Grazie Miele

Steve Jobs was een fan. En wellicht raadde uw moeder u ooit aan toch maar voor een Miele-wasmachine te kiezen. Rond het Duitse huihoudtoestellenmerk hangt een aura van degelijkheid en betrouwbaarheid dat door het 102 jaar oude familiebedrijf zorgvuldig wordt gekoesterd. Onder het motto: alles kan altijd beter. Topman Markus Miele over de koppige principes van een Duits icoon.

Miele is meer dan een stofzuiger, een wasmachine of een koelkast. Het is een Duits instituut. Op elke mogelijke manier precies, degelijk en efficiënt. Zoals een Duits instituut dat hoort te zijn.

De gebouwen van de hoofdzetel in Gütersloh, een grijzige industriestad halfweg het Ruhrgebied en Hannover, stralen dat allemaal uit. Rechte gangen met grote ramen die inkijk geven in de kan­toren. Collega’s die elkaar correct en kordaat begroeten met Herr en Frau. En afspraken die stipt worden nageleefd. De fabriek is waar mogelijk geautomatiseerd. De machines voor de machines zijn ‘eigenbau’, huisgemaakt, en daar zijn ze trots op. Metershoog boven de grond schuiven onderdelen van assemblagelijn naar assemblagelijn.

Miele heeft de reputatie duur te zijn. Menig huisverlater heeft moeders raad wellicht in de wind geslagen eenmaal hij het prijskaartje van het toestel zag. Onterecht, vinden ze bij Miele. Want de prijs wordt gecompenseerd door kwaliteit, door de zuinigheid van de machines en de technologische vernieuwing.

Marketingpraat? Misschien. Feit is dat het bedrijf wel erg ver gaat in zijn principes van betrouwbaarheid en duurzaamheid. De 5.000 wasmachines die de fabriek van Gütersloh elke week verlaten, worden stuk voor stuk volledig getest. ‘Ze hebben al een was gedraaid voor ze hier buitengaan’, zegt de fabrieksgids. Hij knipoogt. ‘Eigenlijk is elk toestel van ons in de winkel dus tweedehands.’

De controle gaat ver. Miele mag dan de productie zo veel mogelijk automatiseren, een aantal zaken blijft handwerk. Zo controleert een arbeider elke was- en droogtrommel met een nylonkous op de kleinste oneffen­heden. Hapert de kous ergens, dan wordt de trommel niet zomaar bijgevijld maar onherroepelijk omgesmolten. Geen compromissen.

Daar waar andere wasmachine- en droogkastfabrikanten een contragewicht (het onderdeel dat ervoor zorgt dat het toestel niet heen en weer schudt als het 8 kilogram natte handdoeken rondzwiert met 1.200 toeren per minuut) van beton omhuld door rubber gebruiken, maakt Miele in zijn eigen gieterij gietijzeren contragewichten. Die zijn preciezer in te bouwen in de machines, bieden meer stevigheid omdat ze zwaarder zijn én gaan per definitie langer mee.

Twee uitersten

Aan die legendarische Gründlichkeit hangt onvermijdelijk een stevig prijskaartje. Maar dat is dan maar zo, vindt men in Gütersloh. Eerst de kwaliteit, dan de prijs. Alleen dat is de juiste volgorde. Wie in het hoogste segment speelt, heeft een verantwoordelijkheid. Je moet bieden wat je belooft. Het zijn principes die bij Miele overgaan van vader op zoon. Want meer nog dan een merk of een instituut is Miele een familie. Of beter gezegd: twee families. Hoewel vernoemd naar de familie Miele, is het bedrijf evengoed in handen van en meegesticht door de familie Zinkann.

Vandaag staat de vierde generatie aan het roer: ingenieur en econoom Markus Miele, verantwoordelijk voor de technologische ontwikkeling, en filosoof en musicoloog Reinhard Zinkann, de marketingman. Twee uitersten. Maar dat hindert niet: discussiëren over waar het bedrijf naartoe moet, vinden ze gezond. Dat doen ze trouwens niet met z’n tweeën, maar met z’n vijven. Sinds jaar en dag wordt het bedrijf geleid door een managementteam. Een ploeg van vijf kapiteins, zonder leider. Is niet iedereen akkoord met een beslissing, dan gaat het niet door. Principieel.

Zoals met alles in het bedrijf, geldt voor Markus Miele: zolang de principes hun gelijk bewijzen, is er geen reden om ervan af te wijken. Vandaar dat nu al 102 jaar consistent wordt gebouwd aan dezelfde strategie: focus op kwaliteit, schuldenvrij werken, groeien op eigen kracht. ‘Kankercellen zijn de snelst groeiende cellen maar ook de ongezondste. Zo willen wij niet zijn’, zegt hij. ‘Wij willen gestaag groeien, zoals een gezond lichaam waarin alles mee vooruit gaat: spieren, beenderen en hart. Dat vergt tijd.’

Niet immuun

Op zijn verzoek wordt er een boek over de bedrijfsgeschiedenis bijgehaald. Sinds 1899 is er nagenoeg constant groei geweest. Vorig jaar klokte de omzet af op 2,8 miljard euro, 4 procent meer dan een jaar eerder en een record. Sinds de Tweede Wereldoorlog kende het bedrijf geen enkel verliesjaar. ‘Natuurlijk zijn we niet immuun voor de crisis’, zegt Miele. ‘Ik ga niet beweren dat we het vandaag gemakkelijk hebben in landen als Griekenland of Spanje. Maar dankzij onze strategie gaan we alles samen wel vooruit. In moeilijke tijden gaan mensen toch op zoek naar producten die lang meegaan. Die een goede investering zijn.’

Wat dat betreft heeft de groep een voetje voor op de concurrentie, benadrukt hij. Studies wijzen uit dat een wasmachine van Miele zo’n twintig jaar meegaat, tegen twaalf jaar voor de meeste andere merken. ‘Een Duitse dealer van ons ging onlangs op zoek naar de oudste nog werkende machine en hij kwam uit op een toestel van 49 jaar. Nu ja, het toestel was inmiddels wel aan vervanging toe, want het slorpte 180 liter per wasbeurt, tegen gemiddeld 40 liter nu.’

Wie denkt dat de degelijkheid tegen de verkoopvolumes van Miele werkt omdat de toestellen minder vervangen moeten worden, is mis, verzekert Markus Miele. Want wie tevreden is van een wasmachine, is sneller geneigd ook een oven, koffiemachine of vaatwasser van hetzelfde merk te kopen.

Bovendien is de constante technologische verbetering reden genoeg om toch af en toe te veranderen. ‘Als u denkt dat een wasmachine vandaag al erg geavanceerd is, dan hebt u nog niets gezien. Nu ligt de nadruk vooral op zuiniger worden, maar uiteindelijk is er nog zoveel mogelijk. Zoals ik altijd zeg tegen mijn onderzoekers: ik droom ervan ’s avonds mijn kleren uit te trekken en ze ’s morgens op dezelfde plek terug te vinden, gewassen en gestreken.’

Markus Miele lacht. Hij is een man die weet waar hij staat en waar hij naartoe moet. In deze turbulente tijden misschien een zeldzaamheid. Het is gewoon een kwestie van lessen te trekken uit het verleden, vindt hij. Zo was Miele vlak voor de Eerste Wereldoorlog een van de vele bedrijven die op de toen ontluikende autoproductie sprong. Twee jaar en 143 auto’s later beslisten ze er weer mee te stoppen. Te kapitaalintensief, te weinig mogelijkheid om zich te onderscheiden. Sindsdien ligt de focus nadrukkelijk op waar ze in uitblinken: witgoed en inbouwtoestellen.

Nuttige crisis

Op zich is elk leerproces nuttig. Zo ook elke crisis, zegt Miele. ‘Dat is misschien vandaag wel een sterkte in Duitsland. We hebben geleerd uit vroegere problemen. Systemen opgezet om crisissen op te vangen. Politiek, vakbonden en bedrijven hebben daarvoor samengewerkt. Dat helpt om snel te reageren en moeilijke periodes te overbruggen. In Oost-Europa hebben ze het daarom nu zo moeilijk. Zij hebben die recepten niet.’

Van generatie tot generatie en stap voor stap verovert Miele in elk geval de wereld. Vandaag verkoopt het bedrijf al in bijna honderd landen. En het doet daarvoor de nodige inspanningen. Een oven in Duitsland heeft niet dezelfde instellingen als een oven in de VS of in China. ‘De kookgewoontes zijn anders. Dus passen we ons aan. In de VS werken ze niet met graden maar met programma’s. Voor kalkoen, cake, vlees. In elk land is de mening over hoe een cake moet gebakken zijn trouwens anders, dus is ook ons programma daarvoor anders.’

Naarmate het bedrijf internationaal doorgroeit - vandaag zit nog altijd 30 procent van de verkoop in Duitsland en alles samen bijna 70 procent in Europa - sluit Miele niet uit ooit productie overzee op te starten. ‘Maar voorlopig is het gewoon verstandig hier te blijven’, klinkt het. ‘Om de controle en de kwaliteit te bewaren. Made in Germany is een sterk merk. Dat spelen we uit. Plus, het is een gemakkelijke referentie. Als we een nieuwe markt betreden, weten we onmiddellijk of er plaats is voor ons op basis van het aantal Duitse auto’s dat er rond rijdt.’

Niets uitsluiten

Markus Miele is nuchter en praktisch ingesteld. Investeren in verbetering is nodig, en daarbij mag je niets uitsluiten. Is productie overzee nuttig, dan komt ze er. Is een toeleverancier beter uitgerust om innovaties te bedenken, dan wil hij daar maximaal van profiteren. ‘Zo is er een Belgische leverancier voor stofzuiger­onderdelen waar we veel aan hebben’, zegt hij zonder namen te willen noemen.

Wie zich specialiseert en de hefboom gebruikt van specialisaties van anderen, heeft wel degelijk nog een toekomst in industrieel Europa. Daarvan is Markus Miele overtuigd. ‘Maar dan moet je bij je leest blijven. Als wij compromissen sluiten op onze kwaliteit, belanden we in een lagere prijsklasse waar we niet kunnen concurreren met onze productie zoals die nu is georganiseerd.’ En dus blijft Miele zoals het al decennia is. Degelijk en dus ook duur. In familiehanden. Gefocust op constante verbetering en maximaal gebruiksgemak.

Aan de fabriekspoort neemt de gids afscheid. De grondig geteste machines worden buitengereden. Ondanks het druilerige weer glimlacht hij breed. Duidelijk ingestudeerd, maar oprecht besluit hij: ‘Zoals we hier zeggen: Miele grazie.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud