portret

Steve Rousseau, telg uit donkerrood nest, werd selfmade topmakelaar in knelpuntprofielen

Met de verkoop van zijn hr-dienstengroep World of Talents kreeg Steve Rousseau vorige week bijna zoveel aandacht als zijn bekende halfbroer Conner. En hoewel hij niet wegsteekt dat de cash uit de deal iets is waar hij als kind al van droomde, wordt zijn ondernemersdrive er niet door aangetast. 'Hij wil niet gewoon in eerste klasse spelen, maar wil meteen kampioen zijn.'

Waarvoor het netwerk van een eigen basketclub al niet nuttig kan zijn. Het was in de lobby van de Kortrijk Spurs dat Steve Rousseau voor het eerst een lijntje uitwierp naar Steven Buyse, die eveneens in de club investeerde. Of CVC Capital Partners, de Britse private-equityreus waar Buyse managing partner is, geen interesse had om in zijn hr-dienstenbedrijf World of Talents te stappen?

‘Gezonde gesprekken onder entrepreneurs’, noemt Rousseau het nu. En zie, donderdag was het zover: CVC Capital Partners neemt World of Talents over en de bestaande eigenaars - Rousseau, het management en de West-Vlaamse miljardair-investeerder Filip Balcaen - stappen opnieuw in via de bovenliggende moedervennootschap.

Advertentie

Internationalisering en het kapitaal dat daarvoor nodig is, ziet Rousseau als de belangrijkste drijfveer om met een grote financiële speler in zee te gaan. De voorbije 16 jaar groeide het bedrijf dan ook als kool, naar een omzet van 360 miljoen euro. Perfecte timing op een structureel krappe arbeidsmarkt - knelpuntberoepen op een moment dat babyboomers massaal met pensioen gaan - is zeker één van de succesfactoren van Rousseau.

De enorme gedrevenheid en de ongecompliceerde rechttoe-rechtaanfilosofie van Rousseau zijn andere. 'Niet alleen in zijn bedrijf zelf', getuigt Xavier Dewulf, de ondernemer achter het energiebedrijf G&V en een goede kennis uit de clubentourage. 'Ook met de Kortrijk Spurs wil hij niet gewoon naar eerste klasse. Nee, Steve heeft de ambitie om binnen vijf jaar meteen kampioen te spelen. En hij wil een arena bouwen, zoals Oostende er een heeft. Met Steve gaat het vooruit.’

Al op school was die dadendrang van Rousseau omgekeerd evenredig aan zijn schoolijver - hij was ei zo na een drop-out. Uiteindelijk sleepte hij wel een diploma boekhouden in de wacht, ook al wist hij naar eigen zeggen ‘al snel dat hij geen boekhouder was’. Dat hij dan maar carrière zou maken in de wereld van hr, was evenmin zijn droom - ‘ik had eerder de wereld van de sport of het vastgoed in gedachten, iets met schone madams en zo’, zei hij daar ooit over.

Talent, talent, talent

Uiteindelijk tuimelde hij toch via een job bij een selectiebureau voor commerciële profielen in de hr-wereld. Zijn eerste daad van ondernemerschap stelde hij toen hij vijf jaar later samen met Alain Dehaze, de latere topman van ’s werelds grootste uitzendgroep Adecco, Financial Forces oprichtte. Daar ontstond de succesformule rond de knelpuntberoepen. In 2008 richtte Rousseau in zijn eentje Sales Talents op, gespecialiseerd in de toen al schaarse verkoopprofielen. Het werd het eerste bedrijf van de groep die later House of Talents zou heten, steeds verder uitdijend naar Care Talents, Financial Talents, Food Talents, Technical Talents, ICT Talents enzovoort. In drie jaar tijd verdrievoudigde de omzet. Drie tot vijf jaar later moet het nog eens maal drie, tot 1 miljard euro.

Bij de overname klonk het dat het belangrijk was dat Rousseau aan boord zou blijven om de bedrijfscultuur te behouden. ‘Het bedrijf heeft al die jaren het DNA van de kopman opgenomen’, zegt Dewulf. ‘Een van de geheimen van het succes is dat hij de groep runt met het ondernemerschap van een kmo. Dat willen de nieuwe aandeelhouders behouden, nu het bedrijf de volgende stappen richting internationalisering zet.’

Toen ik twaalf jaar was, kreeg ik een winterjas waarvan de mouwen reikten tot over mijn handen. Toen ik zestien werd, had ik die jas nog steeds en zaten de mouwen net onder mijn ellebogen. Toen al dacht ik onbewust: dat wil ik niet de rest van mijn leven.

Steve Rousseau

Rousseau hecht ook veel waarde aan die bedrijfscultuur. ‘Mensen aanwerven is niet moeilijk, de uitdaging is ze te houden, met opleiding, promotiekansen, coaching enzovoort.’ Daarom had hij ook zoveel moeite met het overvloedige thuiswerk in de coronajaren. Hij vond dat daardoor de cohesie en teamdynamiek in het bedrijf verloren gingen.

Iedereen beschrijft Rousseau als een sociaal dier, iets wat hij gemeen heeft met zijn halfbroer, de Vooruit-politicus Conner Rousseau. Hij weet zich te omringen met heel bekwame managers. 'Hire good people and sleep good at night’, is zijn mantra. ‘En hij kan die mensen carte blanche geven', zegt Gunther Ghysels, de oprichter van het chauffeursbedrijf Get Driven, waarin Rousseau enkele jaren geleden geld pompte - en waar Steven Buyse eveneens aandeelhouder is. ‘Sommige investeerders willen al snel steeds meer aandelen. Steve niet, hij spoort mensen aan om zelf groter te worden.’

Waarin de 51-jarige Steve wel van de 19 jaar jongere Conner verschilt, is ongetwijfeld de politieke kleur. Hoewel beiden uit een donkerrood nest komen - hun vader was de directeur van de Barkentijn, het Nieuwpoortse vakantiecentrum van de socialistische mutualiteiten - zit Steve met slogans als ‘success is an attitude' en een pleidooi om de loonvorming op de arbeidsmarkt volledig vrij te laten eerder aan het donkerblauwe eind van het politieke spectrum. Het zijn het soort overtuigingen die aan de familiale feestdis wel eens tot verhitte discussies leiden met zijn socialistische halfbroer. ‘Maar ze blijven nooit kleven.'

Bollie en Billie

Naar verluidt verdiende Rousseau zo'n 100 miljoen euro met de verkoop aan CVC. Speelt ook de cashopbrengst een rol bij het feit dat Rousseau nu al voor de derde keer zijn eigen bedrijf van de hand doet, en een deel ervan herinvesteert? Het strookt alleszins met wat Rousseau zelf aangaf om ondernemer te willen worden, in weerwil van het donkerrode nest waarin hij was opgegroeid.

‘Toen ik twaalf jaar was, kreeg ik van mijn moeder een winterjas van de stripfiguren Bollie en Billie. De mouwen reikten toen tot over mijn handen. Toen ik zestien werd, had ik die jas nog altijd en zaten de mouwen net onder mijn ellebogen. Ik verwijt mijn ouders niets, maar toen dacht ik onbewust al: dat wil ik niet de rest van mijn leven. Ik wilde financiële onafhankelijkheid. En ook verzekeren dat mijn kinderen niets tekortkomen. Het leuke is dat ik nu niet alleen de voldoening heb zelf voldoende centen te hebben, maar dat ik ze ook kan delen met mijn medewerkers.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.