reportage

Wie wacht nog op de laatste lichting?

Zakstraat, Nieuwkerke. ©Rik Puymbroeck

Ooit heette Bpost gewoon De Post en brieven stopten we in rode brievenbussen. Langs Belgische wegen staan er nog 12.905. Maar ze zijn bedreigd: een op de drie kan weg. ‘Na de bus nemen ze ons ook de brievenbus af.’

In de boekenkast staat een bord van email met daarop in grote letters: POSTERIJEN. Het kostte 35 euro bij een online brocantezaak. In bruin karton verpakt werd het thuis geleverd, met de post. Achter dat bord staat een van ’s werelds mooiste boeken dat, in 2018, niet meer zo zou beginnen: ‘Vandaag is moeder gestorven. Of misschien gisteren, ik weet het niet. Ik ontving een telegram uit het gesticht: ‘Moeder overleden. Morgen begrafenis. Met leedwezen.’ Daar is niets uit op te maken. Misschien was het gisteren.’

Het is 7 november, exact 105 jaar na de geboorte van Albert Camus, die ‘De vreemdeling’ zo begon, en dit is de eerste dag van de staking bij Bpost. Telegrammen bestaan niet meer en brieven worden amper nog geschreven. Al levert de postbode wel nog rouwbrieven. Maar ook daar is een maar. ‘Uitvaartsector wil stoppen met rouwbrieven wegens staking Bpost’, staat een dag later op de site van De Tijd. Volgens Bruno Quirynen van de Uitvaartunie worden uitvaarten sowieso al later ingepland. ‘De belangrijkste reden is de onvoorspelbaarheid van de post. Rouwbrieven worden ook amper nog als prioritair gezien. Dat brieven pas na de uitvaart toekomen, is geen uitzondering meer.’

De Belgische (en Nederlandse) 'rode' brievenbussen

De Belgische brievenpost loopt in ijltempo terug, dus wil Bpost snoeien in het aantal rode brievenbussen, zei topman Koen Van Gerven begin mei in een interview in De Tijd.  Maar waar vindt u de resterende brievenbussen? Dat kan u opzoeken met behulp van onze interactieve kaart.

Toekomen, prachtig woord. Dat doen brieven namelijk, toekomen, daarvoor zijn ze bedoeld. En half mei 1979 deed deze brief dat in Drongen. Hij was op 14 mei geschreven vanop de bosklassen in het Domaine de Massembre in Heer-sur-Meuse en in het kindergeschrift van deze jongen van elf stond: ‘Beste mama en papa, We zijn na 3u45min hier toegekomen. ’t Was een warme reis en ik had een beetje hoofdpijn maar voor de rest is alles O.K.! Om half 1 hebben we kip met rijst gegeten. ’s Namiddags zijn we de kamers binnengestapt.’

39 jaar later zit de brief nog altijd in een doos bij vader en moeder. Hij had nog een ommetje gemaakt via buurdorp Mariakerke, dat zie je aan de stempel van 17 mei 1979 op de achterzijde van de omslag, laat ons aannemen dat de brief vijf dagen onderweg was. Met een zegel van 8 frank - en het hoofd van koning Boudewijn erop - was hij nochtans voldoende gefrankeerd. Wellicht kwam hij te laat voor de prangende vraag in de brief: ‘Wilt ge mij zondag spekken meebrengen?’ Zondag was bezoekdag. De brief die terugkwam in Heer-sur-Meuse is helaas niet bewaard. Maar die postten ze ongetwijfeld in de rode brievenbus aan het einde van de straat. Dezelfde bus waarin later honderden doodsbrieven voor een broer vielen. De bus ook waarin mijn eigen eerste liefdesbrief terechtkwam.

De bus staat er nog en je ziet ze op multimedia.tijd.be/brievenbussen/ - een verslavende tool die een collega maakte - als een van de 12.905 rode brievenbussen in België. Elke bus heeft een rood puntje en klikkend toont Google Streetview de plek waar ze staat. Tegenover de Spar. Er is weinig veranderd. Maar in het artikel dat de tool begeleidt, lees je ook de woorden van Bpost-CEO Koen Van Gerven: ‘In duizend brievenbussen steken maar drie à vier brieven per dag. Ik zie de toegevoegde waarde niet in om die bussen elke dag te laten legen door een postbode.’ 30 procent van de brievenbussen zou verdwijnen.

Geïsoleerd puntje

Rood-RAL 3020 is de kleur van de brievenbussen, schreef een collega van Knack onlangs. En ook dat de Britse schrijver Anthony Trolloppe in zijn land op het idee kwam rode pilaarbrievenbussen in het straatbeeld te introduceren.

Alles verdwijnt. Eerst de kleine stations. Dan de bussen van De Lijn. En nu ook de brievenbussen.
Michel Laconte
Inwoner van Nieuwkerke

Hoe zat dat in België? In ‘De Post. 500 jaar geschiedenis in Europa’, een boek van Vincent Schouberechts uit 2016, staat: ‘Tussen 1840 en 1841 werden in vier stations in het land - Brussel, Vilvoorde, Mechelen en Antwerpen - brievenbussen gezet om de efficiëntie van het nieuwe systeem uit te testen.’ Dat waren de eerste vier. Geen idee hoelang een brief erover deed, maar zo verspreidde de post zich over dit land. Tot in de uithoeken.

Klik: Zakstraat 2 in Nieuwkerke, dat is zo’n uithoek. Verleid door een geïsoleerd puntje rijden we naar de grens waar in de rug van West-Vlaanderen het immense Frankrijk ligt. Tegen de muur van café Franco-Belge en de grasmaaierhandel van Michel Laconte hangt een brievenbus. Dat is gemakkelijk voor Michel. ‘Maar vroeger’, zegt hij, en hij wijst naar de overkant van de straat, ‘hing daar ook één. De Zakstraat is immers de grens. Mijn overburen wonen in Frankrijk. En tegen hun gevel hing een gele brievenbus van de Franse post.’

Hing. Terugkijkend zie je dat inderdaad nog op die foto van Google Streetview. ‘Maar vorig jaar, op een goede dag, kwam een man ze demonteren. ‘On la supprime’, zei hij. Dat hij ze dus moest wegnemen. Ook daar besparen ze zeker?’ Dat vraagje komt met een monkellachje. Voor Michel is het wegnemen van die Franse brievenbus het symbool van een groter manoeuvre. ‘Alles verdwijnt. Eerst de kleine stations. Dan de bussen van De Lijn. En nu ook de brievenbussen. Ik denk dat die aan mijn muur er niet lang meer zal hangen. Terwijl ik me niets anders herinner. En ik ben 59: ik ben hier geboren en nooit weggegaan.’

Clerck's Straat, Moorsele. ©Rik Puymbroeck

Hij is Vlaming, maar spreekt alleen nog Frans en woont in zijn taal dus in het Vlaamse dorp Neuve-Eglise. ‘Als kind was er alleen een schoolbus naar Ploegsteert, zo leerde ik Frans en verleerde ik het Nederlands.’ Hij levert grasmachines in België én Frankrijk. ‘Daarom waren die twee brievenbussen handig.’ Nu is er alleen die ene nog.

‘Dat is een immens verschil. Vroeger stak ik mijn Belgische facturen in de brievenbussen tegen mijn gevel. Voor de Franse stak ik de straat over. Nu stap ik daarvoor in mijn auto en post ze 2 kilometer verder in Nieppe. Als ik die Franse facturen in de Belgische brievenbus steek, komen ze pas drie dagen later aan. Daarom was dat zo handig. Die 30 meter verschil betekenden twee dagen winst.’ Michel hoort enkel nog het kleppen van de brievenbus tegen zijn gevel. ‘Vandaag gebeurde dat nog niet. Maar gisteren kwam er zéker nog iemand een brief posten.’

12.905, dat zijn er veel en kijk maar goed rond. In Oostkamp staat ze op het plein naast het gemeentelijk infobord waarop een optreden van Axelle Red in Oostende en een lezing van dokter Cammu worden aangekondigd: ‘Wat moet ik nu geloven, dokter?’ Ergens onderweg hangt ze naast een poort waarboven ‘Pand Kezelbergstatie’ staat. Je ziet er een naast bushalte De Vlasnijverheid, we zijn nog altijd in West-Vlaanderen. Op de kerkhofmuur in Voormezele. Elders naast een CM-brievenbus. Rode draad van die rode bussen: ze staan toch vooral in dorpscentra.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen. We rijden naar Moorsele, waar ze een ‘Clerck’s Straat’ hebben (schepen Marie De Clerck gebeld, ‘waar komt die naam vandaan?’, ze weet het niet: ‘Maar zéker niet van onze familie’) en waar in het midden in een lange haag plots zo’n bus staat. Woonde hier ooit een graaf die Clerck heette en daarom zijn eigen brievenbus kreeg? ‘Nee’, zegt Firmin Himpe. ‘Toen we jong waren, was dit een kasseiwegel naar het vliegveld. We kwamen hier alleen om te vrijen. Later werd alles verkaveld en bouwden we hier zelf. Van toen staat die brievenbus hier.’

Martin Luther King

Brievenbussen zijn een bedreigde diersoort. De tijd dat er liedjes over gemaakt werden, is voorbij. Wie kent VOF De Kunst nog, 35 jaar geleden groot met ‘Suzanne’. Echt waar, ze hadden ook een liedje dat ‘Rode Brievenbus’ heette. Grote poëzie was het niet. U kan zelf googelen.

Er was ‘Il Postino’, onvergetelijk mooie film, over de postbode van Pablo Neruda op Salina. En er zijn vele boeken met brieven, die voor ze werden gebundeld in een bus terechtkwamen. ‘Post voor mevrouw Bromley’ van Stefan Brijs, ‘De kolonel krijgt nooit post’ van Gabriel Garcia Marquez en ‘Liefs van Boy’, brieven aan zijn moeder van Roald Dahl. Zeshonderd schreef hij er, over veertig jaar. De eerste toen hij negen was: ‘Zou u me alstublieft zo snel mogelijk wat kastanjes kunnen sturen, maar stuur niet te veel, stuur ze in een blikje en wikkel dat in papier.’

Rue de Najauge, Mazée. ©Rik Puymbroeck

Hoelang is het geleden dat ik een brief schreef? Op dinsdagavond stap ik naar de dichtstbijstaande brievenbus. Dat is 100 meter wandelen, om de hoek bij café Concorde. In de envelop zit een postkaart met een foto van Martin Luther King, op de achterzijde schrijf ik een citaat uit Johanna Spaeys ‘Kleine encyclopedie van de eenzaamheid’: ‘Meer nog dan bij een gewone brief houdt een oorlogsbrief het risico in dat zijn verzender of ontvanger de tijd die de brief nodig heeft om verzonden te worden, niet overleeft.’ De inkt is niet droog, vloeipapier hebben we niet meer in huis, de letters worden opengewreven. Op de bus staat dat de laatste lichting om 10 uur gebeurde, het is nu 21.15 uur. Het adres is het mijne. Morgenvroeg begint de staking. De omweg (en de reistijd) voor die 100 meter maakt benieuwd.

In het ochtendnieuws van 7 november is de staking een hoofdpunt. De volgende dagen volgt het nieuws Bpost op de voet: ‘Waarom het aandeel van Bpost op een dieptepunt staat’ en ‘Vertrouwen in Bpost-CEO totaal zoek’. Op woensdag staken de sorteercentra. Op donderdag de transportdiensten. Op vrijdag de postbodes. Maar wat met de brievenbussen?

Redplank

Viroinval is geen lukrake bestemming. In een oase van groen hebben we op de kaart plots opnieuw een eenzaam rood puntje gezien. Maar onderweg kom je door Hastière en dan denk je plots terug aan die oude brief uit 1979. Heer-sur-Meuse is vlakbij. Er is zelfs een pijl naar Massembre. Het vakantiecentrum van de bosklassen bestaat nog. Om 9.44 uur valt de auto stil voor de receptie. Ervoor staat een kleine camionette, in rood en wit, die is van de postbode. Om het geluk nog groter te maken glipt die net nu naar de achterzijde van het gebouwtje. Daartegen hangt de rode brievenbus.

Patrick Barbier doet dit werk sinds 1980. Hij was het niet die in 1979 die brief naar Drongen uit de bus haalde en voor de eerste ‘verscheping’ zorgde. Nadien deed hij dat wel met duizenden en duizenden andere brieven van jongens en meisjes die hier, met de school of met de Christelijke Mutualiteiten, op kamp kwamen.

Het is vandaag de eerste Bpost-stakingsdag, maar Patrick werkt. ‘Vrijdag staken wij.’ Met een unieke sleutel - ‘vroeger hadden we voor élke bus een andere sleutel’ - opent hij deze. Er vallen drie brieven uit: één voor Seraing, één voor Dinant en één voor Damart in Dottignies. Het wordt straks koud. ‘Van de dertig brievenbussen waar ik vroeger dagelijks moest langsrijden, zijn er nog een stuk of twaalf over. Dat heeft ons werk veranderd, en ik denk niet ten goede. Voor veel mensen was de facteur een redplank.’

Ik heb de post te voet bedeeld, met de fiets en met de mobylette. Dat kan allemaal niet meer.
Patrick Barbier
postbode

Want Patrick deed meer: hij ging langs met de pensioenen, bracht postzegels aan huis bij mensen die moeilijk te been waren, deed al eens een boodschap. ‘Je kan zeggen dat dat niet de taak van de postbode is en dat klopt. Maar stilaan verdwijnt zo veel sociaal werk. Zeker voor oudere mensen. Zij kunnen ook niet zomaar naar een brievenbus die 8 kilometer verder ligt.’

Met de komst van de Georoute veranderde zijn ritme. ‘Ik begon met een deux- chevaux met het stuur aan de rechterkant. Zo konden we kranten vanuit de auto in de bus stoppen. Ik heb de post te voet bedeeld, met de fiets, met de mobylette. Dat kan allemaal niet meer. Die machines berekenen de afstand en de tijd. Dat, zeker hier in de Ardennen, sommige huizen ver van de straat liggen of je met een trap tot aan de brievenbus moet geraken, weten die machines niet.’

Elke brievenbus heeft een eigen streepjescode. Die scant Patrick en dan kan hij verder. Onder meer naar die andere bus in het centrum van Heer. Die leegt hij twee keer per dag. ‘Voor een brief of 15 à 20.’

In Le Mesnil heeft de - liefst anoniem blijvende - postbode daar geen zicht op. ‘Een collega maakt die bussen leeg, ik moet gewoon post bezorgen. Elke dag 720 huizen over vier dorpen. Eind dit jaar mag ik met pensioen en ik ben blij. Ik ben moe.’ Voor de anonieme postbode wordt dit zijn laatste staking. ‘Ik vraag me af hoe Bpost dat in de toekomst gaat doen. Ik zie vaak jonge collega’s die na een week stoppen. Of zelfs na een dag. Moedeloos omdat het ‘presque plus faisable’ is. Een collega was vorige week om half 9 ’s avonds pas klaar met zijn dagtaak.’

12
p
Patrick Barbier, postbode in Viroinval: ‘Van de dertig brievenbussen waar ik vroeger dagelijks moest langsrijden, zijn er nog een stuk of twaalf over.’

Vandaag is zijn camionette bijna leeg. Dat komt door de staking van de postsorteercentra. Hij bedeelt enkel reclamefolders van Mr. Bricolage. Maar hij haalt zijn smartphone boven en toont wat foto’s van zijn vrachten van de voorbije dagen. Blauwe bakken met nog veel brieven, maar vooral veel dozen en pakjes. ‘We zijn een koerierdienst geworden. De pakken mogen maximaal 30 kilo wegen. We brengen echt vanalles: plooibare tafels, zakken hondenvoer, zelfs een kruiwagen.’

Hij zet zijn ronde voort en de brievenbus in Le Mesnil blijft eenzaam wachten op de volgende brief. Eenzaam zijn die bijna uniforme rode bakjes allemaal, al zagen ze miljoenen liefdesbrieven komen, geboortekaartjes, scheidingspapieren en doodsbrieven. Eigenlijk speelde het hele leven zich erin af.

Internet en 4G

De eenzaamste brievenbus hangt in Viroinval. Het is even rijden, via een hobbelige weg, om het gehucht Regniessart te bereiken. En plots sta je in die foto van Google Streetview. Rechts dat kleine kerkje, met in de gesloten deur een gleufje voor ‘Offrandes à Saint-Antoine’. Links het huis met nummer 14 en de rode brievenbus. Er is niemand thuis en je verwacht niet dat vandaag nog iemand een brief zal posten.

Place Henri Collignon, Onhaye. ©Rik Puymbroeck

We wachten. Op de eerste vogel, het eerste everzwijn, de eerste tractor. Maar niets passeert. Alleen de tijd. Vijf minuten. Tien. Een kwartier. Een halfuur. Alsof de Ardennen zijn leeggelopen. En toch bestaan wonderen, want uit het niets komen Eric Devos en Maggy Dumas gewandeld. En - je gelooft het niet - in haar linkerhand houdt Maggy zeker vijf brieven.

‘Je praat met 20 procent van de bevolking’, glimlacht Eric. ‘Hier wonen tien mensen. Wij zijn er twee van.’ Schreven we daarnet uithoek? Aan de overkant van de straat beginnen velden en aan het einde daarvan bossen. ‘Dat is al Frankrijk, en die bomen zijn eigendom van Albert Frère. Of die brievenbus hier voor hem hangt? Dat denk ik niet.’ Er is internet en er is 4G, maar lang voordien al hing die rode brievenbus hier. ‘De volgende hangt in Nismes, 8 kilometer verderop’, zegt Eric.

‘Wij gebruiken ze elke dag. Maggy is boekhoudster en verstuurt dagelijks facturen. Van hier dus.’ De klep klept en daarin valt haar dagelijkse post. ‘Maar ik denk dat wij de enigen zijn die ze gebruiken.’ En dat dat in tijden van Bpost-besparingen economisch gezien niet zo efficiënt is, jaja, knikken ze.

De jaren en zoveel herfsten en lentes en voorbijvliegende bladeren en groeiende mossen hebben het rode dak van de brievenbus groen gemaakt. Om 13 uur zou ze gelicht moeten worden, maar wachten op Il Postino van Viroinval blijkt vruchteloos. Misschien wacht op deze laatste lichting brievenbussen niemand meer bij Bpost. ‘Misschien moet je er dus maar niet over schrijven. Want dan halen ze ze weg.’

Vrijdagochtend, 9.25 uur. Vandaag zijn voor het eerst de kranten niet aangekomen. Ook de kaart met Martin Luther King is er nog niet. Er is enkel een folder met het feestaanbod van Aldi en deze mededeling: ‘Het Ardeens varkenshaasje blijft beschikbaar tot 31/03/2019.’ Met een kortingsbon van 1 euro af te halen in de winkel zelf. Hun vlees wordt niet met de post geleverd.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud