'Poetshulp verdient opslag, maar dan knallen wij op muur'

©Wouter Van Vooren

Het systeem van de succesvolle dienstencheque kraakt in zijn voegen, met stakende huishoudhulpen deze week als gevolg. Nico Daenens, de grootste werkgever in de sector, wil met vereende krachten de politiek wakker schudden. ‘De financiering is te sterk afgebouwd.’

Nico Daenens vindt ook dat poetshulpen een beter loon verdienen. ‘Ik ben het eens met die verzuchting. Het is een complex en veeleisend beroep. Met, laten we dat niet vergeten, een groot maatschappelijk belang. Maar nu een loonsverhoging doorvoeren is een regelrechte aanslag op de marges en bedreigt de overlevingskansen van de ondernemingen’, zegt hij in een interview na een bewogen week. ‘Voor de bedrijven is dat hetzelfde als met een hoge snelheid naar een muur rijden.’

Daenens trekt zich het lot van zijn huishoudhulpen aan. Hij heeft er, rechtstreeks en onrechtstreeks, zo’n 14.000 in dienst, verspreid over 188 kantoren. De Brugse ondernemer bouwde in 15 jaar een imperium uit dat een omzet van 274 miljoen euro draait. Het zwaartepunt ligt in West-Vlaanderen, waar hij een van de grootste werkgevers van de provincie is, met Dienstenaanhuis in Brugge en Makkie in Kortrijk. Tegelijk is Daenens deels eigenaar van een cluster aan dienstenchequebedrijven verspreid over heel België, waaronder Glax (ex-Adecco), Greenhouse en Plus Home Services.

In een versnipperd veld van veel kleine en slechts enkele grotere bedrijven, in totaal een kleine 2.000, steekt de groep van Daenens erbovenuit. Zijn loopbaan loopt samen met de dienstencheque zelf, het instrument dat de overheid 15 jaar geleden in het leven riep om zwartwerk te witten en poetspersoneel een degelijk sociaal statuut te geven. Intussen is het een miljardenindustrie. In 2018 schrobden en boenden 146.151 poetshulpen in België samen 133 miljoen uren, leren de recentste cijfers van de sectorvereniging Federgon.

Muurvast

Maar na het succes - de oorspronkelijke raming was 20.000 jobs - is het systeem stilaan dichtgeslibd. De bedrijven - die met de cheque van 9 euro voor een uur poetsen en met de Vlaamse subsidie van zo’n 14 euro daarbovenop het loon van poetshulpen en alle bijkomende lasten betalen - zitten naar eigen zeggen op hun tandvlees. De voorbije jaren werden die lonen met 2 procent geïndexeerd, maar compenseerde Vlaanderen dat om budgettaire redenen maar gedeeltelijk. Het gevolg: de reserves raken op. Federgon berekende dat de helft van de bedrijven minder dan 4 cent per cheque overhoudt, als de lonen over enkele maanden weer met 2 procent stijgen door de automatische indexatie.

Het is gemakkelijk voor de overheid om weg te kijken en het sociale overleg zijn gang te laten gaan.
Nico Daenens, baas van 14.000 huishoudhulpen

De poetshulpen, die nu na drie jaar anciënniteit 11,73 euro per uur verdienen, willen boven op de aankomende indexering een loonsverhoging van 1,1 procent bruto. Dat komt overeen met de opslag die is onderhandeld voor andere sectoren. De clash leidde woensdag tot een staking bij de christelijke vakbond ACV, na de eerdere actie eind november. Komende maandag gaat de socialistische vakbond ABVV betogen in Brussel. De gesprekken zitten muurvast. Beide kanten van de tafel geven elkaar de schuld. Later deze maand probeert een bemiddelaar de knoop te ontwarren.

Daenens voert mee de onderhandelingen aan werkgeverskant. Hij zag hoe woensdag een heel klein deel van zijn personeel voor een staking koos. ‘Zo’n halve procent van de mensen. Ik heb er alle begrip voor. De bonden moeten hun rol spelen. De vraag is wel: gaat het zoden aan de dijk brengen?’

Daenens had veel liever gezien dat de bonden de uitgestoken hand van de bedrijven hadden aangenomen om samen een front te vormen. ‘Dan zouden we sterk staan om bij de overheid verandering te vragen. Nu is het gemakkelijk voor de overheid om weg te kijken en het sociaal overleg af te wachten. Nochtans heeft zij het systeem georganiseerd. Ik hoor veel ronkende verklaringen, en niet allemaal met kennis van zaken. Het zou goed zijn als de politiek ook haar verantwoordelijkheid neemt.’

Een goede oplossing is volgens Daenens dat de loonindexeringen en -verhogingen automatisch en volledig worden doorgerekend in de inruilwaarde van de cheque. ‘Dan bewaren we op zijn minst de status quo. Het lijkt me een haalbare oplossing die ook een respectabele loonopbouw voor de werknemers mogelijk maakt.’ Veel experts zijn het erover eens dat de cheques duurder mogen worden. Maar dat is een kant van het debat waarop bedrijven geen vat hebben, zegt Daenens. De klant en de overheid financieren de cheque.

Zonder er een bedrag op te plakken acht Daenens het verantwoord dat poetshulpen evenveel verdienen als schoonmaakpersoneel bij bedrijven, dat hoger wordt ingeschaald. ‘Een gemiste kans. Dat was fair geweest.’

Een bedrijf opbouwen in de dienstenchequesector gaat net als in een andere sector. Dat betekent risico nemen.
Nico Daenens

De acties van het poetspersoneel, en de getuigenissen over hun ondergewaardeerde werk, doen veel stof opwaaien. Niet het minst omdat de sector zo veel jobs creëert en omdat zo veel gezinnen gebruiker zijn van de fiscaal aantrekkelijke cheque. Weinigen gunnen hun poetsvrouw of -man geen opslag, dat is het probleem niet. Maar de financiering is te sterk afgebouwd, zegt Daenens. Zijn eigen bedrijven zijn relatief winstgevend en in theorie kan hij de lonen optrekken. ‘Maar dan stel je het probleem even uit. Die muur blijft komen. Als ondernemer is het mijn verantwoordelijkheid een duurzaam bedrijf uit te bouwen.’

De strategie van Daenens om het hoofd te bieden aan de moeilijke situatie is schaalgrootte. ‘Onze eerste overname was in 2009. Ik merkte dat groter worden nodig zou zijn om het bedrijf sterker te maken. Je hebt geografische dichtheid van poetsmensen nodig om zo efficiënt mogelijk te plannen. Het is een logistieke uitdaging. Groter zijn helpt ook voor de IT, de verzekeringen, het payrollbeheer en de aankoop van werkkledij. Al is het niet zaligmakend. De lonen blijven veruit de grootste kostenpost. We moeten keihard focussen op efficiëntie.’

Wringprobleem

Daenens zegt gebeten te zijn door het schoonmaakvak. Hij had in 2004 concrete plannen om een traditioneel schoonmaakbedrijf op te starten, tot de dienstencheque op de proppen kwam. Het was de start van een gestage groei. Ondanks de omvang van zijn bedrijf blijft hij het land doorkruisen om in gesprek te gaan met zijn personeel. ‘Ik wil niet dat ze het gevoel hebben dat ze voor een grote onderneming werken. Zorgen los je niet op in de directiekamer. Neem het wringprobleem: sommigen hebben last van pijnlijke polsen omdat ze niet op de juiste manier doeken uitwringen. Dat sturen we bij door de juiste methodes aan te leren of in wringemmers te voorzien.’

‘We hebben zelf in samenwerking met een hogeschool een enquête opgesteld van 150 vragen om te peilen naar de tevredenheid. Dat gaat over alle aspecten van de job, ook de verloning. 150 vragen, dat is best een karwei. Men zei ons dat het goed zou zijn als 10 procent van de mensen antwoordde. Wel, we stevenen af op 50 procent.’

Nu het sociale conflict woedt, betreurt hij de negatieve beeldvorming. De toon is soms bitsig. ‘Ik zou zogezegd wel ruimte hebben om bedrijven over te nemen, maar niet om mensen meer te geven. Of ik zou zijn gegroeid op een golf van subsidies. Dat is niet waar. Een bedrijf opbouwen in de dienstenchequesector gaat net als in een andere sector. Dat betekent risico nemen.’

De dienstencheque blijft ondanks de malaise een ‘ongelooflijk’ succes, benadrukt Daenens nog. ‘We krijgen complimenten in het buitenland. Nu staren we ons blind op de kosten, maar er wordt te weinig over de terugverdieneffecten gesproken. Uit een studie van IDEA bleek dat de baten bijna even groot zijn als de kosten. Kortgeschoolde mensen worden geactiveerd, de participatiegraad onder vrouwen is gestegen, tweeverdieners zijn in staat meer te werken omdat ze een poetshulp kunnen betalen. Mensen kopen tijd.’

‘Of neem ouderen. Voor hen is de huishoudhulp vaak het bezoek dat het langst blijft. Ze kijken er hard naar uit. Het kan er ook voor zorgen dat ze langer thuis kunnen blijven wonen. Misschien kunnen we voor die doelgroep nog meer doen in het kader van de dienstencheque.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect