Advertentie
interview

Topdokter Steven Laureys: ‘Ik kan zien welke gedachten u hebt'

©debby termonia

De Vlaamse neuroloog Steven Laureys is wereldvermaard voor zijn onderzoek naar comapatiënten. In de docureeks ‘Topdokters’ op VIER laat hij in zijn hoofd en hart kijken. ‘Voor het overgrote deel van mijn patiënten kan ik weinig doen. Dat staat ver af van het beeld dat u van een topdokter hebt, niet?’

Het ondergrondse kantoor van Steven Laureys (45) in het universitaire ziekenhuis Sart Tilman in Luik. Op de muur plakt een sticker van een plant, op het bureau staat een witte lamp van Philips die natuurlijk licht imiteert. ‘Ze helpt seizoensgebonden depressie te bestrijden. Geen overbodige luxe in een ruimte zonder venster.’

Het is moeilijk te vatten dat dit de werkplek van een wereldautoriteit is. En toch. Wekelijks komen vier nieuwe comapatiënten een week lang naar Luik om zich aan een batterij tests te onderwerpen bij de beroemde ‘comadokter’. Samen met zijn dertigkoppige team haalt Laureys de ene na de andere wetenschappelijke primeur. Hij schopte het al tot voor het Nobelprijscomité in Stockholm.

Laureys neemt me mee naar het bed van de 45-jarige Luk, die sinds zijn val in november een stilleven is. Hij buigt zich over de patiënt en klapt in zijn handen.

- ‘Luk, wakker worden!’

- Geen reactie.

- (luider) ‘Komaan Luk, wakker worden. Doe uw ogen eens open.’

- Er gebeurt niets.

- ‘Luk, ik ga nu hard in uw vinger knijpen. Het gaat pijn doen.’ (Laureys knijpt hard in zijn hand met een pen.)

- Luks ogen gaan open en hij kreunt luid. Daarna zakt hij weer weg.

In theorie zou je aan comapatiënten kunnen vragen of ze nog willen leven. Maar we doen het niet. Het is geen simpele ja-nee-vraag.

Zijn de reacties van Luk reflexen op pijnprikkels of voelt hij echt pijn? Laureys weet het niet, maar hij hoopt Luks familie over enkele weken een antwoord te kunnen geven. Straks vertrekt Luk voor meer tests naar het hoogtechnologische onderzoekslabo. De onderzoekers zullen radioactieve suiker in zijn aderen spuiten. Als delen van zijn hersenen nog actief zijn, zullen die oplichten op de PET-scan. Afhankelijk van welke delen is er hoop, weinig hoop of helemaal geen hoop.

Wat een deprimerende job hebt u.
Steven Laureys: ‘Niet mee eens. Het beeld dat mensen van een topdokter hebben, is verkeerd: een chirurg zet een nieuwe hartklep, waarna de patiënt gezwind weer verder kan met zijn leven. Natuurlijk is het fantastisch wat die chirurg doet. Wat een return! Maar niet elk verhaal heeft een happy ending, helaas. Je taak als dokter houdt niet op als je je patiënt niet kan genezen. Bij mij begint het dan pas.’

‘Vijftig jaar geleden bestonden deze patiënten niet. Vandaag overleven mensen steeds vaker dodelijke ongevallen, dankzij kunstmatige beademing en intensieve zorg. De moderne technologie laat toe om steeds meer patiënten in leven te houden omdat zo ongeveer elk orgaan mechanisch te vervangen is.’

Behalve het brein.
Laureys: ‘Precies. Elk jaar komen er in België 150 comapatiënten bij. In heel Europa gaat het om een leger van duizenden - vaak jonge - mensen. Toen ik als jonge arts op intensieve zorg werkte, kwam ik dagelijks in contact met familieleden. ‘Troost u,’ zei ik, ‘hij voelt niets.’ Dat wrong. Was dat wel zo? Er is zoveel over het brein dat we nog niet weten.’

©debby termonia

Hebt u altijd geweten dat u arts wilde worden?
Laureys: ‘Van toen ik klein was. Ik ben de zoon van een druivenkweker die zich op latere leeftijd omschoolde tot garagist. In mijn familie had niemand een universitair diploma. En op school zei de meester: ‘Niet dromen, jongens. Niemand van jullie klas is slim genoeg om naar de universiteit te gaan.’ Maar mijn moeder geloofde er wel in. Ik ben geboren met een keizersnede. Ik dank mijn bestaan aan de geneeskunde. Dus vond mijn moeder het logisch dat ik later geneeskunde zou studeren, en iets terug zou geven. Dat idee is nooit uit mijn hoofd gegaan.’

Waarom koos u voor neurologie?
Laureys: ‘Een van de interessante eigenschappen van hersenen is dat ze achteraf verhalen construeren om zogenaamde keuzes te verklaren. Als geneeskundestudent ben ik eens van mijn stokje gegaan toen mijn vriendin een stuk van haar vinger afsneed. Ik denk graag dat daar mijn interesse voor het onbewuste gewekt is. Als puber was ik wel al gefascineerd door de Grote Vragen. Waar komt materie vandaan? Hoe komt het dat materie levend wordt? En ook: wat maakt dat levende materie een bewustzijn krijgt? Mijn ultieme doel is te begrijpen hoe een materieel iets als de hersenen erin slaagt iets subjectiefs als gedachten en gevoelens te creëren.’

Leidt aan de Universiteit van Luik de Coma Science Group. De Vlaamse neuroloog werkt er met een multidisciplinair team van zo'n dertig mensen, onder wie natuurkundigen, wiskundigen, ingenieurs, artsen, psychologen en kinesitherapeuten. Sommigen werken in het laboratorium, anderen in het universitair Ziekenhuis Sart Tilman. Laureys heeft talrijke wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan en schreef voor leken het boek 'Ons briljante brein' (uitgeverij Borgerhoff & Lambrigts).

Wat is dat, bewustzijn?
Laureys: ‘We hebben ongeveer 1,3 kilo hersenen: grijze massa, dat zijn miljarden neuronen. Maar ook witte massa, de bedrading, de miljoenen connecties tussen alle neuronen. Onze eerste belangrijke ontdekking was dat er in onze hersenen twee netwerken zijn: één voor het externe bewustzijn (over onze omgeving) en één voor het interne bewustzijn (over onszelf). Beide zijn verbonden met een diepe kern. Het brein switcht automatisch - grofweg om de 20 seconden - van de interne naar de externe wereld. Ben je bezig met je innerlijke gedachten, dan heb je minder aandacht voor je omgeving. Beide gebieden omvatten ongeveer een derde van ons brein. Als ze uitvallen, kan je nog wel ademen en bewegen, maar is er geen bewustzijn meer.’

‘Bewustzijn is geen schakelaar met aan of uit. Er zijn gradaties. Voor de familie is het heel belangrijk te weten of er bewustzijn is. En zo ja, in welke mate. Heeft de patiënt pijn en moet hij pijnmedicatie krijgen? Reageert hij niet op mijn vraag omdat hij verlamd is en motorisch niet meer kan, of begrijpt hij de vraag niet omdat zijn taalfunctie is aangetast? Misschien begrijpt de patiënt geen talen meer, maar kan hij wel nog genieten van muziek of chocolade op zijn lippen. Veel van onze patiënten komen binnen met het etiket ‘vegetatief’. Ik haat die term. Een mens is geen plant. Bovendien blijkt uit ons onderzoek dat het etiket in een derde van de gevallen verkeerd is. Dat is verschrikkelijk. ’

©Debby Termonia

Wat is het worstcasescenario?
Laureys: ‘Als er geen hoop meer is, moet je als arts de behandeling en de kunstmatige voeding stoppen. Je taak als arts is dan je patiënt zo comfortabel mogelijk te laten gaan en de familie bij te staan. Bij minimaal bewustzijn hangt het af van wat de patiënt had gewild. De patiënt heeft geen eigen stem meer, maar misschien heeft hij het er in het verleden over gehad met familie en vrienden. Voor sommige mensen geldt: zolang er leven is, is er hoop. Voor anderen heeft het geen zin meer als ze hun familie niet meer herkennen of niet meer kunnen communiceren. Het is ontzettend belangrijk daarover te praten, en beter nog daarover iets op papier te zetten. Dat gebeurt nog veel te weinig. Elk van ons moet een vertrouwenspersoon aanstellen – best geen erfgenaam – die onze wensen kenbaar kan maken in geval van ernstige hersenaandoeningen. Ik zie hele families zich te pletter denken op die verscheurende vragen wanneer dat niet is gebeurd.’

Je kan de patiënten niet even wakker maken om het hun te vragen.
Laureys: ‘Luik is Lourdes niet. Hier gebeuren geen mirakels. Waar we wel al in geslaagd zijn, is communiceren met patiënten. Zelfs als ze volledig verlamd zijn en niet meer kunnen praten of reageren, kunnen sommige patiënten nog wel op ja-neevragen antwoorden als je hen in een scanner stopt. Dan stel ik een simpele vraag, zoals: ‘Heet uw vader Willy?’ Als ze ‘ja’ willen antwoorden, vragen we hun aan tennis te denken, bij ‘nee’ moeten ze zich inbeelden dat ze rondwandelen in hun huis.’

U kunt gedachten lezen?
Laureys: ‘Tot op zekere hoogte kunnen we vandaag inderdaad al gedachten lezen. Als ik jou - een gezond brein - in de scanner stop, kan ik zien welke delen van je hersenen werken. En dus welk soort gedachten je hebt: of je denkt aan de pijn in je rug, aan de route op de terugweg, aan gezichten of beelden. Ik kan met je communiceren zonder dat je een woord spreekt, zonder dat je een spier vertrekt. Ik zou bijna je artikel in jouw plaats kunnen schrijven…’

©debby termonia

Dus u kan uw patiënten vragen of ze nog willen leven?
Laureys: ‘In theorie, maar omdat het bij hen om gehavende hersenen gaat, doen we dat nog niet. Het is geen simpele ja-neevraag. Ik zou bovendien niet weten wat ik met het antwoord aan moet, omdat het een batterij aan ethische en juridische vragen oproept. Is de patiënt bij zijn volle verstand? Kan hij nog zelfstandig beslissingen nemen?’

‘Aan onze ‘locked-inpatiënten’ - mensen die helemaal verlamd zijn, maar nog volledig bewust zijn en alles voelen, zien en horen - hebben we die vraag wel al gesteld. Met hen communiceren we via eyetracking of infraroodcamera’s. Het antwoord was verrassend. 60 procent van de ondervraagden zei dat het leven voor hen nog de moeite waard was, zelfs al hebben ze geen enkel vooruitzicht op herstel.’

Uw jongste onderzoek is nog controversiëler.
Laureys: ‘Met diepe elektrische hersenmanipulatie slagen we erin sommige patiënten die al jaren of maanden comateus zijn, wakkerder te maken en naar een hoger niveau van bewustzijn te halen. Er waren patiënten die plots in staat waren simpele vragen te beantwoorden of een eenvoudige opdracht uit te voeren, zoals ‘grijp mijn hand’. Het effect was tijdelijk - zo’n twee uur- maar toch zijn de resultaten van dat eerste onderzoek hoopgevend.’

De kritiek luidt dat u wanhopige families valse hoop geeft.
Laureys: ‘Als je kind in coma ligt, probeer je alles. Ik ben me daar heel goed van bewust. Het is een kwetsbare groep. Maar het is niet omdat ze kwetsbaar is dat niemand ernaar om moet kijken. Natuurlijk is het niet oké om comapatiënten te gebruiken als proefkonijnen. Maar dat is verre van wat wij hier doen. Ik vind het mijn ethische plicht die onderzoeken te doen. Vroeger dacht men dat geen enkele kanker te genezen was... We krijgen inzicht in hoe hersennetwerken na beschadiging weer actief worden. Misschien kunnen we door deze onderzoeken dingen leren waardoor we in de toekomst ernstige hersenaandoeningen beter kunnen genezen.’

Op school zei de meester: ‘Niet dromen, jongens. Niemand van jullie klas is slim genoeg om naar de universiteit te gaan.'

Hoe graag wilt u de Nobelprijs winnen?
Laureys: ‘Heel graag, daar ga ik niet vals bescheiden over doen. Mijn team levert knap werk. Het is dus mogelijk. Enkele jaren geleden mocht ik voor het Nobelprijscomité mijn onderzoeksresultaten voorleggen. Er is nu eindelijk interesse voor ons vakgebied. Zoals destijds rond het kraken van de DNA-code is een race bezig rond het kraken van de ‘neuronale code’. Ons labo is wereldtop. Ik ben vrij zeker dat we nog mooie dingen zullen ontdekken. ‘

Samen met collega-neurologen trok u onlangs aan de alarmbel. Waarom?
Laureys: ‘De regering-Michel moet dringend stoppen met besparen op wetenschappelijk onderzoek. Tussen 2004 en 2010 zijn de directe kosten van hersenziekten ruim 40 procent gestegen tot ruim 18 miljard euro, voor België alleen. Dit jaar wordt een op de drie Belgen met een hersenziekte geconfronteerd. Toch is minder dan 12 procent van de fondsen voor onderzoek bestemd voor neurowetenschappen. Ik begrijp dat niet. De toekomst ligt al lang niet meer in zware metalen, maar in onze grijze stof. Elke euro die je investeert in onze briljantste breinen, verdien je dubbel en dik terug.’

U bent een Vlaming die in Luik werkt. Wie doet beter op vlak van wetenschapsbeleid: de Vlamingen of de Walen?
Laureys: ‘Geen van beiden. We verliezen terrein, doordat Vlaanderen en Wallonië zich gedragen als een koppel dat na een slecht huwelijk niet deftig uit elkaar kan gaan. In het Human Brain Project (een Europees project dat hersenonderzoek wil promoten, red.), hebben Belgische onderzoekers de kruimels gekregen. Waarom? Omdat, zoals vaak, de vertegenwoordigers om de tafel er niet in slagen met één stem te spreken. Als er een Waals project op tafel ligt, vindt de Vlaming het niet nodig het te verdedigen, als hij al weet waarover het gaat. En omgekeerd.’

IBA De meest geavanceerde scan die Steven Laureys in zijn Coma Research Center gebruikt om de hersenactiviteit van zijn comapatiënten te meten is van het Waalse IBA. Met een deeltjesversneller meten de onderzoekers welke delen van de hersenen licht radioactieve suiker opnemen. Als de hersenen geen energie (suiker) meer verbruiken, zien ze er op de scans uit als een donkere leegte in de schedel. Als er wel activiteit is, lichten bepaalde delen op.

Cefaly Technology > Dat bedrijfje uit Grâce-Hollogne levert de technologie voor het jongste - fel bediscussieerde - onderzoek van Laureys, waarbij hij de hersenen van comapatiënten stimuleert met elektromagnetische impulsen. Cefaly bracht eerder al een toestel tegen migraine op de markt, dat goed verkoopt in de Verenigde Staten.

‘We zijn verkeerd bezig. Als ik nu met mijn Gentse collega’s samenwerk, is dat eerder ondanks dan dankzij de bestaande structuren. Het ‘hypothesis driven’-model dat wij in Europa nog hanteren, is hopeloos achterhaald. Het fnuikt de creativiteit. Voor je als onderzoeker geld kan krijgen, moet je vuistdikke rapporten schrijven over wat je exact gaat vinden. Maar ik weet niet wat ik ga ontdekken, en al helemaal niet wat de commerciële return zal zijn. Mijn onderzoeksgroep wordt voor een groot deel gefinancierd met Amerikaans onderzoeksgeld. Amerikanen werken anders, op vertrouwen. Ze geven je geld en controleren nadien of je het goed besteedt. Dat levert meer op.’

Zegt u dat het wetenschappelijk onderzoek bij ons achteruitgaat?
Laureys: ‘Absoluut. De Belgische natuurkundige François Englert won twee jaar geleden een Nobelprijs. Maar dat was voor onderzoek dat dertig jaar geleden is gevoerd. Vandaag wordt dat onderzoeksdomein niet eens meer gefinancierd. Triest is dat. Als het breinonderzoek comateus zou worden, zou ik dat verschrikkelijk vinden. Niet in de eerste plaats voor wetenschappers en artsen, maar voor onze patiënten. Zij zijn een vergeten groep, velen liggen te verkommeren in verzorgingstehuizen, zonder aangepaste behandeling. Ja, ik leid een topteam en ik krijg een adrenalinerush als we een wetenschappelijke ontdekking doen. Maar ik ben ook een behandelende arts die elke dag catastrofes ziet. Dat kruipt in je kleren.’

Hoe gaat u daarmee om?
Laureys: ‘Ik omring me privé en professioneel bewust met positief ingestelde mensen. Omdat ik goed besef dat ik morgen Luk kan zijn. Onze kinderen en ik gaan nooit de fiets op zonder fietshelm. Ik kan u verzekeren, over die trampoline in onze tuin is lang gediscussieerd. Ja, ik heb de kinderen uiteindelijk hun zin gegeven, omdat ik besef dat je niet kan leven onder een glazen stolp. Ik wil niet de man zijn die op zijn sterfbed zegt: ‘Ziezo, ik heb de meet gehaald zonder blutsen en builen, maar ik heb te weinig geleefd.’’

Volgende maand gaat u een heel bijzonder stel hersenen onderzoeken.
Laureys: ‘In mei gaan we de hersenen van de boeddhistische monnik Matthieu Riccard onderzoeken, terwijl hij aan het mediteren is. Ik ontmoette hem op een TEDx-conferentie in Parijs. Hij beweert aan niets te denken als hij mediteert. Wel, ik wil weten hoe ‘niets’ eruitziet op een hersenscan.’

Steven Laureys is te zien in het tweede seizoen van ‘Topdokters’ op VIER.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud