n 250 mensen afstuderen, van wie ik er veel nog zie. Het onderwijs voelde als een roeping. Niemand is te goed om mensen op te leiden. In de Studio investeer ik tot vandaag in mensen. De opvoeding van de kinderen heb ik wel grotendeels aan mijn vrouw overgelaten.’

Ik wil een paviljoen neerzetten waarin ik porselein in zijn ideale vormen en optimale toepassingen nog één keer op een sokkel plaats.

Wat was uw kwantumsprong?

‘Na mijn hogere opleiding beeldhouwkunst en keramiek vond ik dat ik niks kon. De keuze voor de industrie was niet vanzelfsprekend voor een kunstenaar, maar is cruciaal geweest. Vanaf dag een bleef ik wel bezig als beeldhouwer. Het was altijd één geheel.’

Gaat u soms in het rood?

‘Steeds. Ik loop altijd op de rand. Daar kan je grenzen verleggen. Daar zie je meer dan in het midden. Op mijn 70ste zette ik op C-Mine het gebouw van 3.000 m² neer. Jaren heb ik nat in bed gelegen van de schrik dat ik het niet zou kunnen betalen. Ik ben naïef. Dat is ook mijn geluk. In 1989 volgde ik de oproep van Thyl Gheyselinck om na de sluiting van de mijnen mensen aan het werk te helpen. Ik zette een porseleinfabriek met 30 mensen op, maar begreep nog niet dat China al heer en meester was. Die vennootschap ging in 1992 failliet. Maar ik heb er veel uit geleerd. In diezelfde periode verloren we een kleinkind. Ik maakte een afdruk van mijn gezicht, duwde die plat en maakte er tientallen werken mee. Zo verwerkte ik de nederlaag en het verdriet.’

Staat er winst op uw balans?

‘Het is niet zo dat ik met de Studio Pieter Stockmans veel geld heb verdiend. Ik kon dit bedrijfje oprichten doordat ik er 25 jaar gratis voor heb gewerkt en er mijn andere inkomsten in investeerde. Maar mensen kopen hier iets en bedanken ons ervoor. Dat is bijzonder. Sinds mijn dochter het overnam, betaalt ze me royalty’s. Die heb ik ook nodig: met 2.100 euro pensioen kan ik twee keer naar de supermarkt. Ik voel me wel heel rijk. Er is het enorme archief, de twee kinderen die het goed doen, zeven kleinkinderen, en ik reis veel.’

Wilt u nog iets realiseren?

‘De doodskist die ik voor mezelf ontwerp. Ik wil ze hebben klaarstaan, maar ben nog niet klaar. Ook wil ik een paviljoen neerzetten waarin ik porselein in zijn ideale vormen en optimale toepassingen nog één keer op een sokkel plaats en zo wat meer veranker in Genk. Achter subsidies aanzitten blijkt wel doffe ellende. Ik zoek dus iemand rijk die iets wil terugdoen voor de maatschappij. Ikzelf investeer met werken die nooit betaald zullen worden.’

BERT VOET

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud