‘In Vlaanderen is geen plaats voor ons'

Freddy Versluys, de topman van OIP ©Maxime Minsen

Dat de Belgische nachtkijkerproducent OIP naast het contract voor mijnenjagers greep, is voor CEO Freddy Versluys andermaal het bewijs dat voor het bedrijf geen plaats meer is in Vlaanderen. ‘Men voert een heksenjacht tegen ons. We overwegen te verhuizen naar Wallonië.’

Op weg naar het kantoor van Freddy Versluys, de CEO van OIP, passeren we een man die in het Hebreeuws aan het bellen is. Meteen lijken alle geruchten over de infiltratie van de Israëli’s in OIP, een van de weinige overblijvende Belgische defensiebedrijven, bewaarheid. ‘Die man is een leverancier. Hier is geen permanente Israëlische vertegenwoordiging. Daar zijn we al lang van afgestapt. We kunnen ons niet permitteren in de schemerzone te werken. We hebben geen connecties met de Mossad. Ik ben geen lid van de Mossad.’ Versluys lacht luid.

OIP, dat dit jaar honderd wordt, is bekend om zijn nachtkijkers, maar evolueerde tot ontwikkelaar van geavanceerde sensoren en optische toestellen voor militaire en ruimtevaartdoeleinden. In 2003 kwam het in handen van het Israëlische militaire bedrijf Elbit. Geen haan die ernaar kraaide. Versluys: ‘Elbit vroeg ons of de Belgische regering akkoord ging met de overname. Bij een politieke toer zei iedereen ja. Wat kom jij nu vragen, kregen we te horen. Nu zou dat waarschijnlijk anders zijn.’

Elbit is een multinational met 4 miljard euro omzet en 15.000 werknemers. Met zijn 100 werknemers en 20 miljoen euro omzet - 85 procent defensie, 15 procent ruimtevaart - is OIP een klein radertje. Toch ligt het geregeld onder vuur van de vredesbewegingen, die het ervan beschuldigen Israël oorlogsmaterieel te leveren voor zijn strijd tegen de Palestijnse burgerbevolking. ‘Stemmingmakerij’, zegt Versluys, terwijl hij ons rondleidt in zijn 8.000 vierkante meter grote fabriek in Oudenaarde.

State-of-the-art

‘We mogen niets exporteren naar Israël. We hebben daar geen exportvergunning voor. Maar ik ontken niet dat dat Belgische anti-Israëlische gevoel, ook in politieke kringen, op onze business weegt. Belgische politici komen liever niet bij ons op bezoek. We liggen continu onder vuur. Dat is in Nederland en Duitsland anders.’

Ik ontken niet dat dat Belgische anti-Israëlische gevoel, ook in politieke kringen, op onze business weegt.
Freddy Versluys
CEO OIP

Heeft die politieke terughoudendheid te maken met het oorlogsmaterieel dat OIP maakt? ‘We zitten in defensie’, zegt Versluys laconiek. ‘Het is een utopie te denken dat iedereen het goed bedoelt. Onze strijdkrachten moeten kunnen beschikken over state-of-the-artmaterieel. En dat heeft een impact. Maar dan moet je ook auto’s verbieden op de weg. Jaarlijks sterven in België 800 mensen door auto-ongelukken. Dat zijn er meer dan door onze systemen.’

Volgens Versluys voert Vlaanderen al jaren een kruistocht tegen de defensie-industrie. Sinds de richtlijn-Van Den Brande kunnen Vlaamse defensiebedrijven geen innovatiesteun krijgen. ‘Gelukkig is dat in januari versoepeld. Subsidiëring is weer toegelaten, maar onder strikte ethische voorwaarden.’

De versoepeling ligt in lijn met het besef in Europa dat we meer voor onze eigen veiligheid moeten instaan. ‘Gelukkig maar. Anders staan de Russen binnen 24 uur aan de Rijn. Vanaf 2020 maakt de EU jaarlijks 5 miljard euro vrij voor onderzoek en ontwikkeling. Het definieerde vlaggenschepen waarin het wil investeren. Dronetechnologie is daar een van.’

Mijnenjagers

OIP maakte deel uit van een van de drie consortia die zich kandidaat stelden voor de bouw van twaalf mijnenbestrijdingsvaartuigen voor de Belgische en Nederlandse marine, een contract van 2 miljard euro. Drones spelen daarin een cruciale rol. OIP zou daarvoor een beroep doen op het moederbedrijf Elbit, dat autonome drones ontwikkelt om mijnen onschadelijk te maken. Het consortium OIP-Damen-Imtech haalde het niet. ‘Een spijtige zaak’, zegt Versluys, ‘maar geen ramp. Het is wel een indicator dat we hier niet op onze plaats zijn.’

Het consortium wou in België een expertisecentrum voor drones bouwen. Volgens Versluys zitten we nog maar aan het begin van de dronerevolutie: ‘De toekomst is gigantisch. Het zal snel gaan. Binnenschepen varen binnenkort autonoom. Maritieme schepen zullen nog een beperkt aantal mensen aan boord hebben en de eerste zelfrijdende auto’s zijn een feit.’

We kunnen onze eigen broek ophouden en concurreren met de rest van de wereld. Maar als je amper aan exportvergunningen geraakt, dan heeft het bestaan van OIP hier geen zin meer.
Freddy Versluys
CEO OIP

Versluys heeft het ook al lang moeilijk met het strakke exportvergunningsbeleid dat Vlaanderen voert voor militair materieel. ‘Vlaanderen is veel strenger dan Wallonië, dat pragmatischer denkt, of Frankrijk of Nederland. We leven al 27 jaar zonder overheidssubsidies. We kunnen onze eigen broek ophouden en concurreren met de rest van de wereld. Maar als je amper aan exportvergunningen geraakt - 95 procent van wat we doen, is bestemd voor het buitenland - dan heeft het bestaan van OIP hier geen zin meer. In Vlaanderen is het bijna een heksenjacht geworden. Hier kan niets meer. We leven in een gedoogbeleid: de overheid zegt niet dat ze ons weg wil, maar door haar houding toont ze het wel.’

Versluys overweegt daarom te verhuizen naar Doornik. Daar heeft OIP een zusterbedrijf in militaire voertuigen. ‘Noord-Frankrijk is ook een mogelijkheid. Makkelijk wordt het niet, want we werken met mensen. We zijn hoogtechnologisch ambachtelijk bezig. Een machinepark is makkelijk te verhuizen. Mensen niet. Het idee speelt al jaren. Maar ik heb er altijd koppig tegen gevochten. Ik wil niet dat Vlaanderen een bedrijf als OIP verliest. Ook al hebben we niet kunnen profiteren van de drie grote militaire contracten die de Belgische overheid deze legislatuur voor een bedrag van 10 miljard heeft uitgeschreven: de gevechtsvliegtuigen, de pantservoertuigen en de mijnenjagers.’

Dat de Fransen die twee laatste contracten binnenhaalden - het pantservoertuigencontract werd onderhands toegekend in een onderonsje tussen de Franse en Waalse industrie, nu halen ze ook de mijnenjagers binnen - doet in Vlaamse industriële kringen wenkbrauwen fronsen. Er wordt gefluisterd dat Parijs werd gecompenseerd voor het missen van het contract voor de gevechtsvliegtuigen, dat naar het Amerikaanse Lockheed ging, en niet naar het Franse Rafale.

Ook Versluys had opgevangen dat het mijnenjagerscontract naar de Fransen zou gaan. ‘We zijn naar de Franse scheepsbouwer STX gestapt en stonden op het punt er een dronecontract mee af te sluiten. Toen kwam een telefoontje van de Franse overheid, die STX aanmaande de krachten te bundelen met het Franse Thales, dat een afdeling heeft in Tubize. Daarna zijn we naar Damen gestapt, een Belgisch-Nederlands project.’ Uiteindelijk viel de keuze op de Franse outsider Naval & Robotics.

Spionage

Eerder greep OIP naast een kleiner dronecontract voor het Belgische leger omdat gevreesd werd voor Israëlische spionage. ‘Onterecht’, zegt Versluys. ‘Wij produceren hier NAVO-gevoelig materieel. Dat is onderhevig aan strenge regels. Israël heeft daar geen toegang toe, want het is geen lid. Er is geen enkele mogelijkheid tot spionage. Dat is een urban legend. Onze Israëlische hoofdzetel weet zelfs niet wat wij hier ontwikkelen.’

Als we opwerpen dat OIP toch makkelijk geheimen naar de hoofdzetel kan sturen, antwoordt Versluys kordaat: ‘Ik zou niet graag in de gevangenis belanden.’

Volgens geruchten krijgt de Belgische militaire inlichtingendienst van Elbit geen toestemming om controles uit te voeren bij OIP, dat op een lijst staat van vijftig defensiebedrijven die in het oog moeten worden gehouden. ‘Broodje aap’, zegt Versluys. ‘Er is geen inmenging in het dagelijks beleid. Om het cru te stellen: Israël heeft hier niets te zeggen. Op NAVO- en op Europees niveau zijn daar afspraken over met Israël. Wat zouden de Israëli’s bij ons te zoeken hebben? Op technologisch vlak staan ze veel verder dan wij.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content