Luxemburg wil de hoofdstad van de ruimtemijnbouw worden

©Filip Ysenbaert

Ons kleinste buurland wil Europa’s grootste ruimtevaartnatie worden. Met een unieke wetgeving over het gebruik van materialen uit de ruimte lokt Luxemburg ambitieuze start-ups naar het Groothertogdom. ‘We diversifiëren onze economie weg van banken, richting ruimtevaart. Dit is meer dan een pr-stunt. Space is the next big thing.’

In een lege loods op een industrieterrein niet ver van het station van Luxemburg Stad, naast een tabaksfabriek die een indringende geur verspreidt, floept Maia Haas van ispace een spot aan. ‘Voila, onze maan’, glimlacht ze. We staan voor een zandbak van ongeveer tien meter op tien meter waarin het ruige maanoppervlak inclusief kleine kraters is nagebootst. Het licht en de schaduwen worden zo echt mogelijk gesimuleerd. Het is het testterrein voor de kleine maanmobiel van ispace om te leren rijden in maanachtige omstandigheden. Die maanrobot zelf demonstreren gaat even niet. Technische problemen.

Minimaan spelen in een zandbak, met een spot als zon: het lijkt veraf te staan van de spitstechnologie die nodig is om een toestel neer te zetten op een hemellichaam. Maar het is bloedernstig. Volgend jaar vliegt ispace, een Japanse start-up, naar de maan voor een observatiemissie. Bij een tweede vlucht in 2021 zal het bedrijf er ook effectief landen met zijn carbon ‘rover’ van amper 4 kilogram. Dat zijn geen vage intenties, de plaatsen op raketten van SpaceX zijn al gereserveerd. ‘Als we bewijzen dat we dat kunnen, plannen we om elke drie tot zes maanden te lanceren. Uiteindelijk willen we een permanente maanbasis aanleggen en een duurzame maaneconomie creëren.’

IJs op de maan

Om die intergalactische toekomstplannen te realiseren, koos ispace ervoor zich te nestelen in, of all places, Luxemburg. Het bedrijf, dat onlangs nog zo’n 100 miljoen dollar aan kapitaal ophaalde, opende een kantoor in ons slaperige maar rijke buurland nadat het Groothertogdom er een wet had ingevoerd die toelaat dat Luxemburgse bedrijven zich materiaal uit de ruimte mogen toe-eigenen. In het geval van ispace is dat water. ‘We willen het ijs op de maan lokaliseren, dat splitsen in waterstof en zuurstof, en daarvan raketbrandstof maken.’

Het past in de strategie waarmee de Luxemburgse overheid zich wil opwerken tot dé Europese hotspot voor de nieuwe space race. Waar de ruimte lang het exclusieve terrein was van de grootste en machtigste naties van de planeet, omdat alleen zij het enorme risico en de astronomische kosten konden dragen, staan private bedrijven vandaag te popelen om de ruimte te commercialiseren. En voor die pionierende ondernemers zet Luxemburg - een speldenkop op de wereldkaart vooral bekend van postbusbedrijven, goedkope benzine en fiscale gunstregimes - de deuren wagenwijd open.

‘Het is the next big thing’, zegt Etienne Schneider, vicepremier en minister van Economie. De politicus van de Socialistische Arbeiderspartij ontpopte zich sinds zijn aantreden in 2012 tot het vriendelijke gezicht van de Luxemburgse ruimtevaartambities. ‘We willen een ruimtevaartnatie worden. We staan nog maar aan het prille begin, maar Luxemburg wil absoluut op kop lopen. Als ik met mijn Europese collega’s praat, merk ik dat ze er nog totaal niet mee bezig zijn.’

De 48-jarige Schneider vond zijn inspiratie bij wetenschappers van de NASA op verkenningsreizen in de VS. ‘Toen ik ze voor het eerst hoorde praten over futuristische mijnbouw in de ruimte, dacht ik: ‘Wat hebben zij gerookt?’ Maar na verder onderzoek zagen we het nut voor ons land en het economische potentieel ervan in. Het daagde snel dat een juridisch kader essentieel was om bedrijven aan te trekken. Zij hebben die wettelijke duidelijkheid nodig.’

Luxemburg legde als eerste Europees land wettelijk vast dat een bedrijf van zijn bodem ruimtegrondstoffen als eigen legitiem bezit mag beschouwen. Enkel de VS kennen sinds 2015 een gelijkaardige regel, maar die gaat minder ver. Schneider maakt de vergelijking met de internationale wateren. ‘Niemand mag zich eigenaar noemen van de oceanen, maar we mogen er wel vissen en de opbrengst commercialiseren. Zo is het met de ruimte: je mag geen hemellichaam claimen als eigendom, maar je moet er wel de grondstoffen kunnen nemen.’

Kapitalisme

Vorig jaar volgde de oprichting van het Luxembourg Space Agency (LSA), een soort kleine NASA op maat van Luxemburg, maar met een andere en heel specifieke missie. Cru gesteld: Luxemburg wil niet naar de ruimte voor de exploratie of voor de wetenschap, maar voor het kapitalisme. ‘De rode draad is economische ontwikkeling’, zegt Marc Serres, de CEO van het LSA, dat een verdieping inpalmt op het ministerie van Economie in het centrum van de Luxemburgse hoofdstad. ‘Wij zijn als overheid geen klant, we willen het vooral bedrijven zo makkelijk mogelijk maken.’

Onze zuidoostelijke buren geloven sterk in het toekomstpotentieel van mijnbouw op asteroïden. Het vooruitzicht werd lang afgedaan als sciencefiction, maar wordt steeds realistischer. Als de mens, zoals velen voorspellen, verre ruimtereizen wil maken of zelfs een interplanetair ras wil worden, dan zal hij de grondstoffen moeten gebruiken die in de ruimte te vinden zijn. Water omzetten in raketbrandstof, die dan in de ruimte getankt kan worden, is de meest voor de hand liggende toepassing. Maar er zit ook een schat aan waardevolle metalen als goud, platina en palladium op asteroïden in de gordel tussen Mars en Jupiter.

Serres: ‘Vandaag moet je alles dat je in de ruimte doet, meenemen met een raket. Dat is enorm duur, en het legt technische beperkingen op: dingen moeten passen in een kleine ruimte, ze moeten weerstaan aan alle vibraties, en elke lancering blijft een berekende gok. Satellieten zijn daardoor bijvoorbeeld overdesigned. Maar stel dat je de volgende generatie kan ontwerpen enkel met materialen uit de ruimte, dan zou dat een complete revolutie betekenen. Dat opent een totaal nieuwe ruimte-economie.’

Het blijft onbewezen toekomstmuziek. Tot op heden is nog geen enkel hemellichaam ontgonnen, laat staan dat iemand weet hoe het technologisch precies moet gebeuren. Maar als we voorspellingen mogen geloven, zit er een nieuwe gold rush aan te komen. In een studie die het LSA vorig jaar liet uitvoeren, rekent de consultant PwC voor dat de markt voor ruimtegrondstoffen en alle gerelateerde activiteiten tegen 2045 kan aanzwellen tot 170 miljard euro. Neil deGrasse Tyson, de beroemde Amerikaanse astrofysicus en mediacultfiguur, zegt dat de eerste ‘biljonair’ (lees: een vermogen groter dan een 1 met twaalf nullen) de persoon zal zijn die erin slaagt ‘de natuurlijke grondstoffen op asteroïden te exploiteren’. In Luxemburg valt te horen dat het niet de vraag is of het wel die kant op gaat, maar wanneer. ‘En dan zijn wij first movers.’

Vandaag gaat Luxemburg er prat op 50 ruimtegerelateerde bedrijven te tellen, goed voor 2 procent van het bruto binnenlands product (bbp), een record in de EU. Om er nog meer buitenlandse aan te trekken, kreeg Schneider een budget van 200 miljoen euro om R&D-kosten van bedrijven te sponsoren of zelfs rechtstreeks te investeren. ‘Vorig jaar hebben we zeven start-ups overtuigd om hier neer te strijken, en hebben we gesprekken gevoerd met 150 bedrijven en instellingen’, zegt Serres. De bedoeling is een ecosysteem uit de grond te stampen. Er is een fonds van zo’n 100 miljoen euro in de maak voor investeringen in start-ups, waarvan de staat een van de grootste geldschieters is, samen met private partners. Dat fonds wordt de komende maanden voorgesteld. En vanaf september beginnen aan de universiteit van Luxemburg de eerste studenten aan de nieuwe wetenschappelijke en ondernemersgerichte eliterichting Interdisciplinary Space Master.

De combinatie ruimtevaart en Luxemburg hoeft trouwens niet verrassend te klinken, want het Groothertogdom heeft eigenlijk een rijke geschiedenis. In Betzdorf, een dorpje op de boerenbuiten, is met SES (Société Européenne des Satellites) de op een na grootste private satellietuitbater ter wereld gevestigd. Luxemburg privatiseerde als eerste Europese land satelliettelevisie, in feite een vroege vorm van commercialisering van de ruimte, wat zeer goed uitpakte. Vandaag heeft SES een beurswaarde van ruim 7 miljard dollar, en houdt de staat nog een belang van 30 procent aan. ‘Het is dankzij SES dat de Luxemburgse ruimteplannen serieus genomen worden’, zegt Markus Payer van SES. ‘Luxemburg is eigenlijk groter in de ruimte dan op aarde.’

‘Luxemburg is stilaan de Europese hoofdstad van de NewSpace, de nieuwe commerciële ruimtevaartgolf’, zegt Jeroen Cappaert, de jonge Belgische medestichter van de satellietstart-up Spire. En dat voor een land zo groot als een Belgische provincie, met niet veel meer inwoners dan de stad Antwerpen. ‘Ja, maar wel een land met het op een na grootste bbp per hoofd in de wereld’, zegt Cappaert. ‘Het is een kleine natie met een grote stem.’

Twee keer risico

Spire is een van de meest vooruitstrevende bedrijven in het domein van cubesats: minisatellieten zo groot als een schoendoos, met een levensduur van enkele jaren. Daarmee vangt het radiogolven op en brengt het scheepvaartverkeer en weerpatronen in kaart. De hoofdzetel is in San Francisco, maar toen het een tweede Europese vestiging zocht na die in Glasgow, viel de keuze snel op Luxemburg. ‘De Luxemburgse regering was bereid sneller te schakelen dan we gewoon waren, binnen zes maanden was het rond. En voor ons is het ook belangrijk een overheid achter ons te hebben die ons steunt op het internationale toneel, zoals bij de verdeling van spectrumlicenties.’ Bovendien investeerde de staat mee in het bedrijf toen het eind 2017 70 miljoen dollar ophaalde, waardoor Luxemburg nu een van de grootste aandeelhouders is van Spire.

Ruimtevaart en start-ups, dat is twee keer risico. Dat dergelijke investeringen ook faliekant de mist in kunnen gaan, werd vorig jaar pijnlijk duidelijk. Het Amerikaanse Planetary Resources, door velen getipt als een van de meest geavanceerde bedrijven om in de nabije toekomst aan ruimtemijnbouw te doen, zag vorige zomer zijn cash compleet opdrogen en was genoodzaakt zich te laten opslorpen door een blockchainstart-up. Onder de aandeelhouders die hun verliezen moesten slikken: Larry Page en Eric Schmidt van Google, Richard Branson van Virgin, en... de Luxemburgse staat.

Luxemburg maakte Planetary Resources, opgericht door ex-NASA-ingenieurs, nog uitgebreid het hof - letterlijk, met een bezoek van erfgroothertog prins Guillaume en zijn Belgische echtgenote Prinses Stéphanie aan het hoofdkantoor in Seattle in 2017 - voor het zich engageerde om 25 miljoen in het bedrijf te pompen. Daarvan was uiteindelijk 12 miljoen geïnvesteerd via de Société Nationale de Crédit et d’Investissement (SNCI), goed voor een belang van 10 procent, toen Planetary Resources ondanks ronkende ambities over de kop ging.

Schneider krijgt daardoor de wind van voren van de oppositie. ‘Dit is geen privaat risicokapitaal dat is verkwist, maar belastinggeld’, sneerde de christendemocraat Laurent Mosar in januari in het parlement. Hij verweet de regering ‘amateurisme’ in haar keuzes. ‘Geen enkele investeerder wou nog geld stoppen in dat bedrijf toen Luxemburg het wel deed, en na Luxemburg kwam er niets meer.’

Collateral damage, vindt Schneider. ‘Goed, dat is 12 miljoen euro die verloren gegaan is, maar het hoort erbij. Ik heb het altijd gezegd. Het is een risicovolle business, hoe opwindend en interessant een idee in het begin ook kan zijn. Maar we doen meer investeringen, en als land moet je de zaken op lange termijn bekijken. En op lange termijn zullen de ruimteplannen heel zeker positief zijn voor de Luxemburgse economie. Natuurlijk is dit meer dan een pr-oefening.’

‘Trouwens, dit risico is heel relatief vergeleken met de jaren tachtig’, vult Serres aan. ‘Bij de lancering van de eerste satelliet van SES kon het bedrijf niet eens een verzekeringspolis krijgen, waarop de Luxemburgse staat zich garant stelde voor een bedrag dat toen het equivalent was van 5 procent van de begroting. Dan is wat we nu doen best redelijk, niet?’

Meer nog, de ruimte moet een pilaar van de Luxemburgse economie worden. Schneider droomt ervan het aandeel van ruimtevaart in het bbp op te trekken van 2 naar 5 procent. Het is hem en de medebelievers allemaal te doen om diversificatie. Het kleine, ingesloten en neutrale Luxemburg heeft een traditie om zichzelf op inventieve wijze economisch heruit te vinden en te verrijken via landbouw, dan staal, en dan door de rode loper uit te rollen voor de banksector en voor bedrijven via fiscale gunsten. Maar sinds de LuxLeaks de belastingvoordelen op maat hebben blootgelegd en sinds het einde van het bankgeheim is de reputatie van het landje gekrenkt. Luxemburg wil de blootstelling aan de financiële industrie - goed voor een kwart van de economie maar onderhevig aan een omwenteling met mogelijk veel jobverlies - afbouwen. Het kijkt nu dus naar de sterren.

Opportunisme

Ook daarop komt kritiek. Volgens Gabriel Zucman heeft een en ander meer te maken met typisch Luxemburgs opportunisme dan met een visionaire strategie. De Franse econoom verbonden aan de universiteit van Berkeley in Californië weet waarover hij spreekt, want hij heeft uitgebreid de geschiedenis van Luxemburg als belastingparadijs bestudeerd. ‘Luxemburg heeft zijn ontwikkelingsmodel gebaseerd op het aanbod van lage belastingen, minder regulering, minder regels voor multinationals. In het kort: met wetten die bedrijven willen’, zegt hij vanuit de VS. ‘Het ruimtevaartprogramma is geen diversificatie, het is eigenlijk een verlengstuk van de aloude logica.’

Er blijven ook twijfels over de nieuwe Luxemburgse ruimtewet, en of die wel verzoenbaar is met het enige internationale juridische verdrag dat over de ruimte bestaat: het Outer Space Treaty van de Verenigde Naties uit 1967. Dat stelt dat de ruimte in principe toebehoort aan de mensheid. Daarom zoeken Schneider en co. internationale samenwerking met tal van landen, waaronder deze week nog Rusland. Begin dit jaar ondertekende de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders een akkoord met Luxemburg waarin beide landen afspreken te werken aan een internationaal kader voor het gebruik van de natuurlijke ruimterijkdommen. ‘Nu de ruimte-economie in volle ontwikkeling is, is het VN-verdrag verouderd en is een amendement nodig. Anders doet elk land maar wat het wil.’

Waar Schneider nog op hoopt: een Europees commissaris voor Ruimtevaart in de nieuwe legislatuur, na de verkiezingen van mei. Als het niet gebeurt, zijn we als Europa verloren, alarmeert hij. ‘We moeten ons op Europees niveau veel beter organiseren. De Verenigde Staten, Rusland, Japan, China: alle grootmachten doen dat, en wij lopen achter. Natuurlijk gaat Luxemburg dit niet allemaal op eigen houtje doen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud