Op zoek naar de spirit van Apollo

©AGEFOTOSTOCK

Toen Neil Armstrong exact 50 jaar geleden als eerste mens voet zette op de maan, keek de wereld naar het summum van een ongezien ambitieus project. Kan zoiets vandaag, in een compleet andere wereld, ook? En kan een Apollo-achtige overheidsmissie de grote uitdagingen van nu aanpakken?

Zelfs wie te jong is om het live te hebben meegemaakt, ziet de grijswitte beelden zo voor zich. Met een ‘small step’ daalde Neil Armstrong van het trapje van de maanlander af in het stof van de ‘Sea of Tranquility’, terwijl honderden miljoenen tv-kijkers op aarde de adem inhielden. Na zijn gevleugelde woorden gaf Armstrong een eerste meer prozaïsche indruk: ‘Het lijkt op de woestijn thuis in Amerika. Het is anders, maar het is heel mooi hier.’ Edwin ‘Buzz’ Aldrin volgde, terwijl Mike Collins, de derde passagier van de Columbia, in de sonde bleef die baantjes rond de maan draaide. Het was zondagavond 20 juli 1969 - of maandagochtend 21 juli Belgische tijd.

De aankomst van de astronauten op de maan, en na een verblijf van zo’n 21 uur op de oppervlakte ook hun veilige terugkeer op aarde met een plons in de Stille Oceaan, voltooiden een waanzinnige onderneming die in de geschiedenis van de mensheid amper zijn gelijke kent. Apollo 11 en de andere succesvolle missies in het Apollo-programma waren niet alleen de strafste technologische verwezenlijking ooit, met de reis naar de maan bewezen de Verenigde Staten ook dat een overheid mensen en bedrijven kan samenbrengen rond een inspirerend maar bijna absurd moeilijk doel. ‘Het was zonder precedent, en is sindsdien ook nooit meer herhaald’, zegt John Logsden, expert in ruimtevaartbeleid aan de George Washington University.

‘Apollo is het grootste project dat mensen ooit hebben ondernomen buiten oorlogstijd’, zegt Charles Fishman, de Amerikaanse auteur van One Giant Leap, een van de vele boeken die rond de 50ste verjaardag van de maanlanding verschenen. ‘410.000 mensen werkten eraan. 20.000 bedrijven werden ingeschakeld. Bij de start in 1961 was er geen raket die dit aankon, geen ruimtetuig, geen ruimtepakken, geen voldoende kleine computers. Al die dingen moesten worden uitgevonden. Tegenover elk uur dat Apollo 11 in de ruimte reisde, stonden een miljoen uur werk op aarde, de volledige professionele carrières van tien mensen.’

De mobilisering op massale schaal gebeurde ondanks lauwe gevoelens bij de bevolking. Op geen enkel moment in het elf jaar lopende programma was er in peilingen een meerderheid van de Amerikanen die het maanprogramma – tegen een achtergrond van grote problemen als de oorlog in Vietnam en de burgerrechtenstrijd – een goed idee vond. Of die het de investering waard vond.

In totaal zou Apollo – van missie 1 tot en met 17 – 25,4 miljard dollar kosten, aangepast aan inflatie zo’n 200 miljard dollar vandaag. Een van de grootste slokoppen was de ontwikkeling van de monstrueuze Saturn V-raket, ontworpen door de voormalige nazi-ingenieur Wernher von Braun. De NASA kreeg op het hoogtepunt bijna 5 procent van het totale Amerikaanse federale budget.

Bipolaire wereld

Die bereidheid van de Amerikaanse overheid om te investeren heeft alles met de bipolaire wereld van toen te maken, zegt Logsden. ‘Er was maar één aanleiding voor Apollo, en dat is de Koude Oorlog.’ In 1961, toen John F. Kennedy aantrad, veegde de Sovjet-Unie de vloer aan met de VS in de ruimte. Bij alle mijlpalen - van Sputnik tot Gagarin - waren de Russen op dat moment de eersten, terwijl de Amerikanen de mislukkingen opstapelden. Kennedy stond onder druk en vroeg adviseurs naar een groots maar haalbaar project waarmee de VS konden winnen. Dat werd de maan. Amerika zou een man op de maan zetten, hem weer veilig naar huis brengen, voor het einde van het decennium. ‘Er was een doel, er was geld en er was een harde timing. De taakomschrijving kon niet duidelijker’, zegt Roger Launius, voormalig historicus bij de NASA. ‘Het draaide volledig rond een grandioze demonstratie van technologische kunde.’

Het Apollo-programma heeft de fundamenten gelegd voor het computertijdperk.
Charles Fishman
auteur van One Giant Leap

De aanleiding om naar de maan te reizen was zuiver politiek en strategisch. Aan een eventuele gunstige return op de enorme investeringen werd in het begin niet gedacht. ‘Daar was het Kennedy niet om te doen. Hij moest de Russen kloppen, punt. Pas na verloop van tijd werd het idee dat er veel voordelen zouden voortvloeien uit Apollo verkondigd om het project beter verkocht te krijgen’, zegt Logsden.

Toch is de opbrengst op economisch, technologisch en wetenschappelijk vlak vandaag onmiskenbaar. Harde cijfers zijn moeilijk te vinden, maar er zijn schattingen dat het programma tot de uitvinding van 1.800 producten heeft geleid. Volgens Fishman legde Apollo de fundamenten voor de computers in onze levens. ‘De maanmissies hebben het computertijdperk een bepalende duw in de rug gegeven. Begin jaren 60 werden computers gezien als onbetrouwbaar en onnuttig voor breed gebruik. Makers van chips en printplaten bestonden amper. Eén chip kostte 8.000 dollar in hedendaagse prijzen. Toen was de NASA de enige grote klant voor chips. Zij hebben die industrie gecreëerd en de miniaturisering gestimuleerd.’

In een rapport dat Launius voor de NASA maakte, voegt de ruimtevaarthistoricus een belangrijke rechtstreekse erfenis toe: expertise in management. James Webb, de toenmalige NASA-baas die het grootste deel van Apollo overzag, ging er prat op dat de technologische uitdaging, hoewel gesofisticeerd en indrukwekkend, bij de start in 1961 wel binnen handbereik lag. Moeilijker was het om al die skills efficiënt aan te wenden. Dat lukte door beslissingen te concentreren bij een driekoppig team aan de top en dankzij een doorgedreven vorm van systeemdenken, een toen nieuwe benadering van technologische vraagstukken.

Er is ook de pure inspiratie die voortkwam uit de sensationele verwezenlijking. Het wetenschappelijke blad Nature ondervroeg tien jaar geleden, bij de veertigste verjaardag, de onderzoekers die de voorgaande jaren in het magazine waren verschenen naar de impact van Apollo op hun carrière. Meer dan de helft van hen zei dat hun keuze voor de wetenschap het rechtstreekse gevolg was van de maanlanding.

Dromen van planeten

Met de voetafdruk van Armstrong op de maan kwam de droom van een verregaande exploratie van de ruimte en van een planetenhoppende mensheid. The Economist schreef in juli 1969 prompt: ‘Vanaf deze dag kan de mens gaan in het universum waar zijn wil en zijn spitsvondigheid hem brengen. Het is zeker dat we nu naar de planeten zullen reizen.’ Die droom is nog geen stap dichterbij. Sinds december 1972, toen Apollo 17 terugkeerde, kwam geen mens meer in de buurt van ons dichtstbijzijnde hemellichaam. De ambities zijn naar een laag pitje teruggedraaid.

Anno 2019, een halve eeuw later, ziet de wereld er compleet anders uit. Er is geen geopolitieke rivaliteit meer die nog een ware wedloop stimuleert en twee elkaar met nucleaire wapens afdreigende uitdagers tot het uiterste drijft, klinkt het. Logsden: ‘Grote ruimtevaartmissies beantwoorden vandaag geen politiek relevante vragen meer zoals dat het geval was in de jaren 60.’

‘Er is geen gelijkaardig verlangen om technologische capaciteiten tentoon te spreiden tegenover de wereld en om dezelfde middelen tegen een project aan te gooien zoals dat bij Apollo het geval was’, zegt Launius. ‘Er zijn veel meer ruimtevaartlanden vandaag, waarvan de meesten niet eens de kiemen hadden van een ruimtevaartprogramma 50 jaar geleden, maar geen enkel daarvan voelt de noodzaak om zich te engageren voor een Apollo-achtige missie en om een stevige hap van hun bruto binnenlands product te spenderen om dit te bereiken.’

Nochtans staat de maan de jongste jaren voor het eerst sinds de nadagen van Apollo weer concreet in het vizier van de ruimtevaartindustrie, als bestemming, en als hub. De maan wordt gezien als het ideale tussenstation om vanuit een omgeving met lage zwaartekracht en met lokaal aangemaakte brandstof uit het ijs op de polen de 200 keer verdere reis naar Mars te ondernemen. Dat is, voorlopig, de theorie.

Wedloop met China

In de VS wil Donald Trump meer dan zijn voorgangers de geschiedenis ingaan als een ruimtevaartpresident. Hij stuurde de NASA aan om in 2024, vier jaar vroeger dan eerst aangekondigd en het laatste volledige jaar van een eventuele tweede ambtstermijn, weer een mens op de maan te zetten. Het project heet Artemis, naar de tweelingzus van Apollo. Maar het Amerikaanse ruimteprogramma, nog altijd veruit het meest geavanceerde ter wereld, leeft bij gratie van de president, en Trump blijft mist spuien. Het blijft onduidelijk of uiteindelijk voldoende geld zal worden toegewezen. Bovendien bedraagt het budget van de NASA vandaag nog een halve procent van de totale begroting, een tiende van weleer.

Ook China roert zich en wil na enkele landingen met robots ergens in de jaren 2030 een eerste mens op de maan zetten. Spreekt de volgende Neil Armstrong Mandarijns en zou dat de Amerikanen nerveus kunnen maken? Vicepresident Mike Pence claimde al dat de nieuwe ruimterace aan de gang is. Historicus Launius ziet nog geen enkel spoor van een rivaliteit die een nieuwe grootschalige mobilisering zou kunnen motiveren. ‘Dat is vooral politieke retoriek. We hebben gewoon geen schrik van de Chinezen op de manier dat we de Russen vreesden. En zij zijn niet bang van ons. We willen vooral handel met ze drijven, en ja er zijn strubbelingen op dat vlak, maar die komen absoluut niet in de buurt van de spanningen met de Russen toen.’

Door technologische vooruitgang is het beduidend makkelijker en minder duur geworden om naar de ruimte te gaan, waardoor de private sector steeds meer brood ziet in commerciële ruimtevaart. Dat opende de mogelijkheden voor nieuwe businessmodellen, zoals toerisme, goedkope satellieten en herbruikbare raketten. Multimiljardairs met jongensdromen, zoals Elon Musk en Jeff Bezos, spreken tegenwoordig de meest stoutmoedige galactische toekomstvisies uit.

Het klimaat kan dé moonshot van vandaag zijn. We hebben een missiegedreven aanpak nodig.
Mariana Mazzucato
Econome

Daar zit ook een cruciale manier waarop de tijden veranderd zijn. De mentaliteit vandaag is veel eerder om naar de private sector te kijken als we op zoek gaan naar gedurfde doelstellingen en cutting edge innovatie. Vandaag is het heel moeilijk voorstelbaar dat een overheid een project van de ambitie en de omvang van Apollo van de grond kan en wil krijgen. De tijd dat de ‘moonshot mindset’ van de staat kwam, is onherkenbaar ver weg, schrijft Greg Ip, de hoofdcommentator van The Wall Street Journal naar aanleiding van de verjaardag van Apollo 11. Sindsdien is, zeker in de VS, de rol van de overheid verschoven van leider naar uitdeler van incentives.

Voor de internationaal vermaarde econome Mariana Mazzucato is precies dat de grootste les, die de ruimtevaart ver overstijgt, uit het hele Apollo-programma. De Italiaans-Amerikaanse docente aan het University College in Londen kijkt voor haar onderzoek al jaren naar de structuur van de originele moonshot als inspiratiebron. ‘Het was het resultaat van een droom, waarbij men zich niet te veel zorgen maakte over de kosten. Men oordeelde dat het een uitdaging was die het waard was om aan te gaan.’

‘Het interessante is hoeveel verschillende kanten van de maatschappij en de economie de NASA in Apollo verenigde’, vertelt Mazzucato. ‘De intersectorale, interdisciplinaire aanpak werkte uitstekend. Er waren investeringen in materialen, in textiel, in voeding en veel andere hoeken van de economie, niet enkel in ruimtevaartechniek. Iedereen ging voor hetzelfde doel. Het typische voorbeeld is dat zelfs de conciërge zich betrokken voelde bij de maanlanding. De staat trad op als actieve inkoper. Een radicale herdenking van de rol van de overheid over zijn gebruikelijke silo’s heen.’

Meer nog, Mazzucato, auteur van de bestseller ‘The Entrepreneurial State’, pleit in haar werk voor een ‘missiegedreven’ beleid in research en innovatie vanuit de overheid. Daarvoor werd haar advies al ingeroepen door de Europese Commissie en, nota bene, de NASA. ‘Vandaag zouden we de equivalenten van moonshots moeten hebben voor hedendaagse uitdagingen als gezondheidszorg of energie, of zoals de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelstellingen die onder VN-vlag zijn opgesteld. Die aanpak moet worden gedreven met één doel voor ogen: het publiek belang.’

Serendipiditeit

Aan hedendaagse crisissen in ieder geval geen gebrek. Maar valt de Apollo-mentaliteit zomaar te kopiëren voor globale problemen als klimaatverandering? Binnen een decennium een man op de maan zetten en weer terughalen is een moeilijk maar afgelijnd doel. De opwarming van de aarde tegenhouden of kanker oplossen is veel problemen tegelijk, zonder een tijdlijn. En er is geen Koude Oorlog die de urgentie opdrijft. ‘Klimaat zou zeker een moonshot kunnen zijn vandaag. Maak het concreet. Voor de EU hebben we bijvoorbeeld een gedetailleerd plan opgesteld om 100 steden klimaatneutraal te maken. Geef als maatschappij een budget aan een probleem, en werk van daar om te bepalen welke sectoren wat nodig hebben. Met de structuur van budgetten kan je ervoor zorgen dat je innovatie centraal plaatst in economische groei over departementen heen.’

Een cruciaal voordeel van een missiegedreven aanpak is serendipiteit, betoogt Mazzucato. ‘Wetenschap en technologie zijn nooit gewoon lineair. Grote projecten hebben altijd afgeleide voordelen. Missies moeten zo gestructureerd zijn dat je dat net voedt. Kijk naar de opbrengsten van Apollo. Of naar het internet en gps, zaken die vandaag onmisbaar zijn. Sommige van de grootste uitvindingen kwamen voort uit processen waarbij overheden grote problemen probeerden op te lossen.’

Mazzucato bestrijdt het idee dat de overheid niet meer de aanjager kan zijn van innovatie. ‘Dat is in de moderne ruimtevaart ook zo. Men spreekt van een shift naar de commerciële sector, maar Elon Musk heeft wel miljarden gekregen van de NASA om zijn raketten te ontwikkelen. De bedrijven surfen mee op enorme publieke investeringen.’

‘Luister nog eens naar de speech van Kennedy’, spoort Mazzucato aan. ‘We gaan naar de maan, niet omdat het makkelijk is, maar omdat het moeilijk is.’ Hij gaf openlijk toe dat het veel zou kosten en dat het zomaar kon mislukken. Geen enkele politicus praat nog zo over grote uitdagingen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect