start-ups

Vrouwenfront trekt ten strijde ­tegen het mannenbastion

©Filip Ysenbaert

Minder dan 10 procent van al het opgehaalde kapitaal bij groeibedrijven gaat naar ­vrouwelijke ondernemers. Kampt de Belgische start-upscene met een genderkloof bij ­de financiering? ‘Vrouwen willen even hard groeien, maar de manier waarop verschilt.’

Op basis van je project had ik je op de eerste plaats gezet, maar ik vroeg me af: gaat die vrouw dat wel kunnen?’ Dat kreeg Liesbeth van Oeffelen (36) te horen van een jurylid na een pitch bij de ondernemerswedstrijd Battle of Talents. Van Oeffelen stelde er haar biotechbedrijf BiosenSource voor, een spin-off van de VUB en Imec die ze in 2014 oprichtte. Ze werd tweede. Uiteindelijk haalde ze ongeveer 150.000 euro binnen via subsidies om haar bedrijf te laten groeien.

Conny Vandendriessche (midden) richtte het We Are Jane-fonds op.

Sophie Mestré (41), costichter en zaakvoerder van het Brusselse Medipartner, zette vorig jaar na vier jaar organische groei de zoektocht naar extern kapitaal in. ‘We gingen langs bij verschillende private- equity-investeerders, een zeer mannelijke wereld.’ Uiteindelijk werd Medipartner toen de eerste ‘Jane’ van het We Are Jane- fonds, dat onderneemster Conny Vandendriessche in 2018 oprichtte om vrouwen meer kansen te geven. Mestré spreekt vooral van een inhoudelijke klik. ‘Ik heb nooit slechte ervaringen gehad met mannen, maar de dynamiek met We Are Jane was anders, comfortabeler. Het ging niet alleen om de financiële steun, maar ook om de stijl, die meer participatief dan directief was.’ Het fonds betaalde 4,8 miljoen euro voor een belang van 75 procent.

‘Vrouwen vragen geen andere behandeling, maar gewoon gelijke toegang tot investeringen’, zegt Véronique Bockstal (56). Vorig jaar richtte ze in samenwerking met de UCLL (University Colleges Leuven-Limburg) de Female Founders Academy op, een coachingprogramma als specifiek duwtje in de rug voor vrouwelijke ondernemers. De eerste editie telde 14 deelneemsters en was volgens Bockstal een succes. ‘Het programma is niet gendergebonden, maar gericht op een fase in het ondernemen: de kaap van 1 miljoen euro omzet bereiken’, zegt Bockstal. Toch verdedigt ze de keuze om op dit moment alleen vrouwen toe te laten. ‘Mannen zijn veel vroeger in de bedrijfswereld terechtgekomen en hebben die vormgegeven.’

Achter het net

Beginnen vrouwen echt met een achterstand aan de queeste naar extern kapitaal, en vissen ze daarom vaker achter het net? Volgens onderzoek van Omar Mohout, hoogleraar ondernemerschap aan de Universiteit Antwerpen en de Antwerp Management School, haalden Belgische techstart-ups vorig jaar 604 miljoen euro op. 8,5 procent ging naar start-ups met een vrouwelijke (mede)oprichter.

Gender heeft mijn pad niet vergemakkelijkt. Toen ik samen met een mannelijke co-founder een pitch deed, werden de belangrijke vragen auto­matisch aan hem gericht.
Leen Segers
Oprichter techstart-up Lucidweb

Discriminatie gebeurt vooral tussen de lijnen door, meent Leen Segers (38), de oprichter van de techstart-up Lucidweb. ‘Als ondernemer moet je vanaf dag één jezelf verkopen. Investeerders baseren hun keuzes op verschillende variabelen: hoe is de situatie op de markt, waar bouw je je bedrijf uit, en in welke sector. Gender heeft mijn pad niet vergemakkelijkt. In 2018 pitchte ik samen met een mannelijke co-founder op een evenement bij Be.angels, een netwerk van business angels in Franstalig België. De strategische, belangrijke vragen werden automatisch aan hem gericht. Nu probeer ik die situaties uit de weg te gaan door op voorhand de structuur van het bedrijf, en dus ook mijn leidinggevende positie, duidelijk te maken.’

Patricia Ceysens (54) vindt het moeilijk om die beweringen hard te maken. Na een politieke carrière met onder meer twee ambtstermijnen als minister van Economie voor Open VLD richtte ze in 2011 WeWatt op, een techbedrijf dat meubels maakt die energie opwekken, zoals een bureaustoel met fietstrappers.

Patricia Ceysens, ex-politica voor Open VLD, runt nu het techbedrijf WeWatt. ©siska vandecasteele

‘Aanvankelijk kozen we voor organische groei, maar toen we de derde co-founder uitkochten en met twee vrouwen verder gingen, besloten we toch te zoeken naar een financiële hefboom. We kregen veel applaus bij pitches, maar konden uiteindelijk geen durfkapitaal in de wacht slepen. Lag dat aan ons gender? Dat durf ik niet te concluderen. Maar ik weet wel nog dat mijn boekhouder verontwaardigd de opmerking maakte dat hij - mannelijke - start-ups kende met veel slechtere papieren, die het wel haalden.’

Genderkloof

Om te peilen naar een mogelijke genderkloof bij Belgische start-ups organiseerden De Tijd en de consultant Deloitte een survey. Uit een beperkte steekproef bij 40 Belgische vrouwelijke oprichters blijkt dat één op de vijf het gevoel heeft dat hun gender de zoektocht naar financiering moeilijker heeft gemaakt. ‘Is er een genderkloof in België?’, vraagt ook Leen Segers zich af. ‘Intuïtief zeg ik ja, maar dat is moeilijk te onderbouwen omdat, jammer genoeg, de pool van vrouwen die een start-up leiden hier zo klein is. Eerst moeten er meer vrouwen actief zijn in de markt, dan kunnen we conclusies trekken.’

9,9 procent
oprichter
Volgens een Europees rapport uit 2018 is in België 9,9 procent van de oprichters een vrouw.

Volgens een Europees rapport uit 2018 is in België 9,9 procent van de oprichters een vrouw. Maar onderzoek uit 2016 van de Vlerick Business School en Deloitte naar kapitaalrondes bij 170 Belgische groeibedrijven laat wel onderlinge verschillen zien, afhankelijk van de soort financieringsbron die de groei moet ondersteunen. Hoe groter het risico van de investering, hoe groter de genderkloof (zie grafiek). Bij business angels en durfkapitaalfondsen gaat het vaak om grotere bedragen, en dus grote onzekerheid voor de investeerder. Volgens de data van Vlerick kon in 2016 24 procent van de mannelijke start-ups business angels overtuigen en haalde 17 procent durfkapitaal op. Voor start-ups die geleid worden door een vrouw was dat tweemaal 9 procent. 

Jan-Willem Callebaut (26), de stichter en CEO van de accelerator Birdhouse, merkt dat verschil ook in de praktijk. ‘De afgelopen jaren krijgen we elke zes maanden tussen 550 en 900 inschrijvingen binnen, en telkens telde 40 à 50 procent van de start-ups minstens één vrouwelijke stichter. Maar dat verandert in de fase van het pitchen. Na een verdere selectie, waarin investeerders focussen op ambitieuze concepten, krimpt dat percentage tot 15 à 20 procent. Het valt op dat mannen groter denken en vaak zelfverzekerder overkomen. En die schaalbaarheid is belangrijk voor investeerders. Zij zijn op zoek naar projecten en producten die de ambitie hebben de wereld te veroveren. Als je dat gevoel mist bij iemand die staat te pitchen, haak je sneller af als investeerder.’

Het valt op dat mannen groter denken en vaak zelfverzekerder overkomen tijdens een pitch.
Jan-Willem Callebaut
CEO en oprichter Birdhouse

Sam Sluismans, partner bij Deloitte en gespecialiseerd in start-ups en scale-ups, ziet dat ook. ‘Bij het ophalen van durfkapitaal maken tafelspringers die het groots en internationaal zien meer indruk.’

Explosief

‘Vrouwen willen absoluut groei neerzetten en moeten niet onderdoen qua ambities. Maar de manier waarop verschilt’, zegt Bockstal. ‘Terwijl mannelijke start-ups vaak uitdrukkelijk explosief willen groeien, doen vrouwen - ook vaker solopreneurs - het liever in hun eigen tempo. Ze zijn ook minder happig om externe investeerders toe te laten in ruil voor een deel van de aandelen, uit schrik de controle uit handen te moeten geven. ‘Mijn bedrijf is mijn kind’, hoor ik vaak.’

Hoe komt het dat vrouwelijke ondernemers meer risicoavers zijn? Volgens Bockstal heeft dat weinig met geslacht te maken, maar meer met omstandigheden. ‘Zit je met een lening, denk je op korte termijn aan kinderen of heb je al jonge kinderen? Dat zijn allemaal factoren waarmee je rekening moet houden. Daardoor spring je niet of minder snel, ongeacht je man of vrouw bent. En huishoudelijke zorgen en taken worden nog steeds vaker door de vrouw uitgevoerd.’

Toch merkt Bockstal ook een verschil in de manier van pitchen. ‘Overtuigingskracht is de som van vele kleine dingen: mimiek, taalgebruik, intonatie, présence... Naar mijn ervaring zijn vrouwen minder zelfverzekerd op die vlakken. Als je daarnaast dan een man zet die er niet voor terugdeinst zijn ideeën de hemel in te prijzen, is dat contrast gewoon groot.’

Annie Vereecken, de enige vrouw in de top 50 van belangrijkste Belgische techinvesteerders.

Annie Vereecken (68), de enige vrouw in de top vijftig van belangrijkste techinvesteerders in België, ziet voortdurend pitches voor start-ups. ‘De aanpak is duidelijk anders. Vrouwen bekijken problemen meer in de diepte, de blik van mannen is globaler. Maar vrouwen zijn ook minder direct: als je een man onderbreekt in zijn pitch en een vraagt stelt, walst die daarover en ontwijkt hij de vraag. Een vrouw begint zich te verontschuldigen.’ Vereecken legt de verantwoordelijkheid dus vooral bij de ondernemers zelf. ‘Bestaat het glazen plafond wel?’, vroeg ze zich enkele weken geleden nog af in De Tijd.

Deksel op de neus

Dat is ook hoe de Iraanse Zahra Khani (33) erover denkt. Ze woont sinds 2017 in België om haar techstart-up Firmalyzer uit te bouwen en heeft nooit last gehad van discriminatie. In 2018 nam ze deel aan een acceleratorprogramma van Imec, waarmee ze 50.000 euro binnenhaalde. ‘Het maakt investeerders niet uit of er een man of een vrouw achter een bedrijf schuilt, zij willen vooral waar voor hun geld. Daarvoor zijn ze op zoek naar een goed businessmodel, een complementair team, voldoende expertise en ervaring. Wie het deksel op de neus krijgt, heeft gewoon een lek plan.’

21 miljoen euro
fonds
Vorige week haalde het Borski Fonds - naar Johanna Borski, een van de eerste Nederlandse vrouwelijke investeerders - 21 miljoen euro op bij de grootbanken ABN AMRO, ING en Rabobank, omdat ‘vrouwelijke ondernemers te vaak naast een geschikte investeerder grijpen’.

Toch toont uitgebreid onderzoek uit 2017 van het economische vakblad Harvard Business Review aan dat mannen een andere behandeling krijgen tijdens pitches. Dat merkt ook Marie Van den Broeck (26), nu ze op zoek is naar 500.000 euro voor haar start-up My Add On, dat innovatieve hulpstukken maakt voor rolstoelen en krukken. ‘Bij presentaties voor investeerders zie ik regelmatig dat mannen andere vragen krijgen na afloop van een pitch. Bij hen wordt veel meer naar ambitie en potentieel gepeild, terwijl vrouwen sneller in het defensief worden geduwd en zich moeten verdedigen tegen mogelijke valkuilen. Omdat ik eerst mezelf moet bewijzen voor ik het over mijn ambities kan hebben, verlies ik heel veel tijd.’

Veroniek Collewaert (38), professor ondernemerschap aan de Vlerick Business School en specialiste in de relatie tussen investeerders en ondernemers, bevestigt dat. Om pitches zo gelijk mogelijk te behandelen, stelt ze voor standaardvragen te gebruiken als het gaat om groeiambitie, concurrentie en marktgrootte.

Omdat ik eerst mezelf moet bewijzen voor ik het over mijn ambities kan hebben, verlies ik heel veel tijd.
Marie Van den Broeck
Start-up My Add On

Tegelijk geeft ze haar vrouwelijke studenten ook andere tips over presenteren. ‘De pitch op zich blijft hetzelfde, maar op de vragenronde wil ik hen anders voorbereiden, door te tonen hoe ze kunnen anticiperen op negatieve vragen. Een typische negatieve vraag zou zijn: ‘Hoe ga je je marktaandeel verdedigen?’ In plaats van braaf mee te gaan in dat scenario en je plan te beschermen, is het beter te focussen op het potentieel en het winnen van de markt. Je zegt hetzelfde, maar formuleert het positiever.’

Spotlights

Bockstal en Callebaut zijn het erover eens dat het lage aantal vrouwen in investeerderskringen meespeelt in de genderkloof. Amper 10 procent van de leidinggevenden in private-equity- en durfkapitaalbedrijven is een vrouw. Bijna 70 procent van de investeerdersfirma’s bestaat uit alleen mannen.

En ook aan die kant merkt Callebaut een mentaliteitsverschil. ‘Toen we op zoek gingen naar investeerders voor Birdhouse hebben we evenveel vrouwen als mannen benaderd. En ook daar viel het op dat vrouwen veel minder de drang hebben om in de spotlights te staan dan mannen. Zelfs wie er een succesvolle carrière als onderneemster heeft opzitten en dus veel bereikt heeft, trok zichzelf in twijfel als mentor. ‘Ga ik dat wel kunnen? Ben ik daar wel de meest geschikte persoon voor?’ Mannen zien dat veel natuurlijker.’

Onder een stolp

De women only-trend gaat verder dan de exclusief vrouwelijke fondsen. Naar buitenlandse voorbeelden, zoals The Wing in de Verenigde Staten en Hashtag Workmode in Nederland, zijn er nu ook in België co-workingplekken alleen voor vrouwen.

In Brussel is er aan de Vorstlaan sinds februari Womanly, ‘om vrouwelijk ondernemerschap te promoten en een plaats aan te bieden waar dat kan’. Behalve werken, kunnen ondernemende vrouwen er ook terecht voor advies, maar er is ook een strijkdienst en ruimte voor wellness. 

‘Er is een andere dynamiek tussen vrouwen onderling dan tussen mannen en vrouwen’, vindt ook Yana Smits (27). Daarom richtte ze Girlsmode op, een co-workingplek voor vrouwen in Antwerpen. ‘We geven elkaar advies over thema’s die moeilijker zijn voor vrouwen, zoals pitchen of onderhandelen.’ 

Onder de naam Generation WOW (Women Over Women) organiseren Angelique Foré (38) en Barbara De Bleir (36) evenementen voor ondernemende vrouwen. Na netwerkavonden, keynotes en panelgesprekken volgt in september hun eerste conferentie. Het draait vooral om een community-gevoel, zegt Foré. ‘We willen vrouwen een platform geven en de kans om ervaringen uit te wisselen en zo van elkaar te leren.’

Dat die initiatieven mannen weren, lijkt niet bevorderend voor de integratie van vrouwen in het bedrijfsleven. ‘Steek ons niet onder een stolp’, klinkt het op Female F(o)unders Belgium, een besloten Facebook-groep die Véronique Bockstal twee jaar geleden oprichtte en intussen meer dan 700 leden telt. ‘Zo zit de wereld niet in elkaar.’ 

Foré gaat niet akkoord. ‘Dat is niet beperkend, maar net krachtig. En we delen contacten, mannelijk én vrouwelijk. Er komen ook mannen spreken op de conferentie, we zijn zeker voor synergie.’ Ook Smits ziet er geen nadelen in. ‘Ik geloof in revolutie voor evolutie. Soms moet er iets radicaals gebeuren opdat iets anders vanzelfsprekend zou worden. Ik denk dat we ons op zo’n kantelpunt bevinden.’

Om startende vrouwen zelfvertrouwen en de juiste skills bij te brengen, organiseert Bockstal voor de Female Founders Academy workshops over externe financiering. ‘Ik wil dat stereotiepe beeld van de investeerder als pottenkijker eruit krijgen. Het gaat om middelen om te groeien en het openstellen van een netwerk. Vrouwen moeten zelfverzekerd genoeg worden om die opportuniteit aan te grijpen.’

Het We Are Jane-fonds en de Female Founders Academy zijn women only, een trend die opvalt (lees inzet). Ook in Nederland bestaat zo’n fonds. Vorige week haalde het Borski Fonds - naar Johanna Borski, een van de eerste Nederlandse vrouwelijke investeerders - 21 miljoen euro op bij de grootbanken ABN AMRO, ING en Rabobank, omdat ‘vrouwelijke ondernemers te vaak naast een geschikte investeerder grijpen’.

Twee circuits

Maar wordt een mannenbastion wel het beste bestreden met een vrouwenfront? Bestaat dan niet het gevaar dat er twee circuits ontstaan, waarin vrouwen beperkter zijn in hun netwerk en contacten? ‘Ik vind dat verkeerd’, zegt Annie Vereecken. ‘Zo wordt het verschil alleen maar onderstreept, een verschil dat er niet hoeft te zijn.’ Volgens haar is de oplossing net meer samenwerking. ‘Vrouwen moeten - vergeef me het woord - hun mannetje staan. Zich blijven mengen in een mannelijke omgeving is cruciaal. Heb je een goed idee, werk het dan uit, en ga ervoor.’

‘Wij zijn niet tegen samenwerking’, countert Conny Vandendriessche. Ze erkent het belang van een gemengd netwerk. ‘Ik raad niemand aan je met alleen maar vrouwen of alleen maar mannen te omringen. We Are Jane gaat om sensibilisering. De vrouwen die wij helpen, moeten rolmodellen worden, zodat jonge onderneemsters minder drempelvrees hebben. Met de 53 miljoen euro die wij opgehaald hebben, kunnen we misschien tien bedrijven helpen over een periode van vijf jaar. Lang niet voldoende dus, en vooral een aanzet voor andere fondsen om over het muurtje te kijken en open te staan voor vrouwelijke bedrijven.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud