nieuwsanalyse

De nalatenschap van een slimme financier

Albert Frère (r.) tijdens de algemene vergadering van GBL van 2009, met zijn zoon Gérald . ©Lieven Van Assche

De gisteren op 92-jarige leeftijd overleden Albert Frère was een unieke financier die de beperkte vijver van de Brusselse beurs optimaal benutte. Het leverde hem de reputatie van de ‘uitverkoper van België’ op.

Het parcours van Albert Frère is uniek in de Belgische financiële geschiedenis. Van staalhandelaar over echte staalbaron tot gevreesde financier bouwde Frère van 1948 tot 2015 aan zijn imperium. Het traject van de man uit Fontaine-L’Evêque getuigt van een enorme ambitie en gedrevenheid.

Vanaf het begin had Frère een oog voor zaken en deals. De uitbouw van de familiezaak tot een internationale staalhandel was de eerste indicatie dat Frère meer wilde zijn dan een ‘marchand de clous’. De staalhandel Frère-Bourgeois werd de opstap naar de staalnijverheid. Met de steun van Paribas wist Frère de controle over het hele staalbekken van Charleroi te verwerven. Frère ontwikkelde er zijn methode: het zoeken van allianties om de eigen financiële inbreng te beperken en toch maximaal zeggenschap te houden. Die methode zou hij verfijnen toen hij financier werd en de beurswereld instapte.

De uitstap uit het staal was tumultueus. De staalcrisis op het einde van de jaren zeventig bracht de hele sector in Europa op de knieën. In België werden de staalbedrijven genationaliseerd. Onder politieke druk werd het bekken van Charleroi gefuseerd met dat van Luik. De fusie was niet optimaal, maar Frère legde zich neer bij de politieke realiteit. Handig wist hij de commerciële zeggenschap over Frère-Bourgeois Commercial (FBC) te behouden, het filiaal dat instond voor de verkoop van het staal uit het bekken. Via FBC verzekerde Frère zich van inkomsten: een percentage op de verkoop van het staal, ook als de productie verlieslatend was. Uiteindelijk verkocht Frère in 1983 het laatste deel van FBC aan de Belgische staat.

Lege doos

Voor de critici verkocht Frère een ‘lege doos’ voor veel geld. Hijzelf hield in interviews vol dat het wel degelijk een verkooporganisatie betrof met internationale contacten. Voor velen was de verkoop van FBC het begin van het beursfortuin van de man uit Charleroi, maar die was toen al bezig aan de opmars in de financiële wereld.

Januari 1988: de Italiaanse raider Carlo de Benedetti geeft een persconferentie over zijn bod op de Generale Maatschappij. ©Photo News

In 1981 werd François Mitterrand tot president van Frankrijk verkozen. De schrik sloeg de financiële goegemeente om het hart, omdat in Mitterrands verkiezingsprogramma de nationalisering van een reeks bedrijven en banken stond ingeschreven. Frère bleef niet bij de pakken zitten. De aandelen van Paribas kelderden. Maar Frère kocht omdat hij wist dat de Franse regering uiteindelijk een hogere prijs zou betalen. Frère organiseerde, samen met de Canadese financier Paul Desmarais sr. en het Belgische Paribas-filiaal, ook een geheime raid op Paribas Suisse, het Zwitserse filiaal van Paribas. Via een ingewikkelde ‘financiële meccano’ verloor de staat de controle over Paribas Suisse. Uiteindelijk zou het Zwitserse filiaal opnieuw in Franse handen komen, maar Frère realiseerde de meerwaarden via Pargesa. Die miljarden stelden hem in staat in het kapitaal van de Groep Brussel Lambert (GBL) te stappen. Die holding zat in financiële nood.

Frère zou pas definitief op het voorplan treden na de overname van de Generale Maatschappij in 1988. Het vijandige bod van de Italiaanse financier Carlo De Benedetti veroorzaakte veel beroering. Na een uitputtingsslag van zes maanden nam de Franse holding Suez de teugels bij de Generale in handen. Iedereen verwachtte dat Frère iets zou doen, maar de financier gaf niet thuis.

Hij realiseerde zich toen dat de controle op GBL vergrendeld moest worden. Dat gebeurde in 1990 door een alliantie met de familie Desmarais. Sindsdien zijn de Canadezen een vaste partner. Hun pact loopt nog tot 2029.

ING

In de jaren negentig schudde Frère de portefeuille van GBL grondig op. De Luxemburgse bank BIL ging naar het Gemeentekrediet. De Bank Brussel Lambert werd in 1991-1992 al door ING benaderd, maar zou pas in 1997 aan de Nederlandse groep verkocht worden.

Meer commotie was er bij de verkoop van de energiedochters. In 1989 verdeelden GBL en de Generale Maatschappij de Belgische energiebelangen onder elkaar. GBL kreeg de leiding over de oliemaatschappij Petrofina, terwijl de Generale het leiderschap over de elektriciteitsproducenten Electrabel en Tractebel verwierf. De holdings hielden eveneens een minderheidsparticipatie aan in de energiefilialen van de andere. De ‘energiejalta’ kreeg het fiat van de Belgische regering.

Het statige Tractebel-gebouw aan het Brusselse Troonplein. ©BELGA

In 1996 versterkte Suez zijn greep op Tractebel/Electrabel. Frère ging in op het uitkoopbod en werd gelijktijdig aandeelhouder van Suez. Het werd een constante bij Frère: de relatief grote belangen in Belgische ondernemingen verkopen voor een kleiner belang in een groter geheel.

Frère deed het nog eens over met Petrofina. Hij verkocht het Belgische oliebedrijf aan de Franse groep Total. Hij zorgde er ook voor dat Total een jaar later de Franse concurrent Elf overnam. Het gevolg was dat Frère van een grote aandeelhouder van Petrofina vervelde tot een kleine, maar belangrijke minderheidsaandeelhouder van de oliemajor Total. De verkoop van Petrofina, de trots van het Belgische bedrijfsleven, bezorgde de financier definitief het etiket van ‘doodgraver van de Belgische economie’. Maar in de logica van Frère (en die van de oliemarkt) kon Petrofina tussen de andere oliereuzen niet overleven. Waarom dan niet verkopen aan een goede vriend en tegen een hoge prijs?

Onderdak

Frère heeft zijn verkopen altijd verdedigd met de stelling dat de Belgische participaties beter onderdak vonden bij de grotere participaties. GBL hield ook altijd het overzicht over de verkoop.

De Generale Maatschappij werd volledig gestript door de Franse meerderheidsaandeelhouder. Frère hield aan zijn verkopen nieuwe participaties over.

Frère heeft veel Belgische belangen verkocht, net als de Generale en nog andere partijen. Het was blijkbaar moeilijk kapitaal te vinden om bedrijven te laten doorgroeien. Bovendien vraagt de logica van financiers dat hun portefeuille regelmatig wordt verkocht om aan nieuwe participaties te beginnen.

Frère was een financier en vooral een handige verkoper die kon terugvallen op een groot netwerk. Hij heeft onmiskenbaar een spoor in de Belgische financiële geschiedenis getrokken. Maar de manier waarop in de jaren negentig deals werden gedaan, is voorbij. De financier uit Charleroi heeft zeker niet de uitverkoop van België georganiseerd. Maar zodra die begon, heeft hij alle opportuniteiten gebruikt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content